Duits treinkonvooi in Kapelle-op-den-bos

Al enkele dagen staan er treinwagons ter hoogte van het station van Kapelle-op-den-bos. Duitse soldaten verkochten er de voorbije dagen allerhande goederen aan lage prijzen. Maar wanneer de koopgrage dorpelingen op de ochtend van 14 november 1918 opdagen, is er niemand. Enkelen breken de wagon open met breekijzers : de in de wagon opgestapelde munitie ontploft.

Twintig mensen verliezen het leven, tal van anderen raken gewond. Sommigen zijn verminkt voor de rest van hun leven. Een van de slachtoffers is Frans Van den Bergh, 12 jaar oud, uit de Bormstraat in Tisselt. Het jongetje heeft diverse brandwonden en kreeg rondvliegend materiaal in ijn lichaam.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Duitse-soldaten-op-het-dak-van-een-trein-1918

de laatste gesneuvelde Belg

Begin november 1918 hebben  Marcel Terfve en zijn strijdmakkers van het 1ste Linieregiment hun posities ingenomen aan de linkeroever van het kanaal Gent-Terneuzen, ter hoogte van Doornzele, een parochie van de gemeente Evergem. Iets na 9 uur in de ochtend van 11 november 1918 bevestigt een officier van Terfves eenheid dat om 11 uur de Wapenstilstand zou ingaan. Hij maakt eveneens melding dat zich aan de rechteroever van het kanaal nog een Duits mitrailleursnest verschuilde. Het is van daar dat de kogel komt die Marcel Terfves linkerlong doorboort.

De Luikenaar sterft om 10.45 uur, een maand voor zijn vijfentwintigste verjaardag. Zoek zijn naam niet op in de geschiedenisboeken, Marcel Terfve is vergeten en zijn stoffelijke resten zijn verloren geraakt. Terfve wordt oorspronkelijk begraven in Eeklo en in 1921 bijgezet op de gemeentelijke begraafplaats van Mons-Crotteux.

bron : https://www.eoswetenschap.eu/geschiedenis/sneuvelen-de-laatste-minuten-van-de-oorlog

MarcelTerfve_19181111

de laatste gesneuvelde Canadees

Getrouw aan het bevel van geallieerd opperbevelhebber Foch om tot het laatste moment in het offensief te gaan, voeren de Canadese troepen nog een laatste aanval uit. De Canadese generaal sir Arthur Currie stelt zich tot doel “de oorlog te kunnen beëindigen waar hij was begonnen” en “om het grondgebied te veroveren dat ze in 1914 verloren hadden”. Tijdens een laatste actie steekt de eenheid van George Price ten oosten van Mons (Bergen) het Canal du Centre over. In Ville-sur-Haine doorzoeken de soldaten enkele huizen van waaruit kort daarvoor nog Duitse schoten werden afgevuurd. Zij vinden er alleen de bewoners en hun familie. Wanneer de soldaten opnieuw naar buiten lopen, wordt Price  door een scherpschutter in de borst getroffen. De 23-jarige Alice Grotte, een jonge Belgische verpleegster, riskeert haar leven en helpt soldaat Price weer naar binnen. Daar sterft hij aan zijn verwondingen. George Price overlijdt om 10u58 en wordt daarmee beschouwd als de laatste gesneuvelde van het Britse Gemenebest.

bron : Mark De Geest, 14-18 in 100 dagen, Manteau

GeorgeLawrencePrice_19181111

Weer Belgen aan de Nederlandse grens

De Duitsers zijn weg en Belgische soldaten gaan op 6 november 1918 de grens bewaken. Joris Van Severen is een van hen.

Om 7u stappen wij het af naar Sint-Laureins om de Hollandse grens te gaan bewaken. Droevig regenweer. We kijken met kinderlijke belangstelling de Hollandse schildwachten aan en kouten vertrouwelijk met hen. Hoe benijd ik ze en heel dat landeke dat zo vredig is blijven liggen midden het tragische dolle gebeuren, waar de mensen leven en doodgaan zoals “vroeger”, waar zo’n hoog en fijn intellectueel leven bloeit.

