Open brief van de Frontbeweging

De Frontbeweging is een initiatief van een aantal Vlaamse intellectuelen die opkomen voor de rechten van de Nederlandstaligen in het Belgische leger waar vooral Franstaligen leiding geven. Op 11 juli 1917 publiceren ze een open brief aan koning Albert I. In die brief staat onder meer het volgende te lezen :

Vlamingen, gedenkt het Guldensporenfeest (op 5en Augustus, 1914)

Sire,

Vol vertrouwen in U die, bij het ingaan van den wereldoorlog, de Vlamingen aan het Guldensporenfeest herinnerde, komen wij tot U, wij, de Vlaamsche soldaten, het Vlaamsche leger, het leger dus van den Yzer, om U te zeggen wat wij lijden, waarom wij lijden, om U te zeggen dat we ons bloed voor ons land veil houden doch dat het niet mag dienen om de boeien van ons volk nauwer toe te halen maar om het vrij te laten ademen, vrij te laten leven.
We hebben geen vertrouwen in onze oversten die ons meer dan ooit tegengaan. De pers, die ons gedurig bekampt, wordt gesteund. We wantrouwen de regering die door ons gestemd, misbruik makend van haar gezag ons 85 jaar lang heeft bedrogen. In U alleen, 0 Koning geloven we nog: op 5  Augustus 1914, wist gij de Vlamingen aan te spreken, lijk het behoorde, als wilde ge aantonen dat we terecht op U mogen rekenen, zoals op den aanvoerder van het Vlaamsche leger in 1302. Gij staat hier te velde om recht en eer te verdedigen en zult dit nooit bewust dulden dat uw eigen onderdanen door hun en uw machthebbenden in die eer en dat recht gekrenkt worden. Ook daarom komen we U ter gelegenheid van het Guldensporenfeest om ons recht vragen.
Van af 1830, begon de lijdensgeschiedenis van het Vlaamsche volk. Ons volk is verachterd, verongelijkt, diep vervallen. In België is voor de Walen alles, voor de Vlamingen niets. We wilden dat de grondwet die zegde dat alle Belgen gelijk zijn voor de wet, geen ijdel woord bleef ( .. )

De Vlaamse eisen konden samengevat worden als gelijke rechten na de oorlog. Voorts werden de Franse benoemingspolitiek, de tegenwerking van Vlaamse initiatieven, de censuur van de Vlaamse pers en de aanvallen tegen de Vlamingen in de Franstalige pers aangekaart. De brief had een grote impact en zorgde voor verontwaardiging. Ogenblikkelijk werd een klopjacht ingezet op de auteurs en zelfs op de bezitters ervan.

Frontbeweging_19170711.png

bronnen
https://nl.wikipedia.org/wiki/Frontbeweging
https://sites.google.com/site/debliedemaker/geschiedenis-1/koning-albert-i-en-de-taalproblemen-aan-het-IJzerfront
https://debliedemaker.wordpress.com/2014/03/16/taalproblemen-aan-het-IJzerfront/

 

Unternehmen Strandfest

De Britten denken al vanaf 1914 plannen uit om de Duitsers uit de Belgische kust te verdrijven. Pas in 1917, met de derde slag van Ieper, lijkt het moment daar om een landing op de Belgische kust uit te voeren. Deze landing krijgt de naam “Operation Hush” en wordt voorafgegaan door verkenningstochten door vliegtuigen en schepen om de doelen aan de Belgische kust in kaart te brengen.

Op 19 juni 1917 nemen de Duitsers enkele Britse soldaten krijgsgevangen tijdens een verkenningsopdracht. De Duitsers hebben nu door dat de Britten een landing op de Belgische kust plannen. Daarom plannen de Duitsers een tegenaanval onder de naam “Unternehmen Strandfest“. Vanaf Lombardsijde wordt op 10 juli 1917 om 5u30 de aanval ingezet op de smalle strook land aan de oostelijke oever van IJzer. Daarbij voeren Duitse vliegtuigen bombardementen uit. Matrozen van de gespecialiseerde Sturmabteilung vallen de Britse loopgraven aan. Uiteindelijk valt het Britse bruggehoofd in Duitse handen. De foto hieronder toont Britse krijgsgevangenen in Brugge op 11 juli 1917, daags na Unternehmen Strandfest.

Maar ook voor wie er niet bij is, is de aanval indrukwekkend. Joris Van Severen vermeldt in zijn dagboek het volgende :

Van 6 uur ’s morgens tot 1 uur van de nacht, zonder een seconde stilstand, bombardement van de Engelsen op de Duitse stellingen van Nieuwpoort. Hachelijk. Het horen alleen, op 5 km afstand, bemachtigt bang mijn ziel. En ’s avonds ben ik verwonderd. Dan zitten nog levende mensen in die poel ! Dan zijn er nog die de moed hebben fusees te werpen. En dan gaat het Engelse geschut erop los met obussen die wreedakelig en flakkerlaaiend met een geweldige gloed door de nacht branden en walmen. Dit is het wreedste en het afgrijselijkste dat ik gezien heb sinds deze oorlog.

