Hasselt verliest een wetenschapper

In het ziekenhuis van Calais begeeft de gezondheid van Louis Stappers het helemaal en hij overlijdt op 30 december 1916. Hoewel pas 33 jaar oud is hij al een vooraanstaand wetenschapper.

De jongeman uit Hasselt heeft dan reeds twee belangrijke expedities achter de rug. In 1907 maakt hij met poolreiziger Adrien de Gerlache een reis door de Noordelijke Ijszee waar hij biologisch onderzoek doet. In 1911 stelt het ministerie van Koloniën hem aan als zendingshoofd van een expeditie die als opdracht heeft de levensvoorwaarden in de Congolese wateren te onderzoeken.

Bij het uitbreken van de oorlog zet Stappers zijn wetenschappelijke studies stop en neemt dienst als militair geneesheer. Zijn in Congo al aangetaste gezondheid is niet bestand tegen het leven achter de Ijzer, hij wordt ziek en moet het front verlaten. De verzorging in Calais kan niet meer baten.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

LouisStappers.jpg

Oostenrijk-Hongarije verliest zijn keizer

Op 21 november 1916 overlijdt  Franz Joseph I, keizer van Oostenrijk-Hongarije, op 86-jarige leeftijd in het slot Schönbrunn. Hij was al op 18-jarige leeftijd aan de macht sinds 1848. Zijn huwelijk met Elisabeth van Beieren is vooral gekend door de filmreeks “Sissi”. Zijn latere leven was veel minder rooskleurig als deze films tonen. In 1889 sterft zijn oudste zoon, kroonprins Rudolf, door zelfmoord. In 1898 wordt keizerin Elisabeth vermoord door een Italiaanse anarchist. Er zijn nog andere dramatische sterfgevallen in zijn directe familie, maar de meest dramatische is wel de moord in 1914 op troonopvolger Franz Ferdinand in Sarajewo. Die moord is de rechtstreekse aanleiding tot de eerste wereldoorlog.

Het keizerrijk Oostenrijk-Hongarije zou zijn keizer geen 2 jaar langer overleven.

bron : https://nl.wikipedia.org/wiki/Frans_Jozef_I_van_Oostenrijk

franzjoseph_19161121

Oswald Boelcke sneuvelt

Oswald Bölcke was de zoon van een Duitse onderwijzer die in Argentinië lesgaf. Vandaar dat Oswald en zijn broer Wilhelm hun naam consequent op de Latijnse wijze schreven : Boelcke. Oswald was al voor de oorlog aan een officiersopleiding begonnen, maar in de zomer van 1914 ging hij over naar de Fliegertruppe. Op 15 augustus 1914 haalde hij zijn vliegexamen. Samen met Wilhelm vloog hij 50 missies, waarna zij het Ijzeren Kruis tweede klasse kregen. Maar dit succesvolle duo wekte antipathie op bij andere vliegeniers en vandaar dat Oswald naar de Fliegerabteilung 62 overging en jachtpiloot werd.

Oswald_Boelcke_(ca._1916).jpgIn juli 1915 kregen Boelcke en Max Immelmann de nieuwe Fokker E1 om mee te vliegen. Het was het begin van de Fokker-eenzitters met het Parabellum-machinegeweer waarmee gesynchroniseerd door de propellors heen geschoten kan worden. Wat volgende was een periode die de Fokker-gesel genoemd werd : maandenlang heerste er een strijd wie de meeste tegenstanders had neergehaald, Boelcke of Immelmann. Boelcke werd de eerste Ueberkanone nadat hij op 12 maart 1915 zijn tiende vliegtuig neerschoot.

