De Vlaamsche Stem aan het front

Gaston Le Roy schrijft in zijn dagboek op 18 januari 1916 het volgende :

In De Vlaamsche Stem lees ik verheugend nieuws. Op nieuwjaarsavond hebben de Duitse bezetters de vervlaamsing van de Gentse universiteit aangeboden. Groot verheugend nieuws. Bedroevend toch dat onze regering ons dit niet schonk als nieuwjaarsgift.

De Vlaamsche Stem was een dagblad dat in Nederland werd uitgegeven. Door de oorlog zijn heel wat Belgische burgers naar Nederland uitgeweken en daar zitten ook Vlaamsgezinden tussen. Op 1 februari 1915 verschijnt het eerste nummer van De Vlaamsche Stem.

Hoofdredakteur Deswarte staat sterk afwijzend tegenover elke samenwerking met de Duitse bezetter. Als het nieuws doorkomt dat de Duitsers te Oostende en te Brugge het bevel gegeven hadden alle Franse opschriften te verwijderen, wordt dit door het blad ten zeerste betreurd: de Duitsers bewijzen Vlaanderen een slechte dienst door als bevorderaars van de Vlaamse zaak op te treden want dit zal na de oorlog door de fransgezinden uitgespeeld worden in hun strijd tegen het Vlaams (9 mei 1915). Maar in de redactie zitten ook mensen die de samenwerking met de Duitsers voor de Vlaamse zaak wel genegen zijn. Door de aanwezigheid van deze zogenaamde activisten dient Deswarte zijn ontslag in op 17 augustus 1915. De eis tot zelfbestuur en de kritiek op de Belgische regering klinken steeds heftiger zodat het blad aan het front verboden wordt. De Vlaamsche Stem verdwijnt in februari 1916 wegens geldgebrek

bronnen
André Gysel, Gaston Le Roy – dagboek van een Vlaamse oorlogsvrijwilliger, Lannoo
http://www.dbnl.org/tekst/elia002vijf01_01/elia002vijf01_01_0008.php
http://users.telenet.be/frankie.schram/tijd/feit/tekst/19/1/5/1915.02.01.html

DeVlaamscheStem

 

 

Fransen bezetten Korfoe

In hun zoektocht naar een veilig onderkomen voor de talloze Serviërs die hun land willen ontvluchten, legt het Franse leger op 11 januari 1916 formeel beslag op het Griekse eiland Korfoe. Tegen het einde van 1915 werd een massale reddingsoperatie opgezet, waarbij Franse, Britse en Italiaanse schepen maar liefst 260.000 Servische soldaten naar het eiland brachten. Ook de zetel van de Servische regering in ballingschap was hier gevestigd.

Ongeveer drie maanden later wordt de helft van dat Servische leger weer naar het vasteland verscheept, meer bepaald naar Thessaloniki, om er te vechten met Britse en Franse troepen.

bron
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

6ebatailloncorfou101au1031916

Franse soldaten in Korfoe – 1916

 

recyclage van aardappelschillen in Gent

aardappelschilIn haar oorlogsdagboeken schrijft Virginie Loveling op 9 januari 1916 hoe in Gent zelfs de aardappelschillen gerecycleerd worden. Het comité dat zich daarmee bezighoudt, kwam tot stand tijdens de winter 1915-1916. Regelmatig gaan de leden rond met een korf om de schillen in te zamlelen. Die worden vervolgens gedroogd en gemalen tot meel dat ze verkopen aan landbouwers, die het mengen onder de dierenvoeding. De geboekte winst dient om krijgsgevangenen te steunen. Sommige mensen vertellen dat het meel ook gebruikt wordt in brood.

Virginie Loveling vormde met haar in 1875 overleden zus Rosalie een schrijversduo dat zorgde voor een eigen inbreng in de Nederlandstalige literatuur. Na Rosalies dood schreef Virginie alleen verder.

bron
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfons

Churchill in Ploegsteert

Na zijn gedwongen ontslag in 1915 als First Lord of the Admiralty, zeg maar minister van Marine, zei Winston Churchill de politiek vaarwel, althans tijdelijk. Hij hoopte op een hoge functie bij het leger, maar moest aan de slag als bataljonscommandant, met de graad van eerste luitenant.

