Hubert Cleuren ontsnapt uit de hel van Luik

Hubert Cleuren

Hubert Cleuren

Bij de mobilisatie wordt Hubert Cleuren uit Vlijtingen (Riemst) ingedeeld bij het 14e linieregiment en naar de fortengordel rond Luik gestuurd. Daar verwacht men de eerste Duitse aanval. Hubert komt terecht in het fort van Chaudfontaine en zal er als verkenner op patrouille gaan om de artillerie van het fort in te lichten over de posities van de Duitsers. Bij een Duitse aanval moeten de verkenners zich bij het garnizoen in het fort voegen. De Duitse artillerie neemt het fort van Chaudfontaine onder vuur. Net zoals bij het fort van Loncin zal gebeuren, is er een granaat tot in de munitievoorraad van het fort geraakt en is daardoor het ganse fort ontploft. Hubert Cleuren beschrijft in zijn oorlogsnotities na de oorlog dit moment :” Schrikkelijke ogenblikken. Ik zal het ook riskeren om uit het fort te lopen, want hier blijven is zeker de dood tegemoet gaan. Op goed geluk dus maar vooruit. Het lukt goed, nu ben ik in het open veld. Waar naartoe ? Overal Duitsers. Ik loop regelrecht naar een huisje dat door de bewoners verlaten is. Alles ligt daar overhoop. Haastig ontdoe ik mij van mijn soldatenkleren en staop op het dorp af in burger. Ik ben bevreesd mijn eigen zaak te verrade, daar ik bleek uitzie en beef gelijk een riet. In het dorp krioelt het reeds van de Duitsers die in compagnie op het fort aantrekken. Zij bezien mij niet en stappen maar door. (…)”

Hubert Cleuren slaagt erin om te ontsnappen uit Luik en terug naar zijn legeronderdeel te gaan. Hij zal de oorlog overleven en sterft in 1966 in Mechelen-aan-de-Maas. (bron : Timmie van Diepen HBVL – bijlage oorlog in Limburg 1914-1918).

Het verhaal van Hubert Cleuren is ook te lezen op europeana1914-1918

de eerste Hamontenaar sneuvelt in Vottem

Jean Geusens

Jean Geusens

Jean Geusens is de eerste Hamontenaar die sneuvelt in Vottem in de nacht van 5 op 6 augustus 1914. Hij is een van de 22 Belgen die gedood worden als hun groep onverwacht uitkomt bij Duitse soldaten die direct het vuur openen. Commandant Van Loo sterft als een van de eersten in een vuurgevecht waarbij 22 Belgen en 11 Duitsers het leven verliezen. Na het vuurgevecht neemt pastoor Crèvecoeur het initiatief om alle gesneuvelde soldaten in de parochiezaal te verzamelen. Daar worden de dode soldaten gefotografeerd door meneer Lajot. Op de meeste foto’s zie je duidelijk dat iemand met de hand het hoofd van de dode soldaat recht houdt. Vaak hebben deze helpers op de achtergrond een sigaret in de mondhoeken, waarschijnlijk om de geur van de lijken te verdoezelen. De inwoners van Vottem begroeven de soldaten gescheiden volgens nationaliteit. De foto’s werden later nog gebruikt om de soldaten te identificeren. Daarna verdwijnen de foto’s decennialang. Tot een Nederlands echtpaar de foto’s koopt op een vlooienmarkt. Dit echtpaar brengt de foto’s onder in het “In Flanders Fields” museum in Ieper. (bron Guido Knopp, der erste Weltkrieg – die Bilanz in Bildern, p. 44-45)

Dit verhaal is ook aan bod gekomen op deredactie.be : de foto’s van Vottem. Verder is het verhaal van Jean Geusens ook in detail te lezen op noordlimburg1914-1918.be

 

van 5 op 6 augustus 1914 : kolonel Dusart sneuvelt

kolonel Charles Dusart

kolonel Charles Dusart

Kolonel Charles Dusart was de commandant van het 11e linieregiment dat zijn kazerne had in Hasselt. Het kolonel Dusart-plein verwijst naar deze graag geziene militair. Tijdens zijn wandelingen te paard door Hasselt maakte deze Gentenaar graag een praatje met de bewoners uit de buurt van de kazerne. En ook tijdens de marsen zorgde hij op tijd en stond voor een pauze aan een herberg om er met zijn soldaten een pintje te drinken.

