Estland onafhankelijk

Op 24 februari 1918 verklaart de republiek Estland zich onafhankelijk. Gezien de aanwezigheid van Duitse troepen is dat voorlopig vooral een papieren besluit. Oorspronkelijk was het de bedoeling die onafhankelijkheid uit te roepen op 21 februari 1918, maar dat werd uitgesteld tot de 23e toen de verklaring ook gedrukt was en publiekelijk werd voorgelezen in Pärnu.

De definitieve onafhankelijkheidsverklaring volgt op 24 februari als het document ook verspreid wordt in de hoofdstad Talinn. Natuurlijk erkent Duitsland die onafhankelijkheid niet maar enkele dagen na de wapenstilstand draagt het gedwongen de macht over aan de voorlopige Estse regering. Snel daarop volgt de invasie van de Russische bolsjewieken die leidt tot de Estse onafhankelijkheidsoorlog. De vrede van Tartu op 2 februari 1920 bezegeld de onafhankelijkheid definitief (tot de inval van de Sovjetunie in 1940).

Tallinn24Feb1918

Talinn op 24 februari 1918

 

 

koolraap op het menu in Brugge

Naarmate de oorlog langer duurt, wordt het voedseltekort nijpender. Men gaat op zoek naar vervangingsproducten : plantaardige olie in plaats van spek of smout, mosselen ter vervanging van vis.

De Brugse Stadsbode lanceert op 23 februari 1918 een campagne om koolraap aan te planten als alternatief voor aardappelen. Het eerste argument was niet meteen het beste :”Voor melkdieren vooral is koolraap een zeer gezocht voedsel.”. Voor de menselijke consument volgt dan een recept :”Voor lekkerbekken in oorlogstijd worden koolrapen opgediend met witte saus, zoals schorseneren en bloemkool.”. De auteur van het artilel vergat wel te melden dat er geen kaas voorhanden was voor die saus.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Koolraap

 

 

Minoterie zwaar onder vuur

Het 23e linieregiment, waartoe ook Martinus Evers behoort, is sinds de kerstperiode in de buurt van Diksmuide gelegerd. Meer details daarover lees je in dit bericht. In het dagboek van François Janssen eveneens van het 23e linieregiment, lezen we dat de soldaten van het 23e getuige zijn van een zwaar bombardement op de Duitse linies rondom de Minoterie in Diksmuide.

Op zekere dag kwam het bevel toe dat we tot op 300 meter de oever van de Ijzer moesten
ontruimen, dus vanaf de Minoterie tot achter de Ferme brûlée. Dan nog verder achteruit omdat er iets buitengewoons ging gebeuren en het was te voorzien dat de Duitsers geweldig zouden tegenbombarderen. Alles trok achteruit met al onze prullen en Jeannin vroeg me : “Zouden wij beiden hier blijven, er komen wat wil ?”. Hij wist ook niet wat er ging gebeuren doch hij wilde de laatste man zijn om te evacueren en de eerste man om eventueel in te grijpen.
We bleven in de tweede lijn waar een betonnen schuilkelder stond. Hier zullen we ons plat opleggen en we zullen met onze verrekiJker alles gade slaan. Eensklaps begon al ons geschut hevig te bombarderen alsook de Engelsen uit Kouseboom
 en de Fransen met hun geschut van 380 mm uit Oostkerke met daarbij de geblindeerde trein uit Avekapelle. Was me dat een lawaai alsof hemel en aarde zouden vergaan ! De eerste Franse obussen van 380 mm vielen vlak voor ons in de dijk van de Ijzer, dus in onze voorlijn. Andere volgden doch troffen doel in de Duitse lijnen : zakken, beton, planken, Duitsers, waterzuilen, dat alles ging als bij een wervelstorm meters hoog de lucht in.

Wij hielden ons sterk. Dan begonnen de Duitsers te antwoorden en ook onze voorlijn verdween gedeeltelijk, doch niets kwam tot bij ons of rond onze bunker. Toen gingen mijn gedachten naar Rekem. Konden mijn ouders dat eens zien, dit gedoe in ogenschouw nemen, dan konden zij ook eens oordelen over wat oorlog is en wat een verníeling er wordt veroorzaakt.

