Amerikanen houden stand in Cantigny

Amerikaanse soldaten vallen op 28 mei 1918 voor het eerst in de oorlog aan op de tweede dag van het Duitse offensief bij de Aisne. het gevecht concentreert zich rond het dorp Cantigny ten oosten van Montdidier, ten noorden van de Somme. Soldaten van de Amerikaanse 1e divisie onder generaal Robert Lee Bullard vechten tegen het 18e leger van generaal Oskar von Hutier. Bullards soldaten veroveren Cantigny op de 28e mei en weren in de volgende dagen een reeks Duitse tegenaanvallen af. De Amerikanen verliezen 1600 soldaten waarvan 199 doden.

bron : Ian Westwell, 1914-1918, de eerste wereldoorlog dag na dag, Deltas

Het schilderij hieronder is van de Amerikaan Frank Schoonover en is getiteld “battle of Cantigny”.

FrankSchoonover_BattleofCantigny

 

Operaties Blücher en Yorck

Generaal Erich Ludendorff, afgevaardigd chef van de Duitse generale staf, opent op 27 mei 1918 zijn derde offensief van 1918 op het westfront. Het is een afleidingsaanval op de Fransen die de Chemin des Dames bij de Aisne bezetten. Ludendorff wil verhinderen  dat de Fransen versterkingen sturen naar de Britten in noord-Frankrijk, waar hij opnieuw wil aanvallen.

Het offensief wordt aangevoerd door het 7e leger van generaal Max von Boehn en het 1e leger onder generaal Bruno von Mudra, met in totaal 44 divisies. Het doelwit van hun opmarsen, onder de codenamen Blücher en Yorck, is het Franse 6e leger van generaal Denis Duchène dat bestaat uit twaalf divisies waaronder 3 Britse.

Het Duits offensief wordt ingeluid door een bombardement met 4600 artilliewapens, gevolgd door een aanval van zeven divisies over een front van 16 kilometers. De Duitsers veroveren meteen de Chemin des Dames en rukken op naar de Aisne, waarbij ze diverse intacte bruggen veroveren. Tegen het einde van de dag hebben ze zo’n 16 kilometer terrein gewonnen.

Hoewel het offensief qua omvang beperkt blijft, beweegt het aanvankelijke succes het Duitse opperbevel om naar Parijs op te rukken dat op maar 128 km ligt.

bron : Ian Westlwell, 1914-1918 – de eerste wereldoorlog dag na dag, Deltas

Operatie_Blucher_Yorck_1918

Theodore Roosevelt gewond

Tijdens een Duitse aanval in de buurt van het Franse dorpje Catigny loopt majoor Theodore Roosevelt junior op 27 mei 1918 een gasvergiftiging op met gezichtsverlies als gevolg. Hij weigert zich ziek te melden en vecht nog verder tot 1 juni samen met het bataljon dat hij aanvoert.

TheodoreRoosevelt_1918

 

Een paar maanden eerder was Archie Roosevelt, de andere zoon van de voormalige president Theodore Roosevelt senior (president van 1901 tot 1909) eveneens gewond geraakt in Frankrijk. Aan een eerder stil stuk front werd hij zwaar getroffen aan een arm en been door een ontploffende Duitse artilleriegranaat. Na geruime tijd in het ziekenhuis en diverse operaties wordt hij in september 1918 naar huis gestuurd.

Theodore Roosevelt zal nog in de 2e wereldoorlog vechten, onder meer op Utah Beach tijdens de landing in Normandië. In de film “De langste dag” wordt zijn rol vertolkt door Henry Fonda,

bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
http://www.wereldoorlog1418.nl/Roosevelt/index.html

de laatste mars van Louis Barthas

Het dagboek van Louis Barthas heb ik wat over het hoofd gezien. Maar zijn laatste mars dateert al van einde maart 1918.

Na tien uur marcheren zonder een lange rustpauze kwamen we om vier uur ’s middags in een dorp, Auve geheten. We werden ondergebracht in houten barakken. Toen ik aankwam, zakte ik als een zoutzak in elkaar zonder dat ik nog de kracht had mijn uitrusting af te doen. Kameraden moesten me helpen om mijn ransel van mijn pijnlijke schouders te halen.

De kapitein kwam zeggen dat we vroeg moesten gaan slapen want dat de mars de volgende dag nog langer zou zijn. Dit weinig bemoedigende nieuws bracht me ertoe naar de dokter te gaan om te vragen of ik de volgende dag vrijgesteld kon worden van het dragen van mijn ransel. Toen ik aankwam, was de arts net klaar met zijn consulten. Hij werd razend toen hij me zag.

  • Alweer een ! Waarom kom je niet vroeger ?
  • Majoor, ik kon mijn kameraden niet bijhouden. Ik ben net in Auve aangekomen.
  • Luister, zei hij tegen de korporaal-verpleger, evacueer die daar maar. Hij zal ons elke dag komen vervelen ook al ben ik overtuigd dat hij niet ziek is. Alleen, je moet je van dit soort luilakken ontdoen?

