Gesneuveld na één dag frontdienst

LeonVanHecke_1917.jpgLeon Van Hecke uit Tielt, buurjongen van Joris Lannoo in de Ieperstraat, vlucht op 13 oktober 1914 naar het zuiden van Frankrijk. Daar krijgt hij op 1 juli 1916 de oproep voor zijn legerdienst. Op 13 februari 1917 komt hij terecht bij de grenadiers aan het front in de sector Boezinge. De dag erna sneuvelt Leon door de kogel van een Duitse sluipschutter. Joris Lannoo schrijft een in memoriam in het Gazetje van Tielt van juli 1917.

bron : Romain Van Landschoot, een Vlaamse Viking aan het front, Lannoo

 

 

Mata Hari gearresteerd

mata_hariOp 13 februari 1917 arresteert de Parijse politie Margaretha Geertruida Zelle, een Nederlandse die beter bekend is onder de naam Mata Hari. Waarschijnlijk heeft deze exotische danseres in Den Haag haar eerste contacten met de Duitse inlichtingendienst. In 1916 verhuist ze naar Frankrijk, waar ze na enige tijd ook haar diensten aanbiedt aan de Franse inlichtingendienst. De Britse politie houdt haar al enige tijd in het oog. Als de politiediensten denken voldoende bewijsmateriaal tegen haar te hebben, wordt ze gearresteerd. Op 24 juli 1917 hoort Mata Hari haar gerechtelijk vonnis.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Was Martinus Evers in het kamp van Mailly ?

Ik heb geen dagboek van mijn grootvader Martinus Evers. Via het Belgisch leger weet ik alleen wanneer hij is ingelijfd. En door de foto’s van het Gulden Boek der Vuurkaart weet ik dat hij in het 23e linieregiment zat. In het fotoboek van Daniël Vanacker (zie bron) weet ik dat Jeroom Leuridan eind december 1916 in het kamp van Mailly zat. Gezien Leuridan in hetzelfde linieregiment zat, mag ik aannemen dat het ganse regiment, en dus ook Martinus Evers eind december 1916 in het kamp van Mailly (nabij Châlons-en-Champagne) zat.

Eind 1916 stelt de Franse generaal Joseph Joffre aan de Belgische minister van oorlog voor Belgische eenheden naar het kamp in Mailly te sturen. Daar kunnen ze dezelfde bijscholing krijgen als hun Franse collega’s. Koning Albert voelt er niet veel voor maar geeft toch toe. De eerste Belgische troepen vertrekken van het front op 11 december 1916. De treinreis duurt veertig uur.
In Mailly maken de Belgen kennis met een internationaal gezelschap. “De zondag is de enige rustdag waarover de troepen beschikken.” schrijft een deelnemer. “In het dorpje verbroederen Fransen, Russen en Belgen op voorbeeldige wijze en bezingen de weldaden van de Franse pinard (tafelwijntje).”.
Op onderstaande sneeuwfoto van januari 1917 staan een Rus, een Belgische grenadier, een Belgische gendarme en een Fransman.

mailly1917

bron : Daniël vanacker, België in de grote oorlog, Roularta

 

Gaston Le Roy leert golven

Gaston Le Roy is in Bray-Dunes (Frankrijk) en noteert op 10 februari 1917 het volgende in zijn dagboek.

Legermysteries. Vandaag dacht ik te kunnen profiteren van mijn verzwakte ogen om vrij te zijn, maar zonder succes. Waarom men bij sommige gelegenheden in het leger niet ziek mag zijn, dat vertelde me de legerarts :”Hoe graag ik je naar de oogarts wil doorsturen, vandaag kan dat helaas niet, daar ik niemand van oefeningen mag vrijstellen. Kom morgen terug.

Niemand was vrij. De reden heel het regiment voert aanvalsoefeningen in golven uit voor de grote heren. We golfden de duinen op en af tot rond 1 uur. De rollende keuken kwam ditmaal zelf tot bij ons en niet wij bij haar zoals gewoonlijk en rond 16 uur waren we terug.

