laatste patrouille van Arthur Metz

ub-13-metzOberleutnant zur See Arthur Metz verlaat met de UB-13 Zeebrugge op 23 april 1916. Metz heeft de opdracht om gedurende een week de scheepvaart ter hoogte van Southwold aan te vallen. Na zijn vertrek raakt de Duitse admiraliteit elk spoor van UB-13 bijster. Vermoedelijk is de duikboot een dag na het vertrek in een Brits mijnenveld geraakt.

Britse rapporten bevestigen de Duitse vermoedens. Op 24 april 1916 zijn de Britten begonnen met een groot mijnenveld te leggen 18 mijl ten noorden van de Belgische kust. Daarmee willen ze het Belgische zeegebied zo goed mogelijk afsluiten voor U-boten. Die dag worden er ook verschillende ontploffingen gehoord in de netten. UB-10 is erin terechtgekomen en heeft bij verschillende pogingen om vrij te komen, mijnen tot ontploffing gebracht. Na acht uur spartelen kan UB-10 zichzelf bevrijden en veilig de basis te raken.
UB-13 heeft minder geluk. Ze raakt de ankerkabel van de drifter Gleaner of the Sea ter hoogte van de Thorntonbank. Door maneuvers om vrij te komen komt de duikboot in contact met een mijn in de sleep van het konvooi waarna die ontploft. Een patrouillerend watervliegtuig merkt wat er gaande is en werpt een bom op de plaats waar wrakstukken en olie aan de oppervlakte komen. Het wrak van de UB-13 blijft onontdekt tot de vroege jaren negentig van de vorige eeuw.

bron : Tomas Termote, oorlog onder water, Davidsfonds

 

Duel op zee

Het bewapende Britse koopvaardijschip Alcantara en de Greif, een Duits schip vermomd als een Noors, zinken na een wederzijdse beschieting op de Noordzee.

De Alcantara wordt uitgestuurd op 29 februari 1916 als de Greif, voorzien van de Noorse vlag door de Britse blokkade wilt varen. herhaalde Britse oproepen om communicatie leveren geen antwoord op. Als de Britse kapiteit de Greif aanmaant halt te houden voor inspectie, hijst die de Duitse vlag en opent het vuur.
Twaalf minuten lang beschieten beide schepen elkaar van dichtbij, resulterend in 74 doden op de Alcantara en bijna 200 op het Duitse schip. Met een laatste torpedo geeft de Greif het Britse schip de genadeslag, maar zinkt zelf ook snel nadien. De overlevenden, onder wie ruim 120 Duitsers, worden opgepikt door een toegesneld Brits schip, de Andes.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Alcantara_Greif_20160229

Portugal neemt Duitse schepen in beslag

Op 23 februari 1916 neemt de Portugese regering de Duitse oorlogsschepen in beslag die in haar havens liggen. De Duitse keizer reageert door op 9 maart 1916 de oorlog te verklaren.

Om te verhinderen dat Portugal troepen naar het Europese front zal sturen, lokken de Duitsers opstanden uit in die Portugese kolonies die aan de hunne grenzen. Ook op zee nemen ze de Portugezen zwaar onder vuur : maar liefst tachtig schepen gaan ten onder door aanvallen van Duitse onderzeeërs.

Toch vecht Portugal ook mee in Europa : in Frankrijk houden Portugese troepen een stuk van het front bezet, elders maken eenheden deel uit van het Britse leger.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Lisboa_NavioAlema

Portugese mariniers halen de Duitse vlag omlaag

De laatste uren van de L19

De zeppelin L19 is op 31 januari 1916 samen met acht andere zeppelins naar Engeland gevlogen om te bombarderen. Na het bombardement is de L19 op de terugweg naar Duitsland maar de zeppelin heeft motorproblemen. Boven het Nederlandse Ameland wordt het luchtschip onder vuur genomen door Nederlandse militairen. Hierdoor verliest de zeppelin gas en verliest hoogte. In de nacht van 1 op 2 februari 1916 maakt de zeppelin een noodlanding in de noordzee.

De volgende ochtend vindt een Britse vissersboot, de King Stephen, de drijvende zeppelin. De Duitse kapitein Odo Loewe vraagt aan de Britse kapitein William Martin om hem en zijn bemanning te redden. De Brit weigert en zal later verklaren dat zijn bemanning van 9 ongewapende vissers onmogelijk De Duitse soldaten aan boord kon nemen zonder het gevaar te lopen overmeesterd te worden. Een andere verklaring voor de weigering kan zijn dat de vissersboot aan het vissen was in een zone waar dit niet toegelaten was en dat William Martin wou vermijden dat dit zo aan het licht kwam. En dus vaart de King Stephen weer weg en wordt de Duitse bemanning aan haar lot overgelaten.

