De Roo Balie stille getuige

De aanwezigheid van negen Britse militaire begraafplaatsen duidt er al op dat Vlamertinge niet gespaard bleef van oorlogsgeweld. Een van de deels overlevende getuigenissen is de hoeve De Roo Balie (Groenejagersstraatr 15). Op 6 januari 1918 brandt het woonhuis uit, net als de stallen voor paarden, koeien en varkens. Alleen de eest (droogvertrek), de schuur en een deel van de opkamer blijven overeind.

Na de oorlog volgt de heropbouw en wordt de opkamer in haar oorspronkelijke toestand hersteld. De hoeve gaat terug tot rond het jaar 1600 maar daar merk je vandaag niets meer van.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

DeRooBalie_Vlamertinge

 

marsorders en verlof voor Herbert Sulzbach

Het nieuwe jaar 1918 begint niet zo goed voor Herbert Sulzbach, de Duitse artillerieofficier. Hij krijgt het bevel een opleiding te volgen in het kamp van Beverloo. Hij kan zich troosten met het feit dat hij eerst nog op verlof mag in zijn heimat. Op 2 januari 1918 noteert hij in zijn dagboek :

Ik ben sprakeloos, en helemaal niet opgetogen over het feit dat ik op training moet gaan in de artillerieschool in Beverloo in België. Het kazerneleven met bijbehorende corvee staat me daar te wachten en dat is echt niet waar ik naar uitkijk. Ze zeggen me dat het een eer is omdat ik opnieuw opgeleid wordt voor de nieuwe veldslagen die het nieuwe jaar met zich meebrengt. Ik heb een afscheidsfeestje met mijn kameraden van batterij nr 2, maar ik mis niets van het frontleven, want de dag dat ik vertrek naar Beverloo, wordt de ganse divisie in onze sector afgelost en wordt teruggetrokken naar de achterste linies voor een training in mobiele oorlogsvoering.

Voor ik me afmeld bij de commandant, word ik naar het stafhoofdkwartier geroepen en krijg daar nog enkele dagen verlof. Ik reis af op 4 januari, passeer langs Keulen waar ik enkele kameraden terugzie, en reis dan verder naar Frankfurt-am-Main.

Onderstaande tekening is een postkaart van Arthur Thiele.

Kuenstler-AK-Arthur-Thiele-Auf-Urlaub-Erzaehlung-von-Kriegserlebnissen

 

de kerstperiode van Martinus Evers

Waar heeft Martinus Evers de kerstperiode van 1917 doorgebracht ? Dankzij het dagboek van François Janssen, een soldaat van het 23e linieregiment net zoals mijn grootvader, kunnen we ervan uitgaan dat Martinus Evers eind december 1917 begin januari 1918 in de buurt van Diksmuide heeft doorgebracht. In het dagboek van François Janssen lezen we het volgende :

0p 22-12-1917 moesten we terug op wacht aan de boorden van de Ijzer om er in de zuidersektor van Diksmuide de 6de L.A. te gaan aflossen. Van Vinkem trokken we met pak en zak over Alveringem, Oudekapelle, Sint-Jacobskapelle tot op de bestemming aan de Ijzer,
Deze voor ons nieuwe sektor, liep van aan de noordersektor van Diksmuide, Kaaskerke, en wel vanaf de spoorbaan dicht aan de Minoterie over Sint-Jacobskapelle en Nieuwkapelle tot aan het “Oud Fort van Knokke” dat aansluiting gaf met de volgende sektor van Merkem, Bikschote.
Juist voor Diksmuide was het uiterst gevaarlijk gezien de Duitsers de oosterkant over de Ijzer bezetten, en vanuit  de Bloemmolens of Minoterie in de rug konden mitrailleren met Fritz die in de bunker aan een ketting 1ag en onze loopgrachten voortdurend onder vuur nam.
Met Jeannin en Lhoir hebben we slechts eenmaal de verkenning op de Minoterie gedaan doch we vonden er geen enkele in-of uitgang.
Niets was er te vinden en te zien dan dooreengeschoten prikkeldraadversperringen op een massale betonversterking met daarin, bezijden, enkele schietgaten waardoor de genoemde Fritz ons aanhoudend bestookte.

bron : François Janssen, Belevenissen aan het Ijzerfront

Onderstaande kaart is van het Lange Max Museum en toont de positie van dit grote kanon. Tevens geeft de kaart goed aan waarlangs het 23e linie is gemarcheerd alvorens aan te komen aan de Minoterie van Diksmuide. 

