Uit het dagboek van Joris Van Severen

5 juni 1918 

Van 1u30 tot 3u ’s morgens zijn we buiten hevig gebombardeerd op al onze voorposten. Ik ben vol slijk besmeurd door het openspringen van de obussen rond mij. De dood weer in de ogen gezien. Dan aanval op mijn vooruitgeschoven schildwachten. Ze pakken er drie mee.

Later met de majoor op ronde vinden we twee Duitsers, onder wie een klein jong ventje van 18 jaar, blootsvoets, en dat er amper 16 uitziet, mooie, klare, zuivere blauwe ogen, lichtblond haar. Twee lompe dwaze ruweriken van onze soldaten waren er wild op los gesprongen en ‘ ventje meende dat zijn laatste uur daar was. Nooit heb ik zo heel en al een mens zien rillen en beven en smeken om leven, nooit zo diep in de menselijke schamelheid gekeken. Ik heb me echt moeten weerhouden om het jongetje niet te omarmen. Ik voel me zo spontaan en edelzuiver zijn broeder in all echtheid. Dwaze, lelijke, afschuwelijke oorlog. Prachtige, serene emotie, een der schoonste in mijn leven.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

JongeDuitseKrijgsgevangenen_191807

bange nacht voor Joris Van Severen

Op voorpost A5 beleeft Joris Van Severen op 17 februari 1918 weer een bange en koude nacht.

’s Nachts worden ik en mijn mannen fel beschoten en we hebben alleen enige zakjes om ons te vrijwaren. Enige minuten helleleven. Ik bid fel en God beschermt ons. Wij hebben geen gekwetsten.

En heel de nacht staan wij daar te bibberen van koude want het vriest. Dat snorren en janken van de Duitse obussen is benauwend en hun stank van zwavel en carbuur nijpt de keel toe. Maar ik blijf toch vol moed. Tijdens de dag weer enige obussen naar onze posten. Ik slaap rustig voort, kome wat moet.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Onderstaande tekening heb ik via google gevonden en komt waarschijnlijk it een stripreeks. Zie ook http://www.corsicainfurmazione.org/grande-guerre-cent-ans-apres/2017

Abris_GrandeGuerre

Dromen van revolte

Soldaten en oversten zijn niet altijd de beste vrienden, een van hen lijkt wel een Duitser, zo lezen we op 2 augustus 1916 in het dagboek van Joris Van Severen.

Loopgraven in hete, felblakerende zon. Bommenbombardement. Afgrijselijk schouwspel van bloedige mensenrompen die rochelen. Ik voel me vol opstand, wilde volle opstand. A quo bon ?

’s Namiddags komt onze schandalige echt-Duitse harteloze kolonel Defever ons een brutale scène maken over zaken, plankjes en zonbeschutsel. Ik antwoord en dan kwam het natuurlijk :” Et d’abord commencez  par vous taire.”. Dan begon de zinloze, compleet zinloze schreeuwerigheid van die arrrivist en van die verderfelijke in zijn volle pracht. Revolte ! Revolte ! Eens breken we de nek van al die kerels. ik smacht daarom naar het einde.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Tardi_PutaindeGuerre.png