Jeroom Leuridan maakt de mis van de grenadiers mee

In de buurt van het front woont Jeroom Leuridan op 14 maart 1915 een mis bij op de zondag van halfvasten :

gebaseerd op het dagboek van Jeroom Leuridan

gebaseerd op het dagboek van Jeroom Leuridan

Ik heb de mis van de Belgische grenadiers bijgewoond. De kerk was “gestampt vol”. De grenadiers hebben de dood zien maaien in hun rangen. Heeft dat hen wellicht dichter tot de Gebieder van de Dood gebracht ? Het prachtige muziekkorps van de grenadiers heeft roerend schone stukken uitgevoerd.

De donderende basstem en dat schetterend klaroengeschal aan de consecratie, terwijl al die krijgshoofden diep gebogen waren… Aangrijpend ! Dat schone woord van de aalmoezenier… en dan ginder, het bonzen van de kanonnen, een dof gedonder als het grondspel in de verheven muziek van de ruisende snaren, begeleid door de gedempte tonenvloed van de zinderende fanfaremonden.

Ik vergeet ze niet licht, die mis van de grenadiers, daar zo dicht tegen de strijdlinie, onder ’t gedonder van de kanonnen.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Dokter Lievens ziet de kerk van Reninge branden

8-3-1915 : We worden aangeduid om de 1e cavaleriedivisie te vervangen in de sector Fort Knokke en het Veermanshuis. We kantonneren in Gijverinkhove in de hoeve De Corte.

9-3-1915 : Verschillende granaten omkaderen de hoeve Dugardein in Lo. Gelukkig raakt niemand gewond. De hele familie blijft er wonen.

10-3-1915 : Kantonnement bij de Fintele aan de Ijzer. De kerk van Reninge brandt als gevolg van een beschieting met brandbommen. De toren is voor de helft vernield. ’s Avonds trekken we naar het front om de eerste linie te versterken en om colonnepaden aan te leggen. We werken tot 2 uur. Kalme nacht in de sector. De Duitsers verlichten onze linies met vuurpijlen, ze geven heel wat signalen waarvan wij niets begrijpen. Er zijn vuurpijlen van alle kleuren. Het is als een vuurwerk op een goede ouderwetse kermis. Plots weerklinkt hevig geweervuur rechts van ons. Naar verluidt zouden de Britten in de aanval gaan. Het geweervuur laait bij herhaling driemaal op om dan zachtjes uit te doven. In de verte vermindert de gloed van de kerk van Reninge langzaam in de nevelige nacht.

11-3-1915 : We moeten ons logement afstaan aan de 4e legerdivisie. Voor vannacht staan we dus op straat. We vernemen uit officiële bron dat de Britten vijf kilometer zijn opgerukt in de streek van La Bassée. Dit goede nieuws doet me de hardheid van het bestaan vergeten en ik droom er heerlijk van om binnenkort mijn lieve familie en mijn huisje terug te zien.

bron : André Gysel, dokter Lievens – dagboek van een arts, Lannoo

de kerk van Reninge

de kerk van Reninge

 

Gaston Le Roy oefent op het strand

Gaston Le Roy noteert op 8 maart 1915 in zijn dagboek :

We oefenen met het geweer op het strand. Boven de hoge duinen zien we in de verte de toren van Bréhal, die ons nog steeds aan de goede dagen herinnert, want de inwoners van Granville zijn bijlange niet zo vriendelijk als de Bréhalais.

Onderstaande postkaart toont casino en strand van Granville. Het is maar de vraag of Gaston hier zijn exercities deed.

Granville voor de oorlog

Granville voor de oorlog

bron : André Gysel, Gaston Le Roy, Lannoo

Gaston Le Roy verlaat Bréhal

Op 6 maart 1915 lezen we het volgende in het dagboek van Gaston Le Roy.

