brand in Hedge Street Tunnel

Terwijl onderluitenant William Barber op 5 januari 1918 werkt in de Hedge Street Tunnel, ongeveer halfweg tussen Zandvoorde en Zillebeke, ontstaat er brand. Samen met twintig andere Britse militairen sterft hij door verstikking in deze mijnschacht. Op zijn grafsteen in het Railway Dugout Burial Ground (Transport Farm) lees je :”known to be buried in this cemetery” omdat zijn oorspronkelijk graf verwoest werd door granaatvuur.

William Barber vocht op diverse fronten sinds september 1915 vooraleer hij drie dagen geleden bij deze tunnel aan de slag moest : Loos, aan de Somme en bij Ieper.

Toeristische tip : Railway Dugout Burial Ground (Transport Farm) , Komenseweg, Ieper ter hoogte van Zillebeekvijver. Hier liggen 2463 doden begraven, op vier na allemaal uit het Britse Gemenebest.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Tunnelvuur01

 

De Roo Balie stille getuige

De aanwezigheid van negen Britse militaire begraafplaatsen duidt er al op dat Vlamertinge niet gespaard bleef van oorlogsgeweld. Een van de deels overlevende getuigenissen is de hoeve De Roo Balie (Groenejagersstraatr 15). Op 6 januari 1918 brandt het woonhuis uit, net als de stallen voor paarden, koeien en varkens. Alleen de eest (droogvertrek), de schuur en een deel van de opkamer blijven overeind.

Na de oorlog volgt de heropbouw en wordt de opkamer in haar oorspronkelijke toestand hersteld. De hoeve gaat terug tot rond het jaar 1600 maar daar merk je vandaag niets meer van.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

DeRooBalie_Vlamertinge

 

slecht jaareinde voor de Maori’s

Vroeg in de ochtend van 31 december 1917 komt er een granaat terecht in het Maori Pioneer Battalion, dat geleid wordt door luitenant Joseph Paku. Zes Maori’s sterven ter plekke, op het kruispunt van de Zonnebeekseweg en de huidige Jan Ypermanstraat in Ieper. Allemaal liggen ze begraven op het Ramparts Cemetery in Ieper.

Net als ongeveer 2500 andere Maori’s dienden zij in het Nieuw-Zeelandse leger. Bij datzelfde leger horen ook mensen van de Polynesische eilanden, onder meer van de Cookeilanden Gojim Rarotonga, Tonga, Samoa…

Zonder twijfel een van de mooist gelegen begraafplaatsen in Flanders Fields is Ramparts Cemetery op de Vesten, op 50 meter van de Rijselpoort in Ieper. Daar rusten 197 militairen uit het Britse Gemenebest, onder wie dus ook de zes voormelde Maori’s.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

MaoriPioneerBattalion_1917

Harry Patch keert terug naar thuisland

De Britse soldaat Harry Patch is gewond geraakt op 22 september 1917 tijdens de slag om Passendale. Op 23 december 1917 verlaat hij voorgoed het Europees vasteland en wordt hij naar Groot-Brittannië teruggestuurd.  Als de wapenstilstand in 1918 getekend wordt, is Harry Patch nog altijd in een ziekenhuis op het eiland Wight. Pas als hij 100 jaar wordt, spreekt hij voor het eerst over de oorlog.

In tachtig jaar heb ik geen oorlogsfilm bekeken en sprak ik nooit over de oorlog, ook niet met mijn vrouw. Nu ik in het rusthuis ben, al zes jaar, gaat het alleen nog over de eerste wereldoorlog, sinds ik die onverwachte lichtflits zag van in mijn kamer. Zoals ik al zei : de eerste wereldoorlog is geschiedenis, het is geen nieuws. Vergeet het.

Harry vocht onder meer in Pilkem en Passendale, maar zal toch vooral in de herinnering voortleven als de man die in 2008 op 110-jarige leeftijd terugkeerde naar Langemark om daar een zelf betaalde herdenkingssteen te onthullen  voor zijn makkers die gestorven zijn op 22 september 1917, de dag dat hijzelf zwaar gewond raakte. Hij sterft in 2009 op de leeftijd van 111 jaar, 1 maand, 1 week en 1 dag.

bronnen :
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
https://en.wikipedia.org/wiki/Harry_Patch

Harry-Patch-1898-2009

slachtpartij bij maanlicht

Omwille van het uitzicht dat de Duitsers op een aantal plaatsen in Passendale hebben, kunnen aanvallen eigenlijk alleen maar ’s nachts uitgevoerd worden. 

Op 2 december 1917, om 1u55 sluipen de Britten de vijandige linies tot op 500 meter en vallen dan aan. Zodra hun silhouetten zichtbaar worden tegen de maanverlichte hemel, worden ze neergemaaid door een moordend kruisvuur. De manschappen verliezen de richting en proberen door elkaar heen voort te strompelen op de moerassige ondergrond. Er heerst absolute chaos. 

