mislukte proef van de Franse artillerie

Tijdens een proefschot van de Obusier 520 Modèle 1916 ontploft dit spoorweggeschut op 27 juli 1918 in aanwezigheid van een commissie van officieren en technici. Als bij wonder raakt niemand gewond. Een nieuwe loop is nog niet klaar tegen wapenstilstand.

Naar men aanneemt is dit spoorweggeschut het zwaarste dat de Fransen ooit bouwden. Het vreselijke tuig is in staat granaten van 1400 kilogram te schieten over een afstand van 16 kilometer en heeft daarvoor 275 kilogram kruit nodig.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Obusier520_Modèle1916

vertwijfeling bij de Duitsers

Rudolf Binding ziet het einde naderen voor het Duitse leger, waarvan hij zelf officier is. In Reims noteert hij dit op 25 juli 1918.

De verwarring neemt toe. Nu kijken we vanuit het westen op Reims. De buurt is lieflijker : een heuvelland met behoorlijke verhogingen, bossen, dalen en verwilderde wijngaarden. Maar het zijn onaangename dagen geweest in overvolle, kapotgeschoten krotten, doelloos heen en weer gestuurd van de een naar de ander, dag en nacht ergens vandaan beschoten of met bommen bestookt.

Vandaag schijnen we overal stand te houden. Maar ik heb geen vertrouwen meer. Het Amerikaanse leger is er : een miljoen. Dat is te veel.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

De tekening hieronder is van Alfred Stenger – der letzte Deutsche angriff – Reims 1918

AlfredStenger_LetzteDeutscheAngriff_Reims1918

Mephisto in geallieerde handen

Mephisto is  een Duitse tank van het type A7V. In april 1918 geraakt deze tank tijdens een Duitse aanval op Villers-Bretonneux vast in een granaattrechter waarna de bemanning noodgedwongen de tank verlaat.

In de nacht van 22 op 23 juli 1918 gaan Australische soldaten en 2 Britse tanks onder dekking van de artillerie de Mephisto wegslepen als een trofee. Dit wegslepen is niet zonder gevaar want de Duitsers vuren gasgranaten af tijdens de berging.

Mephisto is nu de enige overgebleven A7V tank en wordt tentoongesteld in Brisbane (Australië).

bronnen
https://en.wikipedia.org/wiki/Mephisto_(tank)

https://deanoworldtravels.wordpress.com/2016/02/05/mephisto-the-last-german-a7v-sturmpanzerwagen/

Mephisto_Juli1918

Rijstrellen in Japan

In Uozo (Japan) mondt op 23 juli 1918 een aanvankelijk rustige betoging tegen de zeer hoge rijstprijzen uit in felle rellen, de “rijstrellen” (of kome sodo in het Japans). Deze rellen houden aan tot in september en veroorzaken onder meer de val van de regering van premier Terauchi Masatake. De volgende paar maanden hebben meer dan zeshonderd dergelijke rellen plaats : stakingen, brandstichtingen, aanvallen op officiële gebouwen, plundering van voorraden.

Tijdens de oorlogsjaren kent Japan een opmerkelijke economische groei, maar het profijt daarvan komt vooral terecht bij een kleine groep grootindustriëlen, die bovendien de banken controleren. De prijsstijgingen op de wereldmarkt, onder meer van rijst, zijn ook in Japan voelbaar. De prijs van de rijst stijgt tot meer dan het dubbele, onder andere omdat sommigen enorme voorraden opkopen en later weer op de markt brengen aan een flink hogere prijs.

bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
https://japandaily.jp/rice-riots-1693/

RiceRiots_KomeSodo_19180723

de grote ontsnapping uit Holzminden

In Holzminden openden de Duitsers een kazerne in september 1917 als krijgsgevangenenkamp. Hier zitten voornamelijk Britse officieren gevangen. Daarnaast zijn er ook gewone soldaten gevangen, die als ordonnans zijn toegewezen aan de officieren en die instaan voor de dagelijkse karweien.

In de nacht van 23 op 24 juli 1918 ontsnappen 29 Britse officieren uit dit krijgsgevangenenkamp door een tunnel. Tien van hen zullen Groot-Brittannië bereiken. Deze ontsnapping kent het grootste aantal ontsnapte krijgsgevangenen tijdens de eerste wereldoorlog.

Het uitgraven van de tunnel duurde negen maanden. De ingang van de tunnel was verborgen onder een trap in de kwartieren van de gewone soldaten. In de nacht van de ontsnapping zijn er 86 officieren aangeduid om te ontsnappen door de tunnel. Maar de dertigste officier geraakt vast in de tunnel en dus moet de ontsnapping van de rest worden afgeblazen. Van de 29 die al eerder ontsnapt zijn, geraken er tien in het neutrale Nederland en zo naar Groot-Brittannië. Onder hen is er kolonel Charles Rathborne, die dankzij zijn goede kennis van het Duits van de trein gebruik kan maken en in Nederland staat na 5 dagen. De andere ontsnapten gaan te voet en hebben meestal 14 dagen nodig om terug thuis te geraken.

bron
https://en.wikipedia.org/wiki/Holzminden_prisoner-of-war_camp

Holzminden_Tunnel_1918

de tunnel van Holzminden 

 

de hel van Sulzbach

Herbert Sulzbach, luitenant bij de Duitse artillerie met frontervaring sinds augustus 1914, maakt een helse ervaring mee op 21 juli 1918.

