koperverzameling in Mechelen

In april 1917 was er al eens een opeising van koper in Mechelen. Iedereen moest het toen inleveren in de fabriek van Vincke en kreeg betaald per gewicht. Wie geen gevolg gaf aan de opeising, riskeerde een gevangenisstraf of een geldboete.

Op 1 oktober 1917 kleeft de Duitse overheid een nieuw opeisingsbevel voor koper aan de muren. Nu moeten de burgers hun koper inleveren in fabriek Roestenberg op de Raghenoplaats. Alles komt in aanmerking : toppen en krukken van deuren en vensters, lusters en sieraden… Alleen koper dat ijzervast staat, is vrijgesteld. In februari en juli van 1918 zullen er nog twee opeisingen van koper volgen.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Image for object V 591 T from Museum Weißenfels - Schloss Neu-Augustusburg

de papegaai van de Spaanse loskaai

Vaak houdt de bemanning van een U-boot een dier aan boord als mascotte, meestal een scheepshond, konijn of vogel. Een kat was uitgesloten omdat die ongeluk kon brengen. Exotische dieren zoals een papegaai of een aap komen ook voor. Doorgaans zijn de dieren afkomstig van gepraaide schepen die exotische havens hebben aangedaan.

Leutnant zur See Friedrich Siegel, tweede in bevel van UC-64, heeft een papegaai aan land gebracht en achtergelaten in zijn woning op de Spaanse loskaai in Brugge. De papegaai is op een van de patrouilles van UC-64 meegenomen van een gezonken schip, mogelijk de Franse bark Ville de Dieppe. Het beestje draagt de naam Roku en zal zijn baasje overleven, nadat Siegel niet meer van een patrouille terugkomt. De UC-64 vergaat op 20 juni 1918.

bron : Tomas Termote, oorlog onder water, Davidsfonds

Siegel_SpaanseLoskaai

 

 

Odon is dood

Af en toe ontsnapt er een feit van 100 jaar geleden aan mijn aandacht. En soms wil ik het dan iets na de 100e verjaardag nog even onder de aandacht brengen. Odon Van Pevenaege is gesneuveld op 15 juli 1917. Odon is vooral in de beginperiode van de oorlog actief geweest met aantekeningen te maken in zijn dagboek. Maar de loopgravenoorlog heeft hem murw gemaakt : na juli 1915 noteerde hij geen voorvallen meer in zijn dagboek. Hij noteerde enkel de plaatsen waar zijn regiment gelegerd was.

Odon is geboren in Maarke-Kerkem op 10 januari 1893 als oudste zoon van Oscar van Pevenaege en Clothilde Bousard. Later zullen Alma, Guido en Marie volgen. De kinderen gaan naar school in buurgemeente Schorisse, maar als in 1906 de boerderij van het gezin afbrandt, wordt er uitgeweken naar de andere kant van Ronse, het Waalse Anseroeul. Daaraan heeft Odon zijn tweetaligheid te danken, wat hem in het leger nog erg van pas is gekomen.

Odon sneuvelt op 15 juli 1917 in Sint-Jacobskapelle aan de Ijzer, ter hoogte van kilometerpaal 19500. Een shrapnel, een bom vol bolletjes, velt hem. Volgens het In Memoriam dient aalmoezenier Coen hem de laatste sacramenten toe. We mogen er dus van uitgaan dat Odon is gestorven in de loopgraven, of in het hospitaal. Niemand kan het nog vertellen. Hij wordt begraven op het kerkhof van Hoogstade-Linde. Daar liggen slechts veertien Belgen, te midden van 206 Fransen en acht Britten.