Lange-Max-ligging

vredeswensen van een Belgische piot

Gerard Dingens schrijft op 30 december 1917 een brief aan zijn vriend en stadsgenoot Maurice Braet, geniesoldaat.

Vurig hopen we naar het gelukkige ogenblik dat het zielverheffende woord vrede een daadzaak wordt. Zal het nog lang duren ? Zullen we weldra het geluk genieten in het zo schandelijk als oneerlijk behandelde België te mogen terugkeren als een vrij en onafhankelijk volk ? Hopen we het vurig en wachten wij geduldig de gebeurtenissen af.

Dat het jaar 1918 ons verlossing moge schenken. Dat we gespaard mogen blijven van verder onheil en een tijdperk van geluk de bange jaren van onze ballingschap mogen vervangen. Ziedaar onze innige wensen voor 1918.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

1918-frères-darmes-bonne-année

 

slecht jaareinde voor de Maori’s

Vroeg in de ochtend van 31 december 1917 komt er een granaat terecht in het Maori Pioneer Battalion, dat geleid wordt door luitenant Joseph Paku. Zes Maori’s sterven ter plekke, op het kruispunt van de Zonnebeekseweg en de huidige Jan Ypermanstraat in Ieper. Allemaal liggen ze begraven op het Ramparts Cemetery in Ieper.

Net als ongeveer 2500 andere Maori’s dienden zij in het Nieuw-Zeelandse leger. Bij datzelfde leger horen ook mensen van de Polynesische eilanden, onder meer van de Cookeilanden Gojim Rarotonga, Tonga, Samoa…

Zonder twijfel een van de mooist gelegen begraafplaatsen in Flanders Fields is Ramparts Cemetery op de Vesten, op 50 meter van de Rijselpoort in Ieper. Daar rusten 197 militairen uit het Britse Gemenebest, onder wie dus ook de zes voormelde Maori’s.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

MaoriPioneerBattalion_1917

executie bij dageraad

McColl

Charles McColl

Vroeg in de ochtend van 28 december 1917 wordt de Britse soldaat Charles McColl geblinddoekt en geboeid op een stoel gezet, vastgebonden en dan geëxecuteerd. Hij is een van de vele Britse shotatdawns (geëxecuteerden bij dageraad). Wat zijn geval extra tragisch maakt, is dat McColl omwille van zijn job op een scheepswerf vrijgesteld was van legerdienst, maar als vrijwilliger in dienst ging.

Enkele dagen eerder is hij voor de krijgsraad veroordeeld omdat hij zijn eenheid verlaten had in de buurt van Houthulst en vervolgens naar Calais vertrokken was. Hoewel de kapitein van McColls eigen eenheid dienst doet als een van de twee leden van dit krijgshof, neemt niemand zijn verdediging op zich.

Ondertussen zijn de meer dan driehonderd geëxecuteerden uit de eerste wereldoorlog weer grotendeels in eer herstel. Voor hun wordt in 2001 het Shot at Dawn Memorial opgericht in het National Memorial Arboretum. Het monument stelt een geblinddoekte jongeman voor vastgebonden aan een paal.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

ShotAtDawnMemorial

 

Harry Patch keert terug naar thuisland

De Britse soldaat Harry Patch is gewond geraakt op 22 september 1917 tijdens de slag om Passendale. Op 23 december 1917 verlaat hij voorgoed het Europees vasteland en wordt hij naar Groot-Brittannië teruggestuurd.  Als de wapenstilstand in 1918 getekend wordt, is Harry Patch nog altijd in een ziekenhuis op het eiland Wight. Pas als hij 100 jaar wordt, spreekt hij voor het eerst over de oorlog.

In tachtig jaar heb ik geen oorlogsfilm bekeken en sprak ik nooit over de oorlog, ook niet met mijn vrouw. Nu ik in het rusthuis ben, al zes jaar, gaat het alleen nog over de eerste wereldoorlog, sinds ik die onverwachte lichtflits zag van in mijn kamer. Zoals ik al zei : de eerste wereldoorlog is geschiedenis, het is geen nieuws. Vergeet het.

