oorlogswinst

Louis Barthas maakt de volgende bedenking in zijn dagboek :

We kwamen in de buurt van een enorm munitiedepot van de artillerie. Er waren duizenden en duizenden granaten van elk kaliber opgestapeld, als monstrueuze insectenlarven die op een dag als een wolk van vuur en zwavel zouden wegvliegen.

Eén ding staat vast : met elk offensief verrijkten zich de munitiefrabrieken. Hier lag voor verschillende miljoenen francs aan munitie. Anatole France schrijft terecht :”Men denkt te sterven voor het vaderland maar men sterft voor de industriëlen.”.

Het was onbegrijpelijk dat de Duitsers nog nooit één enkel kanonschot op het munitiedepot hadden gelost en dat nog geen enkel vliegtuig ooit een bom had laten vallen. En toch lg het depot op de route van de Duitse vliegtuigen die dikwijls overvlogen om Châlons-sur-Marne en Mourmelon te bombarderen.

Je zou bijna denken dat er in deze vernietigingsoorlog der volkeren een stlzwijgende overeenkomst bestond om de munitie van de tegenpartij te sparen.

bron : Louis Barthas, oorlogsdagboeken, uitgeverij Bas Lubberhuizen

ObussenVoorraad

Muiters bij de Fransen

Generaal Robert Nivelle, wiens recente offensief op het westfront is mislukt en voor toenemende muiterij zorgt, wordt op 15 mei 1917 ontslagen. Hij wordt vervangen door generaal Henri-Philippe Pétain, de held van Verdun. Hij onderneemt snel actie om de muiterij de kop in te drukken. In de maanden daarop reist hij langs het front om de grieven van de gewone soldaat aan te horen. Hij gelooft verbetering en arresteert een aantal oproerkraaiers. In juli 1917 bereikt de muiterij haar hoogtepunt, maar in augustus is ze bijna over, afgezien van enkele geïsoleerde incidenten, die er nog zijn tot begin 1918. Zo’n 50 soldaten worden berecht en geëxecuteerd. Dankzij een efficiënt systeem van perscensuur horen de Duitsers niets over de muiterij tot ze zo goed als over is, zodat ze niet van de situatie kunnen profiteren.

bron : Ian Westwell, 1914-1918 – de eerste wereldoorlog dag na dag, Deltas

LaGrogne1917

dood van een Britse luchtaas

Tegen de avond van 7 mei 1917 sterft de Britse luchtaas Albert Ball op een wat vreemde wijze.

Even voordien neemt hij nog samen met een eskadron Britse jagers boven het dorp Annoeuillin deel aan de achtervolging van Lothar von Richthofen, een zeer bekwame Duitse vlieger. Omdat zijn brandstoftank doorzeefd is, wordt de Duitser tot landen gedwongen.

Net als zijn collega’s vliegt Albert Ball verder, maar wordt onzichtbaar door een laaghangende donkere onweerswolk. Als hij weer tevoorschijn komt, vliegt hij volgens getuigen ondersteboven. Ruimte of tijd om het toestel te corrigeren is er niet meer en het crasht.

Een Franse vrouw kan hem nog uit het verhakkelde toestel sleuren maar Albert Ball overlijdt later. Een afdoende verklaring voor de mysterieuze crash wordt nooit gevonden. Zijn toestel werd niet beschadigd tijdens het luchtgevecht. Mogelijk raakte de piloot gedesoriënteerd in de donkere onweerswolk.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

AlbertBall_geschilderd_door_NoelDavis

Albert Ball geschilderd door Noel Davis

Laatste missie van graaf von Schmettow

Op 30 april 1917 vertrekt UC-26 op haar achtste en laatste missie richting Caen. Daar lost ze de helft van haar mijnen op 2 mei en dezelfde dag vergaat HMS Derwent in dat mijnenveld. UC-26 kan in de volgende dagen vermoedelijk nog drie schepen in het Kanaal doen zinken. Op 9 mei 1917 besluit om Schmettow na een matige missie huiswaarts te keren. Hij wilt de Dover Barrage boven water doorvaren, dicht bij de Franse kust.