Op 18 juni 1916 is de strijd tussen Boelcke en Immelmann gestreden als Immelmann, die met 17-18 achterstaat, gedood wordt. Keizer Wilhelm houdt daarna Boelcke, de grootste Duitse held van dat moment, aan de grond en stuurt hem op tournee door de Balkan, Bulgarije en Turkije. In die tijd schrijft Oswald ook zijn Dicta Boelcke, het handboek dat de leidraad wordt voor alle succesvolle Duitse jachtpiloten. Boelcke mag zijn eigen eskader samenstellen, de Jasta 2 (Jagdstaffel 2), met onder meer Manfred von Richthofen en Erwin Böhme. De overwinningen rijgen zich aaneen, het totaal van Boelcke zal tot 40 reiken.

Maar op 28 oktober 1916 gaat het mis. na zijn zesde opstijging van die dag zit zijn veiligheidsgordel niet goed. Tijdens het luchtgevecht wordt zijn vleugel geraakt door Böhmes vliegtuig, maar Boelcke weet zijn toestel, een Albatros D.II toch relatief netjes aan de grond te zetten. Vanwege zijn losse riem en het feit dat hij nooit een helm draagt tijdens het vliegen, wordt toch het levenloze vliegtuig van de 25-jarige Boelcke uit het vliegtuig gehaald.

Erwin Böhme, die zich schuldig voelt aan de dood van Boelcke, kan nog net weerhouden worden van zelfmoord. Het Britse Royal Flying Corps dropt een dag later een krans bij Jasta 2 waarop staat :”Ter herinnering aan kapitein Boelcke, een dappere en ridderlijke tegenstander”.

bron : Roel Tanja, een korte geschiedenis van de eerste wereldoorlog, BBNC uitgevers

 

Berthe van Brussel

De Duitse artillerist Herbert Sulzbach kan eind september 1916 samen met luitenant Schellenberg naar Brussel. Ze reizen via Saint-Quentin (Fr) via Mons en Braine-le-Comte en komen aan in de Belgische hoofdstad.

Ik moet deze kleine uitstap in detail beschrijven want deze dagen vormen een enorm contrast met het dagelijkse leven aan het front. Hier voel je je volop leven, terwijl de dood alomtegenwoordig is in de eerste linies. Mijn kamer met een wit, zacht bed is de meest heerlijke plaats die je je kan inbeelden, vergeleken met de modderige schuilplaatsen in de loopgraven. In het restaurant kunnen we genieten van een goed maal, omgeven door muziek en overal rondom ons zien we vrouwen. ’s Avonds gaan we naar de danscafé’s en dit  leven is bijzonder aangenaam. De mensen moeten het ons maar niet kwalijk nemen, net zo min als ik het erg vind dat ze zich aan het thuisfront ook nog aangenaam maken. Je weet immers maar nooit of je nog terug komt om er weer van te genieten.

(…)

De stad zelf, die ik in 1912 al eerder bezocht, vind ik heel aangenaam : het stadhuis, de kathedraal van Sint-Goedele en de Beurs zijn bewonderenswaardig. Ik ontmoet heel wat mensen op die korte verloven. ’s Avonds in het restaurant dineer ik met een aangename Belgische dame. Eindelijk weer praten met een intelligente dame, hoe lang heb ik dat niet gemist. Afscheid nemen van Brussel was bijzonder hard, juist omwille van die dame : Berthe was haar naam. Er zijn mensen waarmee je direct vriendschap kan sluiten in een paar uur en waarmee je je zo eigen voelt alsof je ze al jaren kent. Belgische burgers behandelen ons Duitsers doorgaans zeer afstandelijk. (…)

Op de terugweg hielden we een uur halt in Namen en ik wandelde door de stad en bezocht de plaatsen waar ik in 1914 gelegerd was. Op de terugweg naar het front was de spoorlijn geblokkeerd door troepentransporten : grote troepenbewegingen van en naar de Somme, compagnieën soldaten die gevechtsmoe waren en ongelooflijk smerig.

bron : Herbert Sulzbach, with the german guns, Pen & Sword military

DuitseSoldaten_Schaarbeek.jpg

val van Silistra

Een Duits legerbericht maakt op 10 september 1916 melding van de inname van de stad Silistra (Roemeens  Dârstor). De val van Silistra komt enkele dagen na het verlies van de vesting in Tutrakan (Roemeens Turtucaia). Deze vesting was tussen 1913 en 1916 met de hulp van Belgische ingenieurs nog versterkt. Maar de Bulgaarse troepen waren te sterk voor de Roemeense en Russische verdedigers.