Het werd een droevig vertrek uit het vrolijke Bréhal, waar we bij de inwoners kind aan huis waren. Na een solemnele misviering, gevolgd door een patriottische toespraak, vertrokken we om half negen. Ik moest de aangeboden chocolademelk laten staan om bijtijds in de rangen te zijn. Velen kregen tranen in de ogen en hartelijk werd er “merci” en “au revoir” geroepen.

Onderstaande foto toont de “route de Granville” in Bréhal. We mogen aannemen dat Gaston Le Roy langs deze weg Bréhal heeft verlaten.

Bréhal_RouteDeGranville

bron : André Gysel, Gaston Le Roy, Lannoo

Louis Barthas lijdt kou in de loopgraven

In het dagboek van Louis Barthas lezen we het volgende : “Op 20 februari (1915) waren we in Annequin. Dezelfde avond nog moesten we naar onze linie. Die namiddag was er een zware hagelstorm en door de wind stapelde de hagel zich op in de verbindingsgangen. Toen we die ’s avonds ingingen, stonden ze boordevol ijswater. Het laat zich raden hoe aangenaam dit voetbad, of liever deze kniewassing was. En toch stonden we nog te zweten. Er moest werkelijk een goed bestaan die de arme poilus beschermde tegen bronchitis en verkoudheid. Toen ik met een kameraad in de voorste linie aankwam en in ons onderkomen wou uitrusten, was het ingestort ! We hadden dus na een hele nacht wachtlopen geen plek meer om te slapen. In een nabijgelegen schuilplaats was een vuurtje aangestoken waaraan ik me mocht warmen. Ik denk dat ik alleen daardoor die nacht niet ben gestorven van de kou.

bron : Dirk Lambrechts, de oorlogsdagboeken van Louis Barthas, uitgeverij Bas Lubberhuizen

TekeningPoilus

Herbert Sulzbach neemt afscheid van luitenant Reinhardt

In het dagboek van Herbert Sulzbach zien we in de maand februari 1915 dat hij de kans krijgt om naar Luxemburg te reizen. Op 3 februari verlaat hij Luxemburg en rijdt met de trein terug naar zijn artillerieregiment via Sedan, Mohon, Bazancourt, Pont-Faverger en tot slot Ardeuil. Gezien hij al eerder heeft gesproken over de Champagnestreek, neem ik aan dat het gaat om de Franse gemeente die vandaag Ardeuil-et-Montfauxelles gaat. Na zijn aankomst zijn er nog een paar rustige dagen, maar vanaf 16 februari vallen de Fransen aan. De Duitsers raken in paniek, maar luitenant Reinhardt is zowat de enige die kalm blijft. En dan lezen ze op 26 februari 1915 het volgende in het dagboek van Sulzbach :

De Fransen hernemen hun poging voor een doorbraak met hernieuwde krachten en versterkingen. Was de artilleriebeschieting de voorbije dagen al heel zwaar, vandaag is het nog heviger. Ik zag luitenant Reinhardt met zijn arm in een verband. Het is een wonder dat hij alleen gewond is : de observatiepost waarin hij zat met infanteriesoldaten kreeg vijf directe treffers, de ene na de andere, en bijna alle soldaten zijn dood. Reinhardt is zijn linkerduim kwijt door de ontploffing en hij zit onder het bloed, modder, vuil en roet. Ik vrees dat onze geliefde luitenant naar het hospitaal moet. Onze ganse artilleriebatterij treurt. De luitenant neemt van ieder afzonderlijk afscheid en laat zich naar de achterhoede vervoeren in een munitiewagen.

We waren er allemaal door ontzet, gezien we erg op hem gesteld waren. Hij was even onverstoorbaar als menselijk. De ganse troep staart de munitiewagen na lang nadat die verdwenen is achter de bossen. We hebben het gevoel dat we voor hem gevochten hebben.

