de overtocht naar Constantinopel

We vinden Hans Tröbst terug in Varna, Bulgarije, aan de Zwarte Zee. Het was zijn bedoeling om zich aan te sluiten bij het Witte leger van generaal Wrangel. Maar door de verovering van de Krim door het Rode leger kan daar geen sprake meer van zijn. Door geldgebrek zit Hans Tröbst nu vast in Varna waar hij in een cementfabriek werkt om geld te sparen. Met dat geld wil hij een ticket kopen om aan boord van een schip de Zwarte Zee over te steken om zich aan te sluiten bij het Ottomaanse leger. Er is echter één groot probleem : Bulgarije is bezet door de geallieerden en een Duitse officier zal zeker worden gearresteerd, ook als hij zich in burger wil aansluiten bij de legers van Kemal Atatürk. In het boek “Band 8 : vom Baltikum zu Kemal Pascha” lezen we het volgende.

Zo waren we aan de 12e januari 1921 aangekomen. Als om me uit de dagen brachten de kranten dagelijks lange artikels over Kemal Pasja en zijn getrouwen. Aan de overkant in Anatolië werd wereldgeschiedenis gemaakt en ik zat hier in Varna om zand te zeven ! Morgen is het Russisch nieuwjaar en dan wordt er zowiezo niet gewerkt en dan zal ik de gelegenheid hebben om met Astadsjov erop uit te trekken. Maar dan zei een stemmetje in mij :”Laat dat uitgaan maar even wachten, ga liever deze avond naar Serafimov. Er hangt iets in de lucht.”. Ik had zijn huis snel terug gevonden en werd ontvangen door een dame die zich voorstelde als de stiefmoeder van kapitein Serafimov. om half 9 kwam de kapiteit eindelijk thuis en ik vroeg hem opnieuw om me op zijn zeilschip mee te nemen naar Constantinopel. Maar het was tevergeefs. Hij legde in het lang en het breed uit waarom hij me niet kon meenemen en beëindigde zijn uiteenzetting met de woorden :”En zelfs als ik het zou willen doen, dan zou het nog te laat zijn voor u want ik vertrek al deze avond om 10 uur.”.

Ik hoorde eigenlijk alleen maar dat hij diezelfde avond om 10 uur zou vertrekken. Daarmee wist ik voldoende. Het was dus nu of nooit. Ik nam snel afscheid van de kapitein, spurtte door de stad, kocht nog twee broden en wat spek en thuis schrijf ik snel een afscheidsbrief voor mijn werkgever. Ik stopte snel wat spullen in mijn koffer en vertrok weer. Omdat ik wist dat het kantoor van politie en douane continu bezet was, ging ik tot aan de marinekazerne om dan via het strand langs de vissersboten te wandelen tot ik aan de ankerplaats van de “Triton” was geraakt. Daar zag ik drie Bulgaarse agenten bij de loopplank van de Triton staan. Ze waren aan het praten met de bemanning. Ik wachtte tot de agenten weg waren, ging dan naar de kaai en riep met luide stem :”Hallo , Triton ! Hallo, bagage van kapitein Serafimov.”. Er verschenen twee matrozen die me aan boord lieten. Ik had dus juist gegokt : de kapitein was nog niet aan boord en de matrozen hielden me voor een knecht die nog bagage nabracht. Ik legde de koffer in de kabine die me werd aangewezen. Tijdens een van mijn boemelpartijen in de haven had ik gehoord dat er een Rus aan boord was die Duits kon praten en die in de machinekamer werkte. Die zou me verder kunnen helpen.

In de machinekamer stelde ik direct de vraag :”Goeienavond, heren. Spreekt iemand van jullie misschien Duits ?”. Waarop snel het antwoord kwam :”Ja, ik spreek Duits. Dat heb ik in Sint-Petersburg geleerd. Wat wenst u ?”. – “Luister even. Ik ben een Duitser en wil naar Constantinopel varen. Omdat de Fransen me de toestemming niet geven, heeft kapitein Serafimov me toegestaan zonder de juiste papieren mee te varen. Maar voor alle zekerheid heeft de kapitein gezegd dat ik me bij jullie verstop tot we de haven uit zijn.”

“Maar natuurlijk”, antwoordde de Rus. “Hier ! Kruipt u maar in mijn kooi. Daar zoekt u geen mens.”. Het volgende half uur bracht ik in spanning door. Op dek was het een drukke bedrijvigheid. Als we een tijdje aan het varen waren, ging ik aan dek. We waren al lang de haven uit, de lichten van Varna glinsterden als glimwormen in de bergen. Aan het roer stond kapitein Serafimov. Ik vond het raadzaam hem het snelste voor het voldongen feit te stellen. “Goedenavond, kapitein !” – “Wat ? bent u aan boord ? En daar weet ik niets van ?”. – “Zoals u ziet, kapitein. En zo ongezien als ik aan boord ben gekomen, zo ongezien zal ik uw schip verlaten.”.

