Wat gebeurt er aan het oostfront

Ik vind bijzonder veel informatie over het westfront, te veel om op te noemen, in feite. Het oostfront is daarentegen andere koek. Af en toe lees ik iets over een slag aan het oostfront, maar zonder veel informatie. En dus probeer ik wat extra websites op te zoeken die meer aandacht geven aan het oostfront tijdens de grote oorlog. Wie daar ook interesse voor heeft, geef ik hieronder een overzicht van de websites die ik vandaag heb gevonden :

http://1weltkrieg.net

http://deutsche-kriegszeitung.blogspot.de

http://www.richthofen.com/ww1sum2/

http://encyclopedia.1914-1918-online.net/article/eastern_front

http://www.mediathek.at/erster-weltkrieg/ausgabe-3/kriegsverlauf/die-ostfront/

http://de.academic.ru/dic.nsf/dewiki/322821

http://www.quickiwiki.com/de/Ostfront_(Erster_Weltkrieg)

KarlFriedrichGsur_KUKInfanterie

 

 

 

 

Nagelen voor het Rijk met de ijzeren Hindenburg

In het centrum van Berlijn, op de Köningsplatz voor de Reichstag werken in de zomer van 1915 verschillende beeldhouwers aan een houten standbeeld van de “overwinnaar van Tannenberg”. Het beeld is 12 meter hoog, 26 ton zwaar en berekend op een nagellast van 30 ton. De veldheer staat er in uniform, hand op de sabel rustend, hoofd onbedenkt en met de blik in de verte. De plaats is niet toevallig gekozen, want staat vlak bij de zegezuil die de overwinning op de Fransen van 1870-1871 moet gedenken.

Begin september 1915, een paar dagen voor de verjaardag van de slag bij Tannenberg. viert men in aanwezigheid van de rijkskanselier de opening. Daarna heerst er bij de ijzeren Hindenburg een drukte zoals op een jaarmarkt. Schoolklassen komen langs, vaderlandslievende bewegingen en ook vrouwenverenigingen. Voor één mark mag men een nagel inkloppen in het houten standbeeld. Voor vijf mark krijgt men een zilveren nagel en voor 100 mark een gouden.

IjzerenHindenburg

Op 2 oktober 1915 viert men de 68e verjaardag van Hindenburg bij zijn houten standbeeld. In de Vossische Zeitung kan men dan het volgende lezen :”Het ganse Duitse volk weet wie Hindenburg is, meer als een veldheer, meer als een held : een beschermpatroon, een nationale heilige, naar wie we in blind vertrouwen opkijken”.

In mei 1918 is het houten standbeeld volledig benageld. Maar de offerbereidheid van de bevolking is dan ook bijna tot nul teruggezakt. Tot overmaat van ramp ging een van de initiatiefnemers, de vereniging “Luftfahrerdank” failliet. Daarmee was het grootste deel van het geld foetsie.

Na het einde van de oorlog wilde niemand de houten kolos nog hebben. Het beeld wordt in meerdere blokken gezaagd en als brandhout gebruikt. Enkel de kop van het beeld, bijna 2 meter hoog, blijft behouden en wordt in de nazitijd terug tentoongesteld. Tijdens een van de bombardementen van de tweede wereldoorlog vergaat ook de kop in de brand van het museumdepot.

bron : Guido Knopp, der erste Weltkrieg – die Bilanz in Bildern, Edel

oorlogsschip naar Hindenburg genoemd

Zowat anderhalf jaar voor het begin van de oorlog werd in Duitsland de kiel gelegd van een slagkruiser met de voorlopige naam Ersatz Hertha, dat wil zeggen ter vervanging van de Hertha. Niemand kon toen vermoeden dat het schip de naam zou krijgen van een generaal die toen al op pensioen was.

Kort na de aanvang van de oorlog roept het leger generaal Paul von Hindenburg terug uit pensioen. In enkele maanden tijd behaalt hij een aantal overwinningen, onder meer in Rusland en Polen, die hem tot de populairste generaals maken.