Op 29 juli 1914 verzamelt kolonel Dusart zijn 11e linieregiment in Hasselt om op te trekken naar Luik. Het 11e linie krijgt de taak om de gaten tussen de Luikse forten van Pontisse, Barchon en Evegnée te verdedigen. In de nacht van 5 op 6 augustus 1914, bij de eerste Duitse stormloop, worden de bataljons van Dusart achteruitgedrongen door de Duitse overmacht. De Duitsers dringen door tot op de andere oever van de Maas, waar Dusart in de buurt van het kerkhof van Rhées (nabij Herstal) zijn hoofdkwartier heeft. Terwijl Dusart zijn mannen vanuit de voorste gelederen aanvuurt, wordt hij dodelijk getroffen. Hij is de eerste Belgische hoge officier die het leven laat in de eerste wereldoorlog. In 1922 wordt het plein aan de kazerne omgedoopt tot kolonel Dusartplein.

bron : wikipedia en bijlage van HBVL “oorlog in Limburg 1914-1918”

begindagen van augustus 1914 in Frankfurt

Herbert Sulzbach uit Frankfurt, noteert in de eerste dagen van augustus 1914 het volgende in zijn dagboek :

Vrijdag 31 juli: Oorlogstoestand afgekondigd en totale mobilisatie aangekondigd in Oostenrijk-Hongarije. 

Zaterdag 1 augustus, 18.30 uur: De Kaiser geeft bevel tot mobilisatie van het leger en de marine. Dat woord ‘mobiliseren’, het is vreemd, je kunt niet echt bevatten wat het betekent. De eerste mobilisatiedag is 2 augustus. 

Hoe ik het ook probeer, ik kan gewoon niet overbrengen hoe prachtig de stemming en wilde enthousiasme is die ons allemaal heeft overvallen. We voelen dat we zijn aangevallen, en het idee dat  we ons moeten verdedigen geeft ons een ongelooflijke kracht. 

Ruslands vuile intriges slepen ons deze oorlog in; de Kaiser stuurde de Russen nog een ultimatum op 31 juli. Je kunt je nog steeds niet voorstellen hoe het zal zijn. Is het allemaal echt, of gewoon een droom? 

Mijn schoonbroer reisde op 3 augustus naar Wilhelmshaven. Hij is stafmedisch officier bij de Marine Reserve. Ik heb me natuurlijk als oorlogsvrijwilliger ingeschreven op de namenlijst; ik hoop bij ons 63ste regiment terecht te komen. Ik ga naar de kazerne en probeer mijn geluk. Er gebeurt daar van alles, en mensen zijn erg enthousiast; ook enkele tranen bij het afscheid, want het regiment beroepssoldaten vertrekt. 

Ik bezoek mijn lieve moederlijke vriendin Martha Dreyfus en krijg een gelukscentje. Mijn broer is in Londen en wil hier binnen vier dagen zijn, zes op z’n laatst. 