In mijn eigen belang moest ik zwijgen en me van de domme houden. Maar geprikkeld antwoordde ik :”Majoor, sinds 1914 ben ik nooit geëvacueerd geweest maar nu ben ik aan het eind van mijn krachten.”.

“Ik ook,”, tierde de dokter, “ik ben hier sinds 1914 ! Ik ben in België geweest en overal. En ik blijf !”.

Hij vroeg me zelfs niet wat ik had. Tegen de soldaat-schrijver die vroeg wat hij op mijn fiche moest zetten, zei hij :”Hij mankeert niets. Zet erop wat je wilt.”. Toen draaide hij zich naar me om :”Zorg dat je hier binnen twintig minuten met je spullen bent want anders laat ik je niet evacueren. Begrepen ?”.

Louis Barthas neemt daarop afscheid van zijn kameraden en geeft hun nog zijn tabak en een deel van de brandewijn. Hij kan overnachten in een veldhospitaal en vertrekt op 6 april 1918 naar Châlons-sur-Marne. Daar wordt vastgesteld dat Barthas een longziekte heeft. Vanaf 21 april tot 8 juni 1918 is hij in het hospitaal van Bourgoin.

bron : Louis Barthas, oorlogsdagboeken 1914-1918

De tekening hieronder is van Georges Bruyer, getiteld “soldat blessé”.

bruyer_soldat_blesse_1

de piloot met de Edelweiss

de piloot met de Edelweiss

Als stripliefhebber plaats ik hier graag tekeningen uit stripverhalen die te maken hebben met de Groote Oorlog. Een van mijn favorieten is de stripreeks “de piloot met de Edelweiss”. Via Google ben ik op een blog uitgekomen waaruit blijkt dat er echt een piloot is geweest die een vliegtuig had getooid met de Edelweiss.

De echte piloot met de Edelweiss heette Otto Kissenberth. In 1914 biedt deze ingenieur zich aan als vrijwilliger voor de Duitse luchtmacht. Tegen het einde van dat jaar heeft hij zijn training achter de rug en wordt ingedeeld bij de Fliegerabteilung 8b van Beieren. Op 21 maart 1915 raakt hij zwaar gewond in een luchtgevecht boven de Vogezen. In juli 1915 vliegt hij bij de Fliegerabteilung 9b boven de Vogezen en Italië.

In 1916 zit hij bij de Kampfeinzitserkommando (KEK) Ensisheim. Deze KEK formaties zijn de voorgangers van de Jagdstcffel of Jasta. Hier behaalt Kissenberth 3 overwinningen. In de zomer van 1917 zit hij bij de Jasta 16b en haalt hij een observatieballon en 2 Engelse vliegtuigen neer. Hij vliegt in een Albatros D.V getooid met een Edelweiss. Vanaf 4 augustus 1917 leidt hij de Jasta 23b. Op 15 mei 1918 behaalt hij zijn 19e overwinning. Twee weken later stort hij aan boord van het vliegtuig met de Edelweiss neer.

Hij is zwaargewond en eindigt de oorlog als commandant van de pilotenschool in Schleissheim (Oostenrijk). Als piloot met negentien erkende overwinning is hij ook drager van het “Pour le mérite”, de hoogste Duitse militaire onderscheiding. Op 3 augustus 1919 sterft hij in de Beierse alpen tijdens een bergbeklimming.

PilootEdelweiss02

bronnen
http://icaruswings.unblog.fr/albatros-d-v-edelweiss-otto-kissenberth-recherches-2/

https://en.wikipedia.org/wiki/Otto_Kissenberth

slecht nieuws voor Herbert Sulzbach

Op 18 mei 1918 is Herbert Sulzbach voor de laatste dag in Lemé, departement Aisne, Frankrijk. Hij krijgt via een soldaat die terug komt uit verlof een brief van zijn ouders.

Ik kan het nieuws niet geloven : Kurt Reinhardt is dood ! Ik heb nooit eerder in de oorlog geweend maar die dag heb ik wel geweend. Ik had nooit een betere vriend. Hij was zo’n wijze en hartelijke man, en zo vaak enthousiast. Ik heb samen met hem in 1914 de kazerne verlaten, we hebben samen onze vuurdoop doorstaan. We verstonden mekaar vanaf het eerste moment en we waren echt zielsverwanten. We deelden alles en als we van mekaar gescheiden waren, zochten we mekaar ook, in welke uithoek van het front ook ofwel aan het thuisfront als we beiden verlof haden. Hoe fier was hij in zijn laatste brief vlak na zijn luchtoverwinning, en enkele dagen later is deze trouwste vriend zelf gesneuveld. Ik denk aan zijn arme moeder die zowel haar man als haar enige zoon nu kwijt is.

bron : Herbert Sulzbach, with the German guns, Pen & Sword military

Sulzbach_19180518

Apollinaire verlaat het ziekenhuis

Apollinaire_1918

De Franse auteur Guillaume Apollinaire verlaat op 13 mei 1918 het militaire ziekenhuis Val-de-Grâce waar hij op 1 januari opgenomen werd met ademhalingsproblemen. Een tiental dagen geleden verliet Apollinaire ook al eens het ziekenhuis , toen om te huwen met Jacqueline Kolb.