Op 1 augustus 1915 gaat de nieuwe slagkruiser Ersatz Hertha te water en krijgt de naam Hindenburg als dank voor de inzet en successen van de generaal.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

tewaterlating van de Hindenburg

tewaterlating van de Hindenburg

Herbert Sulzbach herstelt in Frankfurt

In het vorige bericht (lees hier)  lazen we dat Herbert Sulzbach de hospitaaltrein nam vanuit Frankrijk. Op 26 juni 1915 noteert hij het volgende in zijn dagboek:

Ik ben beter en krijg mijn uniform terug en word ontslagen uit het hospitaal. Daarna neem ik de trein vanuit Leipzig naar Frankfurt, waar ik aankom op de ochtend van 27 juni 1915. Ik kom thuis en vind mijn aangenaam verraste familie terug. Wat is het heerlijk om ’s avonds nog eens uit te gaan. Ik meld me aan in de kazerne en vind tot mijn verrassing luitenant Reinhardt terug. Die staat op het punt om met het 4e artilleriebataljon te vertrekken. Ik slaag erin om aan te sluiten bij zijn bataljon.

Ik krijg nog enkele dagen herstelverlof en ga fietsen in het bos met mijn liefje en het voelt aan of het vrede is. Ik reed met de Taunus naar het jachthuis, met mijn ouders en vrienden, en daar zaten we in een vredevolle omgeving. Je kon de bijen horen en het was moeilijk om te geloven dat slechts enkele uren verder per trein een vreselijke oorlog woedde.

Op het eerste gezicht is er in de stad niet veel veranderd. Je kan nog altijd uitgaan en dansen, al zie je niet veel burgers meer. Maar de mensen hebben nog geen tekorten.

bron : Herbert Sulzbach, with the German guns, Pen and Sword Military

InderHeimat02

Herbert Sulzbach neemt de hospitaaltrein

Herbert Sulzbach heeft in zijn dagboek al eerder geklaagd over een hardnekkige uitslag op zijn been. Die uitslag is ondertussen een ontsteking geworden en vanaf 27 mei 1915 ligt hij in het militair hospitaal van Vouziers. Naast de soldaten die gewond zijn tijdens de gevechten, voelt hij zich er niet erg op zijn plaats. En dan krijgt hij goed nieuws…

Op 7 juni verneem ik dat ik naar huis mag in een hospitaaltrein. (…) Op 8 juni ga ik dan aan boord van de hospitaaltrein met goed uitgeruste wagons. Op 9 juni zijn we in Kaiserslautern : ik neem er diep adem, bewonder ons geliefde Duitsland en ik voel me enthousiast en heel gelukkig. We rijden verder naar Ludwigshafen, Mannheim en Heidelberg, Würzberg en Schweinfurt voor de nacht valt.

Op de morgen van de 10e juni bereiken we Hof en om 10 uur stappen we uit in Zwickau. Daar word ik opgenomen in het Reserve Militaire Hospitaal en gezien ik niet zo ziek ben, hoop ik dat ik heel snel verder kan reizen naar Frankfurt.

Sulzbach zal nog in het hospitaal blijven tot de 26e juni.

lazarettzug01

Herbert Sulzbach krijgt Heimaturlaub

In zijn dagboek noteert Herbert Sulzbach het volgende begin mei 1915.

Ik kan het niet geloven : ik krijg een aantal dagen verlof om naar huis te gaan in Frankfurt. Ik geef toe dat ik het moeilijk vond om afscheid te nemen van de familie Vesseron (Franse familie die hem onderdak biedt in Les Petites Ardoises). Ik ga mee met een troepenkonvooi en ga naar Frankfurt via Sedan en Metz en op 10 mei 1915 op de middag ben ik dan in Frankfurt-am-Main. Ik kom als een complete verrassing voor mijn familie en vrienden. Het is niet te beschrijven hoe het voelt om het oorlogsgebied te verlaten en terug te komen naar je thuisstad op verlof na alles dat er gebeurd is na de eerste 9 maanden van deze campagne. Ik word verwend en ik bezoek oude bekenden, voor zover die nog hier zijn. Ik heb de kleine terrier meegebracht (de hond die H.S. aan het front heeft geadopteerd) en ik wil haar thuis laten zodat ze in veiligheid tot ik terug ben van de oorlog.