Ik weet niet welk woord ik moet gebruiken voor het hevige artillerievuur dat de Fransen deze morgen gebruiken als voorbereiding voor de aanval. Het woord “hel” drukt iets teder en vredevol uit in vergelijking met wat wij ervaren. Ik heb heel wat ervaring inzake trommelvuur, zowel van de vijandelijke artillerie als van onze eigen kanonniers. Het lijkt wel alsof aller artilleriebarrages die ik ooit beleefd heb vandaag in een keer op ons terecht komen. Om 6u ’s morgens ben ik op mijn observatiepost maar je kan nauwelijks iets zien omwille van de rok, je moet je voortdurend op de grond gooien om niet getroffen te worden en dan begrijp je daarna niet waarom je nog niet geraakt bent.

Ik begrijp niet hoe de Fransen hierin geslaagd zijn : eerst ons offensief van 15 juli doen stoppen, en daarna een tegenaanval lanceren op grote schaal, met zoveel soldaten en uitrusting. De Amerikanen hebben hierin een groot aandeel, vooral met hun infanterie en artillerie. Het is ook een feit dat de Fransen zowel in kracht, energie als moreel gegroeid zijn. Ze zijn taaier geworden en hebben hun uithoudingsvermogen vergroot.

Het schilderij hieronder is van George Leroux, getiteld “L’enfer” (de hel).

bron : Herbert Sulzbach, with the German guns, Pen & Sword Military

GeorgesLeroux_Lenfer

Indische piloot sneuvelt

Indra Lal Roy sneuvelt op 22 juli 1918 tijdens een luchtgevecht met een Duitse piloot in een Fokker. Slechts 19 jaar oud is hij, maar hij is en blijft veruit de meeste bekende Indiase gevechtspiloot uit de eerste wereldoorlog. In april 1917, net 18 jaar, vervoegt hij het Britse leger terwijl hij in Londen studeert. Drie maanden later wordt hij bevorderd tot tweede luitenant. Hij volgt een opleiding als piloot en maakt in oktober 1917 zijn eerste vlucht. Na een crash moet hij meerdere maanden aan de grond blijven.

Zijn meest spectaculaire overwinningen boekt Laddie, zoals zijn bijnaam luidt, in het begin van de zomer van 1918 : op twee weken tijd haalt hij negen Duitse toestellen neer.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

IndraLalRoy_1918

gesneuveld ver van het front

Een van de meest onfortuinlijke oorlogsslachtoffers is ongetwijfeld soldaat tweede klas Benedictus Smans uit Zandvliet. Op 21 juli 1918 meldt Benedictus Smans zich als vrijwilliger bij het Belgisch leger. Minder dan drie weken later overlijdt hij aan een longontsteking in de kazerne Duquesne in Dieppe. Hij was nog niet eens aan het front geweest. Smans ligt begraven op de stedelijke begraafplaats van Dieppe. Op het Cimetière Communal Rue Montigny te Dieppe liggen 219 slachtoffers uit de eerste wereldoorlog onder wie 38 Belgen.

bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
http://www.zandvlietdorp.be/v01/gesneuvelden/wo1/smans.htm

BenedictusSmans_19180721

 

lange doodstrijd voor de SS Justicia

Na een strijd van 22 uur tegen 2 U-boten zinkt de SS Justicia op 20 juli 1918 voor de kust van Malin Head (Ierland).

De SS Justicia is een Brits troepentransportschip, gebouw in de scheepswerven van Harland and Wolff (Belfast). Het schip wordt te water gelaten op 9 juli 1914 onder de naam Statendam. In 1915 wordt het schip opgevorderd door de Britse regering voor troepentransport. Het krijgt dan de nieuwe naam Justicia. Onder de bemanning zijn er veel overlevenden van de aanval op de Brittanic, zusterschip van de Titanic. Het schip was voorzien van dazzle camouflage, een strepenpatroon dat de bemanning van de U-boten moet verwarren.

Op 19 juli 1918 vaart de Justicia van Belfast naar New York, geëscorteerd door een aantal destroyers. Op ongeveer 40 kilometer ten zuiden van Skerryvore (Schotland) wordt het schip getroffen door een torpedo van de U-boot UB-64. De torpedo slaat in op de machinekamer en doodt daarbij 9 matrozen. De waterbestendige deuren worden gesloten en stellen zo het zinken uit.

De U-boot vuurt nog twee torpedo’s af maar die missen doel. Een vierde torpedo raakt de Justicia wel maar het schip blijft drijven. De destroyers vallen de U-boot aan en jagen die op de vlucht. Ondertussen verlaat het grootste deel van de bemanning de Justicia. De sleepboot Sonia neemt de Justicia op sleeptouw naar Lough Swilly met de bedoeling het schip daar aan land te brengen.

Ondertussen is een 2e U-boot genaderd. De UB-124 vuurt twee torpedo’s af die het schip de genadeslag geven. De overblijvende bemanningsleden verlaten het schip. De Justicia zinkt op 20 juli 1918 op ongeveer 60 kilometers ten noordwesten van Malin Head (Ierland). Als de U-boot opduikt, beschieten de destroyers de duikboot en brengen die tot zinken.

bron : http://coastmonkey.ie/ss-justicia/

Justicia_19180720

drama in Halle

In de nacht van 19 op 20 juli 1918 wil een Engels vliegtuig het station van Halle bombarderen, maar dat loopt uit op een dramatische misser. In plaats van op het station, waar heel wat Duitse soldaten zijn op weg naar het front, komen een of meerdere bommen terecht op een woonhuis in de Statiestraat. Resultaat : alle vijf kinderen uit één gezin komen om. Hun ouders overleven het bombardement maar zijn in één klap hun kroost kwijt.

bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
http://pajottenland-zennevallei.kindereninbezetgebied.be/objecten/20-juli-1918-een-ware-ramp 

Halle_19180720