De familie van Pevenaege verneemt het nieuws van zijn dood pas in 1918 van het Rode Kruis. Daarom wordt op 8 juli 1918 in de kerk van Anseroeul een herdenkingsmis gehouden. Op verzoek van de familie van Pevenaege wordt Odon later naar huis gebracht. Odons kist wordt op de trein gezet naar het dichtstbijzijnde station, dat in Amougies. Oud-strijders dragen de kist van hun makker drie kilometer ver door de winterkou van het station van Amougies naar Anseroeul. Het Vlaamse heldenzerkje is het enige in Wallonië.

bron : Ivan Adriaenssens, Odon – oorlogsdagboek van een Ijzerfrontsoldaat, Lannoo

Odon_1917

 

 

executie van John King

In Steenwerck (noord-Frankrijk) executeren Nieuw-Zeelandse manschappen op 19 augustus 1917 soldaat John King, een 22-jarige Nieuw-Zeelander van Australische afkomst die vrijwillig in dienst was getreden. Hij ligt begraven op Trois Arbres Cemetery in Steenwerck (6 kilometer van Bailleul). John King rust hier reeds als het dorp op 10 april 1918 in Duitse handen valt.

In 2007 keurt de Nieuw-Zeelandse regering de Pardon for Soldiers of the Great War Act goed, waarmee ze een laatste eer bewijzen aan soldaten die bij wijze van voorbeeld geëxecuteerd waren. De regering wenst daarmee uit te drukken dat hun veroordeling onrechtvaardig is. Zeven jaar later is een delegatie in Steenwerck om daar het eerherstel van John King aan te kondigen.

Op Trois Arbres Cemetery (Steenwerck, Frans-Vlaanderen) rusten 1074 manschappen uit het Gemenebest onder wie 213 Nieuw-Zeelanders en 470 Australiërs. Vier van hen zijn zogenaamde shot at dawns (geëxecuteerd in de ochtend wegens desertie).

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

ShotAtDawn

Hendrik Jespers opgepakt wegens spionage

Het werk van een verklikker leidt ertoe dat Hendrik Jozef Jespers op 4 augustus 1917 aangehouden wordt door de Duitsers. De man, geboren in Zoersel, is scheepsbevrachter in Antwerpen.

Op 16 april 1918 volgt zijn terechtstelling in Fort V in Edegem. Hij rust nu op het Schoonselhof, vlak bij het monument ter ere van de gefusilleerde Belgische soldaten.

De Duitsers hebben soms een vreemde manier om te laten weten of een terechtstelling gehandhaafd blijft of een gratieverzoek is ingewilligd. Op de avond voor de terechtstelling wordt een flink aantal terdoodveroordeelden vanuit hun cel naar de gevangeniskoer gebracht. Zij ontvangen gratie, terwijl zij die in de cellen moeten blijven, ’s anderendaags de kogel krijgen.

bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
http://www.gva.be/cnt/aid1545774/16-belgen-gefusilleerd-in-fort-5-in-edegem

HendrikJozefJespers_1917.jpg

de derde slag om Ieper

De derde slag om Ieper begint op 31 juli 1917 onder het bevel van de Britse veldmaarschalk Douglas Haig, met een aanval op Pilkem. De bloedige gevechten om Passendale maken historisch ook deel uit van deze veldslag maar beginnen in feite pas op 4 oktober.

De geallieerden boeken el terreinwinst tijdens deze slag maar die gaat weer verloren bij de vierde slag om Ieper (voorjaar 1918). Ook het zo zwaar bevochten Passendale komt dan weer in Duitse handen.

Het is niet onterecht deze derde slag om Ieper te beschouwen als een voorbeeld van de zinloosheid van oorlog : honderdduizenden doden in ruil voor kleine, niet eens houdbare verschuivingen op het terrein. Opperbevelhebber Haig wordt gezien als de schuldige voor de mislukte doorbraak. Toch mag hij aan de leiding blijven van de Britse troepen in Frankrijk.

bron : oorlogskalender 2014-2018

Onderstaande schilderij is van Harold Septimus Power en toont Australische artillerie tijdens de derde slag om Ieper.

HaroldSeptimusPower_AustralianArtillery_Ypres1917.png

mosterdgas nabij Ieper

Voor de allereerste maal in de geschiedenis voeren Duitse troepen op 12 juli 1917 beschietingen uit met mosterdga, in de regio van Wieltje en Hooge, bij Ieper. In de loop van de volgende dagen zetten ze ook elders aan het front in de Westhoek mosterdgas in. De geallieerden zullen mosterdgas gebruiken naar het einde van de oorlog, vanaf september 1918.

