Voor de Britten begint de tijd nu echt wel te dringen. De poging om naar Bagdad op te rukken is mislukt en de soldaten van generaal sir Charles Townshend zijn op hun terugtocht omsingeld in Kut-el-Amara (Mesopotamië / Irak) door Ottomaanse troepen. Andere Britse troepen zijn op weg om hun omsingelde kameraden te ontzetten. Op 16 januari 1916 verneemt generaal Fenton Aylmer, aanvoerder van de Britse versterkingstroepen op weg naar Kut-el-Amara, van bevelhebber van de omsingelde troepen, generaal Townshend, dat hij maar voor twee of drie weken rantsoenen heeft.
Op 21 januari 1916 komt het tot een treffen tussen Ottomaanse troepen en de Britse ontzettingsmacht van generaal Aylmer. De Turken houden de Britten op weg naar het belegerde garnizoen van Kut-el-Amara tegen in de slag van Hanna. Op dezelfde dag valt het belegerde garnizoen terug op de helft van zijn rantsoen, hoewel de ontdekking van een onbekende gerstopslagplaats de situatie enigszins verlicht. In de volgende weken voeren de Britten meer troepen aan en plannen ze een hernieuwde versterkingsoperatie die begint op 7 maart 1916.
bron : Ian Westwell, 1914-1918 – de eerste wereldoorlog dag na dag, Deltas



Tijdens de geallieerde conferentie in het kasteel van Chantilly (Frankrijk) worden de Russen vertegenwoordigd door generaal Jakov Zhilinski. Die verrast de aanwezigen door te stellen dat het Russische leger klaar is voor een groot offensief in 1916.
Kapitein Eustace Grenfell vliegt in de namiddag van 17 januari 1916 met zijn jachtvliegtuig boven Houthulst wanneer hij twee Duitse Fokkers ontwaart. Al snel slaagt hij erin om een eerste toestel neer te halen. Hij beschiet ook de tweede Fokker die uiteindelijke een noodlanding moet maken op een akker.



