de broers Van Raemdonck sneuvelen

De broers Frans en Edward Van Raemdonck van het 24e linieregiment sneuvelen op 26 maart 1917 in Steenstrate. Volgens de legende sterven ze in elkaars armen, nadat de ene de andere gaat zoeken. Al snel verwerven ze de heldenstatus. Klein probleem : bij hun lichamen wordt nog een derde gevonden, dat van Aimé Fiévez uit het Doornikse.

Aan de hand van getuigenissen van medesoldaten wordt de volgende reconstructie aannemelijk geacht : bij de nachtelijke aanval op het Stampkot wordt sergeant Frans Van Raemdonck getroffen en blijft tussen de linies liggen. Korporaal Aimé Fiévez wilt zijn sergeant hulp bieden en sleept hem achter een “knotsenboom” als beschutting tegen vijandelijk vuur. Wellicht tijdens de verzorging ontploft een obus op 4 meter afstand waardoor beiden worden gedood.

Edward Van Raemdonck, die zijn broer niet meer ziet, gaat eveneens op onderzoek in het niemansland. Zijn lichaam wordt teruggevonden op enkele meters afstand van de beide andere.

De lichamen liggen in niemandsland en kunnen niet worden teruggehaald. In het leger zou men toen hebben voorgesteld om een halfuur wapenstilstand te vragen zodat de lijken kunnen worden weggehaald en worden herbegraven in Westvleteren. Generaal Louis Bernheim, zou dit voorstel toen hebben afgewezen en aan generaal Mahieu hebben verklaard :
“Je n’en vois pas la nécessité. D’ailleurs il s’est avéré que le plus jeune des deux était un flamingant (Ik zie er de noodzaak niet van in. Overigens, het is bekend dat de jongste van de twee een flamingant was).”

Op 13 april 1917, 19 dagen na hun dood, worden ze in een ondiepe obusput begraven, op een terrein dat is omgeploegd door granaatinslagen.

Na de oorspronkelijke begraving rusten er nu drie doden in een kist bij de Ijzertoren.

bronnen :
Oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
http://deredactie.be/cm/vrtnieuws/14-18/1.2930350
https://nl.wikipedia.org/wiki/Gebroeders_Van_Raemdonck

GebroedersVanRaemdonck_1917_02

 

Jabbeke wordt Duitse draaischijf

Midden januari 1917 wordt beslist dat Jabbeke een belangrijke plaats krijgt in het Duitse logistieke systeem voor de aanvoer van munitie en andere materialen naar troepen in de wijde omgeving. Midden maart staan er al enkele barakken maar op 22 maart 1917 tekent de bevoegde persoon een plan waarop de verbinding is aangeduid van dit Proviant Amt met het spoorwegnet en het smalspoor. Ook worden er binnen het gebied nieuwe wegen aangelegd die aansluiten op het bestaande wegennet.

Uit een rapport van begin mei blijkt dat de werken goed opschieten. 31 barakken zijn klaar, waarvan 14 bestemd voor munitie. Rond midden juni wordt het grootste deel van het materiaal dat beschikbaar is in de hoofdopslagplaats van de genie in Oostende naar Jabbeke gebracht, omdat het daar zo dicht bij de zee niet meer veilig is.

bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
https://www.slideshare.net/VIOE/archivarisch-en-bouwtechnisch-onderzoek-van-de-legerbarakken-te-jabbeke-ann-verdonck
http://www.jabbeke.be/bestanden/infomei2014.pdf

Jabbeke_1917

 

Duitsers delen België op

De Duitse overheid regelt op 21 maart 1917 de bestuurlijke scheiding van Vlaanderen en Wallonië. Brussel hoort nu bij Vlaanderen. De taalgrens wordt meteen een bestuurlijke grens. In Duitse ogen is het Vlaamse landsgedeelte, dat bevrijd is van Franse invloed nuttiger dan het complete land. Met die bestuurlijke splitsing denken de Duitsers ook enigszins te voldoen aan het zelfbeschikkingsrecht der volkeren dat hier en daar aangehaald wordt.

