Duitsers vallen Estland binnen

Duitse troepen bezetten op 22 februari 1918 de stad Valga als onderdeel van hun campagne om Estland in te nemen. Deze actie maakt deel uit van het Duitse opzet om druk uit te oefenen op het nieuwe regime van de bolsjewieken in Rusland om het verdrag van Brest-Litovsk te ondertekenen. Tegen 4 maart 1918 is heel Estland onder Duitse controle.

Dat belet niet dat de Esten op 24 februari 1918 de onafhankelijkheid uitroepen. Alhoewel die onafhankelijkheidsverklaring vooral een papieren besluit is gezien de aanwezigheid van Duitse troepen, wordt deze datum toch beschouw als het begin van de onafhankelijkheid van Estland.

Pas op 19 november 1918 dragen de Duitsers de macht over, nu aan de voorlopige Estse regering. Nauwelijks negen dagen later begint Sovjet-Rusland een invasie.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
De foto komt van https://armoredcars-ww-one.blogspot.be/

Renault-Mgebrov-Armored-Car-Narva- Estland-March-4-1918

Jericho in Britse handen

Op 21 februari 1918 veroveren de Britten de belangrijke bijbelse stad Jericho, die verdedigd wordt door Ottomaanse troepen. De gevechten beginnen op 19 januari maar op 21 februari zien de bezetters dat hun linies doorboken worden. Ze besluiten zich terug te trekken eerder dan verder te vechten.

De inname van de stad onder leiding van de Britse generaal Edmund Allenby is vooral strategisch belangrijk. De geallieerden controleren nu zowel de weg naar de kust als die naar Jeruzalem terwijl ook de noordelijke punt van de Dode Zee bereikt wordt.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

5Feb1917ComblesFranceWWI

waar zit Louis Barthas ?

Tot mijn grote spijt ben ik de dagboeken van Louis Barthas wat uit het oog verloren. De reden is dat Barthas niet altijd duidelijke datums vermeld bij elk voorval, in tegenstelling tot Raoul Snoeck of Gaston Le Roy. Mijn laatste bericht over Barthas ging over de oprichting van de sovjet in zijn regiment. We zijn dan begin juni 1917. Daarna volgde de straf van de Franse militaire overheden.

Behalve voor verlof verliet niemand van onze groep ooit de loopgraven om de bataljons te volgen die gingen rusten. We waren namelijk niet talrijk genoeg om afgelost te worden. Zo leefden we bijna zes maanden buiten de gemeenschap in de bossen van Argonne.

Ik mocht die zes maanden ballingschap onderbreken voor twee stages van tien dagen in het kamp van Soumiat vlakbij Sainte-Menehould om me te perfectioneren in de kunst van de ballistiek. Mijn lessen hielden in dat ik papier op de schietschijven moest plakken en die naar de schietbaan brengen.

Op 16 november 1917 verspreidde zich het gerucht van de ontbinding van het regiment en op 19 november verliet onze groep met de laatste manschappen van het 296e regiment La Harazée waar we zes maanden zo rustig hadden doorgebracht en aar we graag zouden zijn gebleven tot het eind van de oorlog. Maar we moesten vertrekken om nieuwe omzwervingen te maken.

Barthas en zijn kameraden worden dan opgenomen in het 248e regiment. Op 28 december 1917 krijgt Louis Barthas nog eens het genoegen om op verlof te gaan en zijn familie te bezoeken in Peyriac.

classical-realism-french-posters

Op 14 januari 1918 staat hij terug ontmoedigd op het station van Peyriac om naar zijn nieuwe regiment te gaan. Met zijn kameraden trekt hij dan naar Petites-Islettes waar ze aansluiten bij artilleristen die hun bivak in een woud hebben.

Onze leerschool als houthakker liep ten einde. Het 248e regiment moest terug naar de linies en op 21 februari 1918 vertrokken we na het avondeten weer naar de 18e compagnie in het ravijn van Meurissons. Een legerwagen bracht de ransels. Ik had het geluk dat ik werd aangewezen om de chauffeur te begeleiden omdat hij de weg niet kende. De anderen moesten over binnenwegen marcheren.

bron : Louis Barthas, oorlogsdagboeken 1914-1918, vertaald door Dirk Lambrechts, uitgeverij Bas Lubberhuizen.