Het schip maakt nog een tussenstop in de Bulgaarse havenstad Mesembrija en vaart dan verder naar Constantinopel. De dag is zonnig en warm en het is heerlijk lenteweer, ook al is het nog maar half januari. Hans Tröbst maakt zich zorgen over de geallieerden paspoortcontrole want de stad is bezet door Engelse en Franse soldaten. Kapitein Serafimov zegt hem dan ook :”Morgen om negen uur komen er Fransen aan boord. U moet tegen dan het schip verlaten hebben.”.

Hans Trönst trekt een blauwe machinistenkiel aan, wikkelt zich een sjaal om de hals, zet een geruite sportpet op waarin hij zijn militaire papieren verstopt. Hij bedankt kapitein Serafimov en neemt afscheid. Heel discreet verlaat hij dan het zeilschip en zet voet aan wal in Constantinopel.

bron : Die Reise nach Anatolien – Band 8: Vom Baltikum zu Kemal Pascha (Ein Soldatenleben in 10 Bänden 1910 – 1923) Kindle-editie

Maak kennis met Hans Troebst

Tussen 2014 en 2018 heb ik bijna dagelijks een bericht gezet op deze blog die de oorlogsjaren van mijn grootvader Martinus Evers moest gedenken. Dankzij de oorlogskalender van het Davidsfonds had ik bijna iedere dag wel een bericht te vermelden. En anders waren er wel de geschiedenisboeken die ik in huis heb gehaald tijdens deze herdenkingsperiode.

Het jaar 1919 leverde ook nog vele momenten al was het maar door de verdragen die ondertekend werden en de veldslagen tussen de nieuwe staten onderling of de burgeroorlogen in de oude staten. Ook 1920 gaf de nodige inspiratie.

Het jaar 1921 belooft moeilijker te worden. En toch is ook dit een boeiend jaar. De Sovjetunie begint zijn vaste grenzen te krijgen. Het fascisme steekt zijn kop op in Italië en zoekt het conflict met het communisme. En de Grieks-Turkse oorlog is nog volop bezig. Daar is jammer genoeg niet veel over te vinden tenzij je vlot Turks kan lezen.

Misschien kunnen de dagboeken van Hanst Troebst (ook wel Tröbst geschreven) een uitweg bieden. de dagboeken van Hans Troebst zijn enkel in Kindle-editie beschikbaar op amazon. Maar ze beslaan wel een zeer lange periode gaande van 1910 tot 1923) . Hans Troebst is een van die soldaten die het moeilijk hebben het burgerleven weer op te nemen na het einde van de Groote Oorlog. Ze zijn teveel avonturier en zoeken dan maar nieuwe fronten op. Naast de boeken op amazon is er ook een facebook pagina en een twitter account. Er zijn niet veel recente berichten over Hans Troebst. En sterker nog, de meest recente berichten over Hans Troebst zijn geschreven in het Turks. Ze zijn daar blijkbaar nog niet vergeten dat een Duitse officier het uniform heeft gedragen van het leger van Kemal Atatürk. Dat geeft me de indruk dat Hans Troebst wel eens een goede gids zou kunnen zijn doorheen de twintiger jaren.

Government of Ireland Act

Op 23 december 1920 krijgt een nieuwe Britse wetgeving voor Ierland het koninklijk zegel. Die nieuwe wetgeving moet Ierland een vorm van zelfbeschikking geven. Ierland zelf wordt opgedeeld in twee delen : noord-Ierland, waar de meeste loyalisten wonen, en zuid-Ierland waar de Irish Republican Army sterk staat. Beide delen moeten wel onderdeel blijven van het Verenigd Koninkrijk. Daarnaast zijn er nog counties die rechtstreeks onder het Britse parlement vallen. De beide Ierse parlementen krijgen nog een overkoepelende raad van Ierland die onderlinge discussies moet oplossen. En beide parlementen zenden ook afgevaardigden naar het Britse parlement.

