de Gotha van Wulveringem

Prominent op de voorpagina van de Legerbode van 24 januari 1918 staat een bericht over een Gotha die het Belgische leger heeft neergeschoten. Het vliegtuig was enkele dagen eerder van een vliegplein ergens in Vlaanderen opgestegen om Duinkerken te bombarderen. Onderweg kwam het in Belgisch spervuur terecht waarbij de motoren door granaatscherven getroffen werden. Ook werd een van de schroeven afgerukt. Het toestel kon landen in Wulveringem waar de vier manschappen gevangen genomen werden.

De Gotha is een van de grootste bombardementsvliegtuigen van de Duitse luchtmacht, met een vleugelwijdte van 26 meter. Het toestel kan een gezamenlijke vracht van 1200 kilogram tillen : bemanning, brandstof en bommen.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Gotha_Absturz

Eindhout bestrijdt de honger

In de jaren 1917-1918 neemt de hongersnood onder de bevolking toe. Diverse gemeenten, instellingen en organisaties dragen hun steentje bij om de ergste nood te lenigen.

Het gemeentebestuur van Eindhout beslist op 22 januari 1918 om 18.000 frank te lenen bij het Gemeentekrediet voor “voedingskosten onzer medeburgers”. De lening zou terugbetaald worden “in het jaar na het sluiten van de vrede”.

Ook voordien al leverde het Eindhoutse gemeentebestuur inspanningen. Op 15 maart 1917 besliste ze om “de volksvoeding” in te richten die vooral bestond uit de bedeling van soep. Wie in aanmerking kwam voor die “volkssoep“, kreeg ook een toelage van maximaal 1,5 frank per maand. Tegelijkertijd gaf de gemeente financiële toelagen aan het plaatselijk comité voor hulp en voeding.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Volkssoep_1918

slechte nacht voor de Gotha’s

De grootvader van schrijfster Lut Ureel verhaalt op 20 januari 1918 in zijn dagboek hoe de avond ervoor een Duits bombardementsvliegtuig werd neergehaald.

Gisteren is er een Gotha neergeschoten te Wulveringem omstreeks 6u30. De vier manschappen aan boord (een officier, twee onderofficieren en een soldaat) zijn krijgsgevangen gemaakt. Van het vliegtuig werd de schroef afgenomen.

Sowieso is dit een barslechte nacht voor de vliegtuigen van dit type : ook in Pervijze, Duinkerke en Veurne zijn Gotha’s neergeschoten. Over dit laatste exemplaar schrijft onderwijzer Jozef Gesquière onder meer :

De bemanning werd door Belgische soldaten aangehouden en naar de stadsgevangenis gebracht. Daar zitten ze nu waarschijnlijk te mediteren over de afschuwelijkheid van hun nachtelijke moordtochten op een weerloze burgerbevolking.

De foto hieronder toont de Gotha die is neergehaald nabij Duinkerke. Het wrak werd tentoon gesteld aan het standbeeld van Jan Bart.

bron
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Gotha_Dunkerque_1918

 

 

Een van de talloze gesneuvelden

Rond 17u in de namiddag van 16 januari 1918 sneuvelt Celestinus Decan bij Diksmuide, soldaat 2e klas bij het 3e Jagers te Voet. Deze eenvoudige soldaat, nauwelijks 21 jaar oud en afkomstig uit Nieuwkapelle, is een van de tallozen wiens jonge leven afgeknakt wordt tijdens deze vreselijke oorlog.

Op zijn doodsprentje lezen we deze troostende woorden :

Genegen en onderdanige zoon, verstandige medeburger, aangenaam en gedienstig in zijnen omgang, van iedereen geacht en bemind, voorbeeldig kristen, onberispelijke legerman, overtuigde vaderlander, zoo zal zijne nagedachtenis in zegen blijven onder zijne oude strijdmakkers en onder al dezen die hem gekend hebben.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

CelestinusDecan_19180116

schildwacht op de vlucht

Een Duitse schildwacht klimt op 15 januari 1918 in Zeeuws-Vlaanderen over de grens, gooit zijn geweer weg en geeft zich over aan de Nederlanders. Ze brengen hem naar het wat verder gelegen Oostburg en vervolgens naar een interneringskamp voor Duitse soldaten.

De jongeman is afkomstig uit de Elzas, het Duits-Frans grensgebied, en kan het niet langer uithouden in het Duitse leger. De legerdienst werd hem te tergend : zijn vader vecht immers in het Franse leger.

Aan de grens ontdekt de Duitse wachtcommandant dat zijn schildwacht is gevlucht. Hij is razend op de andere soldaten :”Jullie haddem hem moeten doodschieten.”.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Koewacht_1918

brand in het kasteel van Elverdinge

In het kasteel van Elverdinge ontstaat op 13 januari 1918 brand wellicht door onvoorzichtigheid van Britse koks. Het kasteel is nochtans een geschikt doelwit voor vijandelijke beschietingen, want zowel Britse als Franse troepen huisvesten hier hoofdkwartieren voor verschillende eenheden. Na de oorlog wordt het kasteel heropgebouwd.