Na enkele uren was alles doodstil net als na een hevig onweer. “Kom,” zei Jeannin, “we  gaan hier niet blijven liggen doch trekken maar eens op verkenning. En door stukgeschoten loopgraven trachtten wij onze voorlijn te bereiken. Daar waar we vroeger ons hoofd niet durfden laten zien, waar we tot het kleinste plekje kenden, was alles vreemd en doorwoeld. Van onze Rodekruispost vonden we niets meer weer. Al de Duitse bunkers in de oostoever van de Ijzer waren stuk of scheef, sommige waren zelfs omgedraaid zodat de bewoners ervan de hardste dood gevonden hadden. Niets bleef meer over van de Duitse voorlinie; enkel de onverwoestbare Minoterie bleef nog overeind.

De tekening hieronder komt uit een stripverhaal van Jacques Tardi, De Grote Slachting.

bron : François Janssen, belevenissen aan het Ijzerfront

Tardi_GroteSlachting_p68

 

 

Duitsers vallen Estland binnen

Duitse troepen bezetten op 22 februari 1918 de stad Valga als onderdeel van hun campagne om Estland in te nemen. Deze actie maakt deel uit van het Duitse opzet om druk uit te oefenen op het nieuwe regime van de bolsjewieken in Rusland om het verdrag van Brest-Litovsk te ondertekenen. Tegen 4 maart 1918 is heel Estland onder Duitse controle.

Dat belet niet dat de Esten op 24 februari 1918 de onafhankelijkheid uitroepen. Alhoewel die onafhankelijkheidsverklaring vooral een papieren besluit is gezien de aanwezigheid van Duitse troepen, wordt deze datum toch beschouw als het begin van de onafhankelijkheid van Estland.

Pas op 19 november 1918 dragen de Duitsers de macht over, nu aan de voorlopige Estse regering. Nauwelijks negen dagen later begint Sovjet-Rusland een invasie.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
De foto komt van https://armoredcars-ww-one.blogspot.be/

Renault-Mgebrov-Armored-Car-Narva- Estland-March-4-1918

Jericho in Britse handen

Op 21 februari 1918 veroveren de Britten de belangrijke bijbelse stad Jericho, die verdedigd wordt door Ottomaanse troepen. De gevechten beginnen op 19 januari maar op 21 februari zien de bezetters dat hun linies doorboken worden. Ze besluiten zich terug te trekken eerder dan verder te vechten.

De inname van de stad onder leiding van de Britse generaal Edmund Allenby is vooral strategisch belangrijk. De geallieerden controleren nu zowel de weg naar de kust als die naar Jeruzalem terwijl ook de noordelijke punt van de Dode Zee bereikt wordt.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

5Feb1917ComblesFranceWWI

waar zit Louis Barthas ?

Tot mijn grote spijt ben ik de dagboeken van Louis Barthas wat uit het oog verloren. De reden is dat Barthas niet altijd duidelijke datums vermeld bij elk voorval, in tegenstelling tot Raoul Snoeck of Gaston Le Roy. Mijn laatste bericht over Barthas ging over de oprichting van de sovjet in zijn regiment. We zijn dan begin juni 1917. Daarna volgde de straf van de Franse militaire overheden.

Behalve voor verlof verliet niemand van onze groep ooit de loopgraven om de bataljons te volgen die gingen rusten. We waren namelijk niet talrijk genoeg om afgelost te worden. Zo leefden we bijna zes maanden buiten de gemeenschap in de bossen van Argonne.

Ik mocht die zes maanden ballingschap onderbreken voor twee stages van tien dagen in het kamp van Soumiat vlakbij Sainte-Menehould om me te perfectioneren in de kunst van de ballistiek. Mijn lessen hielden in dat ik papier op de schietschijven moest plakken en die naar de schietbaan brengen.

Op 16 november 1917 verspreidde zich het gerucht van de ontbinding van het regiment en op 19 november verliet onze groep met de laatste manschappen van het 296e regiment La Harazée waar we zes maanden zo rustig hadden doorgebracht en aar we graag zouden zijn gebleven tot het eind van de oorlog. Maar we moesten vertrekken om nieuwe omzwervingen te maken.

Barthas en zijn kameraden worden dan opgenomen in het 248e regiment. Op 28 december 1917 krijgt Louis Barthas nog eens het genoegen om op verlof te gaan en zijn familie te bezoeken in Peyriac.

classical-realism-french-posters

Op 14 januari 1918 staat hij terug ontmoedigd op het station van Peyriac om naar zijn nieuwe regiment te gaan. Met zijn kameraden trekt hij dan naar Petites-Islettes waar ze aansluiten bij artilleristen die hun bivak in een woud hebben.