In juni 1921 komt het noord-Ierse parlement voor de eerste keer samen. In de praktijk zal de zelfbeschikking of Home Rule in zuid-Ierland niet ingevoerd worden door de Ierse onafhankelijkheidsoorlog die volop woedt.

bron : https://en.wikipedia.org/wiki/Government_of_Ireland_Act_1920

Haribo start

Op 13 december 1920 start Hans Riegel zijn snoepproductie in Bonn. En daarmee is de firma HARIBO opgericht. De eerste snoepproductie begint in een kleine keuken waar Hans enkel beschikt over een zak suiker, een marmeren plaat, een stoel, een stoof en een koperen pot. In 1921 wordt Hans echtgenote Gertrud de eerste bediende van het bedrijf.
Haribo start in 1922 met de productie van de gummiberen maar zal later zijn gamma sterk uitbreiden.

Bronnen
https://nl.wikipedia.org/wiki/Haribo
https://www.haribo.com/en/about-us/history

Britse branden in Cork

De spanning stijgt al een tijdje in Ierland. Na de hinderlaag in Kilmichael (lees meer daarover op deze pagina) kondigt de Britse overheid op 11 december 1920 de krijgswet af in een aantal counties, waaronder de county of Cork. Het duurt niet lang voor Britse militairen deze krijgswet gebruiken om wraak te nemen op de IRA.

Op 11 december legt de IRA opnieuw een hinderlaag voor een Britse patrouille. Hoofddoelwit van deze hinderlaag is kapitein James Kelly van de Britse inlichtingendienst die geregeld mee op patrouille gaat. Om 8 uur ’s avonds worden de twee Britse vrachtwagens aangevallen. Er vallen twaalf gewonden bij de Britten waarvan er een sterft in de dagen nadien.

Razend om de hinderlaag trekken de Britse soldaten naar de stad Cork. Vanaf half tien ’s avonds dringen ze in diverse huizen in Cork binnen, de bewoners worden uit hun huizen gejaagd en de huizen worden in brand gestoken. Elders in de stad wordt er door een andere compagnie een tram tegengehouden. De ruiten worden ingeslagen en de passagiers uit de tram gedreven en tegen een muur gezet om gefouilleerd te worden. Sommigen zullen tijdens het fouilleren ook van geld en andere bezittingen beroofd worden. Een andere tram wordt in lichterlaaie gezet.

In het winkelcentrum van Cork loopt het ook uit de hand, meer bepaald in Saint-Patrick street. Groepen Britse soldaten, auxiliaries en Black-and-Tan’s, al dan niet geüniformeerd, schiten in de lucht, verbrijzelen de ruiten van de winkels en steken sommige winkels in brand. De plaatselijke brandweer is zo overdonderd dat de brandweercommandant verplicht is een keuze te maken welke branden ze gaan aanpakken en welke ze niet kunnen aanpakken. Bovendien zijn er sommige Britse soldaten die de brandweer hinderen in hun werk.

Rond 4 uur in de ochtend is er een luide ontploffing te horen en het stadhuis en naburige bibliotheek gaan in de vlammen op. Als de brandweer toekomt, zijn er schoten te horen en Britse soldaten hinderen de brandweer opnieuw in hun werk. De laatste brandstichting volgt later om 6 uur in de ochtend na een nacht vol verschrikkingen. In totaal zijn er 40 ondernemingen en 300 private woningen in de vlammen opgegaan. De stad Cork lijdt in één nacht 3 miljoen pond aan verlies (uitgedrukt in de maatstaven van 1920). Er zijn heel wat daklozen en tweeduizend mensen hebben hun baan verloren. De branden in Cork leiden tot heftige debatten in het Britse parlement.

bron : https://en.wikipedia.org/wiki/Burning_of_Cork

aanslag in Boekarest

Op 8 december 1920 ontploft een bom aan de Roemeense senaat in Boekarest. Die aanslag eist het leven van de minister van justitie Dimitrie Greceanu, twee senatoren en verwondt de voorzitter van de senaat Constantin Coandă. Het brein achter de aanslag is Max Goldstein, bekend onder zijn bijnaam Coca bij Roemeense communistische groepen.

Max Goldstein is daarmee niet aan zijn proefstuk. In 1916 heeft hij zich aangesloten bij de communisten, wordt door de politie opgepakt maar ontsnapt en vlucht naar Odessa. Vanuit Rusland keert hij terug met het nodige geld en instructies. Blijkbaar heeft hij er ook een training gehad in het maken van explosieven, want hij is een hand verloren. Bij de politie staat hij snel bekend als de “man met de haak”.

