heldendaad in Palestina

Tweede luitenant Stanley Boughey van de Royal Scots Fuseliers overlijdt op 4 december 1917 aan de verwondingen die hij drie dagen eerder opliep. Voor zijn heldendaad wordt hem het Victoria Cross, de hoogste Britse militaire onderscheiding, toegekend. 

Stanley_Henry_Parry_BougheyTijdens de gevechten in El Burf (Palestina) naderen Ottomaanse soldaten tot op 30 meter van de vuurlinie van de Britten. Het Ottomaanse bombardement en het vuren van hun automatische geweren zijn zo hevig dat de Britten nauwelijks kunnen terugschieten. Plots stormt Stanley Boughey naar de vijand en bestookt hen zo hevig met granaten dat er velen om het leven komen en de laatste dertig overlevenden bereid zijn zich over te geven. Als Boughey zich omdraait om meer granaten te halen, raakt hij dodelijk gewond. 

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds 

 

Duitsers in de tegenaanval nabij Cambrai

De Duitse troepen die strijden tegen het Britse 3e leger van generaal sir Julian Byng lanceren vanaf 30 november 1917 tegenaanvallen om terrein te heroveren dat ze verloren hebben op de openingsdag van het tankoffensief op 20 november. Kroonprins Rupprecht van Beieren, bevelhebber in het bedreigde gebied stuurt in aller ijl versterkingen naar her 2e leger van generaal Georg von der Marwitz, dat tot nog toe het sterkst onder Brits vuur lag.

De Duitse aanvallen blijken uiterst succesvol, voornamelijk om drie redenen : het gebruik van een kort bombardement, het inzetten van nieuwe stormtroepeenheden en de steun van laagvliegende vliegtuigen aan de oprukkende eenheden. De Britten, uitgeput en met een tekort aan reserves, moeten veel van hun zuurverdiende terrein prijsgeven in de dagen daarop.

De tekening hieronder is van Oskar Graf, die zelf ook aan het front gevochten heeft.

bron : Ian Westwell, 1914-1918 – de eerste wereldoorlog dag na dag, Deltas

OskarGraf_Sturmbataillon

 

het noodlot van Claus Lafrenz

Vanaf eind augustus 1917 komt het bevel van de U-boot  UC-65 in handen van Kapitänleutnant Claus Lafrenz. Net als zijn voorgangers op deze U-boot is hij een heel bekwame commandant, die in hoog aanzien staat bij zijn collega’s  en bemanning. Zoals velen die zich vrijwillig hebben opgegeven tijdens de oorlog, is Lafrenz Wachoffizier geweest op torpedoboten alvorens de U-bootopleiding te hebben gevolgd. Hij mag al in 1916 het commando voeren over UB-18 en UB-33 en heeft de Hausorden der Hohenzollern ontvangen uit handen van de keizer, nadat hij als eerste commandant een Q-schip of U-bootval heeft kunnen fotograferen.

ClausLafrenzOp 3 november 1917 bevindt UC-65 zich op de terugreis van haar tweede missie. Lafrenz en vier bruggenwachten staan op de toren uit te kijken naar patrouilleschepen en mijnen. Iets voor hun pad ligt de Britse duikboot HMS C-15 op een prooi te wachten. Merkwaardig genoeg zien beide duikboten elkaar tegelijkertijd. In plaats van onmiddellijk onder te duiken, meldt Lafrenz de anderen dat hij een periscoop heeft gezien en vaart verder op zijn koers naar huis. Hij is van plan om een vijandelijke torpedo te ontwijken door de wendbaarheid van de UC-65. Ondertussen heeft lieutenant E.H. Dolphin, bevelhebber van de HMS C-15, zijn torpedobuizen klaargemaakt. Om 16u45 wordt een torpedo richting UC-65 opgemerkt. Lafrenz laat zijn U-boot van koers veranderen en kan haar ontwijken. Enige seconden later ontploft een andere torpedo tegen het achterschip van UC-65, waarna de duikboot onmiddellijk vergaat. Dolphin heeft onverwacht twee torpedo’s kort na elkaar afgevuurd. Door zijn zelfoverschatting verspeelt Lafrenz zijn U-boot en het leven van 22 opvarenden. Hijzelf en de bruggenwacht worden in de lucht geslingerd en komen in zee terecht. Ze worden door de Britse duikboot opgepikt en brengen de rest van de oorlog door in gevangenschap.

