Russen in Marseille

Dezer dagen (2e helft april 1916) landen in Marseille Russische troepen om de geallieerden te ondersteunen in hun strijd tegen het Duitse leger op het westelijk front. Reeds in 1915 had Frankrijk om Russische troepen gevraagd in ruil voor munitie. De tsaar was weinig enthousiast over het Franse voorstel, maar uiteindelijk komt er een Russische brigade naar Marseille.
Bijkomend zenden de Russen in augustus 1916 ook enkele brigades naar het Macedonisch front om daar de geallieerden te steunen. Eveneens in augustus landt er nog een Russische brigade in Frankrijk.

De Russische troepen, waaronder ook 450 Esten, vechten op diverse plaatsen in Frankrijk. Ongeveer duizend van hen liggen begraven op het Cimetière Militaire Russe de Saint-Hilaire le Grand, nabij Mourmelon-le-Grand in het departement Marne.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Russen_Marseille_1916.jpg

Duitsers eisen koeien op in Ingooigem

Net als in zoveel andere dorpen komen de Duitsers ook in Ingooigem koeien aanslaan, zo noteert Stijn Streuvels in zijn dagboek op 18 april 1916. De koeien en hun eigenaars staan alk vanaf 11 uur in de gietende regen te wachten. Drachtige koeien mogen weer mee naar huis met hun eigenaars.

Boeren die maar een of twee koeien hebben, mogen die meestal behouden. Bezit een boer meer koeien, dan merken de Duitsers er enkele met een schaar in het haar van de bil. De gemerkte koeien zullen bij nader bevel afgeleverd moeten worden bij de Duitse administratie.

Sommige boeren verbergen dieren. In de schuur van Streuvels bijvoorbeeld staat een jonge os van een buurman. Diens twee dochters houden de wacht met een knuppel in de hand om te beletten dat het dier zou beginnen te loeien en zo de aandacht zou trekken van speurende Duitse manschappen.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

DuitseSoldaten_Koe.jpg

Col di Lana wordt Italiaans

De Italianen ondergraven de Oostenrijks-Hongaarse stellingen op de Col di Lana in de Italiaanse dolomieten. Eerder is er om deze bergtop al hevig gestreden. In 1915 hebben de Italianen meer dan negentig vergeefse pogingen ondernomen om zich meester te maken van de bergtop. Pas op 17 april 1916 slagen ze in hun opzet. De top wordt weggeblazen door de ontploffing van zo’n vijf ton explosieven. Tweehonderd Oostenrijkers komen om het leven, de overige honderdveertig worden gevangengenomen. De positie is eindelijk in Italiaanse handen. Vandaag herinnert een kapel en een museumpje aan de hevige strijd. Sindsdien wordt de bergtop Col di Sangue (de Bloedberg) genoemd.

bron : Knack Historia 1916

ColDiLana1916.jpg

Korporaal Ware sneuvelt

SidneyWilliamWareKorporaal Sidney William Ware, een militair in hart en nieren, overlijdt op 16 april 1916 in Mesopotamië (Irak). In 1911 vervoegde hij het Britse leger in India, bij het begin van de oorlog moest hij naar Frankrijk en later vocht hij in Mesopotamië.

Tien dagen voor zijn dood verdient hij het Victoria Cross, de hoogste Britse militaire onderscheiding. Hij is een van de weinige niet-gewonde militairen in zijn eenheid en draagt een gewonde medesoldaat naar een veiligere plek 200 meter verderop. De volgende twee uur draagt hij de ene na de andere gewonde soldaat uit de vuurlinie naar een beschutte omgeving.

Vier dagen later wordt hij zelf zwaargewond en naar het hospitaal gebracht waar hij overlijdt.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Paarden opgeofferd in Kut el amara

In Kut el amara zijn de omsingelde Britten allang zowel trekpaarden als muilezels aan het slachten, maar ze hebben de rijdieren welbewust gespaard. Nu gaat dat niet langer. Er lijkt weer een poging tot ontzet te zijn gestrand. Er is een order gekomen om de laatste paarden af te maken, zodat ze als voedsel kunnen dienen voor het ingesloten en bijna verhongerende garnizoen.

Luitenant Edward Mousley plukt vers gras. Daarna gaat hij naar de plaats waar de paarden staan opgesteld. Zijn paard Don Juan herkent zijn eigenaar natuurlijk en begroet hem enthousiast, zoals hij dat het dier heeft geleerd. Mousley geeft hem het gras te eten.

Daarna begint de slacht. Een onderofficier schiet de paarden af. Geknal. Een voor een zakken de grote, zware dierenlichamen in elkaar. Bloed vloeit. Mousley kijkt eerst toe, ziet dat ook de paarden trillend volgen wat er gebeurt, terwijl ze hun beurt afwachten. Don Juan stampt net als de andere onrustig, maar verder is hij volkomen stil. Als het bijna zover is, kan Mousley niet langer toekijken. In plaats daarvan vraagt hij de onderofficier met het geweer om nauwkeurig te richten en het hem te zeggen als alles achter de rug is. Daarna kust hij het dier op de wang en vertrekt. Hij ziet nog hoe het paard zich omdraait en hem nakijkt.
Dan klinkt er nog een knal.