Berthold, die al een tijd onze huisknecht is, sluit zich aan bij zijn regiment, en onze dierbare vriend kapitein Rückward is al vertrokken uit de kazerne. Heel snel, je zou  bijna zeggen binnen enkele uren, zijn bijna alle mannen die je kent verdwenen uit het burgerleven. Mijn zus en al haar getrouwde vriendinnen blijven alleen achter— hun echtgenoten zijn onder de wapenen gegaan. 

bron : Herbert Sulzbach, with the German guns, Pen&Sword military

4 augustus 1914 : Duitsland valt Belgie binnen

Wat voorafging

Op vrijdagavond 31 juli 1914 luiden de klokken overal in België om aan te geven dat de algemene mobilisatie van het Belgisch leger een feit is. Op zaterdag 1 augustus melden duizenden miliciens zich bij hun kazerne. Op zondag 2 augustus bezetten de Duitsers Luxemburg. Diezelfde dag geven ze ook een ultimatum aan de Belgische regering. De Duitsers eisen vrije doortocht door België om zo het Franse leger aan de Frans-Duitse grens in de rug te kunnen aanvallen. Koning Albert en zijn regering overleggen in spoedberaad. Op maandag 3 augustus komt het Belgische antwoord : van vrije doorgang kan geen sprake zijn. België wil zijn neutraliteit handhaven en zijn grondgebied verdedigen.

De inval

Op dinsdag 4 augustus 1914 is het dan zo ver : Duitse troepen vertrokken vanuit Aken steken om 7u30 de grens over bij Gemmenich, vlakbij het drielandenpunt waar België, Nederland en Duitsland samenkomen.Het doel van deze Duitse legers is de Maas en Luik. Daar wachten Belgische soldaten onder leiding van generaal Leman op de komst van de Duitsers.

Gemmenich

Edward Grey

Edward Grey

Diezelfde dag valt de eerste Belgische dode : lansier Fonck sneuvelt bij een gevecht met Duitse uhlanen in Thimister. De kroonraad beslist een beroep te doen op Franse, Russische en Britse steun.

De Britten vragen in een ultimatum aan de Duitsers om hun troepen uit België terug te trekken. Omdat er geen antwoord komt, verklaart Groot-Brittannië de oorlog aan Duitsland. Tijdens deze eerste augustusdagen zou de Britse minister van Buitenlandse Zaken, Edward Grey de volgende uitspraak doen : “The lamps are going out all over Europe; we shall not see them lit again in our life”. Het is deze uitspraak die is blijven hangen en waardoor de Britten op 4 augustus 2014 bij de 100e verjaardag van het begin van de eerste wereldoorlog, de lampen tijdens een herdenking een voor een uitdoen.

 

lights_out

 

 

Frankrijk mobiliseert

Het eerste bericht in het dagboek van Louis Barthas gaat over de mededeling van de mobilisatie door het Franse leger. Barthas noteert het volgende op 2 augustus 1914.

Een snikhete namiddag in augustus. De straten van het dorp zijn zo goed als uitgestorven. Plotseling klinkt er tromgeroffel. Waarschijnlijk is het een marskramer die zijn waren uitstalt op de Grote Markt. Of misschien zijn het acrobaten die hun avondvoorstelling aankondigen.

Maar nee. Niets van dit alles. Als het geroffel verstomt, horen we de stem van de dorpsbode. Dus spitsen we onze oren voor het voorlezen van een of andere verordening over hondsdolheid of het schoonhouden van de straten. Maar helaas ! Deze man kondigt de meest afgrijselijke ramp aan die, op de zondvloed na, de mensheid ooit heeft getroffen. Hij berichtte ons over een verschrikkelijke plaag, die ons elk denkbaar onheil zou brengen. Hij kondigde de algehele mobilisatie af, de voorbode van de oorlog, die vervloekte infame oorlog, de ontering van onze eeuw. Een schandvlek voor onze beschaving waar we ons zo op beroemden.

Tot mijn grote verbazing veroorzaakte dit bericht meer enthousiasme dan verslagenheid. In hun onschuld leken de mensen het prachtig te vinden in een tijd te leven waarin zoiets groots en meeslepends ging gebeuren. Ook de minder enthousiasten twijfelden geen ogenblik aan een snelle en beslissende overwinning. Zou Oostenrijk immers niet uit elkaar vallen bij de eerste klap van de Russen ? En zou Duitsland niet verpulverd worden tussen Frankrijk en Rusland, als een noot tussen de tangen van een enorme notenkraker ?

