Monte Scorluzzo in Oostenrijkse handen

Het Oostenrijks-Hongaarse leger verovert op 4 juni 1915 de top van de Monte Scorluzzo op de Italianen. Precies over de top van deze ruim 3000 meter hoge berg, in het zuiden van de Stelviopas, loopt de grens tussen Italië en Oostenrijk. De berg ligt op de grens van Lombardije en het betwiste gebied Trentino-Alto Adige.
In de nabijheid van deze naar het schijnt gemakkelijk te beklimmen bergtop verwijzen tal van resten naar de oorlog, zoals loopgraven en uitgehakte schuilplaatsen.

Onderstaande foto toont een kanon in zo’n uitgehakte schuilplaats op de Monte Scorluzzo.

Scorluzzo_Tour_004.2_Geschuetzkaverne_histbron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Przemysl heroverd door de Centralen

Przemysl is Oostenrijks-Hongaars grondgebied als de oorlog uitbreekt. Al heel snel vallen de Russen dit deel van het Oostenrijks-Hongaars rijk aan. Lees daarover meer op deze pagina. Op deze pagina vind je uitleg over de val van de vestingstad.

De Oostenrijkers lijken te bezwijken door de Russische inval in Galicië en dus komen de Duitsers hun bondgenoten te hulp. Begin mei 1915 beginnen ze met een grootscheeps offensief (meer info vind je hier). We zijn nu één maand verder en de Duitse en Oostenrijks-Hongaarse troepen hebben de Russen al de ganse maand teruggedreven. Op 3 juni 1915 trekken de troepen van de Centrale machten de stad terug binnen.

Dit goeie nieuws verspreidt zich al heel snel onder de soldaten van het Duitse en Oostenrijks-Hongaarse leger.Zoverneemt ook de Duitse artillerist Herbert Sulzbach dit in het hospitaal van Vouziers waar hij is opgenomen voor een ontsteking aan zijn been. Hij noteert over het offensief en de herovering het volgende in zijn dagboek.

De slag bij Gorlice under bevel van von Mackensen duurde van de 2e tot de 20e mei. Onze legers hebben de Russische frontlinies doorbroken en hebben bijna 200.000 krijgsgevangenen gemaakt. (…) 3 juni : Przemysl is in onze handen gevallen, onze troepen gingen de stad binnen en namen ze terug in bezit.

Duitse en Oostenrijks-Hongaarse soldaten trekken Przemysl binnen.

Duitse en Oostenrijks-Hongaarse soldaten trekken Przemysl binnen.

bronnen
Herbert Sulzbach, with the German guns, Pen & Sword military

Michael Neiberg & David Jordan, the eastern front 1914-1920, amber books

Florence Farmborough hoort het front bij Gorlice breken

Florence Farmborough

Florence Farmborough

Florence Farmborough is een Britse vrouw die sinds 1908 in Rusland leefde, eerst in Kiev, daarna in Moskou als gouvernante. Bij het uitbreken van de oorlog meldt ze zich als vrijwilligster en wordt ingelijfd bij het verplegend personeel. In mei 1915 werkt ze in Gorlice als het Duits-Oostenrijks offensief begint. Gorlice ligt vlab bij het front. De artillerie van de Oostenrijkers beschiet de stad dagelijks, op een wat verstrooide manier, schijnbaar meer uit principe dan met een vooropgezet plan. De toren van de grote kerk is in tweeën gespleten. Veel huizen zijn al in ruïnes veranderd. Tot nu toe hebben Farmborough en de anderen van het veldhospitaal zich vooral ingezet om het lijden van de burgerbevolking te verzachten, in de eerste plaats door eten uit te delen.

De Russische artillerie beantwoordt de lukrake bombardementen van de Oostenrijkers zelden. Naar verluidt vanwege een tekort aan munitie maar verder naar achteren heeft men nog volop granaten op voorraad. De geüniformeerde bureaucraten die over dit soort zaken gaan, willen ze daar echter graag houden, in afwachting van grotere dingen. Verder naar het zuiden bereidt het Russische leger een nieuw offensief voor, gericht op de befaamde passen in de Karpaten (de deur naar Hongarije) ! Al een paar dagen heerst er een zekere onrust onder de Russische eenheden in Gorlice, er gaan geruchten dat de Oostenrijkers tegenover hen versterking hebben gekregen van Duitse infanterie en zware artillerie.