 

 

Unternehmen Faustschlag

De Duitse afgevaardigden die in Brest-Litovsk over een vredesverdrag gepraat hebben met de bolsjewisten sinds de overeenkomst voor een wapenstilstand in december 1917, hervatten de vijandelijkheden op 18 februari 1918. Ze sturen hun troepen verder oostwaarts de Oekraïne in en naar de Russische hoofdstad Petrograd.

De Duitsers raken steeds meer geïrriteerd door de vertragingstactieken van de bolsjewisten. Bovendien willen ze tot een overeenkomst komen om hun troepen op het oostfront vrij te maken voor het westfront. De bolsjewisten beschikken over de troepen noch de middelen om de hernieuwde aanval te blokkeren.

Intussen blijkt ook in Klein-Azië de wapenstilstand voorbij te zijn. Ottomaanse troepen rukken op richting Kaukasus, terwijl de Russen zich terugtrekken.

bronnen
Ian Westwell, 1914-1918 de eerste wereldoorlog dag na dag, Deltas
https://www.vrt.be/vrtnws/nl/drafts/Wetenschap/100-jaar-geleden–duitsers-opnieuw-in-de-aanval-tegen-de-russen/

UnternehmenFaustschlag_01

Belgische klokken opgeëist

Op tal van plaatsen willen de Duitsers rond 20 februari 1918 beslag leggen op klokken en orgelpijpen, interessante materialen om te verwerken tot oorlogstuig. De geestelijken, met op kop kardinaal Mercier, protesteren hevig. Hem was trouwens gevraagd een lijst van alle klokken en orgels over te maken aan de bezetter.

Uiteindelijk kunnen Belgische geestelijken via de Duitse kardinalen een beroep doen op de Duitse keizer, die de opdracht geeft deze maatregel in te trekken.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Hamburg-Glockenlager-im-Freihafen

 

een bravourestukje van Willy Coppens

Willy Coppens, de grootste Belgische militaire vliegenier, maakt op 18 februari 1918 een rondvlucht over zijn ouderlijk huis in Brussel. Hij groet zijn familie door met zijn vleugels te schudden. De buren juichen hem toe.

Dit bravourestukje is natuurlijk niet de voornaamste oorlogsdaad van de befaamde vliegenier. Bij het begin van de oorlog wordt hem de toegang ontzegd tot de Compagnie des Aviateurs. Hij haalt dan maar op eigen kracht een vliegbrevet en raakt ook waar hij zijn wil : bij het eerste smaldeel. De blauwe kleur van zijn HD1 levert hem de bijnaam Blauwe Duivel op.

Het neerhalen van Duitse observatieballons wordt zijn specialiteit. Hij schrijft er zelfs 34 op zijn conto. Zijn laatste ballon treft hij op 14 oktober 1918. Zwaar vijandelijk vuur verbrijzelt zijn linkerbeen. Hij slaagt erin te landen achter het front, waar zijn been geamputeerd wordt.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

WillyCoppens_1918

 

bange nacht voor Joris Van Severen

Op voorpost A5 beleeft Joris Van Severen op 17 februari 1918 weer een bange en koude nacht.

’s Nachts worden ik en mijn mannen fel beschoten en we hebben alleen enige zakjes om ons te vrijwaren. Enige minuten helleleven. Ik bid fel en God beschermt ons. Wij hebben geen gekwetsten.

En heel de nacht staan wij daar te bibberen van koude want het vriest. Dat snorren en janken van de Duitse obussen is benauwend en hun stank van zwavel en carbuur nijpt de keel toe. Maar ik blijf toch vol moed. Tijdens de dag weer enige obussen naar onze posten. Ik slaap rustig voort, kome wat moet.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Onderstaande tekening heb ik via google gevonden en komt waarschijnlijk it een stripreeks. Zie ook http://www.corsicainfurmazione.org/grande-guerre-cent-ans-apres/2017

Abris_GrandeGuerre

Gaston Le Roy weer in de frontlijn

Gaston Le Roy noteert het volgende in zijn dagboek :

16 februari 1918 : Ramskapelle. Het is alweer een tijd geleden dat we nog in de eerste lijn waren. Gedreven door nieuwsgierigheid en uit op nieuwe sensaties trek ik er met blij gemoed heen. Van Booitshoeke tot aan de voorpost lopen we op vlonders, het is om duizelig te worden.