Het avondeten bestaat die avond uit het hart en de nieren van Don Juan. Deze delen van het paard zijn altijd gereserveerd voor de eigenaar. Mousley heeft ook Don Juans zwarte staart gekregen. Het is uiteraard een vreemd gevoel, maar hij vindt het niet verkeerd. Hij schrijft in zijn dagboek :”Ik weet zeker dat hij het liefst had gehad dat ik het deed, en niet iemand anders.”.

bron : Peter Englund, de schoonheid en het verdriet van de oorlog, Spectrum

Photo: David Appleby - DreamWorks II Distribution Co., LLC. (Do NOT COPY even with credits)

Broesilov maakt zich klaar

De Russen hebben op vraag van de Fransen een offensief gestart. Daarmee willen ze hun bondgenoten helpen die in Verdun zwaar onder druk staan. In maart 1916 starten de Russen een offensief (lees daarover meer op deze pagina). Maar dat offensief levert alleen maar een hoop verliezen en geen doorbraak op.

Na heel wat gepalaver binnen de Russische legertop blijkt dat zowel de tsaar, de stafchef als de twee andere generaals die het commando voeren over de rest van het front huiverachtig staan tegenover nog meer aanvalsijver. Alexei Broesilov is de enige die zich zeer gedreven toont op een bijeenkomst van de Russische legertop op 14 april 1916. Hij verklaart zich bereid om zonder veel bijkomende middelen of versterkingen een groot offensief voor te bereiden. Tegenover hem staan de Oostenrijks-Hongaarse troepen waarvan bekend is dat ze de mindere zijn van hun Duitse bondgenoten, waartegen de Russen in maart 1916 tevergeefs storm liepen.

Alexei-BrusilovBroesilov gelooft dat hij een goed recept heeft voor een geslaagde aanval. Hij wil aanvallen op een breed front van honderden kilometers zodat Oostenrijk-Hongarije niet met zijn troepen kan schuiven om gaten te dichten. Hij kiest er ook voor om geen lange voorbereidende artilleriebeschietingen te doen die elk verrassingseffect vergallen. Niets laat hij aan het toeval over. Het vijandelijke loopgravennet wordt eerst netjes in kaart gebracht met luchtfoto’s en daarna nagebouwd in het Russische achterland. De belangrijkste aanvalseenheden repeteren hun aanval op de nagemaakte stellingen. De troepen in lijn krijgen de opdracht om grote schuilplaatsen te maken waar de aanvalstroepen veilig kunnen wachten in de laatste uren voor de aanval. Broesilov probeert ook zijn aanvalssectoren te beperken tot zones met een smal niemandsland zodat de aanvallers een reële kans hebben om de oversteek naar de vijandelijke linies te overleven. Waar dit nodig is, graaft de infanterie diepe naderingsloopgraven naar de Oostenrijks-Hongaarse eerste linie om zo de vertreklijn voor de aanval zo veel mogelijk naar voren te verleggen.

bron : Knack – Historia 1916

la voie sacrée, levensader van Verdun

la voie sacrée, levensader van Verdun

Als de Duitsers de slag om Verdun beginnen in februari 1916, hebben ze 14 spoorlijnen waarmee ze troepen en materieel naar het front kunnen aanvoeren. De Fransen staan er veel slechter voor : ze hebben maar twee spoorlijnen, waarvan er één geregeld onder Duits artillerievuur ligt en de andere spoorlijn voert regelrecht naar de vijandelijke linies.

Gelukkig is er nog een kleinere spoorlijn, “le Petit Meusien“, net genoeg om een klein garnizoen in vredestijd te bevoorraden. Daarnaast is er nog een weg van 65 kilometer die gaat van het station van Baudonvilliers tot aan de Moulin-Brûlé, op 8 kilometer van Verdun. Gedurende vier maanden zal deze weg bijna volledig het transport verzekeren van de troepen, munitie en materieel. De Petit Meusien wordt ingeschakeld voor het vervoer van levensmiddelen en de evacuatie van gewonden.

Het is kapitein Joseph Doumenc die op 19 februari, 2 dagen voor de Duitse aanval, de weg volledig vrij maakt voor militair vervoer. Op dat moment beschikt men slechts over 700 voertuigen. Op 27 februari heeft men dat aantal laten stijgen tot 3500 vrachtwagens, 2000 personenwagens, 800 ambulances en 200 bussen. Het vervoer zal men organiseren zoals een reuzenscheprad. Net zoals dit rad bestaande uit verschillende emmers met iedere emmer vers water aanbrengt, zal ieder voertuig materieel en soldaten naar het front brengen.

Op de voie sacrée rijden er voortdurend 8.000 voertuigen. Om de veertien seconden passert er een nieuw voertuig, 7 dagen op 7 en 24 uur per dag. Er is ook per type een maximumsnelheid voorzien : 4 km/u voor de artillerievoertuigen, 15 km/u voor de vrachtwagens en 25 km/U voor de bestelwagens. Enkel ambulances en stafwagens hebben de toelating voorbij te steken. De soldaten van de genie onderhouden onophoudelijk de weg, herstellen gaten en zorgen er ook voor dat wagens in panne ogenblikkelijk van de weg afgeduwd worden.

la-voie-sacree_GeorgesScott.jpg

la voie sacrée van Georges Scott