De laatste avond van Fritz Krebs

Engelse jachtvliegers en bommenwerpers zijn op de terugweg van een bombardement op Moorslede als ze boven het Polygoonbos vijftien Duitse albatrossen tegenover zich krijgen. Er begint een gevecht tussen Britse en Duitse piloten.

Rond kwart voor 8 ’s avonds schiet de Britse kapitein G.H. Bowman Vizefeldwebel Fritz Krebs neer ten noorden van Zonnebeke. De pas 21-jarige Duitse piloot heeft dan acht luchtoverwinningen op zijn naam.

Fritz Krebs ligt begraven op het Deutscher Soldatenfriedhof Menen, ook bekend als Menenwald, maar de grafsteen met zijn naam erop zou zich bevinden in het museum van het vliegplein van Wevelgem. Het Deutscher Soldatenfriedhof Menen ligt aan de Groenestraat en Kruisstraat op de grens van Menen en Wevelgem. Hier rusten iets meer dan 48.000 Duitse militairen, bijna allemaal geïdentificeerd. Dat aantal maakt Menen de grootste Duitse militaire begraafplaats uit de eerste wereldoorlog. In België zijn er nog drie andere grote Duitse soldatenkerkhoven uit de eerste wereldoorlog : Hoogleden, Langemark en Vladslo.

bronnen : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
http://www.theaerodrome.com/aces/germany/krebs.php
https://www.luchtvaartgeschiedenis.be/content/albatros-bij-zonnebeke

 

Jasta6

Een brief vanuit Wijtschate

De dag ervoor had kolonel Rowland Feilding geen tijd om te schrijven maar op 8 juni 1917 vertelt hij in een brief aan zijn vrouw over de verovering van de heuvelkam tussen Wijtschate en Mesen.

Na een bombardement dat zijn gelijke niet kent in de geschiedenis vielen wij gistermorgen om 3u10 de Duitsers aan en veroverden de heuvelkam Wijtschate-Mesen.

Onze brigade kreeg de naar verwachting moeilijkste taak van de dag toebedeeld : het veroveren van Wijtschate-dorp, dat in de handen was van de vijand sinds 1914. Volgens gevangenen die we de laatste tijd konden oppikken, verloren de Duitsers toen zoveel terrein dat de keizer uitdrukkelijk bevelen gegeven heeft om het dorp zeker te behouden.

Het dorp  bevindt zich op top van Mesen-heuvel. De borstweringen die we sinds september 1916 bezetten, lopen door de modderige velden ten westen ervan. Nu is de hele heuvel en de omgeving in onze handen, en ik schrijf deze brief terwijl ik in een open veld zit. Dat zou de voorbije dagen niet zo gezond geweest zijn.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

rowland-feilding

Rowland Feilding

de mijnen van Mesen

de mijnen van Mesen

Het bezette Mesen, ten zuidoosten van Ieper, ligt op een heuvel van 80 meter hoog, waardoor de Duitsers een omtrek van 45 km kunnen bestrijken. Onder de Duitse linies hebben de Britten 22 mijnen gelegd.

Als voorbereiding voor de slag beginnen de Britten vanaf 21 mei 1917 met een artilleriebombardement waarbij 2.300 kanonnen en 300 zware mortierwerpers worden ingezet. Op 7 juni om 2u50 stoppen ze daarmee. De Duitse troepen verwachten nu de aanval, spoeden zich naar hun machinegeweren en beginnen alvast te schieten. Om 3u10 brengen de Britten de mijnen tot ontploffing.

Generaal Plumer heeft de dag ervoor tegen zijn stafleden opgemerkt :”Heren, misschien maken we morgen geen geschiedenis, maar we zullen zeker de geografie veranderen.”. Er wordt een totaal van 431.700 kg dynamiet tot ontploffing gebracht. De schok lijkt een aaardbeving en is tot in Parijs te voelen. Premier Lloyd George kan de klap in Londen duidelijk horen, terwijl de knal ook in Dublin waarneembaar is. Het is de luidste door mensen veroorzaakte explosie tot dan toe.

De effecten zijn verwoestend. Alleen al door de explosies komen zo’n 10.000 Duitse militairen om. Onder de bescherming van gordijnvuur, tank- en gasaanvallen rukt het Britse 2e leger onstuitbaar op. De volgende dag proberen de Duitsers nog in de tegenaanval te gaan, maar ze verliezen daarbij meer terrein.