Eerder gebruikte gassen, zoals chloor en fosgeen, stroomden uit gascilinders. Mosterdgas verstuift wanneer de granaat waarin het vervat zit, uit elkaar spat. De werking van mosterdgas is anders : het verstikt niet, maar trekt blaren in de huid en tast op termijn ook de longen en de ogen aan. Een andere naam voor mosterdgas is yperiet, naar Ieper, de plaats waar het gas voor het eerst in een oorlog werd aangewend.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
De tekening hieronder komt uit de graphic novel van Ivan Petrus Adriaenssens, Elsie en Mairi – engelen van Flanders Fields

mosterdgas_19170712

republiek van Korce

Het koninkrijk Italië roept op 23 juni 1917 de onafhankelijkheid uit van het gedeelte van Albanië dat het bezet, onder Italiaans protectoraat. Het betreft het zuidelijkste kwart van het land, gelegen beneden de denkbeeldige lijn tussen de steden Vlare en Korce. De omgeving van Korce is nog in Franse handen, de rest van het land valt onder Oostenrijks-Hongaarse bezeRepubliekKorce1917tting. Italië raadpleegde zijn bondgenoten niet vooraf en die spreken achteraf ook geen officiële erkenning uit.

Na de wapenstilstand van 1918 valt het Italiaanse protectoraat ongeveer samen met het huidige Albanië. Begin augustus 1920 trekt Italië zich terug en vervalt het protectoraat over het land.

bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
http://www.crwflags.com/fotw/flags/al_w1914.html

 

de Ville de Liège in Britse dienst

Vanaf 21 juni 1917 tot en met 31 december 1918 staat de Belgische maalboot Ville de Liège onder het commando van het Britse ministerie van Oorlog en doet dar dienst als hospitaalschip. In deze periode maakt het schip talloze overtochten tussen Groot-Brittannië en het vasteland waarbij het 77.194 gewonden en 36.356 valide manschappen transporteert.

In de voorafgaande oorlogsjaren, onder meer tijdens de slag aan de Ijzer (1914), vervoerde het schip gewonden en allerhande materiaal waaronder munitie, tussen het onbezette gedeelte van de Belgische kust en Frankrijk. Later werden de gewonden per trein vervoerd.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

ville de liege 03

Gothas boven Londen

Zestien Duitse Gotha-bommenwerpers luiden op 23 mei 1917 een nieuw tijdperk in wanneer ze Londen aanvallen vanuit hun Belgische bases. De duisternis verijdelt de aanval maar de Gothas droppen hun bommen meer naar het oosten waarbij zo’n 100 Canadese soldaten het leven laten in hun militaire basis.

De Gotha heeft een driekoppige bemanning en kan 128 km per uur halen, 4600 meter hoogte bereiken en 300 kg bommen vervoeren. De verdediging bestaat uit twee of drie mitrailleurs. In 1914 begint men het vliegtuig te ontwikkelen en in januari 1915 gaat het prototype de lucht in. In april 1917 vallen Gotha’s Engeland aan vanuit hun bases in België. Hun doelwit is Londen in de operatie Türkenkreuz (Turks kruis).

De eerste aanvallen bereiken een hoogtepunt als veertien Gotha’s overdag centraal Londen bombarderen en 160 mensen in één keer doden op 13 juni 1917. Hoewel diverse Britse gevechtsvliegtuigen de indringers te lijf gaan, wordt er geen enkele neergeschoten.

De Britten versterken hun luchtafweer rond de hoofdstad en de Gotha’s zijn genoodzaakt bij duisternis aan te vallen. Tussen september 1917 en mei 1918 voeren de bommenwerpers negentien nachtelijke aanvallen op Londen uit. Daarbij worden 830 mensen gedood en meer dan 1900 gewond. Zestig Gotha’s storten neer maar weinige worden geraakt door het Britse afweergeschut. De Britten overwinnen de dreiging van de Gotha’s door een bommenoffensief te lanceren op de Gotha-bases in België.

Het schilderij hieronder heeft de titel “Gothas over London” en is van Marii Chernev.

bron : Ian Westwell, 1914-1918 – de eerste wereldoorlog dag na dag, Deltas

GothasOverLondon_MariiChernev.jpg