Monstering in Diest

De verantwoordelijke van het Davidsfonds in Diest is op 24 november 1917 in het oorlogsboek bijzonder scherp voor het Duits gedrag. Dit is een dag van folterend wee en bittere tranen voor al onze huisgezinnen; het is de hatelijke, vervloekte dag van de monstering. Iets hatelijkers, iets onmenselijkers kunnen de moderne cultuurtoearegs niet bedenken.

Uit Diest worden 132 mannen en jongelingen naar Duitsland vervoerd. Naar Duitsland, dat is naar de folterkamer, de stokslagen, de sneeuwvelden, de langzame hongerdood, het graf. De dag van de wegvoering zijn het niet alleen vrouwen en kinderen die wenen; tot Duitsers toe wenen. Het was een hatelijk tergend tafereel, het hatelijk en laaghartige Duitsland waardig, overwaardig.

De cartoon bij dit bericht is van de Nederlander Louis Raemaekers.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

IMG_0063

 

John Shiwak sneuvelt in Masnières

Mensen uit de hele wereld sterven op de Europese slagvelden. Dat wordt nog maar eens geïllustreerd door de dood op 20 november 1917 in Masnières van de 28-jarige John Shiwak, die de reputatie had de beste scherpschutter te zijn van het Newfoundland regiment.

John Shiwak is een van de minstens vijftien Inuit die deel uitmaken van het Newfoundland regiment. Een van de weinige andere Inuit die opduiken in de oorlogsannalen is John Blake die eveneens in dit regiment dient.  In september 1918 raakt hij gewond in de buurt van Ledegem en hij overlijdt enige tijd later aan zijn verwondingen.

Bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

JohnShiwak_1917

 

de wanhoop van Paul Nash

De Britse kunstenaar Paul Nash, zowel surrealistisch kunstenaar als schrijver, tracht op 18 november 1917 onder woorden te brengen wat hij in Passendale heeft gezien. 

Het kwaad en de baarlijke duivel alleen kunnen meester zijn van deze oorlog. Nergens is ook maar iets te zien van Gods hand. Zonsondergang en zonsopgang zijn godslasterend, in de ogen van de mens zijn ze een farce. Alleen zwarte regen van de gekwetste en gezwollen wolken in het bittere duister van de nacht zijn geschikt als atmosfeer voor zulk een land. De regen geeft de richting aan, de stinkende modder wordt nog meer kwaadaardig geel, de granaattrechters vullen zich met groen-wit water, de wegen en paden zijn bedekt met slijm, inches dik, de zwarte, stervende bomen zweten en de granaten houden nooit op. 

Het is onuitsprekelijk, goddeloos, hopeloos. Ik ben niet langer een betrokken, nieuwsgierige artiets. Ik ben een boodschapper die de woorden van hen die vechten overbrengen naar hen die willen dat de oorlog voor altijd blijft duren. Zwak, onsamenhangend zal mijn boodschap zijn, maar ze zal een bittere waarheid bevatten en moge ze hun gemene zielen verbranden. 

Bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds 

Het schilderij hieronder is van Paul Nash en is getiteld “Field of Passchendaele”

PaulNash_FieldsOfPasschendaele

Chinese arbeiders sneuvelen in Reningelst

Duitse granaten doden op 15 november 1917 in Reningelst dertien Chinese arbeiders. Zij zijn slechts enkele van de paar duizend Chinezen die om het leven komen in Flanders Fields en noord-Frankrijk, niet alleen door wapengeweld maar in belangrijke mate ook als slachtoffers van de Spaanse griep.  

Vooral vanaf 1917 is er een grote instroom van Chinese arbeiders bij de geallieerde troepen, in eerste instantie de Britse. China is dan niet langer neutraal in de oorlog maar wenst toch geen landgenoten in te zetten als strijdkrachten. 

Bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds 

ChineseArbeiders+GroteOorlog01

net op tijd uit de abri

Uit het dagboek van Gaston Le Roy 

10 november 1917 : Het blijft regenen. We vertrekken naar de loopgraven langs vuil bemodderde wegen. De paden en de loopgraven vertonen diepe inslagen en getuigen van intense beschietingen. We pletsen door de modderpap. Er zijn geen schuilplaatsen meer. Toch vinden we nog een oud verlaten hok. 

 11 november 1917 : Het water druppelt me op de voeten, wat niet belet dat ik van tijd tot tijd inslaap. Het regent fel en de kanonnen donderen nog feller. Granaten van alle slag exploderen. Alles trilt, wij ook, niet enkel van schrik, maar nog meer van ijskoude voeten. Onze kanonnen bestoken het kasteel, terwijl de Duitsers onze eerste lijn willen vernietigen. 
Niettegenstaande projectielen in de borstwering terechtkomen, blijven we in de schuilplaats : we weten niet zo best wat te doen. Ikzelf blijf liever hier, maar op aandringen van mijn makkers en omdat er nog een granaat in de borstwering ontploft, verlaten wij onze zogenaamde bunker. We zijn net tijdig buiten om dat hok in de lucht te zien vliegen.
Als de beschieting wat luwt, bezoeken we onze schuilplaats of liever het puin ervan. Ik vind mijn bezittingen stukgeslagen, mijn geweer, kapotjas, drinkfles, broodzak… alles is vernietigd. Ik raap op wat me nog van dienst kan zijn. Ik ben niet de enige die alles kwijt is. Gelukkig leven we nog. Hadden mijn makkers naar mij geluisterd, dan waren we van de aardbodem weggeveegd. Een dag vol nijpende emoties. 