Ook vanuit Vlaamse activistische hoek is om die bestuurlijke scheiding gevraagd. Na de vernederlandsing van de universiteit van Gent is zelfbestuur voor de activisten een volgende stap. Een delegatie van 7 Vlaamse activisten trekt begin maart 1917 naar Berlijn om te ijveren voor zelfbestuur. De foto van deze delegatie verschijnt in Welt im Bild van 21 maart 1917 op dezelfde dag dat rijkskanselier Theobald von Bethmann Hollweg de bestuurlijke scheiding officieel heeft gemaakt.

bronnen

oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
http://g-geschiedenis.eu/2016/10/22/duitsland-en-de-vlaamse-activisten/

VlaamseRaad_Berlijn_1917.jpg

Dwangarbeid onder internationale druk gestopt

Regeringen van diverse landen, onder meer van Verenigde Staten, het Vaticaan en Nederland, bekritiseren Duitsland omdat het werklozen inzet voor dwangarbeid. In Scandinavië roert de publieke opinie zich daaromtrent en zelfs in eigen land zijn er enkele parlementsleden die het aandurven kritiek te hebben.

Op 14 maart 1917 geeft de Duitse keizer toe en beveelt – tot nader order- de gedwongen deportatie van werkloze Belgen naar Duitsland stop te zetten.

In Antwerpen schrijft de Davidsfondsverantwoordelijke daarover het volgende :

Niets heeft in Antwerpen meer de gemoederen tegten de Duitse dwingelandij opgezweept dan het wegvoeren van jonge werklozen.

De Nederlandse cartoonist Louis Raemaekers heeft met zijn cartoons veel bijgedragen aan de bewustwording van de wantoestanden in de oorlog. Hieronder is een voorbeeld uit zijn werk.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

LouisRaemaekers_Dwangarbeid

Duitsers leggen voedselregels op

In zijn oorlogsdagboek noteert schoenmaker Felicien Vanhove op 11 maart 1917 over nieuwe, erg strikte regels inzake de voedselproductie voor de vijand.

Heden roepen ze af in de kerk dat wij meer eieren moeten leveren en dat op de volgende manier : ons getal leghennen delen door 4 en de uitkomst daarvan vermenigvuldigen met 7.

Ook zullen er veel aardappelen geplant moeten worden en groeten. Zij zullen ons in verhouding mest leveren

Dat voeding al de ganse oorlog lang aan strenge regels onderworpen is, bewijst onderstaande affiche van de stad Eeklo van 1916. Wie interesse heeft in voeding onder de eerste wereldoorlog, kan terecht op de website http://www.boterbijdeviswo1.be/

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Eeklo_affiche_eieren

legerhospitaal Beveren

legerhospitaal Beveren

Op ongeveer 10 kilometer van de frontlijn begint op 12 maart 1917 het legerhospitaal van Beveren-aan-de-Ijzer, aan de kruisstraat, met zijn activiteiten. Allerhande gespecialiseerde medische ingrepen zijn hier mogelijk onder de algemene leiding van hoofdgeneesheer Paul Derache.

Het hospitaal bestaat uit een resem houten paviljoenen die samen 26 ziekenzalen met telkens 20 bedden omvatten. Behalve slaapgelegenheid voor het personeel zijn er ook een kapel en een feestzaal. Volgens officiële cijfers worden er tussen vandaag en 17 februari 1920 bijna 8000 militairen verzorgd. Ruim 600 onder hen overlijden.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

legerhospitaalBeveren1917

 

in de hulppost van Lettenburg

Dokter Maurice Lievens is van wacht in de hulppost van Lettenburg en noteert het volgende in zijn dagboek.

6-3-1917 : Grote Wacht Noord, rustig en kalm. ’s Avonds ben ik van dienst in de divisiehulppost van Lettenburg. Ik verzorg één gewonde : Oswald Gruwer van het 2e Jagers te paard.

7-3-1917 : François Pauwels van Aalst, 7e linieregiment, kogel in de voorarm.

8-3-1917 : Jozef Verlinden van de Gidsen, kogel in de linkervoorarm.

9-3-1917 : Adolf De Dobbelaere van het 7e linieregiment : wonde aan de wang en de linkerschouder. F. Lievens van Olen : wonde aan het hoofd met schedelschade door een kogel. Beiden komen uit de Dodengang. Lievens sterft in mijn medische post.