Het waren twee heerlijke dagen verlof thuis en op 123 mei ’s avonds vertrek ik terug. Je zou denken dat het anders is om nu terug naar de oorlog te trekken. Het geeft wel aan hoe ongevoelig een mens geworden is. Je denkt er niet over na dat je mogelijk niet terugkomt, maar het voelt aan alsof je terug op school zat en weer op zomerverlof kon vertrekken. Eigenlijk is het afscheid nemen veel erger voor de mensen die thuis achterblijven.

bron : Herbert Sulzbach, with the German guns, Pen & Sword military

derKuss

Kresten Andresen een Deen in Duits uniform

Van het Oostenrijks-Hongaars leger wist ik dat er meerdere volkeren in dienden : naast Oostenrijkers en Hongaren waren er onder meer ook Serviërs, Polen, Italianen, Tsjechen, Slovenen, Kroaten. Dat ook het Duitse leger anderstaligen in de rangen telde, was een nieuw feit voor mij.

Kresten Andresen is zo’n anderstalige in het Duitse leger. Hij is een Deen afkomstig uit het voormalige Deense gebied dat we kennen als Sleeswijk-Holstein. Na de tweede Deens-Duitse oorlog in 1864 kwam dit gebied definitief toe aan Pruisen. Het gebied kende toen al heel wat Duitstaligen en in 1914 is deze regio al 50 jaar onder Duits bestuur. Wat niet wegneemt dat Kresten zich als Deenstalige wat verloren voelt in dat grote Duitse leger dat een oorlog voert voor redenen die hem niet kunnen begeesteren. Toen de mobilisatie werd aangekondigd, had Kresten net een gedicht af. Als laatste regel voegde hij eraan toe :

Ach God, wees ons genadig, wij die mee moeten, en wie weet wanneer we terugkomen !

In Flensburg krijgt Kresten in augustus 1914 zijn Duits uniform. Naar alle verwachting zal hij 4 weken later naar Frankrijk gestuurd worden. Geregeld worden er vrijwilligers gevraagd, maar Kresten behoort tot de uitzonderingen die zich niet melden. In zijn dagboek noteert hij.

Je bent zo verdoofd dat je rustig ten strijde trekt, zonder tranen en zonder angst, en toch weten we allemaal dat we onderweg zijn naar een onvervalste hel. Maar in een strak uniform klopt je hart niet zoals het wil. Je bent jezelf niet, je bent nog nauwelijks mens, ten hoogste een goed functionerende automaat die alles zonder veel nadenken doet. Ach, mijn God, dat we toch weer mens konden zijn !

In december 1914 is Kersten aan het front in Lassigny, Picardië. In maart 1915 is hij iets verderop gelegerd in Cuy. Daar knoopt hij een gesprek aan met 2 Franse vrouwen, vluchtelingen in eigen land. Het contact wordt vergemakkelijkt door het feit dat hij geen Duitser maar een Deen is. De dochter van één van de vrouwen, Susanne, noemt hem “Kresten le Danois”. De andere vrouw is alle contact met haar man verloren. Getroffen door dit verhaal besluit Kresten de vrouw te helpen en schrijft het Rode Kruis aan in Genève om zo aan inlichtingen te komen.