Winston Churchill krijgt vanaf 4 januari 1916 de leiding over het 6e bataljon van de Royal Scots Fuseliers in Ploegsteert. Periodes van dienst aan de frontlinie en van rust enkele kilometers daarvandaan wisselen elkaar af. Zelfs aan het front schrijft Churchill regelmatig brieven aan zijn vrouw. Hij lijkt het moeilijk te hebben met het gastronomische niveau van de frontkeuken, want hij vraagt haar om hem wat lekkers te sturen : grote stukken cornedbeef, stiltonkaas, ham, sardines, gedroogd fruit… En hij voegt eraan toe :”Bezorg me de rekening, want je moet dit niet met huishoudgeld betalen.”.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Churchill bij de Royal Scots Fuseliers

Churchill bij de Royal Scots Fuseliers

Wat gebeurt er aan het oostfront

Ik vind bijzonder veel informatie over het westfront, te veel om op te noemen, in feite. Het oostfront is daarentegen andere koek. Af en toe lees ik iets over een slag aan het oostfront, maar zonder veel informatie. En dus probeer ik wat extra websites op te zoeken die meer aandacht geven aan het oostfront tijdens de grote oorlog. Wie daar ook interesse voor heeft, geef ik hieronder een overzicht van de websites die ik vandaag heb gevonden :

http://1weltkrieg.net

http://deutsche-kriegszeitung.blogspot.de

http://www.richthofen.com/ww1sum2/

http://encyclopedia.1914-1918-online.net/article/eastern_front

http://www.mediathek.at/erster-weltkrieg/ausgabe-3/kriegsverlauf/die-ostfront/

http://de.academic.ru/dic.nsf/dewiki/322821

http://www.quickiwiki.com/de/Ostfront_(Erster_Weltkrieg)

KarlFriedrichGsur_KUKInfanterie

 

 

 

 

Preussenstellung in Klerken

In een betonnen muur van een Duitse schuilplaats in Klerken markeert iemand de datum van 28 december 1915. De bouwdatum dus, net voor het beton hard wordt. Deze en een paar andere gelijkaardige constructies in de buurt maken deel uit van de Preussenstellung, een van de Duitse verdedigingslinies.

Deze grotendeels betonnen schuilplaats ligt in de buurt van diverse Duitse installaties : een laadstation, smalspoorwegen, een munitiedepot en een oefenterrein.

Toeristische tip : Je vindt deze betonnen constructie op een erf, tussen andere hoevegebouwen op het nummer 12 van de Zuid-Torhoutstraat in Klerken.

bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
de foto komt van http://www.wegwijzerwoi.be/nl/duitse-schuilplaats-veld-zuidtorhoutstraat-12-klerken-woi

DuitseBunker_Klerken

de nachtmerrie van Raoul Snoeck

Op 31 oktober 1915 is Raoul Snoeck gewond afgevoerd van de eerste linie naar een hospitaal in Calais. Op 4 november 1915 komt hij toe in een hospitaal in Rennes. Op 20 november 1915 had Raoul nog genoteerd dat zijn wonde goed aan het genezen was (lees hier).

Maar in december loopt er iets mis. Zijn dagboek meldt het volgende.

10 december 1915
Mijn verwonding houdt me nog altijd in Rennes. Vandaag heb ik van thuis uit oude brieven met foto’s ontvangen. (…) Wat is het prettig nieuws te ontvangen van thuis, dat doet meer deugd dan een zwachtel. Ik stuur mijn ouders enkele interessante foto’s die ik hier heb genomen.

16 december 1915
We veranderen van hospitaal.

17 december 1915
Ik heb kennis gemaakt met een Franse dame, mevrouw Heyman. Haar echtgenoot is kapitein bij het Franse leger. Deze charmante vrouw komt dikwijls het hospitaal bezoeken om zieken te troosten.

