Hooge Crater wordt Brits

Tijdens het geallieerde eindoffensief veroveren de geallieerden op 28 augustus 1918 definitief de omgeving van Hooge Crater Cemetery in Zillebeke. Omwille van zijn hoogte en de strategische ligging is de heuvel een fel bevochten plek.

Het aantal malen dat deze locatie tijdens de oorlog van kamp wisselt, is nog bij te houden mits enige inspanning. Het aantal militairen van beide kampen dat hier sneuvelde, is niet te schatten. De bijna zesduizend geallieerde oorlogsslachtoffers op deze begraafplaats geven al een indicatie. Dat bijna zestig procent van hen niet geïdentificeerd is, wijst onmiskenbaar op de felheid van de gevechten.

Op Hooge Crater Cemetery rusten behalve ruim 5000 Britse doden ook 513 Australiërs, 121 Nieuw-Zeelanders en 106 Canadezen.

Het schilderij hieronder is van George Butler en is getiteld “Menin Road from Hooge Crater”.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

george-butler-MeninRoadFromHoogeCrater

spion ontsnapt via Maaseik

De Belgische spion Louis Nuytiens, die kon ontsnappen aan Duitse aanhouding, besluit op 27 augustus 1918  in Maaseik de grens over te steken naar Nederland om zich via een of andere omweg aan te sluiten bij het Belgische leger.

In Maaseik vind ik een smokkelaar om de grens over te steken, maar aan den draad komen de Duitsers tevoorschijn. Ze beschieten ons en mijn kameraad valt neer, of hij dood is of niet, dat weet ik niet.

Ik ben getroffen in mijn hand, tegen de pols en aan twee vingers. Mijn verwondigen laat ik dezelfde nacht nog verbinden bij een landbouwer. Mijn hand is nu geforceerd en vertoont een groot litteken.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Dodendraad06_passeursraam

Op de vlucht voor dwangarbeid

Richard De Winter ontvangt op 26 augustus 1918 een brief waarin staat dat hij vanaf nu vrijgesteld is van werk in Duitse arbeidskampen. De 36-jarige Richard heeft er reeds enkele van dergelijke arbeidsperiodes opzitten, waarbij hij telkens met enorme tegenzin zijn vrouw en twee kinderen (7 en 8 jaar oud) achterliet. Tijdens zijn laatste verlofperiode besliste het gezin dat hij zou onderduiken.

Het enige wat Richard nog moet doen is zich met het bericht van zijn vrijstelling aanmelden bij d Duitse overheid in Zottegem. De brief blijkt een list, want hij wordt meteen opgepakt.

Enkele dagen later, op 31 augustus 1918, wordt hij onder bewaking, maar vergezeld door zijn familie, naar het station van Zottegem gebracht. Gebruik makend van een ogenblik van onoplettendheid van de bewaker vlucht Richard De Winter weg over het stationsplein. De bewaker schoudert zijn geweer en treft de vluchteling dodelijk in de rug.

In het station van Zottegem is er een herdenkingsplaat die aan deze tragische gebeurtenis herinnert.

bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
https://www.zottegem.be/over-zottegem-en-haar-bestuur/over-zottegem/de-groote-oorlog/moord-op-richard-de-winter.aspx

Zottegem_Statie

 

honger kwelt de krijgsgevangenen

De Legerbode bericht op 24 augustus 1918 over Britse en Russische krijgsgevangenen die voor de Duitsers moeten werken.

Sedert augustus 1917 werken Britse en Russische krijgsgevangenen aan het aanleggen van een verbindingsspoor tussen de tram van Festingue en het station van Nechin. De behandeling van deze ongelukkigen door hun Duitse meesters laat veel te wensen over, in het bijzonder voor wat de voeding betreft.

De heer Du Chatelet, brouwer, was er reeds enkele malen in geslaagd hen levensmiddelen te bezorgen in bussels stro, maar dat werd op een dag door de moffen ontdekt. De achtenswaardige burgemeester, die reeds een tijdje werd bespioneerd, werd afgezet en door een Duitser vervangen die nu zeer streng optreedt.

Onderstaande tekening is van de Franse schilder Jean-Pierre Laurens.

bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

http://arbrebaz.free.fr/Documents/PrisonniersAB.html

JeanPierreLaurens_SoupePourLesPrisonniersdeGuerre

 

Gaston Le Roy haalt doodvermoeid de tram

Oorlogsvrijwilliger Gaston Le Roy is duidelijk vermoeid op 19 augustus 1918 :

Aan de verzamelplaats stappen wij op de light railways met een vermoeid lichaam en een knorrende maag. Ons brood is op, de buiscuits bijna. Om 3u komen we aan bij Hospital Farm en hongerig vliegen de patatten de maag in. Ik vind vijf vliegen in mijn rantsoen, maar honger is de beste saus.

We zijn hier amper een uur. Ik val bijna in slaap en daar klinkt het bevel : in uniform. Ik voel me als verlamd. Mijn met zwart omrande ogen staren zwak en slaperig. We marcheren tot in Elverdinge vanwaar ons een Belgische stoomtram over Woesten, Oost– en WestVleteren, Krombeke en Roesbrugge tot in Haringe voert.