Als UC-26 zich rond middernacht ter hoogte van Kaap Gris Nez bevindt, wordt ze opgemerkt door drie torpedobootjagers. Onmiddellijk duikt ze onder maar HMS Milde kan haar net op tijd rammen. UC-26 wordt geraakt in de drukromp, vlak voor de toren en duikt oncontroleerbaar naar de bodem op 46 meter diepte. De overlevenden kunnen het binnenstromende water tegenhouden, maar slagen er niet in om de U-boot te doen rijzen. Als de elektrische verlichting het begeeft, weet de bemanning dat haar U-boot niet meer aan de oppervlakte zal komen.

Ontsnapping via de luiken is de enige optie. De bemanning verdeelt zich zich in twee groepen, één in het achterste compartiment, een tweede in de commandoruimte. Vervolgens stellen ze de druk in de duikboot gelijk met die aan de buitenzijde, laten water binnen en openen de luiken. Een deel van de overlevenden wordt in een luchtbel naar de oppervlakte geduwd en acht van hen slagen erin verse lucht te ademen. Dit is op zich al een hele prestatie, aangezien ze zonder duikmateriaal van 46 meter diepte zijn geraakt.

De Britten halen slechts twee Duitsers levend uit het water : Leutnant zur See Heinrich Petersen en Maschinistenmaat Acksal. De twee overlevenden geven aan dat de Britten de zes anderen gewoon aan hun lot overlaten. Britse bronnen vermelden dan weer dat er slechts twee levend aan de oppervlakte gekomen zijn, De overoptimistische commandant Graf von Schmettow is niet onder hen.

bron : Tomas Termote, oorlog onder water, Davidsfonds

GrafVonSchmettow

Einde van het Nivelle offensief

Een week nadat de Britten bij Arras en de heuvelrug van Vimy in de aanval zijn gegaan, zetten de Fransen 19 divisies van het 5e en 6e leger in over een breedte van 80 km, van Soissons tot Reims. Maar de Duitsers zijn op de hoogte van de plannen van de Franse generaal Nivelle. Op 16 april 1917,  de eerste dag, lijden de Fransen een verlies van 40.000 soldaten. Het massale gebruik van de Char Schneider-tanks haalt ook weinig uit, er gaan op deze dag 150 van deze tanks verloren. Het Duitse 1e leger onder Fritz von Below, houdt gemakkelijk stand, vooral omdat de Duitsers zich op de hogere gronden bevinden.

Het is ironisch dat Nivelles eigen uitvinding, de “gordijnvuur”-aanval in dit geval alleen maar leidt tot meer Franse slachtoffers. Nivelle blijft echter koppig geloven in zijn plannen en hij laat zijn mannen vier dagen doorvechten. Maar her en der dreigen muiterijen die alleen met grote moeite onderdrukt kunnen worden. Er zijn een paar kleine successen zoals de verovering van 4km van de 30 km in totaal van de weg over de heuvelrug, de Chemin des Dames, die een onderdeel is van de Hindenburglinie. Uiteindelijk wordt het offensief op 9 mei 1917 definitief afgebroken.

bron : Roel Tanja, een korte geschiedenis van de eerste wereldoorlog, BBNC uitgevers

Nivelle Nights6

 

de pijp van de kolonel

Louis Barthas maakt het offensief van Nivelle mee. Gelukkig niet op de allereerste rij, maar hij is er wel bij als op 16 april 1917 het dagorder van Nivelle voorlezen. De divisie van Barthas is gelukkig geen stoottroep maar een achtervolgingstroep. Voortdurend zijn Barthas en zijn kameraden op mars en de 17e april maken ze zelfs nog een sneeuwstorm mee. Ze bouwen enkel schuilplaatsen en wachten verkleumd op hun bevelen.

LaBonnePipeOp 19 april weer dezelfde onzekerheid, weer afwachten. Het toeval wilde echter dat ik ’s middags aanwezig was bij het gesprek van onze kolonel Robert met een generaal te paard die zei :”Kolonel, het is de beurt aan uw regiment om op te rukken en aan te vallen. Stel uw manschappen onmiddellijk in rijen op.”. Onze kolonel nam de pijp uit de mond, spuwde en tot mijn verbazing antwoordde hij, zonder zich te haasten, met een zware ruwe stem :”Generaal, kijk eens in welke staat deze soldaten zijn. Denkt u soms dat ze niet weten op welke onverwachte tegenstand wij steeds opnieuw zijn gestuit ? De eerste dag zouden ze nog zijn opgetrokken, maar nu niet meer en ik ook niet.”.