Hoe ongaarne ik ook oefeningen doe, ik moet toegeven dat ik er vandaag deugd aan heb beleefd. De vermoeienissen hebben mijn moraal opgemonterd en de zwarte gedachtewolken zijn weggedreven.

Ook Jeroom Leuridan, in het 23e linieregiment net zoals Martinus Evers, heeft leren golven maar dan in december 1916 in het kamp van Mailly. Hij noteert op 23 december 1916.

Vanmorgen om vijf uur waren we in de weer en om zeven uur reeds in het gelid om vagen te gaan doen (vagen komt van het Franse vagues – golven). op het onmetelijke oefenplein. Een Frans bataljon dat de nieuwe techniek demonstreerde, maakte wel indruk. Het was prachtig ! In de diepte wriemelden de blauwe uniformen die de aanval voorbereidden. De lange lijnen van de “vages d’assaut” (aanvalsgolven) bewogen voorwaarts, slangachtig en ’t was een daverend geweld van loze houwitsers en granaten en patronen.

bronnen
André Gysel, Gaston le Roy – dagboek van een Vlaamse oorlogsvrijwilliger, Lannoo
Daniël Vanacker, België in de grote oorlog, Roularta

LerenVagen_1917.jpg

 

dokter Lievens tussen koude en geweervuur

Dokter Lievens is einde januari en begin februari 1917 bij de vooruitgeschoven posten nabij het Viconiakasteel en de kerk van Stuivekenskerke.

26-1-1917 : ’s Avonds proberen de Duitsers nog een van onze posten te veroveren. Deze poging heeft geen succes net zo net zomin als die van de vooravond. Onze schuilplaats is beklagenswaardig. Je kunt je er niet in bewegen en wij logeren daar met vijf in, opgehoopt als haringen in een ton. Het is zo koud dat al onze drank bevriest.

27-1-1917 : Het heeft een beetje gesneeuwd waardoor het van langsom gevaarlijker wordt om de passerelles te gebruiken. Je kunt elk ogenblik vallen. De volledige wacht is op post gedurende de hele nacht zonder aflossing want er klinkt ongewoon lawaai bij de vijand. De thermometer wijst -21° aan.

30-1-1917 : In de nacht van 30 op 31 januari is er grote opschudding. De Duitsers vallen de kleine posten 1,2,3 en 5 aan. Ze beginnen met een buitengewoon hevig bombardement. Na zowat een uur houdt die zondvloed van projectielen op, maar dan treden de mitrailleurs in het wit gekleed en plat op de buik schuiven ze over het ijs vooruit met behulp van twee met ijzer gepunte stokken die elke soldaat vasthoudt. In een witte vermomming zijn ze tot aan onze prikkeldraadversperring geraakt zonder dat wij ze opmerkten. Ze waren al bezig die door te knippen toen plots alarm werd geslagen.

lissac_nuit

Pierre Lissac – Nuit

Dadelijk springen onze mannen in de gevechtsloopgraaf en met geweerschoten en geratel van mitrailleurs ontvangen ze de vijand. Tegelijk spreidt onze gewaarschuwde artillerie met een hevig spervuur van alle granaatkalibers een gordijn van schroot en vuur achter hen, waardoor hun aftocht afgesneden is. Enkelen gooien handgranaten, anderen slagen erin tot bij onze loopgraven te geraken, maar ze worden onmiddellijk met de bajonet terug gedrongen. Beetje bij beetje luwen de gevechten en uiteindelijk wordt het weer stil.
Jammer genoeg verliep het gevecht ook voor ons niet zonder verliezen. Zes strijdmakkers zijn omgekomen en zestien zijn min of meer zwaargewond. De sneeuw valt al een poosje met kleine vlokjes en bedenkt die helden met een blanke sluier.

Ik blijf in de loopgraven tot 2 februari en elke nacht zijn er min of meer ernstige schermutselingen.

bron : André Gysel, dokter Lievens – dagboek van een arts, in de loopgraven van WO I, Lannoo

De tekening bij dit artikel is van Pierre Lissac, getiteld “Nuit”.

