Gothas boven Londen

Zestien Duitse Gotha-bommenwerpers luiden op 23 mei 1917 een nieuw tijdperk in wanneer ze Londen aanvallen vanuit hun Belgische bases. De duisternis verijdelt de aanval maar de Gothas droppen hun bommen meer naar het oosten waarbij zo’n 100 Canadese soldaten het leven laten in hun militaire basis.

De Gotha heeft een driekoppige bemanning en kan 128 km per uur halen, 4600 meter hoogte bereiken en 300 kg bommen vervoeren. De verdediging bestaat uit twee of drie mitrailleurs. In 1914 begint men het vliegtuig te ontwikkelen en in januari 1915 gaat het prototype de lucht in. In april 1917 vallen Gotha’s Engeland aan vanuit hun bases in België. Hun doelwit is Londen in de operatie Türkenkreuz (Turks kruis).

De eerste aanvallen bereiken een hoogtepunt als veertien Gotha’s overdag centraal Londen bombarderen en 160 mensen in één keer doden op 13 juni 1917. Hoewel diverse Britse gevechtsvliegtuigen de indringers te lijf gaan, wordt er geen enkele neergeschoten.

De Britten versterken hun luchtafweer rond de hoofdstad en de Gotha’s zijn genoodzaakt bij duisternis aan te vallen. Tussen september 1917 en mei 1918 voeren de bommenwerpers negentien nachtelijke aanvallen op Londen uit. Daarbij worden 830 mensen gedood en meer dan 1900 gewond. Zestig Gotha’s storten neer maar weinige worden geraakt door het Britse afweergeschut. De Britten overwinnen de dreiging van de Gotha’s door een bommenoffensief te lanceren op de Gotha-bases in België.

Het schilderij hieronder heeft de titel “Gothas over London” en is van Marii Chernev.

bron : Ian Westwell, 1914-1918 – de eerste wereldoorlog dag na dag, Deltas

GothasOverLondon_MariiChernev.jpg

 

hospitaal l’Océan opent de deuren

Grotendeels gefinancierd met steun van het Amerikaanse Rode Kruis opent op 20 mei 1917 in Vinkem (Veurne) het hospitaal l’Océan. Tot september 1917 werkt het deels in tenten terwijl arbeiders houten paviljoenen bouwen voor het definitieve hospitaal.

Hospitaal l’Océan blijft werkzaam tot 15 oktober 1919 en behandelt in die periode bijna 9500 patiënten, zowel militairen als burgers. Achteraf gezien was de meest beroemde patiënt Joe English. Die Vlaamse frontsoldaat en ontwerper van de heldenhuldezerkjes overlijdt hier op 31 augustus 1918 aan een blindedarmontsteking.

Toeristische tip : een gedenksteen (Joe Englishstraat 3 te Vinkem) verwijst naar de locatie van legerhospitaal l’Océan. Dichtbij staat de heldenhuldezerk van Joe English. In de nabijheid ligt ook hoeve De Torrelen, waar hoofdgeneesheer Antoine Depage van l’Océan verbleef.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Ocean

oorlogswinst

Louis Barthas maakt de volgende bedenking in zijn dagboek :

We kwamen in de buurt van een enorm munitiedepot van de artillerie. Er waren duizenden en duizenden granaten van elk kaliber opgestapeld, als monstrueuze insectenlarven die op een dag als een wolk van vuur en zwavel zouden wegvliegen.

Eén ding staat vast : met elk offensief verrijkten zich de munitiefrabrieken. Hier lag voor verschillende miljoenen francs aan munitie. Anatole France schrijft terecht :”Men denkt te sterven voor het vaderland maar men sterft voor de industriëlen.”.

Het was onbegrijpelijk dat de Duitsers nog nooit één enkel kanonschot op het munitiedepot hadden gelost en dat nog geen enkel vliegtuig ooit een bom had laten vallen. En toch lg het depot op de route van de Duitse vliegtuigen die dikwijls overvlogen om Châlons-sur-Marne en Mourmelon te bombarderen.

Je zou bijna denken dat er in deze vernietigingsoorlog der volkeren een stlzwijgende overeenkomst bestond om de munitie van de tegenpartij te sparen.

bron : Louis Barthas, oorlogsdagboeken, uitgeverij Bas Lubberhuizen

ObussenVoorraad

Verkenningsraid nabij Mesen

Mesen 16 mei 191711u35 : een Britse eenheid voert een verkenningsraid uit op de Duitse linies. De Britten willen weten wat de toestand is van de loopgraven en hoe zwaar ze bemand zijn. Welgeteld één Duitse soldaat is er in de eerste loopgraaf. Na een bajonetstoot zwijgt die voor altijd.

In de granaattrechters tussen de eerste en de tweede linie krioelt het van de Duitsers. de tegenstand is te groot en de Britten trekken zich terug. Het is middag en de raid is al voorbij.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

DuitsesoldaatGesneuveld_WO1.jpg

Kipling aan het Italiaanse front

De Britse ambassadeur in Italië, sir Rennell Rodd, maakt zich zorgen over het gebrek aan begrip dat er in zijn land heerst over de omvang van de Italiaanse oorlogsinspanningen. Daarom nodigt hij diverse vooraanstaande auteurs uit om een bezoek te brengen aan het Italiaanse front. Schrijver Rudyard Kipling (Jungle Book) publiceert over zijn belevenissen een aantal artikels in The Daily Telegraph.