Weinig kolonels zouden de moed gehad hebben op die manier te antwoorden om het leven van hun mannen te sparen. Onder een ruw, bars en knorrig uiterlijk verborg kolonel Robert een goed en genereus hart. Ik dacht dat de generaal in woede zou uitbarsten bij deze formele weigering. maar niets daarvan. “Oh,” zei de generaal,” dat is goed. Als uw mannen te moe zijn, moeten ze maar gaan rusten in een of ander dorp hier vlakbij.”. En inderdaad trokken we om drie uur ’s middags dolgelukkig naar het dorp Sept-Saux, drie kilometer verder. Het was een groot dorp dat iets voorbij Prosnes lag, op maar vijf kilometer van de eerste linies.

bron : Louis Barthas, oorlogsdagboeken, vertaald door Dirk Lambrechts, uitgeverij Bas Lubberhuizen

 

het Nivelle offensief

RobertNivelleGeneraal Robert Nivelle opent op 16 april 1917 een groot offensief waarvan hij beloofd heeft dat het de Duitse verdediging op het westelijk front makkelijk zal verslaan. Nivelles oversten zijn echter niet overtuigd van zijn plan en stemmen er pas mee in nadat hij gedreigd heeft met ontslag. De aanval bestaat uit oeffensieven in Champagne en langs de Aisne. Bij deze onderneming zijn het Franse 5e leger onder generaal Olivier Mazel en het 6e leger van generaal Charles Mangin betrokken. Ze worden gesteund door het 1e leger van generaal Marie-Emile Fayolle en het 10e leger van generaal Denis Duchêne. Nivelle beschikt over 850.000 soldaten en 7.000 artilleriewapens. Tegenover hem staan twee Duitse legers : het 1e onder generaal Fritz von Below en het 7e onder generaal Max von Boehn.

De Franse opmars vindt plaats over een front van 64 kilometer tussen Soissons en Reims waarbij het leeuwendeel van de troepen zich toelegt op de verovering van de Chemin des Dames, een reeks dichtbeboste kammen die parallel lopen met de frontlinie. Nivelle probeert een kruipend artilleriespervuur of gordijnvuur om de hoofdaanvalln te dekken. De Duitsers zijn zich maar al te goed bewust van de situatie aangezien er weinig geheimhouding is en ze plannen voor de aanval hebben bemachtigd. Vlak voor het offensief begint vernielt een Duits vliegtuig een hele reeks Franse ballons gebruikt voor artillerieobservatie en beschieten de Duitsers colonnes Franse soldaten en tanks.

Het Duitse 7e leger blokkeert de Franse opmars naar de Chemin des Dames. De Franse troepen stuiten op zwaar artillerievuur en sterk verdedigde mitrailleursposities. In de week van 16 tot 25 april verliezen de Fransen 134.000 soldaten waarvan 30.000 doden. Een deel van de Hindenburglinie op de Chemin des Dames valt tegen het einde van april 1917. De steeds moeizamer wordende strijd duurt tot in mei.

chemindames1917

bronnen

https://fr.wikipedia.org/wiki/Bataille_du_Chemin_des_Dames
Ian Westwell, 1914-1918 – de eerste wereldoorlog dag na dag, Deltas

 

 

René Fonck wordt piloot

Nauwelijks 23 jaar oud krijgt René Fonck op 15 april 1917 een uitnodiging om Les Cigognes te vervoegen, het meest vermaarde jachteskadron uit de eerste wereldoorlog. Onder meer de befaamde jachtpiloot Georges Guynemer maakt daarna deel uit tot aan zijn dood op 11 september 1917.