18 december 1915Beenprothese
Ik ben moedeloos, heb niets te lezen en niets te doen en dagdroom over mijn familie. Schrijven is mijn enige afleiding. Ik noteer al mijn indrukken en neem veel foto’s.

19 december 1915
Wegens verhuis van hospitaal is mijn wonde drie dagen zonder verband gebleven. In de bil ontwikkelde zich een abces dat ontaardde in celweefelontsteking. De dokter is erg ongerust en ik trouwens ook, want ik zou niet graag hebben dat ze mij een poot afzetten.

Met dit bericht sluit Raoul Snoeck het jaar 1915 af. Hij zal terug beginnen schrijven op 1 januari 1916.

bron : Raoul Snoeck, in de modderbrij van de Ijzervallei, uit het Frans vertaald door André Gysel, Snoeck-Ducaju & zoon

 

Engels kerstverlof voor dokter Lievens

In het dagboek van dokter Lievens lezen we over zijn verlof in Engeland tijdens de kerstdagen van 1915.

23-12-1915
Overzet CalaisFolkestone met de cargo. Het is slecht weer en buitengewoon nevelig. We doen er zeven uur over. Ik word niet zeeziek. Ik kom aan in Londen omstreek 19u30 en vind Jozef Ide in het Empire Hotel. Hij ziet er heel goed uit. Hij ziet er heel goed uit en is heel tevreden met zijn situatie.

24-12-1915
Ik vertrek naar Coventry, naar Clément de Mont, Dalton Road 8. Hij woont er in een mooi knus huisje. De ontvangst is allerhartelijkst. Ik laat me fotograferen.

25-12-1915
Ik woon de goed gezongen hoogmis bij. Heel de kerk is versierd met hulst en maretak. ’s Avonds dineren we bij meneer Wheeler, 10 Grosvenor Road. Er wordt een prachtige kalkoen opgediend, maar die is opgevuld met gember, worsten, spek en Brusselse kool. Als dessert volgt de traditionele plumpudding. Tot slot drinken we nog een port. Daarna volgen gezelschapsspelen en een concert. Ik heb me heel goed geamuseerd.

26-12-1915
Ik denk veel aan mijn gezin. Nooit eerder wenste ik zo vurig om bij vrouw en kinderen te zijn. Ontbijt bij mevrouw Archer, waarna de jonge heer me met de auto laat kennismaken met de omgeving van Coventry, Stratford-on-Avon, het land van Shakespeare, en het domein van Lord Lee. Prachtige eikenbomen. Ontelbare herten. Om 17 uur drinken we thee bij mevrouw Blythe , the Belmont, Saint Patrick’s road. ’s Avonds ben ik bij meneer Hayward, South Hurst Rochester Road.

27-12-1915
Terugkeer naar Londen. Van harte dank ik de heer Clement en zijn vrouw die zo uitermate vriendelijk zijn geweest voor mij.

bronnen
André Gysel, dokter Lievens – dagboek van een arts, Lannoo
foto komt uit http://the-lothians.blogspot.be/2014_08_01_archive.html

BelgianSoldiers_LondonStation1915

Belgische soldaten wachten in een Londens station alvorens verder te reizen

evacuatie van Gallipoli

Op het schiereiland Gallipoli komen de Britten geen centimeter verder dan hun drie bruggenhoofden : Anzac-inham, Baai van Suvla en Kaap Helles. Bevelhebber sir Ian Hamilton vraagt nog om een extra 95.000 mannen, lord Kitchener wilt niet verder gaan dan 25.000. Een gezamenlijke actie in heel Zuid-Europa, voorgesteld door Salonika-bevelhebber Sarrail, wordt afgewezen door de Franse generaal Joseph Joffre die zich wilt concentreren op het westelijke front. Ondertussen begint Hamilton zich steeds onmogelijker te gedragen : vooral de Autralische journalist Keith Murdoch maakt hier uitgebreid melding van. De druppel die de emmer doet overlopen, is de bewering van Hamilton dat bij een eventuele evacuatie het percentage slachtoffers 50% zou bedragen. Hamilton wordt afgelost door sir Charles Monro.

