Tijdens het geallieerde eindoffensief veroveren de geallieerden op 28 augustus 1918 definitief de omgeving van Hooge Crater Cemetery in Zillebeke. Omwille van zijn hoogte en de strategische ligging is de heuvel een fel bevochten plek.
Het aantal malen dat deze locatie tijdens de oorlog van kamp wisselt, is nog bij te houden mits enige inspanning. Het aantal militairen van beide kampen dat hier sneuvelde, is niet te schatten. De bijna zesduizend geallieerde oorlogsslachtoffers op deze begraafplaats geven al een indicatie. Dat bijna zestig procent van hen niet geïdentificeerd is, wijst onmiskenbaar op de felheid van de gevechten.
Op Hooge Crater Cemetery rusten behalve ruim 5000 Britse doden ook 513 Australiërs, 121 Nieuw-Zeelanders en 106 Canadezen.
Het schilderij hieronder is van George Butler en is getiteld “Menin Road from Hooge Crater”.
bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds





Commandant Johannes Lohs en de bemanning van de onderzeeër UB-57 van de Kaiserliche Marine verdwijnen op 14 augustus 1918 zonder een spoor na te laten in de Straat van Dover. De enige plausibele verklaring is dat ze op een onderzeese mijn zijn gevaren. ’s Avonds is er nog contact met de basis in Zeebrugge en dan niets meer tot het lichaam van commandant Lohs ongeveer een week later aanspoelt. Hij wordt met militaire eer begraven in Vlissingen. De lichamen van Duitse gesneuvelden van de eerste wereldoorlog verhuizen daarna van Vlissingen naar Ysselsteyn in Nederlands Limburg. Daar rusten ze samen met de gesneuvelden van de tweede wereldoorlog.