René Fonck zal levend uit de eerste wereldoorlog komen als de meest succesrijke luchtaas. Maar liefst 75 overwinningen in luchtgevechten staan op zijn naam. Daarnaast zijn er nog 67 andere luchtgevechten waarvan zijn overwinning niet officieel bevestigd kan worden. Alhoewel hij meer overwinningen behaalde dan Georges Guynemer (53 overwinningen), kwam René Fonck zelfs niet in de buurt van diens populariteit.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

René_Fonck

de lange tocht naar het veldhospitaal

Edward Walford Manifold, een Canadese militair in Britse dienst, schrijft op 11 april 1917 aan zijn ouders over de toestand aan het front in Frankrijk.

Dezer dagen houden onze oversten geen rekening met het weer. Een van onze doelen hebben we veroverd tijdens een sneeuwstorm vergezeld van een bitter koude wind. Natuurlijk heeft de koude niet veel invloed op de aanvallers, maar de arme gewonden moeten een grotere marteling doorstaan dan je je kan inbeelden.

Een paar dagen geleden hielp ik nog enkele maten om het veldhospitaal te bereiken. Zij waren de enige twee overlevenden van een groepje van vijftien waartussen een granaat ontplofte. De ene had een gebroken been, een gebroken arm en enkele smerige wonden. De andere had drie wonden op zijn lichaam en was bovendien nog getroffen door een sluipschutter terwijl hij probeerde zijn vriend vooruit te helpen. Deze sukkelaars waren al bijna 36 uur nat en hadden zich over een afstand van ruim anderhalve kilometer moeten voortbewegen over zeer ruw terrein.

Het schilderij hieronder is van John Charles Dollman getiteld “Fraternité”.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Dollman-Fraternite.jpg

ontsnapping uit de gezonken UC-26

In de ochtend van 8 mei 1917 wordt UC-26, onder bevel van Kapitänleutnant zeur See Mattias Graf von Schmettow, geramd door een Britse torpedobootjager. De duikboot zinkt voor Kaap Gris Nez. UC-26 komt terecht op een bodemdiepte van 50 meter en water stroomt binnen via de radiokamer. Er wordt meerdere keren gepoogd om lucht in de tanks te blazen en perslucht in de U-boot te laten, alles zonder resultaat. De machinekamer loopt onder n ook in de commandoruimte stijgt het water tot borsthoogte. Uiteindelijk zorgt het oprukkende water voor een vergrote drukken de toren waardoor het torenluik opengeslagen wordt. Oberleutnant zur See Heinrich Petersen raakt met zijn voet geklemd aan de torenladder, maar kan zich vrijmaken en opstijgen. Petersen weet dat hij onder meer dan 5 atmosfeer druk staat op deze diepte en probeert zijn opgang zoveel mogelijk te remmen. Zo weet hij de oppervlakte te bereiken. Rond hem hoort hij verschillende hulpkreten maar hij kan niemand zien door de hoge golven.

Pas twintig minuten later komt er een Britse torpedobootjager in zicht die reddingsgordels overboord gooit naar de drenkelingen. Petersen kan zich met zijn laatste kracht aan een van de gordels vastklampen. De Britten laten een reddingsboot te water en kunnen Petersen em Maschinistenmaat Axel uit het water halen. Een groep andere overlevenden bevindt zich nog wat verder. Als Petersen aan het dek van de Britse jager komt, hoort hij de commandant zeggen :”I think that will do it.”. Hij hoort nog het hulpgeroep van zeven of acht overlevenden in het water. De reddingsboot wordt echter terug op zijn plaats vastgemaakt en de kapitein maakt aanstalten om verder te varen. Petersen gaat naar de commandant en smeekt hem om ook de anderen te redden, maar valt dan bewusteloos op het dek waarna de torpedobootjager verder vaart.

Na meer dan 2 uur wordt Petersen wakker met zware draaiingen en oor-, hoofd- en nierpijn. Na 8 uur verdwijnt de oor- en nierpijn en uiteindelijk wordt Petersen goed behandeld op de torpedobootjager. In Dover aangekomen worden Petersen en Axel overgebracht naar gevangenenkampen. Tot in 1919 heeft Petersen nog last van de longoverdruk die hij heeft opgelopen bij de ontsnapping uit de UC-26.

bron : Tomas Termote, oorlog onder water, Davidsfonds

Uboot_VictoryBonds