bron : André Gysel, Gaston le Roy – dagboek van een Vlaamse oorlogsvrijwilliger, Lannoo

Loopgraaf_Abri

Passendale in Canadese handen

De 1e en 2e Canadese divisie veroveren op 6 november 1917 het dorp Passendale, waarmee er feitelijk een einde komt aan de slag om Passendale. Toch duren de gevechten nog voort tot 10 november 1917, want de geallieerden willen ook de resterende hooggelegen gronden bij het dorp in handen krijgen, met name die in de omgeving van Hill 52.

Al snel komen de geallieerden tot de vaststelling dat de saillant van Passendale moeilijk te verdedigen zal zijn. De Canadezen weten het terrein nog te behouden tijdens de winter, maar in het voorjaar van 1918 is het dorp weer in Duitse handen, tijdens de vierde slag om Ieper.

bron : oorlogskalender 2014-2018, davidsfonds

De foto toont Canadese soldaten en Duitse krijgsgevangenen na de inname van Passendale.

Passendale_1917November

Raoul Snoeck is aspirant-officier

Raoul Snoeck is al enkele maanden in opleiding in Gaillon. Op 15 oktober 1917 verneemt hij dat hij met glans geslaagd is als kandidaat-officier. Daarna krijgt hij nog 2 weken verlof, de langste verlofperiode tot nu toe in de oorlog. Maar dan komt het moment dat hij terug naar het front moet. 

3 november 1917 : Om twee uur in de namiddag heb ik Gaillon verlaten met mijn diploma van aspirant-officier. Met spijt zeggen we dit mooie Normandië vaarwel. Hier hebben we de zachtste maanden van het jaar doorgebracht. Straks voeren we weer oorlog in de vochtige vlakten van Vlaanderen. Met pijn in het hart ondergaan we de bruuske verandering. 

5 november 1917 : Ik heb links en rechts gereisd tot ik weer definitief in mijn regiment ben beland. Als iemand adjudant wordt, dan verandert hij gewoonlijk van compagnie, om te vermijden dat een te grote vertrouwelijkheid ontstaat tussen overste en soldaat. Ik heb alles gedaan wat ik kon om in mijn compagnie te blijven en ben erin geslaagd. De soldaten bereiden me een ontvangst voor die me ontroert. Mijn mannen zijn voor het merendeel buitenmensen en arbeiders maar ik hou van hen. Ze zijn al bij me sinds het begin van de oorlog en het zou me pijn doen hen te verlaten. Ik ben te veel aan hen gehecht, verbonden door gedeelde vreugde en hoop en door de gevaren die wij trotseren.  

bron : Raoul Snoeck, in de modderbrij van de Ijzervallei, uit het Frans vertaald door André Gysel 

RaoulSnoeck_191710

dokter Felix Bastin sneuvelt

Op 4 november 1917 sneuvelt majoor-geneesheer Félix Bastin (°1870 – Amay) in Kaaskerke. Terwijl hij op weg is om een gewonde soldaat te verzorgen, treft een projectiel hem aan de schouder en hals. Hij is op slag dood.

In de dodengang in Diksmuide hangt er een gedenkplaat ter ere van hem. Felix Bastin ligt begraven op het Belgische militair kerkhof in Oeren. In het graf naast dat van hem rust soldaat August Develter, de man die de dokter wilde verzorgen net voor hij getroffen werd.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

nieuws van Caporetto dringt door

3 november 1917 is een mistige dag aan het front bij Ieper en de vliegtuigen blijven aan de grond. Wel dringt nieuws van een Oostenrijks communiqué door. Aan het Italiaanse front zouden ze de voorbije dagen zestigduizend nieuwe krijgsgevangenen gemaakt hebben en zevenhonderd kanonnen in beslag genomen hebben.

Onderpastoor Achiel Van Walleghem hoort dat de Belgische soldaten fel onder de indruk zijn en menen dat de vijand onmogelijk te verslaan is. Het verlangen naar vrede neemt oe.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

WWI - Italy - Prisoners 1917

de enige Vlaming op Tyne Cot

Op Tyne Cot Cemetery ligt er één enkele Vlaming begraven : korporaal Richard Verhaeghe, die sneuvelt op 30 oktober 1917 op 39-jarige leeftijd, weliswaar in Canadese dienst.

In het begin van de 20e eeuw emigreert hij van de streek rond Brugge naar Canada, waar hij zich vestigt in Saskatoon (Sakatchewan), samen met zijn vrouw Augusta. In 1915 meldt Richard zich als vrijwilliger bij het 5th Batallion Canadian Mounted Rifles. In de volgen de jaren vecht deze ruiterbrigade onder meer aan de Somme en in Passendale.

Korporaal Richard Verhaeghe sterft tijdens de slag bij Passendale tijdens een aanval op Duitse stellingen in het bos Woodlands Plantation dat er eerder uitziet als een moeras.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

RichardVerhaeghe_1917.jpeg