Het landschap is inderdaad veranderd. Er zijn enorme kraters ontstaan van ruim 30 tot bijna 80 m doorsnede. Er zijn nog steeds onontplofte mijnen in de ondergrond. Eén ervan ligt nog steeds in het bos van Ploegsteert.

bron : Roel Tanja, een korte geschiedenis van de eerste wereldoorlog, BBNC uitgevers

Battle of Messines WWI Art.jpg

Kipling aan het Italiaanse front

De Britse ambassadeur in Italië, sir Rennell Rodd, maakt zich zorgen over het gebrek aan begrip dat er in zijn land heerst over de omvang van de Italiaanse oorlogsinspanningen. Daarom nodigt hij diverse vooraanstaande auteurs uit om een bezoek te brengen aan het Italiaanse front. Schrijver Rudyard Kipling (Jungle Book) publiceert over zijn belevenissen een aantal artikels in The Daily Telegraph.

Op 13 mei 1917 is hij aan de Passo di Falzarego, ongeveer 14 kilometer van Cortina. Kipling biedt onder meer een levendige beschrijving van de Altiplano dei Sette Communi, waar Britse troepen later datzelfde jaar aan de slag gaan.

Andere auteurs deden in 1916 al het Italiaanse front aan, onder hen onder meer Conan Doyle, H.G. Wells en Gilbert Keith Chesterton.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

RudyardKipling_1917_ItalianFront.jpg

Kipling temidden van Italiaanse soldaten

dood van een Britse luchtaas

Tegen de avond van 7 mei 1917 sterft de Britse luchtaas Albert Ball op een wat vreemde wijze.

Even voordien neemt hij nog samen met een eskadron Britse jagers boven het dorp Annoeuillin deel aan de achtervolging van Lothar von Richthofen, een zeer bekwame Duitse vlieger. Omdat zijn brandstoftank doorzeefd is, wordt de Duitser tot landen gedwongen.

Net als zijn collega’s vliegt Albert Ball verder, maar wordt onzichtbaar door een laaghangende donkere onweerswolk. Als hij weer tevoorschijn komt, vliegt hij volgens getuigen ondersteboven. Ruimte of tijd om het toestel te corrigeren is er niet meer en het crasht.

Een Franse vrouw kan hem nog uit het verhakkelde toestel sleuren maar Albert Ball overlijdt later. Een afdoende verklaring voor de mysterieuze crash wordt nooit gevonden. Zijn toestel werd niet beschadigd tijdens het luchtgevecht. Mogelijk raakte de piloot gedesoriënteerd in de donkere onweerswolk.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

AlbertBall_geschilderd_door_NoelDavis

Albert Ball geschilderd door Noel Davis

tweede slag om Gaza

De Britse generaal sir Archibald Murray probeert tussen 17 en 19 april 1917 opnieuw de Ottomaanse provincie Palestina binnen te vallen door de vijandelijke linie tussen Gaza en Beersheba te doorbreken. Net als  in de eerste slag van Gaza in maart 1917 komen de meeste inspanningen van generaal sir Charles Dobells troepen. Zijn frontale aanval op de goed ingegraven Ottomanen loopt uit op grote verliezen zonder winst. De Britten verliezen 6.500 soldaten, driemaal zoveel als de Ottomanen.

De tweede slag om Gaza beïnvloedt de Britse commandostructuur in de regio verregaand. De eerste die de prijs van de mislukking moet betalen is Dobell, die ontslagen wordt door Murray. Diens toekomst is echter ook onzeker aangezien rijn recente mislukkingen in de Gaza de woede hebben opgewekt van de Britse regering.

bron : Ian Westwell, 1914-1918 – de eerste wereldoorlog dag na dag

Gaza_2ndBattle_1917

de lange tocht naar het veldhospitaal

Edward Walford Manifold, een Canadese militair in Britse dienst, schrijft op 11 april 1917 aan zijn ouders over de toestand aan het front in Frankrijk.

Dezer dagen houden onze oversten geen rekening met het weer. Een van onze doelen hebben we veroverd tijdens een sneeuwstorm vergezeld van een bitter koude wind. Natuurlijk heeft de koude niet veel invloed op de aanvallers, maar de arme gewonden moeten een grotere marteling doorstaan dan je je kan inbeelden.

Een paar dagen geleden hielp ik nog enkele maten om het veldhospitaal te bereiken. Zij waren de enige twee overlevenden van een groepje van vijftien waartussen een granaat ontplofte. De ene had een gebroken been, een gebroken arm en enkele smerige wonden. De andere had drie wonden op zijn lichaam en was bovendien nog getroffen door een sluipschutter terwijl hij probeerde zijn vriend vooruit te helpen. Deze sukkelaars waren al bijna 36 uur nat en hadden zich over een afstand van ruim anderhalve kilometer moeten voortbewegen over zeer ruw terrein.