Deze zaterdag worden Florence en de anderen in het ziekenhuis al voor zonsopgang gewekt door zwaar artillerievuur. Ze rolt uit haar bed. Gelukkig is ze met kleren aan gaan slapen. Iedereen – behalve misschien Radko-Dimitriev, het hoofd van het Russische Derde Leger -) had een vermoeden dat er iets ophanden was. Het geknal in wisselende sterkte en toonaard neemt toe als de Russische artillerie om hen heen het vuur beantwoordt. Door de trillende ramen vangt Florence een glimp op van het lichtspel aan de nog donkere hemel. Ze ziet de grote, pijlsnelle mondingsvlammen van het geschut zich vermengen met de gedempte flitsen van de explosies. Dan komen de eerste gewonden.

Eerst lukte het om iedereen te helpen; daarna werden we overweldigd door hun aantal alleen al. Ze kwamen met honderden, uit alle richtingen. Sommigen konden nog zelf lopen, anderen kropen of sleepten zich over de grond voort.

De verplegers moeten in deze wanhopige situatie wel een bikkelharde selectie doorvoeren. Wie nog op zijn benen kan staan, wordt niet geholpen maar doorverwezen naar achteren, met het verzoek een van de basiseenheden op te zoeken. Het aantal mannen dat niet kan lopen is zo groot, dat ze naast elkaar in de open lucht worden gelegd, waar ze eerst een pijnstiller krijgen en daarna aan hun verwondingen worden geholpen. Florence en de anderen doen wat ze kunnen om te helpen, al hebben ze het gevoel dat het zinloos is, want de stroom kapotte, opengereten lichamen lijkt eindeloos.

De volgende cohtend, om een uur of zes, horen Florence en de anderen een nieuw, angstaanjagend geluid : een plotseling, vibrerend gebulder als van een waterval, dat afkomstig is van meer dan 900 stuks artillerie – dat is op elke vijftig meter front één – van alle denkbare kalibers die tegelijk het vuur openen. Een paar seconden later volgt de langgerekte daverende echo van de inslagen. Er zit een nieuwe onbehaaglijke systematiek in dit artillerievuur, in de manier waarop het over de Russische frontlijn raast. de technische term luidt Glocke, klok. De vuurwals verplaatst zich heen en weer, opzij en in de diepte, over de Russische linies en verbindingsloopgraven.

Eerst horen ze ,ongelovig, het woord “terugtocht”. Dan volgt het fenomeen : lange, ongelijkmatige rijen modderige soldaten met vermoeide gezichten trekken langs. Ten slotte komt de order : onmiddellijk opbreken, laat uitrusting en gewonden achter. De gewonden achterlaten ? Ja, de gewonden achterlaten. “Snel, snel, de Duitsers staan voor de stad”.

gorlice_01bron : Peter Englund, de schoonheid en het verdriet van de oorlog, Spectrum

Duitse doorbraak bij Gorlice Tarnow

De Duitsers proberen niet alleen een doorbraak bij Ieper met hun eerste gasaanval op het westelijk front. Ook aan het oostfront willen ze doorbreken. Meer zelfs, volgens sommige bronnen is de aanval op Ieper enkel aan afleidingsmaneuver. Hiermee willen de Duitsers de Russen de indruk geven dat ze hun aandacht op het westen richten.

Niettemin hebben de Duitsers vooral grote zorgen in het Oosten, en dan vooral door toedoen van hun Oostenrijks-Hongaarse bondgenoot. Die is een groot deel van Galicie kwijt geraakt. En daarmee staan de Russen aan de poorten van Hongarije. Als de Russen erin slagen verder door te dringen, zullen een aantal andere landen in de verleiding komen om mee oorlog te voeren samen net de geallieerden tegen de centrale mogendheden: Zo wachten Bulgarije, Roemenie en Italie nog wat af om mee de oorlog in te stappen, al is niet van elke land nu al geweten aan wiens kant.