Op 17 november 1920 pleegt Goldstein een aanslag op de trein van minister van binnenlandse zaken Constantin Argetuianu. Die aanslag mislukt. En na de aanslag op de Roemeense senaat is het echt tijd voor Goldstein om het land te verlaten. Hij duikt onder in Bulgarije maar wordt gearresteerd in 1921 als hij weer in Roemenië wil komen. Hij wordt tot levenslang veroordeeld en sterft in de gevangenis in 1924 na een hongerstaking van 32 dagen.

bron : https://en.wikipedia.org/wiki/Max_Goldstein

Max Goldstein

verdrag van Alexandropol

Op 3 december 1920 tekenen Turkije en Armenië het verdrag van Alexandropol. Daarmee komt een einde aan de Turks-Armeense oorlog die op 12 september 1920 begon met een invasie van Armenië door Turkse legers. Het verdrag wordt ondertekend door de Armeense minister Alexander Katisyan. Dit stelt echter een juridisch probleem omdat de dag ervoor de Armeense regering vervangen is door een Sovjetregering. Veel meer dan een handtekening hebben de Armeniërs niet mogen bijdragen aan dit verdrag, dat uit een Turkse pen komt. Dit verdrag geeft de Armeense provincie Kars samen met het Surmalu district van de provincie Yerevan aan de Turken die daarmee de Ottomaanse grenzen van voor de oorlog willen herstellen. De grenslijn schuift daarmee op tot de Ardahan-Kars-lijn en daarmee wordt de helft van de eerste Armeense republiek aan Turkije overgedragen.

Het verdrag moet binnen de maand geratificeerd worden in het Armeense parlement maar door de bezetting van Armenië door het Rode leger gebeurt dat niet. In plaats daarvan volgen er nog 2 verdragen : het verdrag van Moskou wordt op 16 maart 1921 ondertekend door Turkije en de Sovjet-Unie. Het verdrag van Kars wordt op 13 oktober 1921 ondertekend door Turkije en door de Sovjetrepublieken Armenië, Azerbaijan, Georgië.

bronnen

https://en.wikipedia.org/wiki/Treaty_of_Alexandropol
https://amalek.be/2019/12/26/de-armeense-kwestie-een-verhaal-in-zeven-kaarten/


staatsgreep in Armenië

Na de Groote Oorlog is Armenië een van de nieuwe naties die ontstaan na de teloorgang van het tsaristische Rusland, de dubbelmonarchie Oostenrijk-Hongarije of het Ottomaanse rijk. De republiek Armenië kent na zijn onafhankelijkheidsverklaring op 28 mei 1918 al snel problemen. Duizenden Armeense vluchtelingen zoeken er onderdak na de Armeense genocide door het Ottomaanse rijk. In 1918 is er ook een kort militair conflict met buurland Georgië. Het militair conflict met Azerbaijan duurt langer, met name vanaf 1918 tot 1920. Beide landen komen uit voormalige Russische gebieden, maar Azerbaijan wil omwille van zijn taalkundige en religieuze banden met de Turken toenadering zoeken tot Turkije. Eind april 1920 valt het Rode leger Azerbaijan binnen en met de oprichting van de Sovjetrepubliek Azerbaijan is dit conflict ten einde.

Maar de Turken starten in de herst van 1920 een oorlog met Armenië en palmen heel wat gebied in. Mustafa Kemal is wel zo slim geweest een overeenkomst met de machthebbers in Moskou te regelen om zo de handen vrij te hebben. Op 29 november 1920 grijpen de bolsjewieken in Armenië de macht. Op 2 december 1920 wordt de Armeense Socialistische Sovjetrepubliek uitgeroepen. Op 6 december 1920 trekt het Rode leger Armenië binnen om de nieuwe regering te steunen.

bronnen
https://en.wikipedia.org/wiki/First_Republic_of_Armenia
https://nl.wikipedia.org/wiki/Republiek_Armeni%C3%AB_(1918-1920)

hinderlaag in Kilmichael

Een week na de bloedige zondag in Dublin (lees meer op deze pagina) slaat de IRA weer toe. 36 militanten van de Irish Republican Army onder leiding van Tom Barry wachten in Kilmichael op zondag 28 november 1920 een Britse patrouille op. Deze Britse patrouille behoort tot de Royal Irish Constabulary Auxiliary Division. Deze hulptroepen van de Ierse politie zijn veelal Britse veteranen uit de Groote Oorlog. De Auxiliaries en de Black and Tans zijn niet heel populair bij de Ierse bevolking en staan vaak bekend om hun brutaliteit.

Op 21 november heeft de IRA al de ideale positie voor de hinderlaag uitgezocht : op de weg tussen Macroom-Dunmanway, meer bepaald in het gedeelte tussen Kilmichael en Gleann. De Auxiliaries gebruiken deze weg dagelijks.