ClausLafrenz_1933Lafrenz overleeft dus de eerste wereldoorlog maar de tweede zal hij niet meemaken. Op zoek naar een foto van Claus Lafrenz kom ik via Google uit op een aantal artikels die het verdere leven van Lafrenz vertellen. Hij wordt na de oorlog burgemeester in Fehmarn, een eiland in de Oostzee, in de nabijheid van Denemarken. In 1933 verzet hij zich als burgemeester tegen het hijsen van de hakenkruisvlag op het stadhuis van Burg auf Fehmarn. Dat wordt hem niet in dank afgenomen en al heel snel ontnemen de nazi’s hem zijn ambt. In 1937 wordt Claus Lafrenz dood aangetroffen op Fehmarn. Volgens sommigen is het zelfmoord, volgens anderen is hij geholpen bij deze zelfmoord. En dat is dan het noodlot van Claus Lafrenz : hij wordt gespaard door zijn vijanden, en later door zijn landgenoten opgejaagd omdat hij een andere opinie heeft.

bronnen
Tomas Termote, oorlog onder water – Unterseeboots Flottille Flandern, Davidsfonds
https://arts.leeds.ac.uk/kriegsgefangen/3-nov-1917-u-boat-captain-claus-lafrenz-captured/
https://geschichtsblogsh.wordpress.com/2017/04/06/fehmarn-gedenkt-des-von-der-nsdap-gestuerzten-buergermeisters-c-lafrenz/

 

slachtpartij bij maanlicht

Omwille van het uitzicht dat de Duitsers op een aantal plaatsen in Passendale hebben, kunnen aanvallen eigenlijk alleen maar ’s nachts uitgevoerd worden. 

Op 2 december 1917, om 1u55 sluipen de Britten de vijandige linies tot op 500 meter en vallen dan aan. Zodra hun silhouetten zichtbaar worden tegen de maanverlichte hemel, worden ze neergemaaid door een moordend kruisvuur. De manschappen verliezen de richting en proberen door elkaar heen voort te strompelen op de moerassige ondergrond. Er heerst absolute chaos. 

Bij het 2e bataljon van de King’s Own Yorkshire Light Infantry zijn er tientallen doden, 120 gewonden en veel vermisten. Onder de vermisten zijn ook de soldaten Albert Cooksey en David Connerty. Allebei hun namen komen voor op de panelen van Tyne Cot Cemetery. 

Bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds 

De tekening hieronder komt van de FB pagina https://www.facebook.com/TheGreatWar191418

Passendale_19171202

de laatste koffie van Leutnant Brandt

De U-boot UC-63 loopt op 6 januari 1917 van stapel en komt drie maanden later aan in Zeebrugge. Tussen 25 april en 16 augustus 1917 doet de UC-63 26 schepen zinken. Daarna verplaatst de U-boot zich naar de Golf van Biskaje. Tussen 13 september en 1 november 1917 doet de U-boot nog eens tien schepen zinken. En dan komt het fatale moment…

Op 1 november 1917 bevindt de UC-63 zich aan de westelijke kant van de Dover Barrage. Na een reis met matige successen in het Kanaal is de duikboot op de terugreis. Rond 1 uur verzendt ze een radiobericht naar Brugge met haar locatie.  Nog geen kwartier later wordt UC-63 vlak onder de toren geraakt door een torpedo van de Engelse duikboot HMS E-52. U-Bootmatrosenmaat Fritz Marsal is de enige overlevende die door de E-52 opgepikt wordt. Marsal getuigt dat er een ontspannen sfeer was tijdens de terugtocht. Via Marsal kunnen de laatste momenten van de UC-63 gereconstrueerd worden.

Drie bemanningsleden stonden op de uitkijk op de toren, terwijl UC-63 vanuit de commandoruimte werd gestuurd. De eerste officier, Leutnant zur See Max Brandt, hield de wacht aan bakboord. Marsal hield de sector aan stuurboord en één matroos moest de achterkant in de gaten houden. Brandt wou koffie en vroeg de matroos om er te gaan halen in de kombuis. Ondertussen worden ze van onder de golven in de gaten gehouden door lieutenant Phillips, bevelhebber van de Britse duikboot E-52. UC-63 werd om 1u12 door de Britse uitkijken gezien op 1200 meter van hun bakboordzijde. Het verwonderde Phillips dat de Duitsers hen niet gezien hadden bij zo’n klare nacht. Maar aan boord van de UC-63 waren ze met hun gedachten elders. Brandt had de grote fout gemaakt om zijn sector niet in het oog te houden. Marsal keek naar bakboord en zag een opgedoken duikboot die zijn boegtorpedobuizen op hen aan het richten was. Hij riep naar Brandt die onmiddellijk het bevel gaf om het roer hard naar stuurboord te brengen. HMS E-52 heeft ondertussen twee torpedo’s afgevuurd op een afstand van 200 meter.

