door honger geplaagd

De Vlaamse auteur Karel Van de Woestijne schrijft op 15 maart 1918 in een brief aan een Nederlandse vriend over het leven in België. 

Gij schrijft mij van al de miserie om u heen, die gij helpt lenigen. Gij zegt mij ook dat het leven voor u Hollanders lang niet aangenaam is. Beste vriend, wist gij maar hoe het ons hier in België vergaat. Een klein voorbeeld : boter voor zover te krijgen, kost tot 35 frank de kilo. Vlees is een goede 20 frank. En het overige is even duur, tenminste wanneer het te koop is. Van koffie en thee is allang geen sprake meer. En het wordt langs om erger, ook hier op het land. Wij zijn evenwel een taai ras. Wij willen niet ondergaan, zo houden wij er de moed in en willen voor niets ter wereld in zak en as gaan zitten. 

Bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds 

Brood_WIllen_We_Hebben

Duits aanval bij Diksmuide

Een Duits regiment voert bij Diksmuide op 14 maart 1918 een aanval uit op de Belgische troepen aan de overzijde van de Ijzer, die hier 12 meter breed is en doorwaadbaar. In dit vlakke, open gebied , in het zicht van de Belgische linies, maken de Duitsers gebruik van kleine, platte vaartuigen, luchtdichte metalen vlonders, planken en bruggen.

Bij wijze van voorbereiding schiet het Duitse leger eerst gasgranaten en vervolgens met kanonnen en mortieren. De Belgen antwoorden met mitrailleurvuur maar een aantal Duitsers bereikt toch de andere oever en trekt de loopgraven in.

Bij Belgische tegenaanvallen trekken de Duitsers zich terug, bovendien hebben ze problemen met hun materiaal. Op het einde van de dag zijn beide partijen terug op hun oorspronkelijke posities, maar het bloedvergieten was weer eens overweldigend.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Het schilderij hieronder is van Otto Dix, getiteld “Sturmtruppe geht unter Gas vor”.

Otto_Dix_Stumtruppe_geht_unter_Gas_vor

Strijd zonder kwartier te Nieuwpoort

Dokter Lievens noteert op 12 maart 1918 het volgende in zijn dagboek.

Volgens een Duitse krijgsgevangene is om 4 uur een aanval op Nieuwpoort gepland. Onmiddellijk krijgt mijn divisie het bevel om de Duitsers te verschalken en om 3 uur vertrekken onze mannen na een hevig voorbereidingsvuur op de vijandelijke lijnen. Die zitten vol Duitsers die zich klaarmaken voor hun geplande aanval. Orders waren gegeven om geen krijgsgevangenen te maken.

Een onmenselijk gehuil stijft uit de Duitse lijnen op en een ijselijke slachting vangt aan, die maar ophoudt als de laatste Duitser gesneuveld is. Meer dan driehonderd vijandelijke lijken bedekken de grond, maar onze verliezen zijn zwaar : 33 doden en 69 gewonden.

De tekening hieronder komt uit een stripalbum van Jacques Tardi.

bron : André Gysel, dokter Lievens – dagboek van een arts, Lannoo

Tardi_19180312

de Pasubio ontploft

De Pasubio is een bergtop, die deel uitmaakt van de Vicentijnse Alpen tussen Trentino-Alto Adige en Veneto. Vanaf juni 1916 tot november 1918 is deze berg het toneel van bloedige gevechten tussen het Italiaanse en Oostenrijks-Hongaarse leger. Hij heeft dan ook de bijnaam “berg van de 10.000 doden”. Net zoals elders aan het westelijk front verstarren de gevechten in schermutselingen rond loopgraven en eerste linies.

In 1917 begint een nieuwe fase in de gevechten als beide kanten ondergronds gaan en zo de posities van de vijand willen ondermijnen om hen zo in de lucht te doen springen. Tussen april 1917 en maart 1918 ontploffen negen mijnen (4 Italiaanse en 5 Oostenrijkse) zonder dat er een doorbraak geforceerd kan worden.
De meest krachtige ontploffing wordt veroorzaakt door een Oostenrijkse mijn van 13 maart 1918, bereid met 50.000 kg zware explosieven. De Italianen verliezen daarbij hun voorste posities zonder dat de eerste linies elders in gevaar komen.

bronnen
https://de.wikipedia.org/wiki/Pasubio
http://www.storiaememoriadibologna.it/il-pasubio-una-montagna-in-guerra-813-evento

Pasubio_19180313

Belgisch stoomschip zinkt

Voor de Britse kust zinkt op 13 maart 1918 het Belgische stoomschip Londonier nadat het met torpedo’s beschoten is door de UC-71, een Duitse onderzeeër. Met slechts één kanon aan boord kan het schip weinig verweer bieden.

Het ongeveer 85 meter lange vrachtschip vaart ten zuiden van het Ilse of Wight wanneer het midscheeps een treffer incasseert. Gezien de plaats van de treffer maakt het schip geen kans meer en zinkt relatief snel. Nu rust het op een diepte van ongeveer 40 meter.

Op het ogenblik van de aanslag, rond 2u in de ochtend, voer het schip, dat gecharterd was door de Franse overheid, van Calais naar het kanaal van Bristol.

bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
https://wrecksite.eu/wreck.aspx?1267

londonier_1918

Berichten uit Armenië

Het Utrechts Nieuwsblad publiceert op 9 maart 1918 een bericht van het Armeens Inlichtingenbureau.