Het is dus van groot belang om Galicie te heroveren op Rusland. De Duitsers plannen de ganse operatie. Von Falkenhayn informeert zijn Oostenrijkse tegenhanger Conrad von Hötzendorf zelfs niet over de aanvalsplannen tot drie weken voor de startdatum. Nochtans doen heel wat soldaten van het Oostenrijks-Hongaars leger mee. Reden van deze achterdocht is ook het feit dat Rusland voor de oorlog al succesvol het Oostenrijks-Hongaarse leger bespioneerd had, dankzij dubbelspion Alfred Redl.

Von Mackensen

Von Mackensen

Op 2 mei 1915 beginnen de Duitsers en hun Oostenrijks-Hongaarse bondgenoten aan het offensief waarvan het zwaartepunt zich situeert tussen Gorlice en Tarnow. Vooral de legergroep onder leiding van August von Mackensen zal de speerpunt in deze aanval vormen. Bij het eerste daglicht begint de Duits-Oostenrijkse artillerie aan een bombardement dat 4 uur zal duren. Daarna rukken de soldaten op naar de Russische loopgraven waar ze maar weinig tegenstand ondervinden.

Binnen de 48 uren zijn ze door de defensie van het Russische 3e leger. De Russen hebben zich aan deze aanval niet verwacht en hebben daarom al heel wat troepen samengetrokken aan de Karpaten, met het oog op de invasie van Hongarije zodra het lenteweer dat toelaat. De Russen in de Karpaten kunnen hun kameraden in Gorlice – Tarnow niet te hulp snellen. Erger nog, ze moeten voorkomen dat ze worden afgesneden van hun bevoorradingslijnen die bedreigd worden door de Duitse opmars. Het instorten van de Russische defensie in de regio Gorlice-Tarnow heeft dan ook een domino-effect. Nadat de Russen rond Gorlice tot 10 kilometer per dag terugtrekken, zullen de Russen aan de Karpaten zich eveneens richting de Sanrivier terugtrekken. In de eerste week na het begin van het offensief verliezen de Russen 140.000 soldaten aan krijgsgevangenschap. Het zijn er zoveel dat de Duitsers stoppen met de gevangenen te tellen. Deze Grote Terugtocht zal ook de komende weken nog doorgaan, tot de Oostenrijks-Hongaarse garnizoenstad Przemysl weer van de Russen bevrijd wordt.

GorliceTarnow_mei1915

bronnen

Michael Neiberg & David Jordan, The Eastern Front 1914-1920, Amber Books

http://historypath.pl/en/articles/63-battle-of-gorlice

http://ww1blog.osborneink.com/?p=7593

https://ww1live.wordpress.com/2015/05/02/gorlice-tarnow/

Przemysl valt in Russische handen

Op 22 maart 1915 valt de Oostenrijks-Hongaarse vestingstad Przemysl in handen van de Russen na een beleg dat duurde vanaf november 1914. Oostenrijk-Hongarije verwacht na het verlies van deze stad en het garnizoen van meer dan 100.000 soldaten een aanval door de Karpaten richting Hongaarse laagvlaktes. Meer informatie over het beleg van Przemysl lees je op deze pagina.

Przemysl19150322

cavalerie op terugtocht

4 november 1914 : de nacht is mooi, sterieler, ijskoud. Het Oostenrijks-Hongaars leger is weer op de terugtocht. De orders van Pal Kelemen en de andere huzaren is erop toe te zien dat de terugtrekkende eenheden niet vast blijven zitten en stil komen te staan. Er is namelijk een nieuwe verdedigingslinie in opbouw. Om twee uur vannacht moet deze klaar zijn en hopelijk is hij dan ook bemand met verse infanterie die nu onderweg is naar de bergpas. De opdracht die Kelemen en zijn huzaren hebben gekregen, is schier onmogelijk want het is moeilijk om enig overzicht te krijgen in het donker. Op de weg heerst al chaos. Ze rijden langzaam tegen de trage, grijze stroom van mannen, paarden, wagens, kanonnen, munitiewagens en pakezels in. Kelemen ziet dat de stroom van zich terugtrekkende soldaten dunner wordt , maar dat er nog steeds groepjes vluchtenden opduiken. De huzaren wijzen hun de weg. De weg is bedekt met ijs en spekglad. Ze moeten afstijgen en de paarden leiden. Kelemen noteert in zijn dagboek.