Silistra, een havenstad op de Donau, hoort bij Roemenië, maar komt opnieuw in Bulgaarse handen als Roemenië zich overgeeft aan de Centralen. Een eeuw later ligt de stad nog steeds in het noordoosten van Bulgarije.

bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
http://www.bulgarianartillery.it/Bulgarian%20Artillery%201/Testi/T_Romanian%20fortifications%20Dobrudja.htm

turtucaia.jpg

gevechten bij Tutrakan / Turtucaia

 

Kresten Andresen is vermist aan de Somme

Kresten Andresen is een Deenstalige soldaat in Duits uniform. Als inwoner van Sleeswijk-Holstein draagt hij de gevolgen van een andere oorlog, de 2e Deens-Duitse oorlog van 1864, en wordt hij dus als Duitser beschouwd en in 1914 opgeroepen. Uit zijn brieven en dagboek blijkt duidelijk dat hij zich helemaal niet betrokken voelt bij deze oorlog voor het Duitse keizerrijk. Ieder bericht over vrede begroet hij met geestdrift en het liefst van al doet hij karweitjes achter de linies waar het rustig is.

Maar als de slag om de Somme woedt, bevindt Kresten zich in het strijdgewoel. Op 5 augustus 1916 schrijft hij onderstaande brief naar zijn ouders. Op 8 augustus 1916 gaat hij naar de eerste linies en geraakt vermist.

Ablincourt de 5e augustus 1916

Lieve ouders,

op dit ogenblik zit ik ver achter het front – dwz Ik lig op mijn buik in het gras en schrijf u. We hebben hier al moeilijke dagen beleegd. Ik ben zelf nooit in contact geweest met de Britten zelf, maar des te meer met hun artillerie, en het was absoluut verschrikkelijk. Nooit heb ik een erger bombardement meegemaakt. We zitten in een smalle loopgraaf in de derde linie en ’s nachts voeren we herstellingswerken uit. Toen het bombardement begon rond 10u30, klonk het als een woedend gebrul van duizend monsters. De aarde beefde en schudde, aarde, steen en rook mengden zich met mekaar. Dekking hebben we niet, we kruipen tegen een muur, de stalen helm ingedrukt over de oren. Het hart klopt je in de keel als de ene na de andere harde ontploffing volgt. Als het wat rustiger wordt, hoor ik een soldaat roepen om schoppen, drie van zijn kameraden zijn levend begraven. Een aantal soldaten begint te graven en ze slagen erin de drie levend onder de aarde te halen. Onder hen is ook Ebsen van Nybøl.
Momenteel bekomen we van het zware bombardement en lijkt het me enkel een nachtmerrie te zijn.
Veel hartelijke groeten van uw toegewijde zoon, Kresten

Kresten_Andresen_i_Uniform

Korporaal Ware sneuvelt

SidneyWilliamWareKorporaal Sidney William Ware, een militair in hart en nieren, overlijdt op 16 april 1916 in Mesopotamië (Irak). In 1911 vervoegde hij het Britse leger in India, bij het begin van de oorlog moest hij naar Frankrijk en later vocht hij in Mesopotamië.

Tien dagen voor zijn dood verdient hij het Victoria Cross, de hoogste Britse militaire onderscheiding. Hij is een van de weinige niet-gewonde militairen in zijn eenheid en draagt een gewonde medesoldaat naar een veiligere plek 200 meter verderop. De volgende twee uur draagt hij de ene na de andere gewonde soldaat uit de vuurlinie naar een beschutte omgeving.

Vier dagen later wordt hij zelf zwaargewond en naar het hospitaal gebracht waar hij overlijdt.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Portugal in oorlog met Duitsland

Nadat Portugal aan Duitsland twee weken geleden de toegang tot zijn havens ontzegde, verklaart Duitsland de jonge republiek (gesticht in 1910) de oorlog op 9 maart 1916.