Het Armeense Inlichtingenbureau heeft berichten opgevangen die erop wijzen dat het afstaan van Trans-Kaukasisch gebied aan de Turken aanleiding zal geven tot verdere Armeense gruwelen en wellicht tot de uitroeiing van de rest van de Armeense bevolking door de Turkse troepen die thans oprukken om weer Armenië te bezetten. Te Samsun (een havenstad aan de Zwarte Zee), waren alle mannelijke inwoners, de zuigelingen incluis, afgemaakt en dergelijke gruwelen werden in iedere stad of dorp bedreven.

De krant had allicht niet de mogelijkheid om zelf op onderzoek te trekken maar zoals we weten is de Armeense-Turkse kwestie ook een eeuw later nog niet volledig uitgeklaard.

bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
de foto komt van de website http://historiesofthingstocome.blogspot.be

Armenie_1918_01

 

Raoul Snoeck in de dodengang

Raoul Snoeck noteert het volgende in zijn dagboek :

6 maart 1918 : Buitengewoon weer, echte maartse buien : sneeuw, zon en regen. Als het sneeuwt, is het zo koud dat je een pelsmantel kunt verdragen. Schijnt de zon, dan hebben we de neiging onze jas uit te trekken. Maar we moeten oppassen om geen kou te vatten. Alles is kalm en rustig. Het lijkt wel alsof iedereen vermoeid is na de voorbije moordpartijen. Af en toe schudt een kanonschot met oorverdovend gerommel onze stellingen dooreen.

8 maart 1918 : Mijn mannen en ik opteren voor de bezetting van de dodengang. We hebben die van in het begin zo genoemd omdat hij het dichtst bij de vijand ligt en er bijna altijd doden of gewonden vallen. Het uiteinde van onze loopgraaf ligt slechts op een vijftiental meter van de Duitse. Met de verrekijker kunnen we heel goed de bewegingen van de vijand volgen. Daar beleven we nog wat actie en voelen we ons vrijer en onafhankelijker. Geloof maar niet dat we stil praten in dat bolwerk, zelfs al waakt de vijand recht tegenover ons. Waarom zouden we ? De moffen weten dat die loopgraaf nooit leeg is. Doorheen de gangen weerklinkt soms luid gelach en gezang, onze enige toegeving aan het noodlot.

bron : Raoul Snoeck, in de modderbrij van de Ijzervallei, uit het Frans vertaald door André Gysel, Snoeck-Ducaju & zoon

Dodengang01

Luchtaanval vanuit Scheldewindeke

Vanaf het vliegveld van Scheldewindeke (Oosterzele) vertrekken op 7 maart 1918 de eerste zes Duitse vliegtuigen voor een bombardementsvlucht naar Londen. Van die zes bereiken er drie hun doel.

De zware bommenwerpers van het type Staaken IV zijn pas de dag voordien geland in Scheldewindeke. Daar moest immers eerst de duizend meter lange betonnen start- en landingsbaan aangelegd worden die nodig is voor deze vliegtuigen. Een met bommen belanden Staaken IV weegt immers tot 13 ton.

Rond deze tijd verhuizen ook de bommenwerperseskadrons die voordien hun vaste plek hadden op het vliegveld van Gontrode (Melle).

Voor wie een kijkje wil gaan nemen : het vliegveld lag langs de Lange Munte tussen wegjes met namen als Keerken en Munckbosstraat.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Scheldewindeke_1918

Gevechten aan de Reigersvliet

De gevechten om de Reigersvliet spelen zich af in twee episodes : de eerste op 6 maart, de tweede op 18 maart 1918. Tijdens de hevige gevechten verliezen sommige Belgische eenheden tot twee derde van de manschappen die ze inzetten. Omwille van het uiterst moedige gedrag van de eenheden mogen ze de naam Reigersvliet toevoegen aan hun standaard (vlag).

De Reigersvliet is een gracht, 1 meter diep en maximaal 2 meter breed, die in Stuivekenskerke (Diksmuide) in de Beverdijk vloeit. Achter de Reigersvliet zijn er twee grote en een aantal kleinere loopgraven die samen een bruggenhoofd vormen.

In Oud-Stuivekenskerke, de oorspronkelijke dorpskern van Stuivekenskerke, staan naast een gedenkkapel ook nog twee grote gedenkzuilen die herinneren aan de heldhaftige strijd die hier geleverd werd.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Reigersvliet_1918

Spaanse griep in Fort Riley

Een precieze datum vaststellen voor de uitbraak van een pandemie als die van de Spaanse griep is onmogelijk. Algemeen wordt de datum van 5 maart 1918 aanvaard omdat een wetenschappelijk artikel uit 1921 die datum vermeldt als het begin van de uitbraak van deze epidemie op de Amerikaanse militaire basis Fort Riley nabij Manhattan, Kansas.

Nauwelijks een maand later is de ziekte al aanwezig op diverse militaire basissen in Europa. Het eerste Belgische geval van Spaanse griep duikt op in het militair hospitaal van Cabour (Adinkerke) op 27 april 1918. Spanje is het eerste Europese land waar de ziekte zich ook sterk verspreidt onder de gewone bevolking, niet alleen bij de militairen. Vandaar de naam Spaanse griep. Het precieze aantal doden wereldwijd van deze ziekte is niet precies te bepalen, maar cijfers van 20 of 40 miljoen en zelfs meer worden vermeld,

bron : oorlogskalender 204-2018, Davidsfonds

SpaanseGriep_FortRiley

de ziekenboeg in Fort Riley