Er staan een paar verlaten legerwagens op de weg zonder manschappen of paarden. We zijn er net voorbij als ik een harde slag in de buurt van mijn linkerknie voel en mijn paard onrustig wordt. Ik denk dat ik in het donker per ongeluk ergens tegenaan ben gestoten. Ik raak mijn been aan en breng daarna instinctief mijn gehandschoende hand naar mijn gezicht. De hand is warm en vochtig en nu voel ik een scherpe, bonkende pijn.

Mogor rijdt naast me en ik zeg tegen hem dat ik denk dat ik geraakt ben. Hij komt dicht bij me rijden en ontdekt dat ook mijn paard een wond heeft, een kleine op de lende. Maar paard en ruiter kunnen doorgaan. Hier zou je toch niet kunnen afstijgen. Er is geen verbandplaats in de buurt. Op ontelbare eenvoudige maar vriendelijke manieren probeert Mogor dapper mijn aandacht af te leiden van de wond. Het wordt steeds lichter. In het oosten komt de zon al felgekleurd op. Ten slotte bereiken we de zuidelijke helling van de pas. Hier zien we de eerste afgelegen huizen van een dorp. Op het open marktplein komen we Vas tegen, die bezorgd vraagt waarom we zo vertraagd zijn en die tekenen van paniek vertoont als Mogor vertelt wat er is gebeurd. Deze nacht is de dorpsschool omgebouwd tot verbandplaats en met Vas aan mijn ene zijde en Mogor aan de andere rij ik het hek naar het schoolplein door.

Nu begint alles wazig te worden voor mijn ogen. Het lukt me niet meer om uit het zadel te komen. Mijn linkerbeen is gevoelloos geraakt. Twee hospikken tillen me samen uit het zadel terwijl Mogor het paard wegleidt. Voorzichtig zetten ze me neer. Als mijn linkervoet de grond raakt, horen we hoe al het verzamelde bloed in mijn laars een zuigen geluid maakt. Ik kan niet rechtop staan. Met de onnadenkendheid die de jeugd kenmerkt, houdt Vas zijn zakspiegeltje voor me op en daarin zie ik een vreemd, geel, oud gezicht in plaats van mijn eigen.

bron : Peter Englund, de schoonheid en het verdriet van de oorlog, Spectrum

Onderstaande tekening is van Jozef Ryszkiewicz, getiteld “cavalerie op mars”.

Przemysl twee maal belegerd in 1914

De stad Przemysl ligt vandaag in Polen, maar was destijds Oostenrijks-Hongaars grondgebied, niet ver van de Russische grens. Deze stad beschikte over een vesting die tot twee maal toe door de Russen werd belegerd tijdens de eerste maanden van 1914. In tegenstelling tot het westfront, dat vanaf november 1914 wordt gekenmerkt door een stellingoorlog, is het oostfront veel beweeglijker. Oostenrijkers, Duitsers en Russen wisselen aanvallen en terugtochten af. Zo komt het dat de vesting Przemysl tot 2 keer toe volledig wordt omsingeld door de Russen en een belegering van ettelijke weken moet doorstaan. Einde oktober 1914 hebben Duitsers, Oostenrijkers en Russen mekaars grondgebied bezet en weer moeten prijsgeven. In feite kan je zeggen dat na maanden oorlogvoeren vooral veel soldaten zijn gesneuveld voor weinig winst inzake grondgebied.
Wie meer wil weten oer het verloop van de slag om Galicië, kan terecht op deze webpagina .
De schilderij hieronder geeft de belegering van Przemysl weer en is van de hand van Alexander ritter von Meissel.

belegering van Przemysl - geschilderd door Ritter von Meissel

belegering van Przemysl – geschilderd door Ritter von Meissel

een koude nacht in de Karpaten

Voorwaarts en terug, en weer voorwaarts. Eerst de opgewonden stormlopen voorwaarts in Galicië van de eerste oorlogsmaanden, de binnenvallende Russen tegemoet, met alle bloedige gevechten waar die in resulteerden, daarna de terugtocht, een verward rennen van rivier naar rivier, totdat men plotseling bij de Karpaten en de grens met Hongarije stond. Daarna een pauze, stilte, niets. Vervolgens orders over een nieuwe opmars, de Karpatische bergpassen uit, naar de vlakten in het noordoosten en het belegerde Przemysl. De verliezen zijn enorm geweest.