Om 4u05 komen de twee vrachtwagens van de Britse patrouille in zicht. Tom Barry, in een uniform van een IRA officier, doet de eerste vrachtwagen stoppen. Later zullen de Britten zeggen dat Barry een Brits uniform droeg en dat dit zorgde voor verwarring. De IRA militanten hebben zich in drie groepen verdeeld om de hinderlaag te doen slagen. Zodra de eerste vrachtwagen stopt, gooit Barry een granaat in de open laadbak van de eerste vrachtwagen, en het vuurgevecht begint.

De tweede vrachtwagen is ook gestopt en de inzittenden zijn verder verwijderd van de tweede IRA groep. Ook daar begint een vuurgevecht. Op gegeven ogenblik laten de Britse soldaten hun geweren vallen om aan te geven dat ze zich overgeven. Volgens de IRA komen hun militanten tevoorschijn en grijpen sommige Britten dan naar hun revolvers, waarbij twee IRA militanten gedood worden. Daarop geeft Tom Barry het bevel om te schieten en pas te stoppen als hij daartoe het bevel geeft.

Aan het einde van het gevecht zijn twee IRA militanten dood en één dodelijk gewond. Bij de Britten zijn er 18 doden. Eén soldaat die voor dood wordt achtergelaten, zal achteraf toch overleven.

De Britse soldaten op Ierland tellen 30.000 manschappen dus het verlies van 18 is behoorlijk klein. Maar de psychologische impact van een Ierse hinderlaag die een ganse Britse patrouille wegveegt, is behoorlijk schokkend. Voor de Britse regering is het duidelijk dat het geweld in Ierland escaleert. Daarom wordt 10 december 1920 de krijgswet afgekondigd in de counties van Cork, Kerry, Limerick, Tipperary. Daarmee krijgen de Britse militairen veel meer hun handen vrij. Het zal niet lang duren voor ze die extra vrijheid gebruiken om zich te wreken voor de hinderlaag in Kilmichael.

bron : https://en.wikipedia.org/wiki/Kilmichael_Ambush

bloedige zondag in Ierland

Iedereen kent het lied van U2 “Sunday, bloody sunday” dat verwijst naar een bloedige zondag in 1972. Maar Ierland kende al veel eerder een bloedige zondag op 21 november 1920.

Alles begint met een operatie van de IRA(Irish republican Army) tegen de zogenaamde “Cairo gang“. Die naam werd gegeven aan Britse geheim agenten die samen komen in de Cairo Café in Grafton StreetDublin. De Ierse contraspionage onder leiding van Michael Collins, houdt deze mannen in de gaten en stelt een lijst op van vermoedelijke geheim agenten. Begin november worden een aantal hoog geplaatste figuren in de IRA bijna gearresteerd. Op 10 november kan een officier van de IRA weer ternauwernood ontsnappen, maar dit maal maken de Britten een aantal belangrijke documenten met adressen buit. Dan besluit Michael Collins dat de Britse geheim agenten gedood moeten worden, wil men de IRA in Dublin in stand houden.

In de vroege ochtend van zondag 21 november 1920 komen een aantal ploegen van de IRA samen in Dublin. Ze slaan toe op acht verschillende plaatsen. 15 Britten worden gedood bij de acties. Achteraf zal blijken dat de slachtoffers niet allemaal betrokken waren bij Britse militaire acties.

Na de Britse doden volgt een Britse tegenreactie. Luitenant-kolonel Bray geeft het bevel om een raid te organiseren op een voetbalwedstrijd en iedere man te ondervragen. In Croke Park, waar de wedstrijd zal plaatsvinden, zijn rond 15u ongeveer vijfduizend toeschouwers toegekomen. Een konvooi van Britse vrachtwagens en gepantserde auto’s nadert het stadion, klaar om alles af te grendelen en alle aanwezigen te fouilleren. Over wat er daarna gebeurt, lopen de getuigenissen uiteen. Sommige politieagenten verklaren achteraf dat ze beschoten werden en dat ze daarom het vuur openden. Volgens Ierse toeschouwers waren het de Britten die als eerste het vuur openden. Lang duurt het schieten niet maar als alles terug stil wordt, liggen er verschillende doden en gewonden op de grond. In totaal eist dit optreden van de Britse veiligheidsdiensten vijftien doden.

Achteraf zal deze bloedige zondag de Ierse steun aan de IRA doen toenemen. De Britse reputatie krijgt internationaal een stevige knauw.

bronnen
https://en.wikipedia.org/wiki/Bloody_Sunday_(1920)
https://www.yourirish.com/history/20th-century/bloody-sunday-1920