Oproer in Petrograd

Op 10 maart 1917 breidt de staking in Petrograd zich uit en de demonstraties worden gewelddadig. Tsaar Nicolas II geeft het bevel om ze met geweld te onderdrukken. Demonstranten vechten met de politie en proberen de soldaten te overtuigen om hun kant te kiezen. Bij de Kazankathedraal zijn Kozakken ingezet. Als een meisje uit de massa met een boeket rode bloemen naar voren kolmt, wordt ze niet beschoten maar neem de officier van de Kozakken de bloemen aan. Soldaten weigeren op de menigte te vuren en schieten in de lucht. Een grote groep soldaten sluit zich aan bij de demonstranten.

bron : Knack Historia, 1917 – de Russische revolutie

Petrograd1917_02

Duel met de Möwe

Vroeg in de ochtend van 10 maart 1917 bemerkt de Möwe op de Atlantische oceaan het stoomschip Esmeralda, dat op weg is naar Baltimore (VS) met een lading goederen. Het Duitse schip is gespecialiseerd in het aanvallen van koopvaardijschepen maar is ook actief als mijnenlegger. De bemanning van de Esmeralda wordt van boord gehaald en het schip tot zinken gebracht met explosieven.

Op dat ogenblik duikt het Nieuw-Zeelandse schip Otaki op. ter verdediging heeft het één 4.7 inch-kanon aan boord. De Otaki treft meermaals doel vooraleer de Duitsers in een goede schietpositie komen. Maar dan volgt ook meteen een voltreffer : na een gevecht van iets meer dan een kwartier kapseist de Nieuw-Zeelander en zinkt. De zwaar gehavende Möwe kan nog zijn thuisbasis bereiken.

Na de oorlog wordt Archibald Smith, de kapitein van het Nieuw-Zeelandse schip postuum bevorderd tot (tijdelijk) luitenant van de Royal Naval Reserve. Die bevordering is nodig om hem het hoog gewaardeerde Victoria Cross te kunnen schenken. Die onderscheiding is immers alleen bedoeld voor militairen.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

SS_Otaki_sinking1917.jpg

in de hulppost van Lettenburg

Dokter Maurice Lievens is van wacht in de hulppost van Lettenburg en noteert het volgende in zijn dagboek.

6-3-1917 : Grote Wacht Noord, rustig en kalm. ’s Avonds ben ik van dienst in de divisiehulppost van Lettenburg. Ik verzorg één gewonde : Oswald Gruwer van het 2e Jagers te paard.

7-3-1917 : François Pauwels van Aalst, 7e linieregiment, kogel in de voorarm.

8-3-1917 : Jozef Verlinden van de Gidsen, kogel in de linkervoorarm.

9-3-1917 : Adolf De Dobbelaere van het 7e linieregiment : wonde aan de wang en de linkerschouder. F. Lievens van Olen : wonde aan het hoofd met schedelschade door een kogel. Beiden komen uit de Dodengang. Lievens sterft in mijn medische post.

10-3-1917 : Louis Lagneau van de P.P.G. (kleine loerpost). Grote Wacht Zuid : omgekomen door granaatscherf in de hartstreek. Adhémar Bocke, eerste sergeant-majoor van het 7e linieregiment : diepe wonde in de borst rechts. Henri Cokaïko, kapitein van het 7e linieregiment : diepe wonde in de borst, kogel in de onderbuik. Ernest Boelen, sergeant bij de Genie : kogel doorheen de borst, verlamming van de onderste ledematen. Ik heb hem naar het hospitaal van Cabourg gestuurd.

bron : André Gysel, Dokter Lievens – dagboek van een arts, Lannoo

Lettenburg1917

 

Februarirevolutie in maart

Internationale vrouwendag 1917. Grote groepen vrouwen betogen op 8 maart 1917 in Sint-Petersburg voor gelijke rechten. In de buitenwijk Vyborg betogen arbeidsters op hetzelfde moment tegen het tekort aan brood. De mannen uit de naburige staalfabrieken staken mee en de groep demonstranten groeit aan tot meer dan 100.000. Als ze naar het centrum van de stad willen, dringt de politie hen terug. Duizenden betogers lopen over de bevroren rivier tot bij de vrouwelijke betogers op de Nevski Prospekt. De overheid stuurt meer politie en bereden Kozakken af op de massa, maar de Kozakken keren zich om als ze zien dat ze tegenover vrouwen staan. Er worden ook leuzen tegen de tsaar geroepen.