Na zijn ontslag uit het ziekenhuis kreeg Apollinaire een taak bij het ministerie van oorlog. Lang blijft hij er nierwant reeds op 9 november 1918 sterft hij verzwakt door zijn oorlogswonden. Enkele dagen daarna vindt de pas 38-jarige Apollinaire de eeuwige rust op het kerkhof Père Lachaise.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

crash in Scheldewindeke

Vanaf het militaire vliegveld van Scheldewindeke, een van de vijf vliegvelden rond Gent, stijgen op 9 mei 1918 vier vliegtuigen van het type Staaken op met de bedoeling Dover te bombarderen. Onderweg verslechteren de weersomstandigheden flink en krijgen de piloten de opdracht hun bommen te laten vallen op Duinkerken en Calais. Ze slagen in hun aangepaste missie, maar bij de terugkeer in Scheldewindeke hangt er een bijzonder zware mist boven het vliegveld.

Ondanks het bevel door te vliegen naar Gistel en Evere, zetten alle vier de piloten een voor een de landing in. Slechts één vliegtuig maakt een geslaagde landing. De andere drie crashen, waarbij er twee compleet in vlammen opgaan. Een van de vliegtuigen heeft bovendien bij de landing nog een bom aan boord.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Staaken_1918_03

Zeppelin-Staaken

 

een brief van Ludendorff

Luitenant Herbert Sulzbach, bij de Duitse artillerie, krijgt begin mei 1918 een brief van Ludendorff, het brein achter het Duitse lenteoffensief. En alles draait om een vermiste piloot. In het dagboek van Sulzbach lezen we het volgende.

23 april 1918 : ’s avonds komt en order van het hoofdkwartier dat een luitenant Pernet, piloot van Jasta 29, vermist is sinds de eerste dagen van het offensief. Een hoge beloning is beloofd door een hogere officier voor iedere informatie over de plaats waar luitenant Pernet zich bevindt. (…) Ik herinner me dat ik een uitgebrand vliegtuig heb gezien naast de hoofdweg op 23 of 24 maart, nu een maand geleden. We hebben heel wat neergestorte vliegtuigen gezien, zeker in die dagen. Maar dit vliegtuig moet heel dichtbij zijn, in de nabijheid van ons huidige kwartier. Ik neem een spade, ga de hoofdweg af en op 100 meter van ons kwartier vind ik de resten van dat vliegtuig dat ik me herinner. Ik ben verbaasd als ik op het wrak het identificatienumer vind dat ik het order vermeld is. Ik vind ook een kleine geldbeurs. Ik loop terug, rapporteer mijn ontdekking via kabel aan Jasta 29 en verneem dat luitenant Pernet de stiefzoon is van Ludendorff.

(…)

1 mei 1918 : In mijn kamer vind ik een grote briefomslag. Ik scheur de omslag open en vind een grote foto met een handgeschreven brief van Ludendorff. De tekst van de brief is als volgt
Mijn beste luitenant,
Ik wens u te bedanken voor uw zoektocht naar het lichaam van mijn zoon die gesneuveld is. Ik heb het graf bezocht dat in de nabijheid van het neergestorte vliegtuig was.
Aanvaard deze foto als een teken van dankbaarheid van een vader die een zwaar verlies heeft geleden. getekend Ludendorff

bron : Herbert Sulzbach, with the German guns, Pen and Sword Military

De tekening hieronder is van Hermann Boden-Heim, getiteld “Gross Hauptquartier 1917”

Hermann_boden-Heim_GrossesHauptquartier_1917

de allereerste tankslag

Aangenomen wordt dat op 24 april 1918, in de omgeving van Villers-Bretonneux, de eerste strijd doorgaat waarbij beide tegenstrevers tanks inzetten. De Britten begonnen als eersten vanaf de herfst van 1916 sporadisch tanks in te zetten. het lijkt alsof de Duitsers aanvankelijk meer zagen in antitankwapens dan in de ontwikkeling van een eigen tank, maar vandaag verschijnt die dan toch op het slagveld.

Vroeg in de ochtend ontmoeten drie Britse en drie Duitse tanks elkaar. Het is uiteindelijk de derde Britse tank die dicht genoeg komt om de Duitse onder vuur te nemen, want die hadden vooral oog voor de manoeuvres van de twee andere Britse tuigen. De eerste tankslag eindigt dus in het voordeel van de Britten.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

A7V_Tank_Villers-Bretonneux_1918