Bij het 2e bataljon van de King’s Own Yorkshire Light Infantry zijn er tientallen doden, 120 gewonden en veel vermisten. Onder de vermisten zijn ook de soldaten Albert Cooksey en David Connerty. Allebei hun namen komen voor op de panelen van Tyne Cot Cemetery. 

Bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds 

De tekening hieronder komt van de FB pagina https://www.facebook.com/TheGreatWar191418

Passendale_19171202

gevechten rond kasteel Polderhoek

Nieuw-Zeelandse troepen veroveren op 30 november 1917 een strook grond tegenover kasteel Polderhoek. De toestand van de bodem is onbeschrijflijk : slijk, water, granaattrechters, puin, doden en gewonden… Om de gewonden toch ietwat meer zorg en comfort te bieden wordt een van de betere bunkers gebruikt als medische post.

Voordien gebruikten de Duitsers deze bunker als hoofdkwartier en ze zijn niet op de hoogte van de omschakeling tot medische post. Ze beschieten die dan ook als ieder ander militair doelwit. De bunker stort in, waardoor de volledige medische staf en een aantal gewonden het leven laten.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Polderhoek_1917_01

de wanhoop van Paul Nash

De Britse kunstenaar Paul Nash, zowel surrealistisch kunstenaar als schrijver, tracht op 18 november 1917 onder woorden te brengen wat hij in Passendale heeft gezien. 

Het kwaad en de baarlijke duivel alleen kunnen meester zijn van deze oorlog. Nergens is ook maar iets te zien van Gods hand. Zonsondergang en zonsopgang zijn godslasterend, in de ogen van de mens zijn ze een farce. Alleen zwarte regen van de gekwetste en gezwollen wolken in het bittere duister van de nacht zijn geschikt als atmosfeer voor zulk een land. De regen geeft de richting aan, de stinkende modder wordt nog meer kwaadaardig geel, de granaattrechters vullen zich met groen-wit water, de wegen en paden zijn bedekt met slijm, inches dik, de zwarte, stervende bomen zweten en de granaten houden nooit op. 

Het is onuitsprekelijk, goddeloos, hopeloos. Ik ben niet langer een betrokken, nieuwsgierige artiets. Ik ben een boodschapper die de woorden van hen die vechten overbrengen naar hen die willen dat de oorlog voor altijd blijft duren. Zwak, onsamenhangend zal mijn boodschap zijn, maar ze zal een bittere waarheid bevatten en moge ze hun gemene zielen verbranden. 

Bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds 

Het schilderij hieronder is van Paul Nash en is getiteld “Field of Passchendaele”

PaulNash_FieldsOfPasschendaele

Passendale in Canadese handen

De 1e en 2e Canadese divisie veroveren op 6 november 1917 het dorp Passendale, waarmee er feitelijk een einde komt aan de slag om Passendale. Toch duren de gevechten nog voort tot 10 november 1917, want de geallieerden willen ook de resterende hooggelegen gronden bij het dorp in handen krijgen, met name die in de omgeving van Hill 52.

Al snel komen de geallieerden tot de vaststelling dat de saillant van Passendale moeilijk te verdedigen zal zijn. De Canadezen weten het terrein nog te behouden tijdens de winter, maar in het voorjaar van 1918 is het dorp weer in Duitse handen, tijdens de vierde slag om Ieper.

bron : oorlogskalender 2014-2018, davidsfonds

De foto toont Canadese soldaten en Duitse krijgsgevangenen na de inname van Passendale.

Passendale_1917November

nieuws van Caporetto dringt door

3 november 1917 is een mistige dag aan het front bij Ieper en de vliegtuigen blijven aan de grond. Wel dringt nieuws van een Oostenrijks communiqué door. Aan het Italiaanse front zouden ze de voorbije dagen zestigduizend nieuwe krijgsgevangenen gemaakt hebben en zevenhonderd kanonnen in beslag genomen hebben.

Onderpastoor Achiel Van Walleghem hoort dat de Belgische soldaten fel onder de indruk zijn en menen dat de vijand onmogelijk te verslaan is. Het verlangen naar vrede neemt oe.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

WWI - Italy - Prisoners 1917

de enige Vlaming op Tyne Cot

Op Tyne Cot Cemetery ligt er één enkele Vlaming begraven : korporaal Richard Verhaeghe, die sneuvelt op 30 oktober 1917 op 39-jarige leeftijd, weliswaar in Canadese dienst.

In het begin van de 20e eeuw emigreert hij van de streek rond Brugge naar Canada, waar hij zich vestigt in Saskatoon (Sakatchewan), samen met zijn vrouw Augusta. In 1915 meldt Richard zich als vrijwilliger bij het 5th Batallion Canadian Mounted Rifles. In de volgen de jaren vecht deze ruiterbrigade onder meer aan de Somme en in Passendale.

Korporaal Richard Verhaeghe sterft tijdens de slag bij Passendale tijdens een aanval op Duitse stellingen in het bos Woodlands Plantation dat er eerder uitziet als een moeras.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

RichardVerhaeghe_1917.jpeg