De “groten” spelen met duizenden en miljoenen levens, spelen tussen champagneglas of theekop met de miljoenen bloedende moederharten, met de ontzaglijke angst van miljoenen jonge mensen. Ze spelen het duivelse spel en de arme slaven laten spelen.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

NederlandseGrens_1918

Hoopvol nieuws met Gent in zicht

Positieve berichten bereiken het front. Onderluitenant Pasquier ziet op 5 november 1918 Gent liggen en kijkt al uit naar Brussel.

In de vroege morgen krijgen we per telefoon prettig nieuws binnen. Oostenrijk ondertekent een wapenstilstand onder verpletterende voorwaarden. Bulgarije is overwonnen en Turkije heeft de vrede ondertekend. Het is niet te geloven.

Ondertussen bereiden we nog een serieuze vuurconcentratie voor om het front te doorbreken. Gisteren zag ik torens en daken van Gent vanaf een hoge uitkijk en wenste dat ze niet door de beschieting zouden worden geschonden. Zie ik binnenkort de torens van Brussel ? Er wordt veel gepraat over een staakt-het-vuren met Duitsland. Zou dit het einde kunnen betekenen van een nachtmerrie die de wereld vier jaar heeft geteisterd ?

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Gent_1918

de oorlogsschade bekeken

Weer maakt Emiel Selschotter op 28 opktober 1918 een fietstocht in de wijde omgeving van zijn dorp Alveringem en bekijkt de oorlogsschade.

Fietstoch naar Lo, Nieuwkapelle, Avekapelle, Diksmuide en Pervijze. De vernieling is ongehoord groot. Huis noch hofstee, haag noch heg, bos noch boom bleeg gespaard. De school wordt gesloten vanwege de Spaanse griep.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

PERVIJZE       " Oorlog 1914-1918 "

 

bevrijders hartelijk onthaald

Op 20 oktober 1918 bevindt Arthur Pasquier zich ergens in een dorpje op de grens van West- en Oost-Vlaanderen. De bevolking ontvangt het oprukkende Belgische leger hartelijk.

De bevolking is bewonderenswaardig : ondanks de heersende voedselschaarste in het heroverde België biedt ze de soldaten een warm onthaal, spijs en drank aan. In het dorp waar we ons nu bevinden, zijn drie herbergiers erg vriendelijk geweest voor de Duitsers. De kolonel verbiedt de toegang tot alle drankgelegenheden. Maar soldaten, geleid door landbouwers, zijn vlug klaar met het inbeuken van deuren en het stuk meppen van ruiten, om alles kort en klein te slaan op die verdachte plaatsen. De schijnheilige tranen van de meisjes kunnen deze rechtsvoltrekkers niet afremmen.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

bevrijding_van_het_krekedal

Vreugde rond een piano

Dokter Lievens blijft de opmars van nabij meemaken.

15 oktober 1918 : Ditmaal heeft het vervoer van de gewonden het heel goed gedaan. Dit is onder meer te danken aan het inzetten van krijgsgevangenen en aan de goed berijdbare steenweg. De auto’s kunnen om zo te zeggen onze vooruitgang stap voor stap volgen. De Duitsers bieden hevige weerstand aan de overzijde van het kanaal van Roeselare en hun grof geschut spuwt zonder ophouden gas en schroot op onze stellingen.

16 oktober 1918 : Om 6 uur lukt het onze genietroepen twee bruggen over de Roeselaarse vaart te werpen. We trekken erover zonder problemen en komen om 8 uur in Kachtem aan, een klein dorpje, waar niet veel verwoest is. Voorbij de kerk zien we in de richting van Emelgem een vlag op een huisje wapperen en weldra herkennen we met innige ontroering de Belgische driekleur.