Brugge_1917_0711_Strandfest.jpg

bronnen
https://en.wikipedia.org/wiki/Operation_Hush
http://www.zeeuwsarchief.nl/zeeuwse-verhalen/marinekorps-flandern-1914-1918/
Joris Van Severen, die vervloekte oorlog – dagboek 1914-1918, studiecentrum Joris Van Severen

 

Von Richthofen gewond boven Wervik

De Duitse piloten van Staffel 11 zijn vanaf 28 juni 1917 gelegerd in in kasteel Bethune bij Markebeeke, niet ver van Kortrijk. Een van de meest bekende piloten van Staffel 11 is hun commandant Manfred von Richthofen, beter bekend als de Rode Baron omdat hij met een rode driedekker vliegt.

Op 2 juli 1917 behaalt von Richthofen nog een overwinning. Maar op 6 juli heeft hij minder geluk. Hij geraakt gewond tijdens een luchtgevecht boven Wervik, maar ondanks een ernstige hoofdwonde, slaagt hij erin een noodlanding uit te voeren. Hij wordt afgevoerd naar het Feldlazarett 76 in Kortrijk. Hij moet er verschillende operaties ondergaan om botsplinters te verwijderen.

De onderstaande foto dateert uit zijn herstelperiode. Links van von Richthofen staat verpleegster Käthe Ottersdorf die hem in die periode verpleegd heeft. Op 25 juli 1917 keert von Richthofen terug naar Staffel 11 om de leiding weer op zich te nemen.

bronnen
http://www.frontflieger.de/4-ric17.html
https://nl.wikipedia.org/wiki/Manfred_von_Richthofen

VonRichthofen_191707

 

Wervik spookstad

In de loop van 1917 neemt het aantal bombardementen op Wervik toe. De mensen zijn angstig en gespannen, zeker wanneer er in de loop van de maand mei affiches verschijnen die iedereen aanmanen zich voor te bereiden op een vertrek. In juni 1917 is het al zover, alleen de inwoners van de wat veraf gelegen wijk Laag-Vlaanderen mogen blijven.

In een nagenoeg onbewoonde stad heeft de Duitse bezetter het niet moeilijk zich te voorzien van alles wat bruikbaar is. Op 2 juli 1917 moeten de klokken uit de toren van de Sint-Medarduskerk eraan geloven. Ze zullen verwerkt worden tot wapens. De kerk zelf was al in gebruik als paardenstal en de 86 meter hoge toren was een prima uitkijkpost.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

IMG_0148

 

 

Herbert Sulzbach van oost naar west

Herbert Sulzbach is een Duitse luitenant bij de artillerie. In het laatste blogbericht over Sulzbach zagen we dat hij begin mei toekwam aan het oostfront. Maar lang blijft hij daar niet. In mei en juni reist hij geregeld met de trein om naar het westfront, het thuisfront en weer het westfront te gaan. Een korte samenvatting uit zijn dagboek.

Als ik in Lemberg ben (huidige naam Lviv in Oekraïne), bezoek ik mijn nicht Vera, wiens echtgenoot een Hongaars regiment leidt aan het oostfront. ‘S Middags reis ik door naar Krasnoe en dan naar Zolochev, het laatste station voor het front. Ik kom aan in een mooie bosrijke omgeving waar Oostenrijkse, Hongaarse en Duitse troepen gelegerd zijn. (…) Hier ontmoet ik ook mijn oude kameraad luitenant Kirsten.

9 mei 1917 : Ik krijg het nieuws dat ik ben overgeplaatst naar het 5e veldartillerieregiment aan het westfront.Op 13 mei reis ik door naar Lemberg, Przemysl, Krakau en Oderberg. Na een tussenstop in Frankfurt-am-Main zet ik de reis verder naar het westen.

Herbert Sulzbach neemt nog verlof en bezoekt zijn familie in Berlijn en Frankfurt-al-Main. Daarna gaat hij naar zijn nieuwe regiment in Ardon, Frankrijk. Hij maakt er aanvallen en tegenaanvallen mee nabij Berthe-Ferme. Begin juni 1917 wordt het regiment een rustpauze gegund en gaan de soldaten naar hun nieuwe omgeving achter het front, nabij Roisin aan de Belgisch-Franse grens. Op 13 juni 1917 kan Herbert Sulzbach zijn familie weer bezoeken in Frankfurt-al-Main. Op 27 juni is zijn verlof over en reist hij weer naar het front langs Keulen, Brussel en zo naar Laon om te eindigen aan het front bij Sissonne.