Monro gaat meteen op tournee en zijn advies is duidelijk : evacueren. Lord Kitchener, die nog steeds niet overtuigd is, komt nu zelf kijken en is het al snel alsnog met Monro eens. Vanaf 10 december 1915 begint men de 105.000 militairen en 300 kanonnen uit de Anzac-inham en de Baai van Suvla terug te trekken. De ontruiming van Kaap Helles (35.000 soldaten) wordt voltooid op 9 januari 1916.

Winston Churchill, de geestelijke vader van de hele operatie, noteert in zijn dagboek over Monro :”Hij kwam, hij zag en hij evacueerde.”. Het aantal slachtoffers dat uiteindelijk valt bij de diverse acties, is iets lager dan Hamilton had voorspeld, namelijk drie. Het is verreweg de succesvolste operatie uit de hele Gallipoli-campagne.

Bij de Gallipoli-campagne vallen alles bij elkaar 252.000 Britse slachtoffers (op een totaal van 480.000), waarvan 48.000 dodelijke. Bij de Turken is een vergelijkbaar aantal slachtoffers te betreuren.

bron : Roel Tanja, een korte geschiedenis van de eerste wereldoorlog, BBNC uitgevers

Gallipoli_December1915

Eerste fosgeengasaanval nabij Ieper

De datum van 19 december 1915 zal in de geschiedenis van de chemische oorlogvoering met rood aangestipt worden als de dag waarop voor het eerst fosgeen wordt gebruikt. Friedrich Haber had al in de begindagen aan het gebruik van fosgeen als wapen gedacht. Een dergelijke aanval voorbereiden vergt echter veel meer tijd dan een met chloorgas. De grote giftigheid van fosgeen dwingt de Duitse troepen eerst te beschikken over een degelijk gasmasker voor iedereen. Tegen het einde van 1915 staat het Duitse leger echter klaar. Opnieuw wordt de zone van Ieper uitgekozen en meer bepaald een sector tegenover de Britse troepen.

Het Duitse leger voert een tweevoudige aanval uit in het gebied tussen Mesen en Sint-Elooi. Om 5 uur in de ochtend openen Duitse manschappen de cilinders met chloorgas die opgesteld staan aan de frontlinie.

BelgischeSoldaat_BritseCagoule

Belgische soldaat met een Britse cagoule

Die eerste gasaanval was enigszins verwacht. De geallieerden wisten van gevangenen dat het een kwestie van tijd was van wachten op de juiste windrichting. De Britse troepen zijn dan ook voorbereid. Zodra het gas waargenomen wordt, gaat elk beschikbaar alarm af : claxons, klokken, sirenes… Meteen openen de Britten het vuur om een mogelijke Duitse aanval tegen te gaan.

Om 6u15 volgt een tweede, onverwachte en totaal verschillende gasaanval : de Duitsers schieten granaten af gevuld met fosgeen (carbonyl-dichloride). Gelukkig voor de Britten veegt een stevige wind het gas binnen een half uur weg, want hun gasmaskers waren niet voorzien op dergelijke concentraties fosgeen. Van de duizend door het gas bevangen militairen sterven er kort nadien ongeveer 120.

Uit rapporten blijkt dat de gebruikte gassen een vertraagde uitwerking hebben. Dat is ook het geval bij mannen die tijdens de aanval goed beschermd lijken te zijn. Maar acht tot veertien uur later blijkt de aantasting. Ze klagen over extreme vermoeidheid en die wordt snel erger wanneer ze enige lichamelijke inspanning moeten doen. Er sterven zelfs soldaten tijdens oefeningen, twaalf uur na de aanval.

bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
Luc Vandeweyer, Koning Albert en zijn soldaten, Manteau