10-3-1917 : Louis Lagneau van de P.P.G. (kleine loerpost). Grote Wacht Zuid : omgekomen door granaatscherf in de hartstreek. Adhémar Bocke, eerste sergeant-majoor van het 7e linieregiment : diepe wonde in de borst rechts. Henri Cokaïko, kapitein van het 7e linieregiment : diepe wonde in de borst, kogel in de onderbuik. Ernest Boelen, sergeant bij de Genie : kogel doorheen de borst, verlamming van de onderste ledematen. Ik heb hem naar het hospitaal van Cabourg gestuurd.

bron : André Gysel, Dokter Lievens – dagboek van een arts, Lannoo

Lettenburg1917

 

een spoor van Martinus Evers in Maaseik

Mijn grootvader Martinus Evers heeft geen dagboek nagelaten. Er is enkel een officieel document van het Belgisch leger waarin de datum en plaats van inlijving vermeld staat. Er is ook een foto genomen in april 1916 in Auvours, Frankrijk.

Omdat ik weet dat Martinus Evers lid was van het 23e linieregiment, is iedere vermelding van dit regiment tevens een spoor van mijn grootvader. Zo heb ik al een boek gekocht over het leven van Jeroom Leuridan, omdat die in het 23e linie heeft gediend. Maar dit boek gaat maar deels over de eerste wereldoorlog en is daarom naar mijn gevoel te beperkt.

In het boek van Siegfried Debaeke, het drama van de Dodengang, vond ik een verwijzing naar het dagboek van François Janssen uit Rekem die in het 23e linieregiment heeft gediend. Het boek was uitgegeven in eigen beheer in 1968. Via Google vond ik dat dit boek in de bibliotheek van Maaseik te vinden was. En op zaterdag 4 maart 2017 ben ik dit dagboek gaan halen. Hiermee ga ik weer wat meer leren over het 23e linieregiment en dus over Martinus Evers.

bibmaaseik

Berging van een gesneuvelde

Dokter Lievens noteert op 3 maart 1917 het volgende in zijn dagboek.

ottodix_kadaverindeloopgravenIk ben van dienst in de hulppost Noord van de spoorlijn (DiksmuideNieuwpoort). ’s Avonds wordt dat Grote Wacht Noord tot morgenavond. Ze vragen me om in een
bootje mannen van de Genie te vergezellen. Ze willen het lijk van een Belgische soldaat bergen in de inundatie ten oosten van de school. Het is een prachtige maannacht. Onze boot glijdt snel over het rustige water en weldra zijn we ter plaatse.

Het is een luguber werkje.  Het lijkt valt uiteen en wordt met stukken en brokken in de boot gelegd. Aalmoezenier Cyrille bidt het De Profundis bij de stoffelijke resten van deze onbekende held, die vervolgens naar de spoorwegberm wordt getransporteerd.

bron : André  Gysel, dokter Lievens – dagboek van een arts, Lannoo

De tekening is van Otto Dix, Duits soldaat tijdens de eerste wereldoorlog en kunstenaar

 

het begin van de Sixtus affaire

De Italiaanse prinsen Sixtus (28) en Xavier Bourbon-Parme (25) nemen bij het begin van de oorlog dienst in het Belgische leger. Hoewel hun zus Zita met de Oostenrijkse kroonprins Karel getrouwd is, kiezen deze francofiele broers onmiddellijk de zijde van de Entente. Ze worden officieel bij de artillerie van hun tante, de Belgische koningin Elisabeth.

In mei 1916 komt de Franse president Raymond Poincaré hen in Wulpen het Franse oorlogskruis opspelden. Op de foto hieronder poseren de twee met hun decoratie omgeven door 2 Franse officieren.

Begin 1917 vragen ze een maand verlof om enkele zakelijke belangen in Italië en Zwitserland te regelen. Ze blijven een half jaar weg. Als koning Albert verneemt dat hun schoonbroer Karel, intussen keizer van Oostenrijk-Hongarije geworden, het duo gebruikt voor geheime vredesonderhandelingen, laat hij hen weten dat dit hem helemaal niet bevalt. Desondanks mogen de twee na hun mislukte vredespoging naar het Belgische leger terugkeren.

bron : Daniël Vanacker, België in de grote oorlog, Roularta books

prinselijkeneven