Pal Kelemen, een Hongaarse militair in het Oostenrijks-Hongaarse leger, hoort bij de legereenheid die naar Aarlen is gezonden om de Duitse troepenmacht te steunen als een symbolisch gebaar van samenwerking en dankbaarheid. Zijn pogingen tot contact met de plaatselijke bevolking lopen op niets uit ook niet als hij hen uitleg dat hij geen Duitser is maar een Hongaar.
Op 6 augustus 1918 ziet hij voor het eerst Amerikaanse krijgsgevangenen. Hun aanblik demoraliseert hem : tegen deze soldaten zijn het leger waartoe hij behoort, niet bestand. In zijn dagboek noteert hij :
Hun verbluffend goede lichamelijke gesteldheid, de uitgelezen kwaliteit van hun uniformen, het dikke leer van hun laarzen, riemen en dergelijke, hun zelfverzekerde blikken ondanks hun gevangenschap, doet me beseffen wat vier jaar oorlog met onze soldaten gedaan heeft.
bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Voor een ietwat gelijkaardige actie, bijna drie weken later in Bapaume (Frankrijk), ontvangt hij het Distinguished Flying Cross. Alleen zijn de aanvallers hier met zijn vijven, waarvan Springs er twee neerhaalt. Gebrek aan munitie dwingt hem te landen maar hij stijgt weer op en haalt nog een derde vijandelijk toestel neer.




Vlamingen, herdenk de Guldensporenslag ! Vliegt de Blauwvoet ! Storm op zee ! Het leven in de loopgraven nodigt niet uit tot uitbundig vreugdebetoon. Graag had ik mijn bunker met groen en veldbloemen versierd. Helaas, het weer is zo guur, de wind stormachtig dat ik maar liever binnenblijf. Rond ons kaarsje zongen we en spraken we over de helden die Vlaanderen zullen redden van de Franse dwingelandij. Naar verluidt zullen de Duitsers vannacht aanvallen. Dan moet ik in tweede lijn blijven als afgevaardigde. Welke reen zou daarachter schuilen? Ben ik onbetrouwbaar ?