Op 13 mei 1917 is hij aan de Passo di Falzarego, ongeveer 14 kilometer van Cortina. Kipling biedt onder meer een levendige beschrijving van de Altiplano dei Sette Communi, waar Britse troepen later datzelfde jaar aan de slag gaan.

Andere auteurs deden in 1916 al het Italiaanse front aan, onder hen onder meer Conan Doyle, H.G. Wells en Gilbert Keith Chesterton.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

RudyardKipling_1917_ItalianFront.jpg

Kipling temidden van Italiaanse soldaten

Kapitein Horthy valt aan

Oostenrijks-Hongaarse oorlogsschepen van kapitein Miklós Horthy, de latere Hongaarse dictator, vallen op 15 mei 1917 Italiaanse schepen aan voor de Albanese kust. Veertien ervan zijn gezonken voor Britse, Franse en Italiaanse oorlogsbodems ingrijpen. Horthy ziet zich genoodzaakt tot terugtrekking.

bron : Ian Westwell, 1914-1918 de eerste wereldoorlog dag na dag, Deltas

MiklosHorty_KuK_Marine

kapitein Horthy staat rechts vooraan op de foto

Muiters bij de Fransen

Generaal Robert Nivelle, wiens recente offensief op het westfront is mislukt en voor toenemende muiterij zorgt, wordt op 15 mei 1917 ontslagen. Hij wordt vervangen door generaal Henri-Philippe Pétain, de held van Verdun. Hij onderneemt snel actie om de muiterij de kop in te drukken. In de maanden daarop reist hij langs het front om de grieven van de gewone soldaat aan te horen. Hij gelooft verbetering en arresteert een aantal oproerkraaiers. In juli 1917 bereikt de muiterij haar hoogtepunt, maar in augustus is ze bijna over, afgezien van enkele geïsoleerde incidenten, die er nog zijn tot begin 1918. Zo’n 50 soldaten worden berecht en geëxecuteerd. Dankzij een efficiënt systeem van perscensuur horen de Duitsers niets over de muiterij tot ze zo goed als over is, zodat ze niet van de situatie kunnen profiteren.

bron : Ian Westwell, 1914-1918 – de eerste wereldoorlog dag na dag, Deltas

LaGrogne1917

de piloot van de vliegenierskapel

de piloot van de vliegenierskapel

De 25-jarige sergeant-piloot Paul de Goussencourt komt op 12 mei 1917 samen met luitenant Leon De Cubber om het leven in Kaaskerke tijdens een verkenningsvlucht. Het is niet duidDE_GOUSSENCOURT_Paulelijk of hun vliegtuig geraakt is door vijandelijke afweergeschut of tijdens een luchtgevecht. Doordat ze neerstorten in geallieerd gebied, kunnen hun lichamen gemakkelijk gevonden worden en is de locatie van hun dood precies bepaald.

Paul de Goussencourt wordt begraven op de Belgische militaire begraafplaats in Adinkerke, maar zijn ouders laten in 1923 een kapel bouwen op de plaats waar hun zoon stierf. Dit godshuis blijft bekend als de Vliegenierskapel.

Toeristische tip : De Vliegenierskapel is via een smal pad, nauwelijks 100 meter lang, verbonden met de Kapellestraat in Kaaskerke. In het vijfhoekige gebouw hangt een gedenkplaat die verwijst naar de gesneuvelde piloot.

bron : oorlogskalender 2014-2018, davidsfonds

 

Tongeren verliest zijn Casino

Tijdens de bezetting eisen de Duitse militairen schouwburg Casino in Tongeren op. Een felle brand verwoest het gebouw totaal op 11 mei 1917. Een ongeluk, misdadig opzet of een verzetsdaad ? De reden voor de brand wordt nooit duidelijk. Paul Neven, de nieuwe voorzitter, en andere gegoede burgers zorgen ervoor dat er in 1920 al een nieuwe schouwburg Casino is.

bronnen :
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
http://www.casino-tongeren.be/casino%20-historie.htm

Tongeren_Casino.jpg

tiende slag aan de Isonzo

De chef van de Italiaanse staf, generaal Luigi Cadorna, begint op 12 mei 1917 ten slotte de uitgestelde tiende slag aan de Isonzo in noordoost-Italië. Aanvankelijk moest het offensief samenvallen met twee Frans-Britse aanvallen op het westfront halverwege april, maar het werd vertraagd door een rommelige planning en een gebrek aan organisatie.

De tiende slag aan de Isonzo duurt zeventien dagen, waarbij de Italianen geen noemenswaardige vooruitgang boeken wegens het bergachtige terrein en het koppige Oostenrijks-Hongaars verzet. Ongeveer 160.000 Italianen worden gedood, gewond of gevangengenomen, terwijl er aan Oostenrijks-Hongaarse kant 75.000 slachtoffers vallen. Ondanks het uitblijven van succes aan het Isonzo-front besluit Cadorna zijn pogingen voort te zetten.

bron : Ian Westwell, 1914-1918 – de eerste wereldoorlog dag na dag, Deltas

Italian_heavy_gun

Italiaans zwaar kanon