 

 

 

Guynemer haalt als eerste een Gotha neer

De Fransman Georges Guynemer is de eerste piloot die erin slaagt een zware Duitse bommenwerper van het type Gotha G.III neer te halen. Hij doet dat op 8 februari 1917 aan boord van een SPAD VII. Weer een opmerkelijke prestatie van de jonge piloot (geboren 24 december 1894), ook al omdat hij nog maar anderhalf jaar in de lucht was.

Guynemer zal op 11 september 1917 neergeschoten worden in de buurt van Poelkapelle zonder dat er ooit nog een spoor van hem gevonden wordt.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

gotha01

het einde van de SS California

Vroeg in de ochtend van 7 februari 1917 bestookt de Duitse onderzeeër U-85 nabij de Ierse kust het Britse passagiersschip SS California dat op weg is van New York naar Glasgow, met twee torpedo’s. Eén ervan is raak : bij de ontploffing komen al vijf mensen om het leven. Slechts negen minuten later zinkt het schip, waarbij nog eens 35 mensen om het leven komen.

Op het schip is er ruimte voor 1214 passagiers, maar nu zijn er slechts 31 aan boord, samen met 184 bemanningsleden. Merkwaardig is dat kapitein John Henderson op de burg blijft tijdens het hele gebeuren, samen met zijn schip ten onder gaat, maar er toch in slaagt om levend boven water te komen en aan boord te klimmen van een reddingsboot.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

willystoewer_uboottaten

Operatie gifpil

In zijn dagboek heeft Herbert Sulzbach, Duitse artillerieofficier al geschreven over de voorbereidingen (lees het artikel hier). Begin februari noteert hij het volgende over operatie gifpil.

Op 3 februari 1917 ga ik naar het front nabij Baleux en ik kom ’s avonds doodop terug. Op 4 februari krijgen we het startsein voor operatie gifpil en het loopt vlotjes als een militaire oefening : artillerievoorbereiding, een kleine infanterieaanval, en we nemen 30 krijgsgevangenen, 10 Britten en 20 Fransen. We leggen een barrage gedurende een half uur en jammer genoeg vallen er aan onze kant ook een aantal gewonden.

Er wordt gesproken over het risico dat de diplomatieke relaties met Amerika verbroken worden.

bron : Herbert Sulzbach, with the German guns, Pen & Sword Military

duitseartillerie_1917_02

Onbeperkte onderzeese oorlog

Na maanden van bittere strijd beslist de Duitse regering op 31 januari 1917 een onbeperkte onderzeese oorlog te voeren. Zodoende kunnen de 111 beschikbare Duitse onderzeeërs naar eigen goeddunken alle schepen tot zinken brengen. Duitsland meent dat zo’n campagne Groot-Brittannië binnen de vijf maanden tot overgave zal dwingen. Het Duitse opperbevel erkent dat de beslissing verregaande gevolgen zal hebben voor de diplomatieke relaties met de VS, die vermoedelijke de oorlog verklaren als hun neutrale schepen tot zinken worden gebracht. Men meent echter de de VS de eerste twee jaar weinig invloed op de oorlog in Europa zullen hebben, en tegen die tijd zouden de Centralen de oorlog toch gewonnen hebben.

uboot01VS-minister Robert Lansing ontvangt een nota over de onderzeese oorlog, die aankondigt dat alle schepene “gestopt zullen worden met ieder beschikbaar wapen en zonder verdere waarschuwing”.

Op 3 februari 1917  verbreekt de regering van de Verenigde Staten haar diplomatieke betrekkingen met Duitsland na de aankondiging van de onbeperkte onderzeese oorlog. President Woodrow Wilson houdt daarover een toespraak. Op de dag van zijn toespraak wordt een Amerikaans koopvaardijschip, de Housatonic, zonder enige waarschuwing tot zinken gebracht.

bron : Ian Westwel, 1914-1918 – de eerste wereldoorlog dag na dag, Deltas

Het schilderij bij dit artikel is van Claus Bergen.