De Duitse troepen beginnen in februari 1917 hun terugtrekking naar de pas gebouwde defensie in de diepte van de Siegfriedlinie op ongeveer 32 kilometer achter het bestaande front dat tussen Arras en Soissons ligt. Tussen de oude frontlinie en hun nieuwe stellingen vernielen de Duitsers in een periode van 5 weken steden, dorpen en communicatielijnen. Ze kappen bossen en vergiftigen watervoorraden. Deze geheime actie is rond tegen 5 april 1917.
Het doel achter deze terugtrekking is het inkorten van de frontlinies met 40 kilometer. Daardoor kunnen de Duitsers divisies vrijmaken als reserve voor de geallieerde aanval die ze in 1917 verwachten. Het idee kwam al in oktober 1916 als de slag aan de Somme aan zijn laatste fase bezig is.
Over een afstand van 150 kilometer werken meer dan 26.000 krijgsgevangenen en 9.000 Belgische en Franse dwangarbeiders aan deze verdedigingslinie en gebruiken daarvoor 510.000 ton grind en steenslag, 110.000 ton cement, 20.000 ton rond staal en 12.500 ton prikkeldraad.
Ernst Jünger schrijft in zijn dagboek :
Tot aan de Hindenburglinie is elk dorp een puinhoop, elke boom wordt geveld, elke weg ondermijnd, elke waterput besmet, elke rivier afgedamd , elke kelder ondermijnd, elke rail losgeschroefd , elke telefoondraad stukgesneden, al het branbles brandbare verbrand, kortom, we hebben het land dat onze oprukkende vijand opwachtte, in een woestenij veranderd.
Herbert Sulzbach schrijft over deze tactische terugtrekking het volgende :
Midden maart starten we de geplande terugtrekking van Duitse troepen van de Ancre. Een briljant idee omdat het gebied van de Somme met al zijn granaattrechters een onmogelijk gebied zou zijn voor onze soldaten, alleen al op grond van de gezondheid. Ik vrees wel dat mijn geliefde Noyon in de vuurlinies terechtkomt en dat ik het niet meer ga terugzien.
bronnen
Ian Westwell, 1914-1918 – de eerste wereldoorlog dag na dag, Deltas
Herbert Sulzbach, with the German guns, Pen & Sword military
http://www.spiegel.de/einestages/unternehmen-alberich-im-ersten-weltkrieg-verbrannte-erde-in-frankreich-a-1133451.html







Leon Van Hecke uit Tielt, buurjongen van Joris Lannoo in de Ieperstraat, vlucht op 13 oktober 1914 naar het zuiden van Frankrijk. Daar krijgt hij op 1 juli 1916 de oproep voor zijn legerdienst. Op 13 februari 1917 komt hij terecht bij de grenadiers aan het front in de sector Boezinge. De dag erna sneuvelt Leon door de kogel van een Duitse sluipschutter. Joris Lannoo schrijft een in memoriam in het Gazetje van Tielt van juli 1917.
Op 13 februari 1917 arresteert de Parijse politie Margaretha Geertruida Zelle, een Nederlandse die beter bekend is onder de naam Mata Hari. Waarschijnlijk heeft deze exotische danseres in Den Haag haar eerste contacten met de Duitse inlichtingendienst. In 1916 verhuist ze naar Frankrijk, waar ze na enige tijd ook haar diensten aanbiedt aan de Franse inlichtingendienst. De Britse politie houdt haar al enige tijd in het oog. Als de politiediensten denken voldoende bewijsmateriaal tegen haar te hebben, wordt ze gearresteerd. Op 24 juli 1917 hoort Mata Hari haar gerechtelijk vonnis.