Duitsland en Portugal bevechten elkaar op zee (80 Portugese schepen gezonken) in Europa (Portugezen strijden mee met Fransen en Britten) en in de kolonies. In meerdere Portugese kolonies port Duitsland de onrust aan om te beletten dat Portugal koloniale of eigen troepen naar het front zendt.

Portugese troepen vechten onder meer in Frans-Vlaanderen, bij de verdediging van het oorlogsfront tussen de Leie en het kanaal La Bassée en in het gebied tussen Festubert en Laventie. Tijdens de hele oorlog sneuvelen er meer dan 8000 Portugese soldaten. Territoriaal gezien krijgt Portugal een kleine toevoeging : de havenstad Kionga, in Duits Oost-Afrika, wordt bij Mozambique gevoegd.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

portugal_na_guerra

Duits expressionisme in de rouw

Franz Marc (München 8 februari 1880-Verdun 4 maart 1916) sneuvelt tijdens een verkenning te paard nabij Verdun. Daarmee verliest het Duits expressionisme een van zijn schilders.

Franz Marc wordt in 1900 student aan de Münchener Kunstakademie. De ontmoeting met August Macke in 1910 zorgt ervoor dat hij lid wordt van de Neue Künstlervereinigung München. In 1911 ontmoet hij Wassily Kandinsky met wie hij Der Blaue Reiter opricht.

In 1914 bij het uitbreken van de oorlog meldt hij zich als vrijwilliger. Hij wordt aan het werk gezet als camoufleur. Bedoeling is dat hij camouflagedoeken maakt waaronder de Duitse artillerie kan schuilen om aan het zicht van verkenningsvliegtuigen en -ballonnen onttrokken te worden. Franz Marc laat zich daarbij inspireren door Kandinsky. Over zijn werk schrijft hij in een brief het volgende :

Ik bevond me op een grote hooizolder (een hele mooie atelier) en ik schilderde negen “Kandinsky’s” op tentcanvas. Dit proces heeft een zeer nuttig doel : artillerieposities onzichtbaar maken voor verkenningsvliegtuigen en luchtfotografie door hen te bedekken met zeildoeken beschilderd in pointillistische stijl en in lijn met de kleuren van natuurlijke camouflage (..). Het schilderen moet ervoor zorgen dat onze aanwezigheid voldoende wazig en vervormd is zodat het onherkenbaar wordt. De divisie gaat ons een vliegtuig geven om te experimenteren met luchtfotografie om te zien hoe het eruit ziet vanuit de lucht. Ik ben echt nieuwsgierig om te zien wat het effect is van een Kandinsky bekeken vanaf 2000 meter hoogte

bronnen
http://www.verdun-meuse.fr/index.php?qs=fr/ressources/dessin-du-mois—mai-2012—franz-marc
http://roadstothegreatwar-ww1.blogspot.be/2016/01/franz-marc-kandinsky-and-camouflage.html

FranzMarc

 

recyclage van aardappelschillen in Gent

aardappelschilIn haar oorlogsdagboeken schrijft Virginie Loveling op 9 januari 1916 hoe in Gent zelfs de aardappelschillen gerecycleerd worden. Het comité dat zich daarmee bezighoudt, kwam tot stand tijdens de winter 1915-1916. Regelmatig gaan de leden rond met een korf om de schillen in te zamlelen. Die worden vervolgens gedroogd en gemalen tot meel dat ze verkopen aan landbouwers, die het mengen onder de dierenvoeding. De geboekte winst dient om krijgsgevangenen te steunen. Sommige mensen vertellen dat het meel ook gebruikt wordt in brood.

Virginie Loveling vormde met haar in 1875 overleden zus Rosalie een schrijversduo dat zorgde voor een eigen inbreng in de Nederlandstalige literatuur. Na Rosalies dood schreef Virginie alleen verder.

bron
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfons