schermutselingen in Piraeus

Bij de landing van geallieerde troepen op 1 december 1916 in de Griekse havenstad Piraeus zijn er zware schermutselingen met koningsgezinde troepen, waarbij 212 onder hen het leven laten. De gevechten moeten gezien worden tegen de achtergrond van de tweestrijd tussen de eerste minister Eleftherios Venizelos, die achter de geallieerden staat, en koning Constantijn, die een aanhanger is van de Duitsers.

Nog dezelfde dag komt het tot een compromis tussen de betrokkenen en de geallieerden trekken zich terug. Koningsgezinde relschoppers trekken daarna drie dagen lang door de stad, waarbij ze het op de aanhangers van Venizelos gemunt hebben. De gebeurtenissen van 1 tot 4 december krijgen de naam Noemvrania, omdat ze volgende de oude kalender doorgaan in de maand november.

Na het ontslag van de koning in juni 1917 verenigt Griekenland zich weer en steunt het volop de geallieerden.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

French_troops_in_Athens,_1916.png

Franse troepen in Athene, december 1916

val van Silistra

Een Duits legerbericht maakt op 10 september 1916 melding van de inname van de stad Silistra (Roemeens  Dârstor). De val van Silistra komt enkele dagen na het verlies van de vesting in Tutrakan (Roemeens Turtucaia). Deze vesting was tussen 1913 en 1916 met de hulp van Belgische ingenieurs nog versterkt. Maar de Bulgaarse troepen waren te sterk voor de Roemeense en Russische verdedigers.

Silistra, een havenstad op de Donau, hoort bij Roemenië, maar komt opnieuw in Bulgaarse handen als Roemenië zich overgeeft aan de Centralen. Een eeuw later ligt de stad nog steeds in het noordoosten van Bulgarije.

bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
http://www.bulgarianartillery.it/Bulgarian%20Artillery%201/Testi/T_Romanian%20fortifications%20Dobrudja.htm

turtucaia.jpg

gevechten bij Tutrakan / Turtucaia

 

Montenegro legt de wapens neer

Het Servische leger heeft Servië onder druk van het Duitse en Oostenrijks-Hongaarse leger al moeten verlaten. Ook buurland Montenegro ondergaat hetzelfde lot. Na de invasie heeft het Montenegrijnse leger moedig gevochten en lokaal zijn er ook overwinningen behaald. Maar de druk van de invallers is te groot. De Montenegrijnen willen nog een aparte vrede onderhandelen maar er wordt enkel een volledige en onvoorwaardelijke overgave aanvaard.

Koning Nikola en de meeste leden van de regering hebben het land al ontvlucht. De overblijvende ministers buigen op 21 januari 1916  voor het onvermijdelijke. Generaal Janko Vukotich ontbindt het Montenegrijnse leger. Legercommandanten krijgen de orders hun mannen naar huis te sturen. Voorlopig is het afgelopen met de Montenegrijnse onafhankelijkheid.

bron : https://ww1live.wordpress.com/2016/01/21/montenegro-2/

 

Montenegro_1916

 

 

 

Fransen bezetten Korfoe

In hun zoektocht naar een veilig onderkomen voor de talloze Serviërs die hun land willen ontvluchten, legt het Franse leger op 11 januari 1916 formeel beslag op het Griekse eiland Korfoe. Tegen het einde van 1915 werd een massale reddingsoperatie opgezet, waarbij Franse, Britse en Italiaanse schepen maar liefst 260.000 Servische soldaten naar het eiland brachten. Ook de zetel van de Servische regering in ballingschap was hier gevestigd.

Ongeveer drie maanden later wordt de helft van dat Servische leger weer naar het vasteland verscheept, meer bepaald naar Thessaloniki, om er te vechten met Britse en Franse troepen.

bron
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

6ebatailloncorfou101au1031916

Franse soldaten in Korfoe – 1916

 

slag bij Mojkovac

Op 7 januari 1916 is het hoogtepunt van de slag bij Mojkovac (Montenegro). Het Montenegrijnse leger slaagt erin om na drie maanden strijd onder leiding van graaf Janko Vukotic de veel talrijkere Oostenrijks-Hongaarse troepen te verslaan. De orthodoxe bevolking van Montenegro viert op deze dag haar kerstfeest, vandaar dat de dag de geschiedenis ingaat als “Bloedige Kerstmis”.

Enkele weken later blijkt de Oostenrijks-Hongaarse overmacht toch te groot en legt Montenegro de wapens neer.

Mojkovac_battle

 

officiersbordeel in Uzice

De veldtocht is geëindigd met een overwinning. Servië is bezet. Sarajevo is gewroken. De overwinnaars kunnen hun salaris gaan incasseren. Op 14 november 1915 bezoekt Pal Kelemen, cavalerist bij het Oostenrijks-Hongaarse leger, en een paar van zijn collega’s een bordeel dat is gereserveerd voor officieren. Het ligt in Uzice, een stadje aan de rivier Detinja. Kelemen noteert in zijn dagboek.

Donkere hal, vloerkleden, schilderijen aan de muur. Een kromme burger zit op een piano te pingelen. Vier tafels in de vier hoeken. Vier meisjes in een kamer. Twee van hen liggen te rollebollen met een artillerieluitenant. Aan een andere tafel zitten een paar legerofficieren koffie te drinken. (…)

Dat is de scène als we binnenstappen. We gaan aan de enige vrije tafel zitten en bestellen rode wijn, maar als we voorgeproefd hebben, besluiten we toch maar koffie te nemen. In een hoek zit Mohay, mijn cadet, met de grammofoon te pielen, maar zonder succes. Er moet een veer kapot zijn.

Een van de meisjes verlaat de kamer en komt daarna weer terug. Ze springt over een stoel en gaat bij onze cadet op de schoot zitten. De nader, een zwartharig meisje in een rode jurk, ligt languit op een bank naar me te staren.

De tijd verstrijkt. De pianist met het boosaardige gezicht zit nog steeds te spelen. Het is iets wat ik herken – het is de muziek die een, keer thuis voor me gespeeld is, op de kamer van een meisje toen ik langskwam om afscheid te nemen. Het is een eeuwigheid geleden, ver hiervandaan.

Ik sta op en vertrek. Als ze denken dat ik me ziek voel van de wijn, hebben ze het mis.

bron : Peter Englund, de schoonheid en het verdriet van de oorlog, Spectrum

de tekening hieronder komt uit de stripreeks Edelweiss van Yann en Hugault

Edelweiss01_03

begin van het Kosovo offensief

Op 10 november 1915 begint het Kosovo-offensief, dat op 4 december 1915 zal eindigen met de inname van de stad Debar en een totale Servische nederlaag. De Serviërs verliezen ongeveer dertigduizend manschappen en trekken zich terug in Albanië en later zelfs met geallieerde hulp naar het Griekse eiland Korfoe.

Aanvankelijk zijn het alleen de Bulgaren die de Serviërs achteruitdrijven, maar na een tijdje krijgen ze steun van Duitse en Oostenrijks-Hongaarse troepen.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Servie1915

Fransen en Bulgaarse vrijschutters slaags met elkaar

HristoChernopeevIn de regio Krivolak (Macedonië) sneuvelt Hristo Chernopeev op 6 november 1915 in een gevecht met Franse troepen die vanuit Thessaloniki opereren. Hij was een van de leidende figuren van het Bulgaars-Macedonisch Revolutionair Comité. Tijdens deze oorlog steunt de organisatie het Bulgaarse leger en vervoegt de oorlogsoverheid wanneer die tijdelijk delen van Macedonië en Thracië in bezit neemt.

In 1913 was Chernopeev verkozen als lid van het Bulgaarse parlement, maar in 1915 verliet hij die instelling en trok naar het front als reserveofficier.

bronnen

oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

https://en.wikipedia.org/wiki/Hristo_Chernopeev

Bulgaren veroveren de Servische hoofdstad Niš

Op 14 oktober 1915 vallen de Bulgaren Servië binnengevallen.Het Bulgaars eerste leger rukt op naar het noorden richting Niš, Servische hoofdstad na de val van Belgrado. Het tweede leger  zakt af naar het zuiden richting Skopje. In het noorden woedt de slag bij Morava. In het zuiden gaat het om de slag bij Ovche Pole. In die regio houdt het Bulgaarse leger vanaf 24 oktober Brits-Franse troepen tegen die vanuit Thessaloniki naar het noorden oprukken om hulp te bieden aan het Servische leger.

Op 5 november 1915 worden de Bulgaren beloond. Het Bulgaarse eerste leger verovert Niš, een belangrijk spoorwegknooppunt. Treinen sporen voortaan vanaf Duitsland en Oostenrijk-Hongarije naar Turkije.

bronnen

https://en.wikipedia.org/wiki/Serbian_Campaign_of_World_War_I

Ian Westwell, 1914-1918 – de eerste wereldoorlog dag na dag, Deltas

Nish-1915-11-05-Tsar-Ferdinand

Servische partizaan eindigt aan de galg

De invasie van de Centrale Mogendheden in Servië verloopt volledig volgens plan, wat in elk geval volgens de opinie in het thuisland de hoogste tijd is. In 1914 heeft het Oostenrijks-Hongaarse leger zijn buurland driemaal aangevallen en driemaal is het teruggeslagen. Op 6 oktober 1915 zijn de verenigde Duitse en Oostenrijks-Hongaarse legers in de aanval gegaan, op 8 oktober is Belgrado ingenomen, op 11 oktober is ook het Bulgaarse leger het land binnengevallen. Nu is het verslagen Servische leger in aftocht. Onder de achtervolgers bevinden zich de Hongaar Pál Kelemen en zijn huzaren. Ze rukken snel op in de vochtige oktobermaand. Soms verstrijken er meerdere etmalen zonder dat hij uit het zadel is geweest. Op zondag 31 oktober 1915 staat het eskadron naast de ruïne van een Servische herberg. Rondom het gebouw hebben zich honderden gewonden verzameld die op de kleiachtige grond liggen. Er zijn gevechten gaande met de terugtrekkende achterhoede van de vijand, niet hier, maar twee bergruggen verderop. Daarom baart het opzien dat er ’s middags een soldaat aankomt die beschoten is vanuit een huis en gewond is aan zijn been. Anderhalf uur later komt er nog een soldaat die op dezelfde plek gewond is geraakt; de man is in zijn buik geschoten.

Er wordt een patrouille heen gestuurd om poolshoogte te nemen. Na een tijdje komen ze terug. Bij zich hebben ze een armoedig geklede man van gemiddelde lengte. Zijn handen zijn vastgebonden. Pál Kelemen noteert in zijn dagboek het volgende :

Met behulp van een tolk werd de man verhoord, en ook de belangrijkste getuigengelden gehoord. Het lijkt erop dat hij ondanks herhaalde waarschuwingen van de andere dorpsbewoners op onze soldaten heeft geschoten. Algauw wordt het vonnis uitgesproken : de partizaan zal opgehangen worden. Een man die als kok wekt voor de wachtposten, een varkensslager uit Wenen, neemt met genoegen de rol van beul op zich. Hij haalt een lang touw en vindt een lege kist die voor de noodzakelijke valhoogte moet zorgen. De Servische partizaan wordt gemaand zijn laatste gebeden te bidden, maar hij antwoordt dat hij die niet nodig heeft. De Servische partizaan wordt door twee soldaten opgetild. Hij toont geen bepaald gevoel, maar kijkt met een agressieve blik om zich heen, alsof hij gek was. De strop wordt om zijn nek gelegd en het platform wordt onder zijn voeten weggetrokken. Het blijkt dat het touw te lang is en met een krachtige extra ruk stelt de slager het bij. Het gezicht van de man vertrekt langzaam. Lange, schokkerige stuiptrekkingen gaan door zijn lichaam. Hij sterft.

Later ziet Kelemen twee soldaten over de weg aan komen lopen. Ze ontdekken het lichaam dat heen en weer schommelt in de herfstwind, ze gaan ernaartoe en lachen honend. Een van de twee geeft het lijk een flinke klap met de kolf van zijn geweer waarna ze beiden salueren en weer verdwijnen.

bron : Peter Englund, de schoonheid en het verdriet van de oorlog, Spectrum

de weg naar Rusland - cartoon uit Punch van 1914

de weg naar Rusland – cartoon uit Punch van 1914