De februarirevolutie in Rusland vindt voor ons plaats in maart omdat Rusland nog de oude Juliaanse kalender volgt. In west-Europa is de Gregoriaanse kalender ingevoerd waardoor de Russen 13 dagen achterlopen op onze kalender.

bron : Knack Historia – 1917 – De Russische Revolutie

Petrograd1917_01

een spoor van Martinus Evers in Maaseik

Mijn grootvader Martinus Evers heeft geen dagboek nagelaten. Er is enkel een officieel document van het Belgisch leger waarin de datum en plaats van inlijving vermeld staat. Er is ook een foto genomen in april 1916 in Auvours, Frankrijk.

Omdat ik weet dat Martinus Evers lid was van het 23e linieregiment, is iedere vermelding van dit regiment tevens een spoor van mijn grootvader. Zo heb ik al een boek gekocht over het leven van Jeroom Leuridan, omdat die in het 23e linie heeft gediend. Maar dit boek gaat maar deels over de eerste wereldoorlog en is daarom naar mijn gevoel te beperkt.

In het boek van Siegfried Debaeke, het drama van de Dodengang, vond ik een verwijzing naar het dagboek van François Janssen uit Rekem die in het 23e linieregiment heeft gediend. Het boek was uitgegeven in eigen beheer in 1968. Via Google vond ik dat dit boek in de bibliotheek van Maaseik te vinden was. En op zaterdag 4 maart 2017 ben ik dit dagboek gaan halen. Hiermee ga ik weer wat meer leren over het 23e linieregiment en dus over Martinus Evers.

bibmaaseik

Berging van een gesneuvelde

Dokter Lievens noteert op 3 maart 1917 het volgende in zijn dagboek.

ottodix_kadaverindeloopgravenIk ben van dienst in de hulppost Noord van de spoorlijn (DiksmuideNieuwpoort). ’s Avonds wordt dat Grote Wacht Noord tot morgenavond. Ze vragen me om in een
bootje mannen van de Genie te vergezellen. Ze willen het lijk van een Belgische soldaat bergen in de inundatie ten oosten van de school. Het is een prachtige maannacht. Onze boot glijdt snel over het rustige water en weldra zijn we ter plaatse.

Het is een luguber werkje.  Het lijkt valt uiteen en wordt met stukken en brokken in de boot gelegd. Aalmoezenier Cyrille bidt het De Profundis bij de stoffelijke resten van deze onbekende held, die vervolgens naar de spoorwegberm wordt getransporteerd.

bron : André  Gysel, dokter Lievens – dagboek van een arts, Lannoo

De tekening is van Otto Dix, Duits soldaat tijdens de eerste wereldoorlog en kunstenaar

 

gedwongen rust voor Herbert Sulzbach

Herbert Sulzbach brengt de maand februari 1917 bijna geheel door in een veldlazaret.

8 februari 1917 : mijn derde verjaardag aan het front. Ik heb een keelontsteking en ga naar het hospitaal via Saint-Quentin naar Le Cateau en Sains du Nord. Alle militaire hospitalen zijn opgedeeld in kleinere departementen. Ik voel me uiterst beroerd maar word goed verzorgd.

De eerste dagen zijn heel vervelend omdat ik in bed moet blijven liggen. Tegen eind februari mag ik voor de eerste keer uit bed. Ondertussen heb ik vriendschap gesloten met 2 andere patiënten in dezelfde zaal, allebei luitenanten van een artillerieregiment. Beetje bij beetje mogen we meer de zaal verlaten en ontspanning zoeken in de kantine of de filmzaal.

Tijdens mijn verblijf in het ziekenhuis krijg ik het Ijzeren Kruis 2e klasse waarvoor luitenant Reinhardt me in december 1914 had aanbevolen.

bron : Herbert Sulzbach, with the German guns, Pen & Sword military

feldlazarett

Victoria Cross voor William MacFadzean

Op Buckingham Palace schenkt de Britse koningin op 28 februari 1917 het Victoria Cross aan de vader van William MacFadzean voor de zeer uitzonderlijke moed die zijn zoon betoonde. William is de eerste Britse soldaat die meevocht tijdens de slag aan de Somme (1 juli – 18 november 1916) aan wie deze zeer hoge onderscheiding wordt toegekend.