Iedereen trof zo koortsachtig voorbereidingen voor het vertrek dat het leek alsof ze bang waren te laat te komen voor de overwinning. Het scheelde maar weinig of sommigen waren al vertrokken voor de dag waarop de afreis was vastgesteld.

bron : Louis Barthas, oorlogsdagboeken, vertaald door Dirk Lambrechts, uitgeverij Bas Lubberhuizen

Onderstaande tekening komt uit de stripreeks 14-18 van Corbeyran – Leroux.

de Franse socialist Jean Jaurès is vermoord

Jean Jaurès

Jean Jaurès

Jean Jaurès wordt vermoord op 31 juli 1914. Deze Franse socialist hoopte tot het einde om de oorlog te kunnen voorkomen. Als socialist gaf hij de voorkeur aan de socialistische internationale boven het nationalisme. In 1907 al geeft de socialistische internationale een duidelijke signaal :”De plicht van de werkende klassen en van hun parlementaire vertegenwoordigers bestaat erin alles in het werk te stellen om de oorlog te vermijden.”. Jaurès hoopt op een Frans-Duits bondgenootschap om zo de oorlog te kunnen vermijden.

De socialistische internationale plant om samen te komen in Wenen in augustus 1914. Het vermijden van de oorlog is dan een van de agendapunten. Maar de aanslag in Sarajewo zal daar een stokje voor steken. Dit congres zal niet doorgaan. In juli komt de socialistische internationale samen in Brussel. In het circus van Brussel houdt Jaurès een toespraak over het “afschuwelijke beeld van de dood, klaar om de Europese jeugd neer te maaien”. Ook de Berlijnse arbeiders betogen in hun hoofdstad tegen de dreigende oorlog. Einde juli schiet een Franse nationalist Jean Jaurès dood. En het is gedaan met de internationale verzet tegen de oorlog. Ook in België zullen de socialisten hun verzet tegen de oorlog staken en opgenomen worden in een regering van nationale eenheid.

De moordenaar van Jaurès, Raoul Villain, wordt opgepakt en zal de oorlog in een cel doorbrengen. Net zoals Gavrilo Princip pookt hij het conflict op tot een dreigende oorlog maar laat hij wel andere mannen het risico van de loopgraven ondergaan. Na de oorlog wordt hij vrijgesproken. Het Franse gerecht ging ervan uit dat hij Frankrijk een dienst bewezen had. Uiteindelijk vindt Villain de dood in Spanje waar hij woonde toen de Spaanse burgeroorlog uitbrak. Spaanse anarchisten hebben hem op het strand van Ibiza afgemaakt met een kogel in zijn nek.

Het is maar de vraag of Jaurès de oorlog had kunnen tegenhouden. Maar het is wel overduidelijk dat er Fransen waren die de oorlog van harte verwelkomden. Meer informatie over Jean Jaurès vind je op de website van veertienachttien.nl

Jaurès is dan wel dood aan het begin van de Groote Oorlog. Zijn gedachtengoed overleeft hem. Eén van de sterktste beelden van verzoening was het beeld van de Duitse kanselier Kohl en de Franse president Mitterand hand in hand tijdens een herdenking van de slag van Verdun.

Kohl en Mitterand tijdens een herdenking van de slag van Verdun

Kohl en Mitterand tijdens een herdenking van de slag van Verdun

juli-augustus 1914 Europa mobiliseert

Na de aanslag op aartshertog Franz Ferdinand bleef het een aantal weken stil. En toen kwam op 23 juli 1914 het ultimatum van Oostenrijk-Hongarije aan het adres van Servië. Daarover kan je wat meer lezen op deze pagina. Servië wijst het ultimatum af op 25 juli, gesterkt door de steunbetuigingen van Rusland. En dan gaat het op enkele dagen zeer snel. Servië mobiliseert op 25 juli, de dag waarop de Servische regering het antwoord aan Oostenrijk-Hongarije had gegeven.

