de slag bij Arras

Na een lange voorbereiding beginnen de Britten en soldaten uit het Britse Gemenebest op 9 april 1917 de slag bij Arras. Niet alleen is er voorafgaandelijk een vier dagen durend bombardement.  De Britten hebben ook een uitgebreid netwerk van tunnels en ruimtes uitgegraven onder de stad, een relatief veilige plaats voor duizenden militairen die ook voorzien is van een hospitaal, opslagplaatsen, keukens… Bovendien hebben de Britten op basis van talloze verkenningen maquettes van de regio gebouwd om de manschappen ermee vertrouwd te maken.

De oorlog zit reeds maanden in een impasse zonder veel beweging aan het front. de Britten zijn vastberaden nu een doorbraak te forceren, zonder dat dit zal leiden tot het enorme verlies aan levens zoals bij eerdere veldslagen het geval was. Bij het einde van deze veldslag, midden mei 1917, kunnen de Britten een behoorlijke vooruitgang noteren, maar van een grote doorbraak is beslist geen sprake.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Arras_1917

dood van Arthur Graeme West

ArthurGraemeWestEen sluipschutter maakt op 3 april 1917 nabij Bapaume een einde aan het jonge leven van Arthur Graeme West (26 jaar), schrijver en oorlogsdichter. In 1915 treedt West in dienst uit een gevoel van plichtsbesef en patriottisme, maar geleidelijk aan ontwikkelt hij een intense afkeer voor het leger, ook al omdat hij individualistisch ingesteld is en routine haat. Die toenemende afkeer verwoordt hij in twee oorlogsgedichten :”God, How i hate you” en “Night patrol”.

In 1919 verschijnt postuum zijn boek “the diary of a dead officer“. Een hartverscheurend eerbetoon aan een verloren generatie van soldaten dat tegelijkertijd een ontluisterend beeld schetst van het leven in het leger.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

 

Portugese versterking is onderweg

Ook de Portugezen hebben de kant van de geallieerden gekozen. Op 3 januari 1917 tekent Portugal een overeenkomst met Groot-Brittannië om troepen te leveren voor het front. Op 30 januari schepen Portugese soldaten onder leiding van generaal Gomes da Costa op Britse schepen in. Op 2 februari 1917 komen de Portugezen aan in Bretagne. Op 8 februari zijn ze in Frans-Vlaanderen. Vanaf 4 april zijn er Portugese soldaten in de loopgrachten in Vlaanderen.

Hieronder zie je een foto van Portugese soldaten die fruit kopen voor ze inschepen.

bron : http://comjeitoearte.blogspot.be/2014/11/portugal-na-primeira-guerra-mundial.html

IlustraçaoPortugueza_19170317.jpg

Duitse sluippatrouille in Champagne

Aan het front in de Champagnestreek noteert Louis Barthas in zijn oorlogsdagboek.

Op 23 maart 1917, gebruikmakend van een pikdonkere nacht, viel een Duitse patrouille onze loopgraven aan en nam drie wachtposten gevangen die een dergelijk nachtelijk bezoek niet verwacht hadden. De Duitsers hadden bijna een vierde man meegenomen door hem een koord om de nek te werpen, maar de Fransman kon zich met een kopstoot in de buik van de mof losmaken en sloeg al vluchtend alarm.

Toen we met zijn allen ter plaatse aankwamen, was de patrouille met de gevangenen verdwenen. Deze nachtelijke ontvoering veroorzaakte grote opschudding in de sector. De generaal en de kolonel waren razend. Gedurende verschillende dagen regende het op rapport jammerklachten, verwijten en dreigementen.

Dit leek me een onderwerp waarbij ik heel moeilijk een passende foto of tekening zou vinden. Maar de Duitse veteraan en kuntschilder Otto Dix heeft hierover een tekening gemaakt :”Ueberfall einer Schleichpatrouille” (overval van een sluippatrouille).

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

otto-dix-attack-by-a-stealth-patrol-crawling-through-the-trenches

Fransen naderen Saint-Quentin

Nu de Duitsers terugtrekken naar de Hindenburglinie om zo hun frontlinies in te korten en meer reserves achter de hand te houden, rukken Britten en Fransen op in het gebied dat door de Duitsers verwoest is achtergelaten. Le Petit Journal meldt zijn lezers hoe de opmars verloopt.

