Bittere gevechten nabij Podgora

Vanaf 18 juli 1915 woedt de tweede slag om de Isonzo in alle hevigheid. De Italianen willen nog steeds deze grensrivier oversteken met als eerste doel de Oostenrijks-Hongaarse stad Gorizia (Gorica in het Sloveens). Het Oostenrijks-Hongaarse leger probeert daarbij zo lang mogelijk in defensieve bolwerken volt te houden.

Carabinieri tijdens de slag om Podgora

Carabinieri tijdens de slag om Podgora

Een van de gevechten die in de legende is getreden, is de slag om de Podgora. Deze naam verwijst naar de berg nabij een stadje met dezelfde naam. Op 19 juli 1915 vechten de Italiaanse carabinieri daar hevig voor de controle van deze berg en het bijbehorende stadje. Oorspronkelijk traden de carabinieri vooral op als militaire politie maar ze werden ook ingezet tijdens veldslagen. Hun inzet is zo bewonderenswaardig dat de Italiaanse schilder Achille Beltrame een schilderij aan deze slag heeft gewijd.

Vandaag draagt de berg Podgora de naam Monte del Calvario en het stadje het Piedimonte del Calvario. De Slovenen spreken nog steeds van Podgora, niet ver verwarren met de Kroatische plaats Podgora in Dalmatie.

bronnen

http://home.mweb.co.za/re/redcap/carahist.htm

http://www.worldwar1.com/itafront/ison1915.htm

https://it.wikipedia.org/wiki/Monte_Calvario_(Gorizia)

Britse vrouwen eisen recht op werk

In juli 1915 is Groot-Brittanie al bijna een jaar oorlog aan het voeren. De verliescijfers van het leger zijn hoog en een aantal mislukte offensieven leidde tot kritische artikels in de pers. In mei 1915 publiceert de Daily Mail een artikel onder de titel ‘The Shell Scandal: Lord Kitchener’s Tragic Blunder’. De ‘shell scandal’ verwijst naar het feit dat minister van oorlog Lord Kitchener zijn leger onvoldoende artilleriegranaten kon geven om de offensieven met succes te kunnen steunen. Deze granaatcrisis kon moeilijk worden opgelost nu zoveel mannen hun plaats in de fabrieken hadden ingeruild voor een plaats in de loopgraven.

Daarom komt er een nieuwe minister voor munitie David Lloyd George. Samen met de suffragette Emmeline Pankhurst organiseert hij een mars voor vrouwen waarin zij recht op werk opeisen. Deze mars gaat door op 17 juli 1915 onder een typische druilerige zomerregen in Londen. Ondanks het slechte weer komen er heel wat vrouwen naar de mars om duidelijke te maken dat zij net als de mannen hun steentje willen bijdragen tot deze oorlog. In de volgende maanden zullen vrouwen inderdaad meer en meer de werkplaatsen innemen in de fabrieken die de mannen hebben verlaten om naar het front te gaan.

GB_19150717

bron

http://www.phm.org.uk/our-collection/object-of-the-month/object-of-the-month-october-2014/

Thuiskomst van Gallipoli

Op 15 juli 1915 komt het schip Willochra toe in Wellington, Nieuw-Zeeland. Op het schip zit een eerste groep van Nieuw-Zeelandse soldaten die gewond zijn in de gevechten op het Turkse schiereiland Gallipoli. Het is de eerste keer dat de Nieuw-Zeelanders geconfronteerd worden met de lelijke kanten van de oorlog. Deze thuiskomst zal Walter Bowring in 1916 inspireren tot het schilderij “The Homecoming”.

bronhttp://www.nzhistory.net.nz/media/photo/homecoming-from-gallipoli

Walter Bowring - Homecoming

Walter Bowring – Homecoming

Dudzelenaar sterft in Cannes

Louis Timmerman

Louis Timmerman

Louis Timmerman uit Dudzele overlijdt op 13 juli 1915 in Cannes, ver van huis, op 24-jarige leeftijd.