bron : Herbert Sulzbach, with the German Guns, Pen & Sword

luitenant Reinhardt (helemaal rechts) met 2 andere officieren in 1915

luitenant Reinhardt (helemaal rechts) met 2 andere officieren in 1915

het dagboek van Herbert Sulzbach

Herbert Sulzbach - with the German guns

Herbert Sulzbach – with the German guns

Ik heb de voorbije week het dagboek van Herbert Sulzbach ontvangen. Gedurende mijn dagelijkse treinrit naar het werk heb ik het dagboek al gelezen tot 1916. Het is meeslepend en boeiend geschreven. Over Herbert Sulzbach heb ik al eerder op deze blog geschreven, want het is een boeiende persoonlijkheid. Hij droeg het Duits uniform in de eerste wereldoorlog en een Brits uniform tijdens de tweede wereldoorlog. Gezien zijn joodse afkomst was er voor hem geen plaats meer in nazi-Duitsland vanaf de jaren dertig. Meer informatie over Herbert Sulzbach vind je op https://martinusevers.org/2014/11/13/herbert-sulzbach-duitser-in-de-eerste-en-brit-in-de-tweede-wereldoorlog/

Wie interesse heeft in dagboeken van soldaten van de Groote Oorlog, zal zeker zijn gading vinden in het dagboek van Herbert Sulzbach. Ik heb gezocht naar een Duits exemplaar, maar heb dat jammer genoeg niet gevonden. Via amazon heb ik dan een Engelstalige versie in huis gehaald. Ik zal geregeld een fragment van dit dagboek vertalen en op deze blog zetten.

Krijgsgevangenen op weg naar Duitsland

Virginie Loveling heeft het op 28 februari 1915 in haar dagboek over krijgsgevangenen.

Een brief van klachten is toegekomen bij de plaatselijke commandant over het eten van de krijgsgevangenen in Duitsland. De brief is ondertekend door vijf Gentse soldaten, behorend tot bekende families. Dat het voedsel slecht is, wordt door de Duitsers gelogenstraft.

Zevenentwintig krijgsgevangenen schreden vrijdag laatste door de stad, op weg naar Duitsland zeker. Belgen en Fransen onder begeleiding van vijf Feldgrauen (= een verwijzing naar de kleur van de Duitse uniformen). Ze zagen er bleek uit, vermoeid, erg bemodderd en verwaarloosd, met gehavende uniformen en scheefgelopen schoenen.

BelgenFRansenKrijgsgevangen

Gaston Le Roy krijgt weldra nieuw onderkomen

Gaston Le Roy noteert op 25 februari 1915 het volgende in zijn dagboek.

Als oefening een mars van 17 km. Munéville, Quetterville… Slecht nieuws doet de ronde. Aan ons vrolijke leventje komt een eind. Binnenkort ruilen wij burger en bed voor kazerne en strozak. Prettig vooruitzicht ! Over de kazerne wordt niet veel goeds verteld en evenmin over de weinig sympathieke inwoners van Granville, waar de Belgen door de Fransen voor “tas de vermine” (= ongedierte, uitschot) worden uitgescholden.

In Bréhal is de bevolking ons heel genegen. De inwoners ondertekenen zelfs een petitie om ons hier te houden, maar ik denk dat het boter aan de galg zal zijn.

Bréhal - route de Cérence

Bréhal – route de Cérence

bron : André Gysel, Gaston Le Roy, Lannoo

Jozef Gesquière gaat op uitstap naar De Panne

Onderwijzer Jozef Gesquière uit Veurne is voor een dagje op weg naar De Panne en noteert in zijn dagboek op 21 februari 1915.

Prachtig boven onze hoofden het draaien en zwenken van onze vliegers die op verkenning zijn. Ook een vijand nadert. Boven Veurne heeft hij het warm gehad te midden van de ontploffende shrapnels. Hier zal hij ook geen vriendelijk onthaal genieten. De machinegeweren uit de vliegtuigen rikketikken geweldig. Alleen tegen zoveel tegenstrevers houdt hij het niet uit en blaast ijlings de aftocht, over zee naar het oosten toe.

We zetten onze weg naar De Panne voort. Wat een gewoel, wat een beweging in het vroeger zo stille vissersdorp.

De Panne tijdens de oorlog

De Panne tijdens de oorlog

bronnen

oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

http://www.depanneblogt.be/?p=21431