De winter komt ongewoon vroeg. Het is begonnen met flinke sneeuwval die alle wegen plotseling onbegaanbaar heeft gemaakt, waardoor het de Oostenrijks-Hongaarse eenheden onmogelijk is om zich voorwaarts te verplaatsen. De divisie van Pal Kelemen zit gevangen op een van de dichtgevroren bergpassen. De bijtende, opwaaiende sneeuw vormt hoe hopen rond de paarden. Kou lijdende soldaten hurken om zwakke vuurtjes of stampen rond terwijl ze zich warm proberen te slaan. Pal Kelemen noteert in zijn dagboek op 13 oktober 1914 :

Er staat maar één heel gebouw in de bergpas, een kleine herberg die op de grens ligt. In de eerste ruimte is een veldtelegraaf geïnstalleerd; in de tweede zijn de stafofficieren van het cavaleriekorps ingekwartierd. Ik arriveer hier om elf uur ’s avonds en stuur een bericht naar het hoofdkwartier waarin ik verklaar dat het op dit moment onmogelijk is verder te gaan. Daarna ga ik in een hoek liggen, op een matras en leg een deken over me heen.

Ik lig half wakend, uitgeput, een paar officieren om me heen rusten op hoopjes stro. De rillende en beneden mannen om het huis hebben vuur gemaakt met behulp van planken van de ernaast gelegen stal en de vlammen treken nog meer verdwaalde soldaten aan.

Er komt een sergeant binnen die om toestemming vraagt een van zijn kameraden naar de warmte binnen te brengen. De man in kwestie is nauwelijks nog bij bewustzijn en zou buiten in de kou ongetwijfeld gestorven zijn. Ze leggen hem naast de deur op een armvol stro. Hij is in elkaar gekropen. Zijn lange jas is op meerdere plaatsen doorboord door kogels en de rand is geschroeid door vuur van een nachtelijke slaapplaats.

De slaap overmant me. De ‘titi-tata’ signalen van de telegraaf veranderen in een verafgelegen ruisen. In de schemering word ik gewekt door het lawaai van de mannen die zich opmaken om verder te marcheren. Alleen de soldaat die gisteravond is binnengedragen, ligt nog op de vloer. Een van de adjudanten komt binnen, merkt de soldaat op die onbeweeglijk in zijn hoek ligt, stapt op hem af maar deinst verschrikt achteruit. Verontwaardigd geeft hij het bevel om het lijk van deze man, overduidelijk overleden aan cholera, onmiddellijk te verwijderen.

bron : Peter Englund, de schoonheid en het verdriet van de oorlog, Spectrum

een huzaar trekt naar het front

Aanvankelijk vond hij het moeilijk het gevoel dat dit maar een oefening was van zich af te schudden. Het was allemaal in Boedapest begonnen. De twintigjarige Pal Kelemen herinnert zich hoe mensen hadden toegekeken toen hij zijn bagage in een taxi had geladen en hoe hij zich, gekleed in huzarenuniform met rode broek, blauwe tuniek en hoge leren laarzen, een weg had gebaand door de onafzienbare mensenmasse op het Oosterstation en met gebruik van zijn ellebogen in een trein was geklommen om daar op een staplaats in een gangpad te belanden. En hij herinnert zich hoe de vrouwen hadden gehuild : één van hen zou zijn gevallen als een onbekende haar niet had opgevangen.

Na de warme maar niet al te oncomfortabele treinreis had hij zich gemeld bij het huzarenregiment in Szeben. De man die hem ontvangen had, had Kelemen overigens geen blik waardig gekeurd maar had alleen gezegd waar hij heen moest. Daarna waren de routines elkaar blijven opvolgen : het in ontvangst nemen van de uitrusting, inclusief paard en zadel, uitbetaling van soldij. een lange uitleg van praktische zaken in een veel te warm lokaal. Daarna was het beeld echter gaan afwijken.