Op 20 mei 1914, kort voor het uitbreken van de oorlog, huwde Louis Timmerman, stoker op de stoomtram, met Paulina Dusoir,een kindermeisje. Lang duurt hun huwelijksgeluk niet : in de namiddag van 29 juli krijgt Louis zijn oproepingsbevel voor het leger, meer bepaald het 4e linieregiment. In Tienen lijdt Louis honger, in Hakendover ziet hij duizenden vluchtelingen en in Grimde bewaakt hij het station. Hij trekt voorbij Kumtich en Boortmeerbeek, hij vervoegt zijn regiment in Walem, vandaar trekt hij naar Wilrijk en Mortsel. Tussendoor moet hij ook nog defileren voor de koning, in Hofstade liggen de lijken op de velden… De eerste oorlogsmaand is een nachtmerrie voor Louis en zijn medesoldaten.

Meer ellende volgt in 1915 : Louis wordt ziek aan het front in Ramskapelle, waarna hij naar een hospitaal in Calais verhuisd. Via via belandt hij uiteindelijk in Cannes, in het hôpital militaire belge de Cannes. Dit hospitaal bestaat in feite uit 3 villa’s, met name Saint-Jean, Saint-Charles en Anastasie. Het is niet geweten in welke van deze 3 villa’s Louis Timmerman zijn laatste adem heeft uitgeblazen.

bronnen

oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

http://wo1dudzele.brugseverenigingen.be/JUWEELTJES/LOUISTIMMERMAN

http://www.1914-1918.be/hopitaux_belges_france_2.php

noodscholen in Veurne

Naar school gaan in onbezet gebied is moeilijk. Tal van scholen herbergen militairen, anderen liggen binnen het bereik van vijandelijk vuur. Op sommige plaatsen, zoals in Veurne, richt men noodscholen op, zoals Jozef Gesquiere noteert in zijn dagboek :

sedert enkele dagen is men naast het Zuidkapelleke volop aan het werk om er een grote houten barak op te trekken, ruim en luchtig, om er school te kunnen houden. De barak bevat vijf klassen : één voor de kleuters, twee voor oudere jongens en eveneens twee voor oudere meisjes. Niets ontbreekt, zelfs in een woonhuis voor de schoolbestuurder is voorzien.

Zodra dat klaar is, komt er aan de overzijde van de Duinkerkevaart, nabij het Klokhof, ook een noodschool voor de talrijke kinderen die met hun ouders langs de Pannenkassei wonen.

bron : oorlogskalender 2014-2015, Davidsfonds

naarSchoolinOorlogstijd

het scheermes van Boezinge

In Boezinge, op de oever van de vaart naar de Ijzer, sneuvelt op 11 juli 1915 de 23-jarige soldaat George Herbert Parker, samen met anderen uit zijn bataljon. Hun lichamen kunnen die dag niet achter de Britse linies gebracht worden, en later trouwens ook niet. Alleen zijn naam op de Menenpoort in Ieper herinnert nog aan hem. Hij lijkt wel een soldaat zonder geschiedenis, net als zovele andere vermisten.

Op dezelfde kanslozer vinden The Diggers 85 jaar later het scheermes met het stamnummer van George Herbert Parker. In dezelfde omgeving vinden dezelfde onderzoekers ook stoffelijke resten van het regiment van soldaat Parker. Via de pers kwamen The Diggers in contact met de weduwnaar van de kleindochter van George Herbert Parker. Hij bezorgde hen de oorlogsmedaille die de weduwe van de soldaat ontving na zijn dood. George Herbert Parker heeft nu ook een geschiedenis dankzij The Diggers (www.mausershooters.org/diggers).

Medaille en scheermes werden door the Diggers geschonken aan het In Flanders Field Museum van Ieper.

bronnen

oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

http://www.mausershooters.org/diggers/E/activiteiten/stoffelijkeresten/stamnummers.htm

GeorgeHerbertParker1915

Duitsers capituleren in Otavi

Korte tijd na het begin van de eerste wereldoorlog besluit de Unie van Zuid-Afrika ook haar steentje bij te dragen door op te rukken naar de Duitse kolonie in Zuidwest-Afrika (Namibië). In 1914 kunnen de Duitsers nog weerstand bieden, maar vanaf april 1915 moeten ze geleidelijk het meest zuidelijke deel van het gebied afstaan. Op 12 mei 1915 nemen de Zuid-Afrikanen ook de hoofdstad Windhoek in.