Onze leerschool als houthakker liep ten einde. Het 248e regiment moest terug naar de linies en op 21 februari 1918 vertrokken we na het avondeten weer naar de 18e compagnie in het ravijn van Meurissons. Een legerwagen bracht de ransels. Ik had het geluk dat ik werd aangewezen om de chauffeur te begeleiden omdat hij de weg niet kende. De anderen moesten over binnenwegen marcheren.

bron : Louis Barthas, oorlogsdagboeken 1914-1918, vertaald door Dirk Lambrechts, uitgeverij Bas Lubberhuizen.

 

 

Unternehmen Faustschlag

De Duitse afgevaardigden die in Brest-Litovsk over een vredesverdrag gepraat hebben met de bolsjewisten sinds de overeenkomst voor een wapenstilstand in december 1917, hervatten de vijandelijkheden op 18 februari 1918. Ze sturen hun troepen verder oostwaarts de Oekraïne in en naar de Russische hoofdstad Petrograd.

De Duitsers raken steeds meer geïrriteerd door de vertragingstactieken van de bolsjewisten. Bovendien willen ze tot een overeenkomst komen om hun troepen op het oostfront vrij te maken voor het westfront. De bolsjewisten beschikken over de troepen noch de middelen om de hernieuwde aanval te blokkeren.

Intussen blijkt ook in Klein-Azië de wapenstilstand voorbij te zijn. Ottomaanse troepen rukken op richting Kaukasus, terwijl de Russen zich terugtrekken.

bronnen
Ian Westwell, 1914-1918 de eerste wereldoorlog dag na dag, Deltas
https://www.vrt.be/vrtnws/nl/drafts/Wetenschap/100-jaar-geleden–duitsers-opnieuw-in-de-aanval-tegen-de-russen/

UnternehmenFaustschlag_01

Belgische klokken opgeëist

Op tal van plaatsen willen de Duitsers rond 20 februari 1918 beslag leggen op klokken en orgelpijpen, interessante materialen om te verwerken tot oorlogstuig. De geestelijken, met op kop kardinaal Mercier, protesteren hevig. Hem was trouwens gevraagd een lijst van alle klokken en orgels over te maken aan de bezetter.

Uiteindelijk kunnen Belgische geestelijken via de Duitse kardinalen een beroep doen op de Duitse keizer, die de opdracht geeft deze maatregel in te trekken.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Hamburg-Glockenlager-im-Freihafen

 

een bravourestukje van Willy Coppens

Willy Coppens, de grootste Belgische militaire vliegenier, maakt op 18 februari 1918 een rondvlucht over zijn ouderlijk huis in Brussel. Hij groet zijn familie door met zijn vleugels te schudden. De buren juichen hem toe.

Dit bravourestukje is natuurlijk niet de voornaamste oorlogsdaad van de befaamde vliegenier. Bij het begin van de oorlog wordt hem de toegang ontzegd tot de Compagnie des Aviateurs. Hij haalt dan maar op eigen kracht een vliegbrevet en raakt ook waar hij zijn wil : bij het eerste smaldeel. De blauwe kleur van zijn HD1 levert hem de bijnaam Blauwe Duivel op.

Het neerhalen van Duitse observatieballons wordt zijn specialiteit. Hij schrijft er zelfs 34 op zijn conto. Zijn laatste ballon treft hij op 14 oktober 1918. Zwaar vijandelijk vuur verbrijzelt zijn linkerbeen. Hij slaagt erin te landen achter het front, waar zijn been geamputeerd wordt.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

WillyCoppens_1918

 

bange nacht voor Joris Van Severen

Op voorpost A5 beleeft Joris Van Severen op 17 februari 1918 weer een bange en koude nacht.

’s Nachts worden ik en mijn mannen fel beschoten en we hebben alleen enige zakjes om ons te vrijwaren. Enige minuten helleleven. Ik bid fel en God beschermt ons. Wij hebben geen gekwetsten.

En heel de nacht staan wij daar te bibberen van koude want het vriest. Dat snorren en janken van de Duitse obussen is benauwend en hun stank van zwavel en carbuur nijpt de keel toe. Maar ik blijf toch vol moed. Tijdens de dag weer enige obussen naar onze posten. Ik slaap rustig voort, kome wat moet.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Onderstaande tekening heb ik via google gevonden en komt waarschijnlijk it een stripreeks. Zie ook http://www.corsicainfurmazione.org/grande-guerre-cent-ans-apres/2017

Abris_GrandeGuerre