Het is 9u in de morgen. Ik ben doodop.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

ELVERDINGE         " Zicht op de Tramstatie "

een Franstalig officier met luisterend oor voor alle manschappen

René Glatigny is pas bevorderd tot aspirant officier en heeft veel met zijn manschappen gepraat, ook met de Vlaamse. Daarmee stelt hij wel een voorbeeld voor tal van hogere officieren die maar één taal willen spreken. Op 17 augustus 1918 noteert hij in zijn dagboek :

Ik heb met veel mannen gepraat en ze hebben me over hun familie verteld. Helaas ! Wat voel ik me bevoorrecht als ik me met hen vergelijk. Sommigen hebben al drie jaar lang geen nieuws ontvangen. Een enkele keer krijgen ze toevallig een foto met een paar woorden erop :”Ik verkeer in goede gezondheid.”.

Maar ondanks hun ellende blijven ze moed houden. Soms mopperen ze een beetje, maar ze doen toch hun werk. Ik observeer ze en probeer ze te begrijpen. Dat is niet altijd eenvoudig want ze spreken twee talen en in de Vlaamse taal ben ik nog niet zo thuis.

bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
http://www.1914-1918.be/brancardier_glatigny.php

De U-boot van Johannes Lohs verdwijnt

Johannes_Lohs_Portrait-218x300Commandant Johannes Lohs en de bemanning van de onderzeeër UB-57 van de Kaiserliche Marine verdwijnen op 14 augustus 1918 zonder een spoor na te laten in de Straat van Dover. De enige plausibele verklaring is dat ze op een onderzeese mijn zijn gevaren. ’s Avonds is er nog contact met de basis in Zeebrugge en dan niets meer tot het lichaam van commandant Lohs ongeveer een week later aanspoelt. Hij wordt met militaire eer begraven in Vlissingen. De lichamen van Duitse gesneuvelden van de eerste wereldoorlog verhuizen daarna van Vlissingen naar Ysselsteyn in Nederlands Limburg. Daar rusten ze samen met de gesneuvelden van de tweede wereldoorlog.

Johannes Lohs kwam in actie kort na het begin van de oorlog. In de loop van zijn carrière ontving hij meerdere eretekens en werd hij meermaals gepromoveerd.

Bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
https://surfaceinterval.uk/oberleutnant-zur-see-johannes-lohs/

Duits opperbevel in Spa

In Spa, tevens hoofdkwartier van het Duitse leger, verzamelt op 13 en 14 augustus 1918 de “kroonraad” om de militaire toestand op het terrein en de politieke situatie te evalueren. Behalve keizer Wilhelm II en opperbevelhebbers Erich Ludendorff, Paul von Hindenburg en admiraal Reinhard Scheer, zijn ook enkele topministers aanwezig. 

Aan het begin van de lente van 1918 was iedereen nog hoopvol over de overwinning, maar nu beseffen meer en meer aanwezigen dat de nederlaag er zit aan te koen. De militaire adviseur van de Oostenrijkse keizer informeert het gezelschap dat zijn land de oorlog nog slechts kan volhouden tot het einde van het jaar.  

Het gezelschap denkt aan vredesbesprekingen, maar de nieuwe minister van Buitenlandse Zaken, Paul von Hintze, wil dat er eerst nog een overwinning op het slagveld is behaald. 

Bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds 

Wilhelm_II_Hindenburg_Ludendorff_191808

 

krijgsgevangen na Duitse raid

Rond 4u in de ochtend van 11 augustus 1918 omsingelen een honderdtal dronken Duitse soldaten een bunker aan de Ijzer die functioneert als Belgische voorpost. Voor Jozef Devisch, afkomstig uit Doomkerke, en zijn kameraden zit er niets anders op dan zich over te geven, zo niet gooien de lallende Duitsers granaten in hun schuilplaats.

Via Deinze komt Jozef Devisch uiteindelijk in Duitse kampen terecht, eerst in Dulme, later in Göttingen. Op termijn belandt hij bij een boer die hengsten houdt. Het leven is er alleszins stukken beter dan aan het front. Bij wapenstilstand trekt Jozef naar huis. Wel moet hij nog een tijdje naar het Ruhrgebied als lid van de bezettingsmacht.

Bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

BelgischeKrijgsgevangenen

 

 

Willy Coppens haalt 3 luchtballons neer

Belgiës beste jachtpiloot Willy Coppens haalt op één dag maar liefst drie waarnemingsballonnen neer. De dag van 10 augustus 1918 is nog maar net begonnen wanneer hij in Leffinge een ballon uit de lucht schiet. Dezelfde dag volgen nog successen in Zarren en Waasten. 

Tijdens de oorlog halen Belgische piloten 75 vliegtuigen en 44 waarnemingsballonnen neer. Deze cijfers zeggen alvast iets over het voorkomen van de ballons. Het Belgische leger maakt zelf ook gebruik van dergelijke observatieposten. 

Onder aan waarnemingsballonnen hangt een rieten mandje voor een of twee personen. Vanuit hun hoge positie geven de waarnemers informatie door aan de troepen op de grond. De waarnemers volgen vijandelijke troepenbewegingen en sturen het vuur van hun artillerie. Wanneer een vijandelijk vliegtuig opduikt, is het van belang de ballon zo snel mogelijk naar beneden te halen met de kabel die hem op zijn plaats houdt. 

Bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds 

WillyCoppens_19180810