Op 20 maart 1917 publiceert le Petit Journal een kaart met de nieuwe frontlijn van Soissons tot Péronne. Heel wat bevrijde dorpen en steden zijn verwoest dor de terugtrekkende Duitsers. De stad Soissons is terug in Franse handen evenals 40 dorpen in de omgeving.

Op 21 maart 1917 wordt gemeld dat de Franse cavalerie Saint-Quentin nadert. De Britten bevrijden weer 14 dorpen. De opmars is wel moeilijker geworden door het slechte weer en de verwoesting van de wegen. Een Duitse tegenaanval wordt afgeslagen door de Franse artillerie.

De schilder François Flameng bezoekt de verwoeste streek en maakt er naderhand onderstaande schilderij van.

La_retraite_Allemande_(mars_1917)_François_Flameng

La Retraite Allemande (François Flameng)

bronnen

https://www.geneanet.org/blog/post/2017/03/20-mars-1917-ham-chauny-liberes-soissons-entierement-degage
https://www.geneanet.org/blog/post/2017/03/21-mars-1917-cavalerie-a-sept-kilometres-de-saint-quentin

 

 

Kasteel van Ham verwoest bij Duitse terugtocht

Na de slag aan de Somme willen de Duitsers hun frontlijn inkorten om zo minder soldaten in de frontlijn te hebben en te rekenen op reserves die ze kunnen inzetten als het nodig is. Deze terugtocht noemen ze “Unternehmen Albericht” (lees meer daarover op deze pagina).

Deze terugtocht gebeurt voorbereid. De Duitsers vernietigen wat nuttig zou kunnen zijn voor Fransen en Britten die enkel een woestenij aantreffen als ze oprukken. Onder meer het kasteel van Ham (20 km van Saint-Quentin) is het slachtoffer van de Duitse verwoesting. Tijdens de eerste oorlogsjaren lijdt het kasteel niet onder de Duitse bezetting. Maar als het bevel tot terugtrekking komt, geeft generaal von Fleck, commandant van de Duitse soldaten in Ham, het bevel om de kazerne en de magazijnen in het kasteel van Ham te doen springen. In de nacht van 18 op 19 maart 1917 gaat het kasteel de lucht in. Britten en Fransen zullen enkel een hoop stenen terugvinden.

bron : http://chateau-de-ham.e-monsite.com/pages/18-mars-1917.html

KasteelVanHam_19170319

 

 

gedwongen rust voor Herbert Sulzbach

Herbert Sulzbach brengt de maand februari 1917 bijna geheel door in een veldlazaret.

8 februari 1917 : mijn derde verjaardag aan het front. Ik heb een keelontsteking en ga naar het hospitaal via Saint-Quentin naar Le Cateau en Sains du Nord. Alle militaire hospitalen zijn opgedeeld in kleinere departementen. Ik voel me uiterst beroerd maar word goed verzorgd.

De eerste dagen zijn heel vervelend omdat ik in bed moet blijven liggen. Tegen eind februari mag ik voor de eerste keer uit bed. Ondertussen heb ik vriendschap gesloten met 2 andere patiënten in dezelfde zaal, allebei luitenanten van een artillerieregiment. Beetje bij beetje mogen we meer de zaal verlaten en ontspanning zoeken in de kantine of de filmzaal.

Tijdens mijn verblijf in het ziekenhuis krijg ik het Ijzeren Kruis 2e klasse waarvoor luitenant Reinhardt me in december 1914 had aanbevolen.

bron : Herbert Sulzbach, with the German guns, Pen & Sword military

feldlazarett

Victoria Cross voor William MacFadzean

Op Buckingham Palace schenkt de Britse koningin op 28 februari 1917 het Victoria Cross aan de vader van William MacFadzean voor de zeer uitzonderlijke moed die zijn zoon betoonde. William is de eerste Britse soldaat die meevocht tijdens de slag aan de Somme (1 juli – 18 november 1916) aan wie deze zeer hoge onderscheiding wordt toegekend.

