Op één dag keldert een Duitse onderzeeër maar liefst zeven Nederlandse schepen. Allemaal liggen ze in de haven van het Britse Falmouth te wachten op toestemming om uit te varen. Die komt er in de vroege ochtend van 22 februari 1917 met als bijkomende opdracht bij elkaar te blijven tot aan de grens van de gevaarlijke zone bij 20° westerlengte.
In de vooravond houdt het konvooi even halt om schipbreukelingen van een Noors schip aan boord te nemen. Plots duikt een Duitse onderzeeër op, die eerst een paar waarschuwingsschoten lost en dan de bemanningen beveelt om hun schepen binnen de vijf minuten te verlaten. Enkele schepen worden getorpedeerd, op andere worden bommen geplaatst die na enige tijd ontploffen. Eén schip blijft drijven en arriveert zwaar beschadigd terug in de haven.
De afbeelding hieronder is van een schilderij van Claus Bergen.
bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds







Leon Van Hecke uit Tielt, buurjongen van Joris Lannoo in de Ieperstraat, vlucht op 13 oktober 1914 naar het zuiden van Frankrijk. Daar krijgt hij op 1 juli 1916 de oproep voor zijn legerdienst. Op 13 februari 1917 komt hij terecht bij de grenadiers aan het front in de sector Boezinge. De dag erna sneuvelt Leon door de kogel van een Duitse sluipschutter. Joris Lannoo schrijft een in memoriam in het Gazetje van Tielt van juli 1917.
Op 13 februari 1917 arresteert de Parijse politie Margaretha Geertruida Zelle, een Nederlandse die beter bekend is onder de naam Mata Hari. Waarschijnlijk heeft deze exotische danseres in Den Haag haar eerste contacten met de Duitse inlichtingendienst. In 1916 verhuist ze naar Frankrijk, waar ze na enige tijd ook haar diensten aanbiedt aan de Franse inlichtingendienst. De Britse politie houdt haar al enige tijd in het oog. Als de politiediensten denken voldoende bewijsmateriaal tegen haar te hebben, wordt ze gearresteerd. Op 24 juli 1917 hoort Mata Hari haar gerechtelijk vonnis.