Marsal werd tegen iets hards gegooid en even later bevond hij zich in het water. Brandt lag ook in het water poogde wanhopig boven te blijven. Hij was aan het verdrinken omdat zijn zware kledij en laarzen hem onder water sleurden. Marsal is de enige overlevende van een bemanning van 26.

In de foto hieronder is Leutnant Brandt de matroos die een helm draagt.

bron : Tomas Termote, oorlog onder water – Unterseeboots Flottille Flandern, Davidsfonds

UC-63_LeutnantBrandt

 

allereerste tankslag van de Groote Oorlog

Het Britse 3e leger onder generaal sir Julian Byng begint de slag om Cambrai. De belangrijkste strijd in deze door tanks geleide aanval wordt geleverd in het gebied van de Hindenburgstellung verdedigd door het Duitse 2e leger van generaal Georg von der Marwitz. Het is Byngs plan om door de Duitse defensies tussen de Schelde en het Canal du Nord te breken. De cavaleristen moeten snel oprukken naar Cambrai, terwijl de infanterie en tanks de heuvelrug van Bourlon veroveren voor ze in noordoostelijke richting naar Valenciennes trekken.

Het offensief begint met een kort bombardement van de Hindenburglinie door duizend artilleriewapens. De hoofdaanval wordt gevoerd door 476 tanks. Dit is de eerste maal dat deze wapens zo massaal worden ingezet. Ze voeren zes van Byngs negentien divisies aan in een grote opmars over 8 km front. In het begin blijken de aanvallen verbazingwekkend succesvol : de Hindenburglinie wordt 9 à 12 km in de diepte doorbroken, behalve bij Flesquières. Hier maakt de koppige Duitse verdediging een aantal tanks onklaar en wordt de opmars verijdeld door een slechte coördinatie tussen de Britse infanterie en tanks.

Ondanks het succes tijdens de eerste dagen krijgen de Britten het steeds moeilijker er vaart in te houden. Veel tanks lijden onder mechanische defecten, raken vast in sloten of worden vernietigd door Duitse artillerie. Het gevecht concentreert zich in deze fase voornamelijk rond de heuvelrug van Bourlon, ten westen van Cambrai en duurt tot in december wanneer de Duitsers een reeks succesvolle tegenaanvallen lanceren.

bron : Ian Westwell, 1914-1918, de eerste wereldoorlog dag na dag, Deltas.

Soldiers follow a British Mark IV tank

tanks voor Cambrai

Arthur Conan Doyle, de geestelijke vader van Sherlock Holmes, is aanwezig bij de Britse aanval op 19 november 1917 in de buurt van Cambrai, waarbij ook massaal tanks worden ingezet. Hij rapporteert : 

De troepen worden heimelijk aangevoerd tijdens de nacht en de tanks die uit allerlei richtingen kwamen gekropen, waren zorgvuldig gecamoufleerd. De Franse troepen waren op de hoogte gesteld van de aanval en hadden voorzieningen getroffen om, indien er een bres geslagen  werd in de Hindenburglinie, met enkele divisies daarvan gebruik te maken. 

Er waren ongeveer vierhonderd tanks en ze stonden onder het aparte bevel van generaal Ellis, een zwierige soldaat, die zijn commando met veel enthousiasme kon inspireren. De ontwerpers van de tanks hadden altijd al beweerd dat hun bijzondere wapens maagdelijke grond nodig hadden om goed te functioneren, geen moeras of een wildernis van granaattrechters. 

De eerste rij tanks was uitgerust met enorme takkenbossen die ze meevoerden om te laten vallen in grachten of loopgraven zodat ze een rudimentaire brug vormden voor de tank. 

Bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds   

Onderstaande tekening komt uit de graphic novel de laatste Braedy van Ivan Petrus Adriaenssens

Cambrai_19171119