De heldendaad van soldaat William MacFadzean vindt plaats op 1 juli 1916 rond 7 uur ’s williammcfadzeanochtends, een halfuurtje voor de Britten ten aanval trekken voor een maandenlange strijd die honderdduizenden slachtoffers zal eisen. Bij de 14th Royal Irish Rifles is William belast met de verdeling van de handgranaten.  Plots breekt een van de koorden om de kist met granaten. Als de kist op de grond openklapt, vallen er twee handgranaten uit, waarbij de veiligheidspinnen loskomen. Net als zijn collega’s weet William dat ze binnen enkele seconden ontploffen. Zonder aarzelen laat hij zich op de scherpgestelde granaten vallen, waardoor zijn lichaam de klap van de explosie opvangt. Slechts enkelen van zijn medesoldaten raken gewond.

bron : oorlosgkalender 2014-2018, Davidsfonds

Unternehmen Alberich

Unternehmen Alberich

De Duitse troepen beginnen in februari 1917 hun terugtrekking naar de pas gebouwde defensie in de diepte van de Siegfriedlinie op ongeveer 32 kilometer achter het bestaande front dat tussen Arras en Soissons ligt. Tussen de oude frontlinie en hun nieuwe stellingen vernielen de Duitsers in een periode van 5 weken steden, dorpen en communicatielijnen. Ze kappen bossen en vergiftigen watervoorraden. Deze geheime actie is rond tegen 5 april 1917.

Het doel achter deze terugtrekking is het inkorten van de frontlinies met 40 kilometer. Daardoor kunnen de Duitsers divisies vrijmaken als reserve voor de geallieerde aanval die ze in 1917 verwachten. Het idee kwam al in oktober 1916 als de slag aan de Somme aan zijn laatste fase bezig is.

Over een afstand van 150 kilometer werken meer dan 26.000 krijgsgevangenen en 9.000 Belgische en Franse dwangarbeiders aan deze verdedigingslinie en gebruiken daarvoor 510.000 ton grind en steenslag, 110.000 ton cement, 20.000 ton rond staal en 12.500 ton prikkeldraad.

Ernst Jünger schrijft in zijn dagboek :

Tot aan de Hindenburglinie is elk dorp een puinhoop, elke boom wordt geveld, elke weg ondermijnd, elke waterput besmet, elke rivier afgedamd , elke kelder ondermijnd, elke rail losgeschroefd , elke telefoondraad stukgesneden, al het branbles brandbare verbrand, kortom, we hebben het land dat onze oprukkende vijand opwachtte, in een woestenij veranderd.

Herbert Sulzbach schrijft over deze tactische terugtrekking het volgende :

Midden maart starten we de geplande terugtrekking van Duitse troepen van de Ancre. Een briljant idee omdat het gebied van de Somme met al zijn granaattrechters een onmogelijk gebied zou zijn voor onze soldaten, alleen al op grond van de gezondheid. Ik vrees wel dat mijn geliefde Noyon in de vuurlinies terechtkomt en dat ik het niet meer ga terugzien.

bronnen
Ian Westwell, 1914-1918 – de eerste wereldoorlog dag na dag, Deltas
Herbert Sulzbach, with the German guns, Pen & Sword military
http://www.spiegel.de/einestages/unternehmen-alberich-im-ersten-weltkrieg-verbrannte-erde-in-frankreich-a-1133451.html

alberich-gebiet_1917

het begin van de Sixtus affaire

De Italiaanse prinsen Sixtus (28) en Xavier Bourbon-Parme (25) nemen bij het begin van de oorlog dienst in het Belgische leger. Hoewel hun zus Zita met de Oostenrijkse kroonprins Karel getrouwd is, kiezen deze francofiele broers onmiddellijk de zijde van de Entente. Ze worden officieel bij de artillerie van hun tante, de Belgische koningin Elisabeth.

In mei 1916 komt de Franse president Raymond Poincaré hen in Wulpen het Franse oorlogskruis opspelden. Op de foto hieronder poseren de twee met hun decoratie omgeven door 2 Franse officieren.

Begin 1917 vragen ze een maand verlof om enkele zakelijke belangen in Italië en Zwitserland te regelen. Ze blijven een half jaar weg. Als koning Albert verneemt dat hun schoonbroer Karel, intussen keizer van Oostenrijk-Hongarije geworden, het duo gebruikt voor geheime vredesonderhandelingen, laat hij hen weten dat dit hem helemaal niet bevalt. Desondanks mogen de twee na hun mislukte vredespoging naar het Belgische leger terugkeren.

bron : Daniël Vanacker, België in de grote oorlog, Roularta books

prinselijkeneven