Berlijn augustus 1914

Berlijn augustus 1914

Op 28 juli verklaart Oostenrijk-Hongarije de oorlog aan Servië en mobiliseert gedeeltelijk. Op 29 juli bombardeert het Oostenrijkse leger de Servische hoofdstad. Diezelfde dag mobiliseert Rusland gedeeltelijk, maar op 30 juli wordt het al een volledige mobilisatie. Daarop roept ook Oostenrijk-Hongarije op tot de volledige mobilisatie van zijn leger. Duitsland stuurt op 31 juli een ultimatum naar Rusland met de vraag de algemene mobilisatie te herroepen. Als daar geen antwoord op komt, roept ook Duitsland op 1 augustus de algemene mobilisatie uit en verklaart Rusland de oorlog.

Op 2 augustus valt Duitsland het neutrale Luxemburg binnen. Diezelfde dag roept ook Frankrijk op tot de algemene mobilisatie.

Duitsland stuurt een ultimatum naar de Belgische regering. De Duitsers beweren dat ze weet hebben van een Frans plan om via België Duitsland aan te vallen. FranseMobilisatie1914Daarom willen de Duitsers de Fransen voor zijn door een aanval op Frankrijk te beginnen dwars door België. De Duitsers eisen vrije doorgang door België. Op 3 augustus wijst de Belgische regering dit ultimatum af. Die dag verklaart Duitsland Frankrijk de oorlog. Op 4 augustus valt Duitsland België binnen. Daarop verklaart Groot-Brittanië Duitsland de oorlog. En daarmee weten alle grote spelers van dit conflict wie vriend en vijand is. Daarmee is het voor 1914 gedaan met de oorlogsverklaringen. Maar in latere jaren zullen er nog volgen : Italië schaart zich aan de kant van Frankrijk en Engeland in 1915. Roemenië volgt in 1917. Maar zover zijn we nog niet. Begin augustus denkt iedereen dat de oorlog snel gedaan is en dat de soldaten tegen de kerst terug thuis zijn.

 

23 juli 1914 Oostenrijk bezorgt een ultimatum aan Servië

Op 23 juli 1914 bezorgt de Oostenrijkse gezant Giesl het ultimatum van zijn regering aan de Servische autoriteiten in Belgrado. Aan de tekst was dagenlang gesleuteld door de ministers onder leiding van de minister van buitenlandse zaken, graaf von Berchtold. Servië kreeg 48 uur de tijd om in te gaan op de Oostenrijkse eisen.

graaf von Berchtold

graaf von Berchtold

Het Oostenrijkse ultimatum bevatte 10 punten. De eerste 3 punten gingen over de organisaties die vanuit Servië hetze voerden tegen Oostenrijk-Hongarije en de Slavische gebieden in Oostenrijk-Hongarije wilden bevrijden. De punten 4,5 en 6 ging over de gewenste acties tegen personen die in verband konden gebracht worden met de aanslag op de Oostenrijkse kroonprins. Punt 7 eiste arrestatie van 2 Serviërs die banden hadden met de Zwarte Hand, de organisatie die de aanslag had voorbereid. De laatste 3 punten gingen over de houding van de Servische autoriteiten om duidelijk afstand te nemen van de Servische agitatoren.
Het meest controversiële waren de punten 5 en 6 omdat Oostenrijk geëist had dat Oostenrijk mee mocht deelnemen aan het politieonderzoek in Servië naar de aanslag. Deze eis werd in Servië, Frankrijk en Rusland geïnterpreteerd als de potentiële aanzet tot een confrontatie tussen Oostenrijk-Hongarije en Servië. Ook de Britse minister Edward Grey nam dit ultimatum op als aanstootgevend.