Harry vocht onder meer in Pilkem en Passendale, maar zal toch vooral in de herinnering voortleven als de man die in 2008 op 110-jarige leeftijd terugkeerde naar Langemark om daar een zelf betaalde herdenkingssteen te onthullen  voor zijn makkers die gestorven zijn op 22 september 1917, de dag dat hijzelf zwaar gewond raakte. Hij sterft in 2009 op de leeftijd van 111 jaar, 1 maand, 1 week en 1 dag.

bronnen :
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
https://en.wikipedia.org/wiki/Harry_Patch

Harry-Patch-1898-2009

denken aan de familie in Gent

Tijdens de Kerstdagen denkt men vaak aan de familie en voor de frontsoldaten is dat niet anders. Raoul Snoeck noteert op 22 december 1917.

We kantoneren in Hoogstade en het vriest dat het kraakt. Het is verschrikkelijk koud in onze barakken. Bij gebrek aan steenkool hebben we dikwijls bevroren vingers. Voor het inslapen kijk ik elke avond liefdevol naar de foto’s van ma en zus. Helaas, die van pa en broer zijn in Stavele in de brand gebleven en ik heb nooit die foto’s ontvangen  die ze beloofd hadden op te sturen. Denken aan mijn dierbaren raak ik in mijmeringen verzonken. Terwijl zich daarbuiten loense nachtelijke drama’s afspelen, droomt de soldaat in zijn schuilplaats. Een massa vage gevoelens beklemmen hem het hart, vermengd met een weemoedige spijt om het verwoeste België.

Gelukkige zijn we jong en zijn er onder ons vrolijke lui. Ik mag van mezelf zeggen dat ik bij die lustige snaken hoor. Laat er eentje zijn kop hangen, dan komen ze me halen want ik slaag erin het voorhoofd van de sombersten te ontrimpelen. Maar als mijn geest rust krijgt, begint hij te dwalen en krijg ik zwartgallige gedachten. Als ik schrijf, redeneer ik en gaat alles beter.

bron : Raoul Snoeck, in de modderbrij van de Ijzervallei, uit het Frans vertaald door André Gysel, Snoeck-Ducaju en zoon

Kerst_1917_1918

 

bewondering voor Duitse bunkers

Van de vijand kan je nog wat leren, hoe je een degelijke bunker bouwt bijvoorbeeld. Onderluitenant Arthur Pasquier neemt op 22 december 1917 een kijkje bij veroverde Duitse linies ergens in de buurt van Bikschote.

Goed gewapend beton met voldoende dikte weerstaat aan alles. Nogmaals merken we dat de Duitsers ook hier hun stellingen beter georganiseerd hebben dan wij. Ze hebben bunkers gebouwd met een plafonddikte van 2 meter. Ze hebben het gemakkelijk want als betonbewapening gebruiken ze compleet gedemonteerde spoorstaven uit ons land. Een betondikte van 80 centimeter zoals in onze linies volstaat niet om weerstand te bieden aan directe treffers, wel aan inslagen in de onmiddellijke omgeving.

Toch hebben we met onze eigen ogen gezien hoe zo’n bunker die aan alles kan weerstaan, toch het graf wordt van zijn bewoners, doordat een bom vlak voor de ingang is gevallen en de explosie zeker iedereen gedood heeft.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Pionniers-allemands-posant-devant-un-ouvrage-betonne-en-construction-a-Premesques-vers-1916-Coll-JM-Bailleul

 

Renaat De Rudder sneuvelt

Schoten afgevuurd door Belgische militairen treffen Renaat de Rudder op 17 december 1917 terwijl hij een verkenningsopdracht maakt door de frontzone. Wat later sterft hij aan de opgelopen verwondingen in een militair hospitaal.

Renaat_De_RudderVier dagen nadien wordt hij begraven op het militair kerkhof van Westvleteren. Zijn stoffelijke resten blijven daar tot ze op 21 juli 1932 tijdens de dertiende Ijzerbedevaart worden bijgezet in de crypte onder de Ijzertoren. Renaat De Rudder is dan uitgegroeid tot een van de symbolen van de Vlaamse beweging.

Renaat de Rudder, geboren in Oostakker, meldde zich kort na het begin van de oorlog als vrijwilliger. Aan het front beschreef hij de situatie van de Vlaamse soldaten in het vooral door Franstalige officieren gedomineerde leger. Zijn inzet voor de Frontbeweging werd hem dan ook niet in dank afgenomen.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds