de laatste vlucht van Ritter von Müller

Op 9 januari 1917 stort Max Ritter von Müller, een van de grote Duitse luchthelden van de eerste wereldoorlog, neer bij Moorslede. Op patrouille in het luchtruim boven dit dorp ontmoet hij drie Britse vliegers, die na een lang gevecht zijn brandstoftank treffen. terwijl het vuur snel om zich heen grijpt, springt Müller, die geen valscherm draagt, zijn dood tegemoet.

Deze Duitse oorlogsheld, geboren als Max Müller, wordt na zijn dood tot de adelstand verheven. Vandaar dat hij nu bekend staat onder de naam Max Ritter von Müller. Iemand die tijdens de oorlog minstens vijf vijandelijke toestellen neerhaalde, werd bestempeld als “aas”. Max Ritter von Müller was evenwel “aas boven aas” omdat hij maar liefst vijf andere azen neerschoot. In totaal won hij 36 luchtgevechten.

MaxRitterVonMuller

 

brand in Hedge Street Tunnel

Terwijl onderluitenant William Barber op 5 januari 1918 werkt in de Hedge Street Tunnel, ongeveer halfweg tussen Zandvoorde en Zillebeke, ontstaat er brand. Samen met twintig andere Britse militairen sterft hij door verstikking in deze mijnschacht. Op zijn grafsteen in het Railway Dugout Burial Ground (Transport Farm) lees je :”known to be buried in this cemetery” omdat zijn oorspronkelijk graf verwoest werd door granaatvuur.

William Barber vocht op diverse fronten sinds september 1915 vooraleer hij drie dagen geleden bij deze tunnel aan de slag moest : Loos, aan de Somme en bij Ieper.

Toeristische tip : Railway Dugout Burial Ground (Transport Farm) , Komenseweg, Ieper ter hoogte van Zillebeekvijver. Hier liggen 2463 doden begraven, op vier na allemaal uit het Britse Gemenebest.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Tunnelvuur01

 

De Roo Balie stille getuige

De aanwezigheid van negen Britse militaire begraafplaatsen duidt er al op dat Vlamertinge niet gespaard bleef van oorlogsgeweld. Een van de deels overlevende getuigenissen is de hoeve De Roo Balie (Groenejagersstraatr 15). Op 6 januari 1918 brandt het woonhuis uit, net als de stallen voor paarden, koeien en varkens. Alleen de eest (droogvertrek), de schuur en een deel van de opkamer blijven overeind.

Na de oorlog volgt de heropbouw en wordt de opkamer in haar oorspronkelijke toestand hersteld. De hoeve gaat terug tot rond het jaar 1600 maar daar merk je vandaag niets meer van.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

DeRooBalie_Vlamertinge

 

Finse onafhankelijkheid erkend

Finland_1918Na de Russische nederlaag tijdens de eerste wereldoorlog breekt in 1917 de februarirevolutie uit. Dat de tsaar tot aftreden gedwongen wordt, heeft ook gevolgen voor Finland : onder de naam Grootvorstendom Finland bestond er een personele unie met het Russische Keizerrijk. Na het aan de kant schuiven van de Russische tsaar is er voor de Finnen geen band meer met Rusland. Eerst is daar nog de voorlopige regering onder leiding van Alexander Kerenski aan de macht, maar later op het jaar volgt de oktoberrevolutie.

Op 6 december 1917 besluit Finland helemaal zijn eigen weg te gaan en roept eenzijdig de onafhankelijkheid uit. Op 4 januari 1918 erkennen de nieuwe Russische machthebbers de Finse onafhankelijkheid. Voor Finland betekent dat niet meteen peis en vree want al op 27 januari 1918 barst de Finse burgeroorlog uit na eerdere schermutselingen.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

 

arrestatie van Victor Spencer

Britse soldaten houden soldaat Victor Manson Spencer (New Zealand Expeditionary Force) aan op 2 januari 1918 nadat hij in augustus 1917 al voor de tweede keer deserteerde. Ditmaal kent het krijgsgerecht geen genade : op 24 februari 1918 volgt zijn terechtstelling.

Zijn graf vind je op The Huts Cemetery in perk XV. Naast hem rust soldaat Henry Hughes, die eveneens geëxecuteerd werd om disciplinaire redenen. Hij deserteerde terwijl de over hem uitgesproken doodstraf voorlopig was opgeschort.

Victor Spencer mag dan voor desertie veroordeeld worden; hij is geen angsthaas. Hij heeft zich in 1915 als vrijwilliger aangeboden en heeft dat jaar in  Gallipoli gevochten. Daarna is hij naar het westelijk front gestuurd. In juli 1916 blijft zijn bataljon een maand in de hevigste beschietingen in de eerste linies nabij Armentières. En dat heeft zijn tol geëist. Hij verblijft een maand in het hospitaal voor wat ze dan “shell shock” noemen. Hij deserteert een eerste maal en wordt tot negen maanden dwangarbeid veroordeeld. Daarna wordt hij terug naar de vuurlinie gestuurd. Hij deserteert een tweede keer en wordt daarna opgepakt als hij schuilt bij een Franse vrouw en haar 2 kinderen. Hij zal nooit meer kunnen vluchten…

In september 2000 krijgt Victor Manson en vier andere soldaten postuum gratie als het Nieuw-Zeelandse parlement stemt voor de Pardon for Soldiers of the Great War Act.

bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
https://nzhistory.govt.nz/media/video/executed-five-great-war-story

VictorMansonSpencer_1918

 

 

marsorders en verlof voor Herbert Sulzbach

Het nieuwe jaar 1918 begint niet zo goed voor Herbert Sulzbach, de Duitse artillerieofficier. Hij krijgt het bevel een opleiding te volgen in het kamp van Beverloo. Hij kan zich troosten met het feit dat hij eerst nog op verlof mag in zijn heimat. Op 2 januari 1918 noteert hij in zijn dagboek :

Ik ben sprakeloos, en helemaal niet opgetogen over het feit dat ik op training moet gaan in de artillerieschool in Beverloo in België. Het kazerneleven met bijbehorende corvee staat me daar te wachten en dat is echt niet waar ik naar uitkijk. Ze zeggen me dat het een eer is omdat ik opnieuw opgeleid wordt voor de nieuwe veldslagen die het nieuwe jaar met zich meebrengt. Ik heb een afscheidsfeestje met mijn kameraden van batterij nr 2, maar ik mis niets van het frontleven, want de dag dat ik vertrek naar Beverloo, wordt de ganse divisie in onze sector afgelost en wordt teruggetrokken naar de achterste linies voor een training in mobiele oorlogsvoering.

Voor ik me afmeld bij de commandant, word ik naar het stafhoofdkwartier geroepen en krijg daar nog enkele dagen verlof. Ik reis af op 4 januari, passeer langs Keulen waar ik enkele kameraden terugzie, en reis dan verder naar Frankfurt-am-Main.

Onderstaande tekening is een postkaart van Arthur Thiele.

Kuenstler-AK-Arthur-Thiele-Auf-Urlaub-Erzaehlung-von-Kriegserlebnissen

 

de kerstperiode van Martinus Evers

Waar heeft Martinus Evers de kerstperiode van 1917 doorgebracht ? Dankzij het dagboek van François Janssen, een soldaat van het 23e linieregiment net zoals mijn grootvader, kunnen we ervan uitgaan dat Martinus Evers eind december 1917 begin januari 1918 in de buurt van Diksmuide heeft doorgebracht. In het dagboek van François Janssen lezen we het volgende :

0p 22-12-1917 moesten we terug op wacht aan de boorden van de Ijzer om er in de zuidersektor van Diksmuide de 6de L.A. te gaan aflossen. Van Vinkem trokken we met pak en zak over Alveringem, Oudekapelle, Sint-Jacobskapelle tot op de bestemming aan de Ijzer,
Deze voor ons nieuwe sektor, liep van aan de noordersektor van Diksmuide, Kaaskerke, en wel vanaf de spoorbaan dicht aan de Minoterie over Sint-Jacobskapelle en Nieuwkapelle tot aan het “Oud Fort van Knokke” dat aansluiting gaf met de volgende sektor van Merkem, Bikschote.
Juist voor Diksmuide was het uiterst gevaarlijk gezien de Duitsers de oosterkant over de Ijzer bezetten, en vanuit  de Bloemmolens of Minoterie in de rug konden mitrailleren met Fritz die in de bunker aan een ketting 1ag en onze loopgrachten voortdurend onder vuur nam.
Met Jeannin en Lhoir hebben we slechts eenmaal de verkenning op de Minoterie gedaan doch we vonden er geen enkele in-of uitgang.
Niets was er te vinden en te zien dan dooreengeschoten prikkeldraadversperringen op een massale betonversterking met daarin, bezijden, enkele schietgaten waardoor de genoemde Fritz ons aanhoudend bestookte.

bron : François Janssen, Belevenissen aan het Ijzerfront

Onderstaande kaart is van het Lange Max Museum en toont de positie van dit grote kanon. Tevens geeft de kaart goed aan waarlangs het 23e linie is gemarcheerd alvorens aan te komen aan de Minoterie van Diksmuide. 

Lange-Max-ligging

vredeswensen van een Belgische piot

Gerard Dingens schrijft op 30 december 1917 een brief aan zijn vriend en stadsgenoot Maurice Braet, geniesoldaat.

Vurig hopen we naar het gelukkige ogenblik dat het zielverheffende woord vrede een daadzaak wordt. Zal het nog lang duren ? Zullen we weldra het geluk genieten in het zo schandelijk als oneerlijk behandelde België te mogen terugkeren als een vrij en onafhankelijk volk ? Hopen we het vurig en wachten wij geduldig de gebeurtenissen af.

Dat het jaar 1918 ons verlossing moge schenken. Dat we gespaard mogen blijven van verder onheil en een tijdperk van geluk de bange jaren van onze ballingschap mogen vervangen. Ziedaar onze innige wensen voor 1918.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

1918-frères-darmes-bonne-année

 

slecht jaareinde voor de Maori’s

Vroeg in de ochtend van 31 december 1917 komt er een granaat terecht in het Maori Pioneer Battalion, dat geleid wordt door luitenant Joseph Paku. Zes Maori’s sterven ter plekke, op het kruispunt van de Zonnebeekseweg en de huidige Jan Ypermanstraat in Ieper. Allemaal liggen ze begraven op het Ramparts Cemetery in Ieper.

Net als ongeveer 2500 andere Maori’s dienden zij in het Nieuw-Zeelandse leger. Bij datzelfde leger horen ook mensen van de Polynesische eilanden, onder meer van de Cookeilanden Gojim Rarotonga, Tonga, Samoa…

Zonder twijfel een van de mooist gelegen begraafplaatsen in Flanders Fields is Ramparts Cemetery op de Vesten, op 50 meter van de Rijselpoort in Ieper. Daar rusten 197 militairen uit het Britse Gemenebest, onder wie dus ook de zes voormelde Maori’s.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

MaoriPioneerBattalion_1917

executie bij dageraad

McColl

Charles McColl

Vroeg in de ochtend van 28 december 1917 wordt de Britse soldaat Charles McColl geblinddoekt en geboeid op een stoel gezet, vastgebonden en dan geëxecuteerd. Hij is een van de vele Britse shotatdawns (geëxecuteerden bij dageraad). Wat zijn geval extra tragisch maakt, is dat McColl omwille van zijn job op een scheepswerf vrijgesteld was van legerdienst, maar als vrijwilliger in dienst ging.

Enkele dagen eerder is hij voor de krijgsraad veroordeeld omdat hij zijn eenheid verlaten had in de buurt van Houthulst en vervolgens naar Calais vertrokken was. Hoewel de kapitein van McColls eigen eenheid dienst doet als een van de twee leden van dit krijgshof, neemt niemand zijn verdediging op zich.

Ondertussen zijn de meer dan driehonderd geëxecuteerden uit de eerste wereldoorlog weer grotendeels in eer herstel. Voor hun wordt in 2001 het Shot at Dawn Memorial opgericht in het National Memorial Arboretum. Het monument stelt een geblinddoekte jongeman voor vastgebonden aan een paal.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

ShotAtDawnMemorial