Bij meneer Borst aan de Vijfwegen in Emelgem moeten we koste wat het kost binnen. In het salon staat een bestoven piano. Ik spring ernaar toe en aanstonds dreunt een krachtige Brabançonne uit alle monden. De nationale zang wordt bij de buren gehoord en loopt van huis tot huis als een elektrische stroom. De geestdrift is onbeschrijfelijk. Iedereen weent van blijdschap. De soldaten omhelzen de burgers, oude vrouwtjes vallen in zwijm, kindjes huilen. Alle zangen en kreten dwarrelen dooreen. Die brave mensen, die gedurende vier lange jaren ontberingen hebben geleden, halen hun karige reserves uit hun goed verborgen hoekjes en delen ze met volle armen aan de soldaten uit.

bron : André Gysel, dokter Lievens – dagboek van een arts, Lannoo

piano_GrooteOorlog

 

wachten op de aanval op de Flandern Stellung

Een Belgische soldaat van de 5e linie vertelt over de minuten voor een aanval op 14 oktober 1918 op de Flandern Stellung in Moorslede.

Om 4 uur verlaten we de dekking. De nacht is schoon, ietwat kil. Het uitspansel zit vol sterren. De aanval zal onder mooi weer gebeuren. Alles is kalm. Ik bekijk de traag opdagende manschappen. Hun gelaat is vastberaden, bewegingsloos. Doch de ogen blinken. Zeker moet deze gedachte door hun geest wemelen : hoeveel van ons zullen er straks vallen ?

Plots flikkeren korte klaarten langs de vijandelijke linies. Een Duitse batterij schiet. De schoten klinken helder. De projectielen vliegen schuifelen over ons hoofd en gaan ver achter ons barsten op de weg van Moorslede naar Roeselare. Het geluid van de ontploffing wordt door de echo herhaal, verflauwt en sterft uit. De stilte bedenkt de aarde opnieuw.

De tekening hieronder is van de Franse striptekenaar Jacques Tardi.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Tardi_19181014

Lannoo en het 16e linieregiment in de eerste linies

Joris Lannoo, onderluitenant bij het 16e linieregiment, is aanwezig vanaf de eerste dag van het bevrijdingsoffensief (28 september 1918). Hij rukt op met zijn compagnie door het bos van Houthulst. Hij verliest er echter zijn kameraden Paul Impe en Paul de Beir. In de late voormiddag van 29 september zijn er hevige gevechten aan de heuvelrug bij Broodseinde. Bij de herhaalde aanvallen die Joris Lannoo en zijn mannen en zijn mannen moeten uitvoeren, loopt de onderluitenant een lichte vertoning op aan zijn hoofd. Uiteindelijk slagen ze er toch in om dichter bij de bijna volledig vernielde dorpskern van Moorslede te komen. De soldaten komen uit de inundatiegebieden aan de Ijzer en zien voor het eerst weer struiken en bomen ! Kapitein Jacoby noteert waarderend dat het 16e linieregiment “de vijand aan het wankelen brengt en zoals een speer in de wonde dringt. Het dekt de opmars van onze 8e divisie naar Roeselare.”. Op 1 oktober 1918 slaagt het 16e linieerde;ent erin om verbinding te maken met het 17e linieregiment, dat op Beitem afstevent.

Tegen de middag vertraagt de gehele opmars. De weersomstandigheden worden opnieuw heel slecht en de toevoerwegen, die er verschrikkelijk bijliggen, slibben dicht in een ongeziene verkeerschaos. Het doodvermoeide 16e linieregiment is niet meer in staat om onbeschut en uitgeput stand te houden in de ondergelopen kraters. Het mag zich uit de strijd terugtrekken en kan wat op adem komen in het militaire kamp van Koksijde.

Lang duurt de rustperiode niet. De legerleiding beslist op 14 oktober 1918 een nieuw offensief in te zetten. In de eerste uren valt de Zilverberg in de handen van de Belgen, die blij zijn dat ze de enorme slijkpoelen achter zich kunnen laten. Daarna barst de strijd om Roeselare in alle hevigheid los. Op 14 oktober is Roeselare bevrijd. Het 16e linieregiment wordt ijlings vanuit Koksijde via Veurne naar Diksmuide gebracht. Op donderdag 17 oktober 1918 begint een nieuwe opmars voor Joris Lannoo. Nog diezelfde dag trekt de compagnie door Zarren. Voorbij Zarren blijkt dat de Flandern I Stellung het begeeft. Het Duitse bunkersysteem kraakt in al zijn voegen.

bron : Romain Vanlandschoot, een Vlaamse Viking aan het front, Lannoo

Roeselare_1918