Eerst de nachtmars naar de plaats waar de trein wachtte. Daarna de langzame reis, waarop ze bij elk station onthaald werden door enthousiaste mensenmassa’s. Daarna het uitladende eerste mars. Nog geen werkelijke tekenen van oorlog, zoals kanongerommel; het zou nog steeds een oefening kunnen zijn.

Pas als de divisie Halicz bereikt, dat ze ten slotte kapot, de illusie dat dit weer een militaire oefening zou kunnen zijn. Onderweg zijn ze vluchtende boeren en Joden tegengekomen. In d stad heerst onrust en verwarring. De Russen zouden ergens in de buurt zijn. Kelemen noteert in zijn dagboek op dinsdag 25 augustus 1914.

We slapen in tenten. Om half twaalf ’s avonds : alarm. De Russen naderen de stad. Ik geloof dat iedereen een beetje bang is. Ik schiet mijn kleren aan en ren naar buiten om me aan te sluiten bij mijn peloton. Op de weg staan infanteristen opgesteld. Er rommelen kanonnen. Zo’n vijfhonderd meter verderop knetteren geweren. Automobielen stuiven langs over het midden van de grote weg. Het licht van hun carbidlampen stroomt in een lange rij over de weg van Stanislau naar Halicz.

Als de ochtend aanbreekt, stroomt de bevolking in lange rijen de stad uit. Op wagens, te voet, te paard. Alle mensen dragen met zich wat ze kunnen. En op elk gezicht zijn uitputting, stof, zweet en paniek, een vreselijke moedeloosheid, pijn en lijden te zien. Ik lig slapeloos langs de kant van de weg en sla dit infernale tafereel gade. Er zijn zelfs militaire wagens te zien die opgaan in de vluchtelingenstroom en op het veld zie je terugtrekkende soldaten, infanterie in een paniekerige vlucht, galopperende cavalerie. Niemand heeft zijn volledige uitrusting nog. De uitgeputte mensenmassa stroomt door het dal. Men vlucht terug naar Stanislau.

bron : Peter Englund, de schoonheid en het verdriet van de oorlog, Spectrum

Van Oekraïne 2014 naar Lemberg 1914

Oekraïne is al enkele dagen heel erg in het nieuws. En eigenlijk rommelt het er al maanden. Het land is in twee gedeeld : het westen is eerder Europees gericht terwijl het oosten en het zuiden naar Rusland neigen. Vanwaar die tweedeling ? Wat op het eerste zicht in 2014 niet direct verklaarbaar is, wordt dat wel als je terug gaat naar 1914. En één stad heeft me de sleutel van het verhaal gegeven : Lviv. Of moet ik zeggen Lwow zoals de stad heette toen het Pools gebied was ? Of moet ik het Lemberg noemen, zoals de stad heette toen het nog bij Oostenrijk-Hongarije hoorde ?

Laten we vanuit 2014 terug gaan in de tijd. Hieronder herken je Polen zoals wij het nu kennen. De rode gebieden waren Duits en zijn aan Polen toegekend na de tweede wereldoorlog. Er staan 2 “Curzon” lijnen op : die van 1940 en die van 1919. Twee weken nadat nazi-Duitsland Polen was binnengevallen, viel ook de Sovjetunie Polen binnen en annexeerde een deel van Polen. Na de tweede wereldoorlog moest de Sovjetunie haar geannexeerde deel van Polen niet teruggeven. Polen werd schadeloos gesteld door Duits grondgebied. In feite schoof Polen naar het westen op. En dus werd de stad Lwow daarna Lviv genoemd. Maar de stad is in 2014 haar Poolse afkomst nog niet vergeten.

Curzon_line-en

Voor deze stad Lviv en Lwow werd genoemd, sprak met van Lemberg toen het nog Oostenrijks-Hongaars gebied was. In augustus 1914 is hier al een eerste grote slag uitgevochten tussen de Russen en de Oostenrijkers. In 1915 zouden de Duitsers en Oostenrijkers de stad heroveren op de Russen. Dit gebied was dus in 1914 al een gebied waarom gevochten werd tussen west- en oost-Europa en in 2014 is dat niet anders.

Lemberg01