De heldendaad van soldaat William MacFadzean vindt plaats op 1 juli 1916 rond 7 uur ’s williammcfadzeanochtends, een halfuurtje voor de Britten ten aanval trekken voor een maandenlange strijd die honderdduizenden slachtoffers zal eisen. Bij de 14th Royal Irish Rifles is William belast met de verdeling van de handgranaten.  Plots breekt een van de koorden om de kist met granaten. Als de kist op de grond openklapt, vallen er twee handgranaten uit, waarbij de veiligheidspinnen loskomen. Net als zijn collega’s weet William dat ze binnen enkele seconden ontploffen. Zonder aarzelen laat hij zich op de scherpgestelde granaten vallen, waardoor zijn lichaam de klap van de explosie opvangt. Slechts enkelen van zijn medesoldaten raken gewond.

bron : oorlosgkalender 2014-2018, Davidsfonds

Britten heroveren Kut el amara

De overgave van het Britse garnizoen van het belegerde Kut el amara is een zware klap voor de geallieerden. Maar in 1917 keren de krijgskansen.  Onder leiding van Frederick Maude vallen de Britten de Ottomaanse troepen aan op 23 februari 1917. Na een veldslag van 2 dagen ontsnappen de Ottomanen aan de omsingeling en trekken zich terug. Op 25 februari 1917 trekken Britse soldaten de stad Kut el amara binnen.

kutelamara_19170225

Unternehmen Alberich

Unternehmen Alberich

De Duitse troepen beginnen in februari 1917 hun terugtrekking naar de pas gebouwde defensie in de diepte van de Siegfriedlinie op ongeveer 32 kilometer achter het bestaande front dat tussen Arras en Soissons ligt. Tussen de oude frontlinie en hun nieuwe stellingen vernielen de Duitsers in een periode van 5 weken steden, dorpen en communicatielijnen. Ze kappen bossen en vergiftigen watervoorraden. Deze geheime actie is rond tegen 5 april 1917.

Het doel achter deze terugtrekking is het inkorten van de frontlinies met 40 kilometer. Daardoor kunnen de Duitsers divisies vrijmaken als reserve voor de geallieerde aanval die ze in 1917 verwachten. Het idee kwam al in oktober 1916 als de slag aan de Somme aan zijn laatste fase bezig is.

Over een afstand van 150 kilometer werken meer dan 26.000 krijgsgevangenen en 9.000 Belgische en Franse dwangarbeiders aan deze verdedigingslinie en gebruiken daarvoor 510.000 ton grind en steenslag, 110.000 ton cement, 20.000 ton rond staal en 12.500 ton prikkeldraad.

Ernst Jünger schrijft in zijn dagboek :

Tot aan de Hindenburglinie is elk dorp een puinhoop, elke boom wordt geveld, elke weg ondermijnd, elke waterput besmet, elke rivier afgedamd , elke kelder ondermijnd, elke rail losgeschroefd , elke telefoondraad stukgesneden, al het branbles brandbare verbrand, kortom, we hebben het land dat onze oprukkende vijand opwachtte, in een woestenij veranderd.

Herbert Sulzbach schrijft over deze tactische terugtrekking het volgende :

Midden maart starten we de geplande terugtrekking van Duitse troepen van de Ancre. Een briljant idee omdat het gebied van de Somme met al zijn granaattrechters een onmogelijk gebied zou zijn voor onze soldaten, alleen al op grond van de gezondheid. Ik vrees wel dat mijn geliefde Noyon in de vuurlinies terechtkomt en dat ik het niet meer ga terugzien.

bronnen
Ian Westwell, 1914-1918 – de eerste wereldoorlog dag na dag, Deltas
Herbert Sulzbach, with the German guns, Pen & Sword military
http://www.spiegel.de/einestages/unternehmen-alberich-im-ersten-weltkrieg-verbrannte-erde-in-frankreich-a-1133451.html

alberich-gebiet_1917