Bron : Herbert Sulzbach, with the German guns, Pen & Sword Military

IMG_0145

Lange Max vuurklaar in Koekelare

Lange Max, zoals het kanon in de volksmond heet, vuurt op 27 juni 1917 van in Koekelare zijn eerste schoten af in de richting van het ongeveer 45 kilometer verder gelegen Duinkerke. Na een reis van ongeveer anderhalve minuut treft het projectiel het casino van Malo-les-Bains waar een Britse legerafdeling haar hoofdkwartier heeft. Er vallen elf dodelijke slachtoffers en dertien gewonden. Nog 46 andere projectielen komen vandaag op de stad terecht.

In totaal zal het reusachtige kanon 411 projectielen afschieten vooraleer het naar het einde van de oorlog toe in Belgische handen zal vallen. In een nabije schuur is een museum ingericht over de geschiedenis van de Lange Max.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

LangeMax_Koekelare

een passeur gefusilleerd

In Schaarbeek fusilleren de Duitsers op 25 juni 1917  Frans Vergauwen, geboren in 1878 in Borgerhout, wegens anti-Duitse activiteiten : hij hielp maar liefst 73 jongeren voorbij de dodendraad naar het Nederlandse Sluis te brengen. Zulke gidsen staan ook bekend als “passeurs”. Zijn graf bevindt zich op de begraafplaats Schoonselhof in Wilrijk. Frans Vergauwen was vooral bekend om zijn sportieve prestaties : in 1910 werd hij wereldkampioen wielrennen op de weg bij de liefhebbers. In zijn beroepsleven was hij aannemer.

Toeristische tip : tegen de woning aan Welvaartstraat 46 in Antwerpen hangt een gedenkplaat ter nagedachtenis van Frans Vergauwen. Diverse woningen in deze straat dateren uit het laatste kwart van de 19e eeuw.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

FransVergauwen

de Ville de Liège in Britse dienst

Vanaf 21 juni 1917 tot en met 31 december 1918 staat de Belgische maalboot Ville de Liège onder het commando van het Britse ministerie van Oorlog en doet dar dienst als hospitaalschip. In deze periode maakt het schip talloze overtochten tussen Groot-Brittannië en het vasteland waarbij het 77.194 gewonden en 36.356 valide manschappen transporteert.

In de voorafgaande oorlogsjaren, onder meer tijdens de slag aan de Ijzer (1914), vervoerde het schip gewonden en allerhande materiaal waaronder munitie, tussen het onbezette gedeelte van de Belgische kust en Frankrijk. Later werden de gewonden per trein vervoerd.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

ville de liege 03

Britse versterkingen in Veurne

Via de vaart in Adinkerke arriveren vier boten elk beladen met 150 tot 200 Britse soldaten die de Fransen komen aflossen. Langs de vesten in Veurne begeven ze zich naar het front. Jozef Gesquière voegt er nog aan toe :

De jongens lijden erg onder de laaiende zon die zo onbarmhartige zit te steken tussen dikke donderwolken. De soldaten zien er, hoewel vermoeid, toch allemaal even opgeruimd uit en af en toe neuriën ze hun eigenaardig klinkende liedjes. Geen lawaai of getier maar welluidende liederen. De Schotten die begeleid worden door pijp- en doedelzak spelers krijgen natuurlijk de meeste bijval.

SchotseSoldaten_WO1

Bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Raoul Snoeck vertrekt op cursus

Na dertien maand uitstel wegens twee verwondingen ben ik uiteindelijk vertrokken naar Gaillon. Ik kijk er eerlijk gezegd niet naar uit om bevorderd te worden. Want als de oorlog voorbij is, blijf ik niet bij het leger aangezien me thuis een job wacht.

Mijn commandant spoort me al geruime tijd aan me voor te bereiden op het examen van officier. Om hem tevreden te stellen heb ik ingestemd ook omdat verschillende makkers reeds officier zijn. Ik heb geen behoorlijke kleren meer. Die zijn enkele dagen geleden opgebrand (lees daarover in dit artikel) . Mannen van de compagnie en vrienden staan me bij. De ene bezorgt me een broek, de andere een jas, nog een andere schoenen, kousen, een hemd, enzovoort. Dankzij die verschillende onbaatzuchtige leveranciers raak ik op een fatsoenlijke manier uitgedost om in Gaillon mijn intrede te doen.

(…)

Nauwelijks zijn we uit de trein gestapt of we raken weer vast in de klemschroeven van een strenge tucht. Korte bevelen weerklinken. We vormen rijen langs de weg tussen het station en Gaillon-stad. We blijven er meer dan een half uur staan onder een loden hemel in onze zware legerjas met volledige uitrusting. Eindelijk rukt de kolonne nieuwkomers op richting stad. Na een mars van vijfendertig minuten komen we bestoft en bezweet in de kazerne aan.

Ons nieuw verblijf is een heel groot vierkant gebouw  van binnen naakt en streng. Onze eerste indruk is niet gunstig, we betreuren bijna het front, het bohemerleven en de vrijheid van ons kantonnement te hebben verlaten.

bron ; Raoul Snoeck, in de modderbrij vn de Ijzervallei, uit het Frns vertaald door André Gysel

Gaillon_GrandeGuerre