De Serviërs onder leiding van Nikola Pasic maken gebruik van de 48 uren die ze hebben om een antwoord te formuleren. In die tijd hopen ze op steunbetuigingen van Frankrijk en Rusland.

Nikola Pašić

Nikola Pašić

In afwachting van het antwoord van hun bondgenoten heeft de Servische premier Nikola Pasic de nodige vertragingsmaneuvers ingebouwd alvorens een antwoord te geven. Pasic was op verkiezingscampagne toen Giesl het ultimatum in Belgrado overhandigde. En Pasic heeft zich helemaal niet gehaast om naar Belgrado terug te keren. In zijn plaats ontving de minister van Financiën Pacu het ultimatum. Premier Pasic zou in eerste instantie berust hebben in het ultimatum en een telegram hebben voorbereid naar de diverse Servische gezantschappen waarin hij verklaarde dat Belgrado van plan was een antwoord te sturen dat op alle punten verzoenend zou zijn. Ook de punten 5 en 6 die een blaam waren voor de Servische soevereiniteit zou Pasic hebben willen aanvaarden. Ook de Britse minister van buitenlandse zaken Grey krijgt van zijn gezant geruststellende berichten in die zin te horen.
Maar de Brit weet niet dat Frankrijk en Rusland steunbetuigingen hebben gestuurd naar Servië. De Franse minister van buitenlandse zaken Poincaré houdt het bij een bescheiden “We zullen u helpen die (wordt bedoeld “de situtatie”) te verbeteren. De Russische minister van buitenlandse zaken Sazonov stuurt in de nacht van 24 op 25 juli 2 telegrams naar Belgrado. Het 2e telegram vermeldt dat de Russische ministerraad besloten had tot “energieke maatregelen, zelfs mobilisatie”. Daarmee weet de Servische regering genoeg om het definitieve antwoord aan Oostenrijk-Hongarije op te stellen.
In het deinitieve antwoord dat wordt overhandigd op 25 juli 1914 aanvaardt Servië de meeste punten. Maar Servië weet zich gesteund door Rusland en weigert dus de punt 6 (over deelname van Oostenrijkse functionarissen aan het Servische politieonderzoek) te aanvaarden om zo de Servische soevereiniteit te vrijwaren. En daarmee is het ultimatum dus verworpen en staat de weg vrij voor de mobilisaties van de diverse legers. De eerste wereldoorlog is nu niet meer veraf.

bron : Christopher Clark, “Slaapwandelaars – hoe Europa in 1914 ten oorlog trok”, hoofdstuk 10 – het ultimatum, pp. 525-545

Uittocht uit Walem door Alfred Bastien

Via Facebook ben ik uitgekomen op een artiest die me intrigeert : Alfred Bastien. Deze Belgische artiest heeft de oorlog ook meegemaakt van in het begin. Als lid van de Brusselse burgerwacht trekt hij met het legher mee tot in Gent waar op 13 oktober de burgerwacht wordt ontbonden. Terug naar Brussel wou Bastien niet omdat de Duitsers daar al waren. Hij trok daarom verder naar Engeland. In 1915 neemt hij als 42-jarige als vrijwilliger dienst in het Belgisch leger. Datzelfde jaar raakt hij gewond en het zal duren tot 1916 voor hij terug volledig hersteld is. In mei 1916 wordt een section artistique de l’armée opgericht waar Bastien samen met andere kunstenaars deel van zal uitmaken.
Onderstaande schilderij geeft de uittocht uit het fort van Walem weer. De Belgische soldaten verlaten het fort en de Duitsers staan al klaar om over te nemen. Het is dan 2 oktober 1914. De Duitsers naderen daarmee Antwerpen dat zich niet lang daarna zou moeten overgeven.

bronhttp://www.wereldoorlog1418.nl/ijzerpanorama/levensloop.html

Walem