Bij Otavi lijden de Duitse troepen de definitieve nederlaag : op 9 juli 1915 wordt de capitulatie ondertekend. Meer dan drieduizend mensen, veelal Afrikanen, geven zich over. Onder hen ook politiemensen en spoorwegpersoneel.

Toeristische tip : enkele kilometers buiten Otavi, dat zo’n vijfduizend inwoners telt, staat het Khorat Memorial aan kilometerpaal 500 van de spoorlijn. Het monument herinnert aan de Duitse overgave op 9 juli 1915.

bron : oorlogskalender 2014-2018, DavidsfondsSüdwestafrika_1915

Veurne in angst

8 juli 1915 : Veurne leeft in angst. Gisteren stond in de Franse kranten, die hier ook verkrijgbaar zijn, dat de Duitsers tal van stukken zwaar geschut aanvoerden, met het oog op een groot offensief aan de Ijzer. Opgejut door onheilsprofeten verspreidt dit sort berichten zich snel onder de bevolking.

Toeval of niet, maar uitgerekend vandaag worden talrijke kunststukken klaargemaakt om naar veiliger orden te vertrekken. Men pakt alles zorgvuldig in : de kunstig bewerkte houten deuren van het gerechtshof, kostbaar koperwerk en andere kunststukken uit de Sint-Walburgakerk… Beslist een goede voorzorgsmaatregel, maar de mensen vragen zich toch af of ze die kunststukken nog wel zullen terugzien.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Veurne_GroteMarkt_SintWalburga

Arras verliest haar kathedraal

Arras is net zoals Ieper een frontstad en lijdt enorm onder de voortdurende bombardementen van de Duitsers. Sinds 6 oktober 1914 is er al iedere dag minstens een Duitse granaat op e stad terechtgekomen. In mei 1915 heeft een aanzienlijk deel van de bevolking van Arras hun thuisstad verlaten op zoek naar veiliger oorden nadat hun huizen vernield zijn.

Einde juni 1915 ligt Arras constant onder Duits artillerievuur. De Fransen schatten dat er op 25 juni 1915 zo’n 15.000 Duitse obussen op Arras zijn terecht gekomen. Op 5 en 6 juli kent deze stad een triest hoogtepunt en lijkt het of de Duitsers deze stad met de grond willen gelijk maken. De typische symbolen van een stad worden aangepakt. Op 6 juli 1915 zijn de kathedraal en het paleis Saint-Vaast ruïnes geworden. Nog meer inwoners van Arras zullen hun valiezen pakken en de stad verlaten.

Arras 1915 - stadhuis en belfort

Arras 1915

bron : http://www.archivespasdecalais.fr/Activites-culturelles/Chroniques-de-la-Grande-Guerre/Les-Arrageois-sous-les-obus-en-juin-et-juillet-1915

Belgen dragen voortaan kaki

Niet alleen dragen Belgische soldaten een Engels pak, ze zingen ook Engels, bemerkt Jozef Gesquière  op 2 juli 1915.

Een lage tram (elf wagons) stoomt deze middag van De Panne naar Veurne. De jongens zitten in een splinternieuw kakipak en zingen dat het dreunt :”It’s a long way to Tipperary”. Engelsen ? Toch niet, want in de laatste wagon dreunt “De Vlaamse Leeuw” en bij het uitstappen horen we alleen maar Vlaamse en Waalse gesprekken.

Werkelijk, ’t zijn Belgische piloten in een Engels uniform. Ze zien er alleszins eleganter uit dan in hun vooroorlogse plunje. Naar het schijnt wordt heel het Belgische leger naar Engelse trant in ’t kaki gestoken.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfons

Onderstaande foto komt uit het dagboek van Raoul Snoeck, in de modderbrij van de Ijzervallei en toont Raoul aan het front te Noordschote. Hij is net zoals de andere Belgische soldaten in een Engels uniform gekleed, wat enorm verschilt van de uniformen van 1914.

RaoulSnoeck06_juli1915