Louis Barthas maakt de volgende bedenking in zijn dagboek :
We kwamen in de buurt van een enorm munitiedepot van de artillerie. Er waren duizenden en duizenden granaten van elk kaliber opgestapeld, als monstrueuze insectenlarven die op een dag als een wolk van vuur en zwavel zouden wegvliegen.
Eén ding staat vast : met elk offensief verrijkten zich de munitiefrabrieken. Hier lag voor verschillende miljoenen francs aan munitie. Anatole France schrijft terecht :”Men denkt te sterven voor het vaderland maar men sterft voor de industriëlen.”.
Het was onbegrijpelijk dat de Duitsers nog nooit één enkel kanonschot op het munitiedepot hadden gelost en dat nog geen enkel vliegtuig ooit een bom had laten vallen. En toch lg het depot op de route van de Duitse vliegtuigen die dikwijls overvlogen om Châlons-sur-Marne en Mourmelon te bombarderen.
Je zou bijna denken dat er in deze vernietigingsoorlog der volkeren een stlzwijgende overeenkomst bestond om de munitie van de tegenpartij te sparen.
bron : Louis Barthas, oorlogsdagboeken, uitgeverij Bas Lubberhuizen





Op 19 april weer dezelfde onzekerheid, weer afwachten. Het toeval wilde echter dat ik ’s middags aanwezig was bij het gesprek van onze kolonel Robert met een generaal te paard die zei :”Kolonel, het is de beurt aan uw regiment om op te rukken en aan te vallen. Stel uw manschappen onmiddellijk in rijen op.”. Onze kolonel nam de pijp uit de mond, spuwde en tot mijn verbazing antwoordde hij, zonder zich te haasten, met een zware ruwe stem :”Generaal, kijk eens in welke staat deze soldaten zijn. Denkt u soms dat ze niet weten op welke onverwachte tegenstand wij steeds opnieuw zijn gestuit ? De eerste dag zouden ze nog zijn opgetrokken, maar nu niet meer en ik ook niet.”.
Generaal Robert Nivelle opent op 16 april 1917 een groot offensief waarvan hij beloofd heeft dat het de Duitse verdediging op het westelijk front makkelijk zal verslaan. Nivelles oversten zijn echter niet overtuigd van zijn plan en stemmen er pas mee in nadat hij gedreigd heeft met ontslag. De aanval bestaat uit oeffensieven in Champagne en langs de Aisne. Bij deze onderneming zijn het Franse 5e leger onder generaal Olivier Mazel en het 6e leger van generaal Charles Mangin betrokken. Ze worden gesteund door het 1e leger van generaal Marie-Emile Fayolle en het 10e leger van generaal Denis Duchêne. Nivelle beschikt over 850.000 soldaten en 7.000 artilleriewapens. Tegenover hem staan twee Duitse legers : het 1e onder generaal Fritz von Below en het 7e onder generaal Max von Boehn.


