De Duitsers, de Britten en hun medestrijders weten van elkaar dat er ondergronds hard gewerkt wordt om tunnels te graven en dan mijnen te plaatsen onder elkaars stellingen. Op sommige plaatsen worden zelfs luisterposten geïnstalleerd om te horen of de tegenstrever er ondergronds actief is.
Een van de grotere mijnkraters uit de eerste wereldoorlog is de Peckhamkrater, met een diameter van 73 meter en een maximale diepte van 14 meter. Deze Britse krater ontstaat door de ontploffing van een dieptemijn op 7 juni 1917. De Duitse tunneliers ondernemen tweemaal een poging om Brits tunnelwerk in deze buurt te saboteren. Noch op 6 april noch op 6 mei 1917 slagen zij erin om reeds geplaatste Britse mijnladingen te beschadigen.
Toeristische tip : de Britse mijnkrater geslagen op 7 juni 1917 ligt in Wijtschate nabij de plaats waar de Scheerstraat en de Wijtschatestraat elkaar ontmoeten. De precieze locatie van de Emil-schacht, waarin de Duitsers een mijn doen ontploffen op 6 mei 1917, is niet bekend.
bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds








Op 19 april weer dezelfde onzekerheid, weer afwachten. Het toeval wilde echter dat ik ’s middags aanwezig was bij het gesprek van onze kolonel Robert met een generaal te paard die zei :”Kolonel, het is de beurt aan uw regiment om op te rukken en aan te vallen. Stel uw manschappen onmiddellijk in rijen op.”. Onze kolonel nam de pijp uit de mond, spuwde en tot mijn verbazing antwoordde hij, zonder zich te haasten, met een zware ruwe stem :”Generaal, kijk eens in welke staat deze soldaten zijn. Denkt u soms dat ze niet weten op welke onverwachte tegenstand wij steeds opnieuw zijn gestuit ? De eerste dag zouden ze nog zijn opgetrokken, maar nu niet meer en ik ook niet.”.