Het schilderij hieronder is van John Charles Dollman getiteld “Fraternité”.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Dollman-Fraternite.jpg

dood van Arthur Graeme West

ArthurGraemeWestEen sluipschutter maakt op 3 april 1917 nabij Bapaume een einde aan het jonge leven van Arthur Graeme West (26 jaar), schrijver en oorlogsdichter. In 1915 treedt West in dienst uit een gevoel van plichtsbesef en patriottisme, maar geleidelijk aan ontwikkelt hij een intense afkeer voor het leger, ook al omdat hij individualistisch ingesteld is en routine haat. Die toenemende afkeer verwoordt hij in twee oorlogsgedichten :”God, How i hate you” en “Night patrol”.

In 1919 verschijnt postuum zijn boek “the diary of a dead officer“. Een hartverscheurend eerbetoon aan een verloren generatie van soldaten dat tegelijkertijd een ontluisterend beeld schetst van het leven in het leger.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

 

Dazzle camouflage

Dazzle camouflage

Dazzle camouflage is de Britse term voor de camouflage die ze gebruiken voor schepen vanaf april 1917. De camouflage wordt toegeschreven aan de schilder Norman Wilkinson en bioloog John Graham Kerr. Deze vorm van camouflage is een antwoord op de onbeperkte duikbotenoorlog die de Duitsers hebben uitgeroepen vanaf februari 1917. De U-boten zijn bijzonder actief en men zoekt allerlei manieren om schepen te camoufleren. Op zee is het bijzonder lastig een kleur te kiezen omdat de kleur van de zee grotendeels afhangt van het weer.

Wilkinson zoekt het op een andere manier. In plaats van schepen te verbergen gaat hij  via lijnen ervoor zorgen dat het moeilijker wordt om de vorm, de afstand en de beweegrichting van het schip af te leiden. Hierdoor wordt het problematischer voor de U-boot kapiteins om de torpedo’s af te vuren op het juiste moment.

De camouflage doet me denken aan de typische migraine aura waar ik heel af en toe last van heb. Voor wie niet weet wat zo’n migraine aura inhoudt, voeg ik er nog een schilderij aan toe dat treffende weergeeft wat die aura is.

Migraine_Aura.jpg

 

bronnen
https://en.wikipedia.org/wiki/Dazzle_camouflage

http://twistedsifter.com/2010/02/razzle-dazzle-camouflage/

https://www.wired.com/2014/04/wwi-battleship-camouflage-adapted-as-a-room-thatll-break-your-brain/

 

 

 

de eerste slag om Gaza

Nu de Sinaïwoenstijn voor het grijpen ligt, wilt het Britse War Office dat sir Archibald Murray optrekt naar Gaza. Met 18.000 soldaten hebben de Britten tweemaal zoveel militairen als de Ottomaanse tegenstanders. Murrays tweede man, generaal sir Charles Dobell, leidt de expeditie. Tegen zijn zin, maar op bevel van zijn superieuren verschanst generaal Kress von Kressenstein zich bij Djemal Pasha, op zo’n 8 km van Gaza. Op 26 maart 1917 weet Dobells cavalerie, beschermd door dichte mist, Kressenstein te omsingelen, zodat deze niet meer bevoorraad kan worden of reservetroepen kan laten aanvoeren. Volkomen onbegrijpelijk trekt Dobell zijn cavalerie meer terug, omdat hij denkt dat zijn actie mislukt is.

Op zijn beurt denkt Kressenstein dat Gaza verloren is en herroept hij zijn bevel om reservetroepen. Als de waarheid de volgende dag tot beide generaals doordringt, weet Kressenstein zijn garnizoen nog snel met 4.000 soldaten te versterken en de aanvallen van Dobell af te slaan. Dobell breekt ten slotte de aanval af vanwege de Ottomaanse tegenaanvallen en een gebrek aan water.

In de slag verliezen de Britten zo’n 4.000 militairen, tegenover 2.400 Ottomaanse verliezen. Maar Murray bericht aan Londen dat de Turkse verliezen drie maal zo hoog zijn, en dat hij dus de slag gewonnen heeft. Hierop krijgt hij het bevel om naar Jeruzalem op te trekken. Nu zijn de Ottomaanse tegenstanders echter wel helemaal voorbereid en liggen ze op de Britten te wachten.

bron : Roel Tanja, een korte geschiedenis van de eerste wereldoorlog, BBNC uitgevers

Gaza_EersteSlag_1917

Ottomaanse overwinnaars van de eerste slag bij Gaza