Ramskapelle is één ruïne. Van aan het onherkenbare station strekt zich zover het oog reikt het water uit. Alleen een loopbruggetje leidt over dit kunstmatige meer naar de voorposten. Het vriest stevig en de nacht is helder verlicht door een kwartmaan. We brengen de nacht door rond een houtvuur, steeds stampvoetend, soms bradend vooraan en bevriezend achteraan.

18 februari 1918 : Een lachend zonnetje vrolijkt ons gemoed op. Aan de toegang tot de schuilplaats is het lekker goed. Prachtige lijn, sterk verdedigd en gerieflijke schuilplaatsen.
In de verte vertoont Nieuwpoort een indrukwekkend zicht van verwoestingen. De overeind gebleven muren zijn als kantwerk zo eigenaardig afgebrokkeld. Ik breng de nacht door op de voorpost en heb onbeschrijflijke ijskoude voeten.

bron : André Gysel, Gaston Le Roy – dagboek van een Vlaamse oorlogsvrijwilliger , Lannoo

Het schilderij hieronder is van André Lynen, kunstschilder en oorlogsvrijwilliger.

AndréLynen_Ramscappelle

Raoul Snoeck adjudant

Raoul Snoeck noteert goed nieuws op 14 februari 1918 :

Ik word tot adjudant benoemd. Niet dat ik eerzuchtig ben maar dankzij de bevordering zal ik toch verlost zijn van voorraadzak en geweer. het is gewoonweg erg praktisch als je enkel een sabel moet dragen. Als adjudant mag je de rugzak op de wagen of op het Decauvilletreintje plaatsen.

Mijn legerzak heeft stijl. Van boven liggen mijn deken en rubbermantel. In het midden steekt keukengerei. Binnenin : ondergoed, sigaretten, chocolade, suiker, koffie, boter, kaas, schrijfpapier, een woordenboek en reservelevensmiddelen. Het geheel weegt om en bij de 30 kilo. Je kunt je voorstellen dat ik gelukkig ben die ballast niet meer achter me aan te slepen.

bron : Raoul Snoeck, in de modderbrij van de Ijzervallei, uit het Frans vertaald door André Gysel, Snoeck-Ducaju en zoon

Op de foto staat een Decauvillespoor afgebeeld.

Decauville_1918_02

 

sergeant Stubby

Op 5 februari 1918 ging hij de loopgraven van de Chemin des Dames in, ten noorden van Soissons. Hij lag meer dan een maand dag en nacht onder vuur. De herrie en stress die een aanslag vormden op de zenuwen van vele van zijn kameraden, tastten Stubby’s stemming niet aan. Zeker was hij zich bewust van het gevaar. Zijn boze gehuil als de slag voortduurde en zijn razende geblaf terwijl hij van de ene kant van de loopgraven naar de andere rende, toonden dat wel aan. Maar hij scheen te weten dat de grootste verdienste die hij kon leveren, het brengen van troost en vrolijkheid was.

Zo begint in 1926 het in memoriam voor sergeant Stubby, de meest gedecoreerde hond van de eerste wereldoorlog. Stubby (Stompje), zo genoemd vanwege zijn staartje, is uit de VS meegemsokkeld door korporaal Robert Conroy. Stubby verblijft de rest van de oorlog bij zijn baasje, hoewel de hond meerdere malen gewond raakt door granaatscherven en bij gasaanvallen. Hij is zo geliefd dat hij in het ziekenhuis van het Rode Kruis bijna als een mens behandeld wordt. Stubby treedt op als verzorgingshond die het slagveld afzoekt naar gewonde soldaten om hun troost te bieden, dan wel om de hospikken te waarschuwen. Na de bevrijding van Château-Thierry maken de vrouwen van de stad speciaal voor hem een geitenleren dekje, waar zijn medailles en lintjes aanhingen.

bron : Roel Tanja, een korte geschiedenis van de eerste wereldoorlog, BBNC uitgevers

SergeantStubby_1918