De Denen zijn hun taalgenoten in Duits uniform niet vergeten. Zo is er zeer recent een heruitgave van het dagboek van Kresten Andresen gedrukt.

bronnen

Peter Englund, de schoonheid en het verdriet van de oorlog, Spectrum, 2010

http://politiken.dk/kultur/boger/faglitteratur_boger/ECE1596403/100-aar-gamle-private-krigsbreve-er-saert-roerende/

Kresten Andresen

Kresten Andresen

Fritz Rümmelein keert terug aan het front

Fritz Rümmelein uit Hanau (Hessen) is als vrijwilliger in het Duitse leger sinds 18 augustus 1914. Na een opleiding gaat hij op 5 oktober 1914 naar het westfront. Het zijn de laatste weken van de bewegingsoorlog. De loopgraven leert Fritz kennen in de Champagnestreek.

Half februari 1915 wordt hij naar een officierenopleiding gestuurd in de Westeifel. In die periode gaat hij ook op verlof en vindt zijn familie terug in Hanau. Vanaf 22 maart 1915 is hij terug aan het front. Fritz Rümmelein is bevorderd tot luitenant en dient in het 3e bataljon van het 87e reserve infanterieregiment van de 21e reservedivisie.

Fritz Rümmelein bij zijn familie tijdens zijn verlof

Fritz Rümmelein bij zijn familie tijdens zijn verlof

bron : Ralf Georg Reuth, Im Grossen Krieg – Leben und Sterben des Leutnants Fritz Rümmelein, Piper Verlag

het dagboek van Herbert Sulzbach

Herbert Sulzbach - with the German guns

Herbert Sulzbach – with the German guns

Ik heb de voorbije week het dagboek van Herbert Sulzbach ontvangen. Gedurende mijn dagelijkse treinrit naar het werk heb ik het dagboek al gelezen tot 1916. Het is meeslepend en boeiend geschreven. Over Herbert Sulzbach heb ik al eerder op deze blog geschreven, want het is een boeiende persoonlijkheid. Hij droeg het Duits uniform in de eerste wereldoorlog en een Brits uniform tijdens de tweede wereldoorlog. Gezien zijn joodse afkomst was er voor hem geen plaats meer in nazi-Duitsland vanaf de jaren dertig. Meer informatie over Herbert Sulzbach vind je op https://martinusevers.org/2014/11/13/herbert-sulzbach-duitser-in-de-eerste-en-brit-in-de-tweede-wereldoorlog/

Wie interesse heeft in dagboeken van soldaten van de Groote Oorlog, zal zeker zijn gading vinden in het dagboek van Herbert Sulzbach. Ik heb gezocht naar een Duits exemplaar, maar heb dat jammer genoeg niet gevonden. Via amazon heb ik dan een Engelstalige versie in huis gehaald. Ik zal geregeld een fragment van dit dagboek vertalen en op deze blog zetten.

De eerste gasaanval van de Groote Oorlog is aan het oostfront

Geruime tijd voor de Duitsers gifgas inzetten in Vlaanderen (22 april 1915) doen ze dat al in Polen tegen het keizerlijke Russische leger. Op 31 januari 1915 vuren de Duitsers 18.000 aangepaste, met gifgas gevulde artilleriegranaten af in de buurt van de rivier Rawka, westelijk van Warschau tijdens de slag van Bolimov (tussen Warschau en Lodz).

De granaten bevatten vloeibaar xylylbromide, dat een toepassing kent als traangas. De aanval mislukt omwille van het zeer koude weer, dat het gas niet toelaat effectief te zijn. Bovendien wordt een deel van het toch vrijkomende gas terug naar de Duitse linies geblazen, en is de concentratie eigenlijk te laag om schadelijk te zijn. Een deel van de granaten valt ook gewoon op de grond zonder te ontploffen.

De slag van Bolimov eindigt nog dezelfde dag onbeslist, alhoewel er bijzonder veel slachtoffers vallen : 40.000 alleen al aan Russische zijde.

gasaanval bij de slag om Bolinov 1915

gasaanval bij de slag om Bolinov 1915

bronnen

oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

http://roadstothegreatwar-ww1.blogspot.be/2015/01/gas-and-flame-firsts-in-early-1915.html