De Duitsers verdwijnen samen met de L19 in het water, echter niet zonder een aantal brieven voor hun familie in een fles te hebben gestoken. Deze fles zal in augustus 1916 in Zweden gevonden worden. De tekst van de brieven vind je op de Duitstalige website die bij bronnen vermeld wordt.
Kapitein William Martin vindt begrip bij de Engelse bevolking voor zijn houding maar eveneens onbegrip en afkeuring. Martin besluit niet meer te gaan vissen en sterft op 24 februari 1917 op de leeftijd van 45 jaar. De King Stephen wordt niet meer als vissersboot gebruikt maar de Engelse Navy slaat het schip aan en gebruiken het als Q-schip, een koopvaardijschip dat zwaar bewapend is om Duitse duikboten in de val te lokken. Op 25 April 1916 brengen Duitse schepen de King Stephen tot zinken tijdens het bombardement van Yarmouth en Lowestoft.

bronnen
http://www.zeppelin-museum.dk/D/german/historie/l-19/l-19.html
https://en.wikipedia.org/wiki/LZ_54_(L_19)
http://www.wrecksite.eu/wreck.aspx?189362

(c) North East Lincolnshire Museum Service; Supplied by The Public Catalogue Foundation

(c) North East Lincolnshire Museum Service; Supplied by The Public Catalogue Foundation

voltreffer op de Theems

Het vrachtschip Franz Fischer zinkt op 1 februari 1916 in nauwelijks een minuut na een treffer vanuit een zeppelin. Het is het eerste Britse schip dat getroffen wordt door een bom uit een zeppelin. Dergelijke acties blijven trouwens een zeldzaamheid gedurende de hele oorlog.

Terwijl de Franz Hischer voor anker ligt in de monding van de Theems laat een Duits luchtschip dat net overvliegt een bom vallen, die op de machinekamer terechtkomt, daar ontploft en een gat in de bodem slaat. Slechts drie van de zestien opvarenden overleven de ramp. Een Belgische stomer pikt de drie overlevenden op.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Zeppelin_Thames02

Zeppelinaanval op Engeland

Negen Duitse luchtschepen stijgen op 31 januari 1916 op van hun basissen in Friedrichshafen en Lowenthal om voor het eerst bombardementen uit te voeren boven centraal Engeland. Met deze actie diep in het binnenland willen de Duitsers de Britten duidelijk maken dat ze nergens meer veilig zijn in hun land.

De toch van twee van die toestellen, de L13 en de L21, brengt hen in ieder geval niet bij het beoogde doel Liverpool, maar in de buurt van Wednesbury en Tipton, ongeveer 125 kilometer daarvandaan. Gebrekkige navigatie ligt aan de basis van hun misrekening. De bommen van beide zeppelins veroorzaakten wel enigte schade, maar niet in verhouding tot de verwachtingen.

Op de terugweg komt de L19 in de Noordzee terecht omwillen van problemen met de motoren. Een Britse treiler weigerde hen aan boord te nemen uit vrees overmeesterd te worden.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Zepp-control-gondola-recon

Felix Schormstädt

 

 

Apollo gezonken

Apollo gezonken

In de buurt van het lichtschip Galloper in de Noordzee loopt het Nederlandse vrachtschip Apollo op een Duitse mijn en zinkt snel. Gelukkig kan het merendeel van de bemanning aan boord van de beide reddingssloepen. ’s Anderendaags pikt de veerboot Prinses Juliana, op weg tussen Tilbury en Vlissingen, de bemanning op.
De Apollo, die onderweg was van Lissabon naar Amsterdam, is reeds het vierde schip van de Koninklijke Nederlandse Stoomboot Maatschappij dat tijdens deze oorlog verloren gaat.

De juiste locatie van het lichtschip Galloper vind je terug op http://www.zweefmakreel.nl/bert/genealogie/hass/galloperlightship.htm

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

zeemijn02

 

storm in Nederland

Op 13 en 14 januari 1916 trekt er een hevige stormvloed over de Zuiderzee en omgeving, maar ook in diverse andere regio’s in Nederland is er zware wateroverlast. Mede door de hoge waterstand van de rivieren breken op tientallen plaatsen de dijken door. Op andere plaatsen spoelen de dijken gewoon weg. Mensen schuilen op de bovenverdiepingen van hun huizen of zoeken toevlucht in kerken, die meestal een beetje hoger liggen.

In de provincie Noord-Holland zijn er 19 doden terwijl er bij scheepsrampen op zee nog eens 32 mensen sterven. Deze ramp vormt de aanzet tot de afsluiting van de Zuiderzee, die in 1932 voltooid zal worden.

Meer foto’s van deze ramp kan je hier bekijken.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Volendam1916.jpg

Franse duikboot gezonken

Op 5 december 1915 zinkt de Franse duikboot Q-65, ook bekend als Fresnel, na treffers door de Oostenrijks-Hongaarse destroyer Waradisner voor de kust van Durazzo, aan de Albanese kust. De bemanning is gevangengenomen, op een dode en gewonde na.

Elders in de Middellandse zee, in de buurt van Kreta wordt op dezelfde dag ook de Amerikaanse tanker Petrolite getroffen. De schade aangebracht door de Duitse duikboot U-39 is betrekkelijk gering. Ongeveer anderhalf jaar later wordt dezelfde tanker in de Middellandse zee opnieuw beschoten door een onderzeeër, nu een Oostenrijkse. Ditmaal zinkt de Petrolite.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

sous-marinFresnel

Met man en muis vergaan

In een klap verliest de Duitse marine op 23 oktober 1915 672 manschappen wanneer torpedo’s afgevuurd door de Britse duikboot E9 exploderen in het munitiemagazijn van de SMS Prinz Adalbert. Slechts drie bemanningsleden overleven de ramp.

De maar net herstelde SMS Prinz Adalbert, een bewapende kruiser, vaart op dat bogenblik ongeveer 30 km ten westen van Libau (Letland) in de Baltische zee, in gezelschap van enkele torpedojagers.

SMS Prinz Adelbert