Elverdinge ligt een paar kilometer achter het front en is daarmee een geschikte locatie als draaischijf voor Britse en Franse troepen. Soldaten rusten hier, smalspoortreintjes brengen voedsel en munitie naar het front, er zijn medische posten… Diverse dorpelingen houden een winkeltje open en verkopen voedsel, drank en andere goederen aan de militairen.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

ELVERDINGE         " Le Chateau Anno 1914-1918 "

 

veroordeeld wegens moord

In het klooster van de Blauwe Zusters in Veurne spreekt de krijgsraad van het Belgische leger op 12 januari 1918 de doodstraf uit over de 26-jarige wachtmeester-foerier Emiel Ferfaille. Hij is schuldig aan de moord op zijn 20-jarige vriendin Rachel Ryckewaert. Omdat het niet gaat over een militair misdrijf, maar een misdrijf van gemeen recht zal de dodstraf niet uitgevoerd worden met de kogel maar dor onthoofding.

De terechtstelling gaat afhankelijk van de bron door op 26 maart of 27 maart 1918 in de gevangenis van Veurne, net terwijl de Duitsers de stad bombarderen. Omdat België niet meer over een eigen guillotine beschikt, moet er tijdelijk een ingevoerd worden uit Frankrijk.

Het is vor het laatst dat in België een doodstraf wordt uitgevoerd voor een gewoon misdrijf. Na de tweede wereldoorlog zijn er nog wel executies van oorlogsmisdadigers.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

EmielFerfaille_1918

Emiel Ferfaille

 

 

op wacht bij Grande Garde Vicogne

Dokter Lievens noteert in zijn dagboek.

11-1-1918 : Ik vertrek naar Grande Garde Vicogne. De wegen zijn in een echte modderpoel herschapen. Bij elke stap kleeft een nieuw pak klei aan de schoenen. Menig zwaar beladen soldaat glijdt uit en valt. In de duisternis komen we vuil, zwaar, grof en geheel gesteld om te lijden bij Viconia aan. Ik tref er een nieuwe heel vochtige Poste Sanitaire aan. net als we aankomen beginnen de Duitsers de passerelle te beschieten met mitrailleurs, zo hevig dat de hele compagnie zich plat moet neerwerpen. Na vijf minuten houdt het vuren op en kunnen onze mannen verder.

Viconia was vier jaar lang in Duitse handen. Dokter Lievens bedoelt ofwel de Grote wacht Oud-Stuivekenskerke of wel de Grote Wacht Reigersvliet. Beiden liggen in vogelvlucht ongeveer 1 kilometer van Viconia.

12-1-1918 : Met commandant Van Loo maak ik in de donkere nacht een volledige ronde van de voorposten. Juist voor de puinen van de hofstede tegen p.a. zijn we nog eens in een kogeltuil van machinegeweren gekomen, die vlak voor ons op de afgebrokkelde muren knetterend en vuurspattend uiteenvloog. Onze ronde is uiterst vermoeiend in de kleiachtige modder of over glibberige brugjes. Plots loopt commandant Van Loo tegen me aan en vliegt halsoverkop in het vuile water. Doodmoe leg ik me om 2 uur op mijn strozak.

bron : André Gysel, dokter Lievens – dagboek van een arts, Lannoo

OudStuyvekenskerke_voorpost

de laatste vlucht van Ritter von Müller

Op 9 januari 1917 stort Max Ritter von Müller, een van de grote Duitse luchthelden van de eerste wereldoorlog, neer bij Moorslede. Op patrouille in het luchtruim boven dit dorp ontmoet hij drie Britse vliegers, die na een lang gevecht zijn brandstoftank treffen. terwijl het vuur snel om zich heen grijpt, springt Müller, die geen valscherm draagt, zijn dood tegemoet.

Deze Duitse oorlogsheld, geboren als Max Müller, wordt na zijn dood tot de adelstand verheven. Vandaar dat hij nu bekend staat onder de naam Max Ritter von Müller. Iemand die tijdens de oorlog minstens vijf vijandelijke toestellen neerhaalde, werd bestempeld als “aas”. Max Ritter von Müller was evenwel “aas boven aas” omdat hij maar liefst vijf andere azen neerschoot. In totaal won hij 36 luchtgevechten.

MaxRitterVonMuller

 

brand in Hedge Street Tunnel

Terwijl onderluitenant William Barber op 5 januari 1918 werkt in de Hedge Street Tunnel, ongeveer halfweg tussen Zandvoorde en Zillebeke, ontstaat er brand. Samen met twintig andere Britse militairen sterft hij door verstikking in deze mijnschacht. Op zijn grafsteen in het Railway Dugout Burial Ground (Transport Farm) lees je :”known to be buried in this cemetery” omdat zijn oorspronkelijk graf verwoest werd door granaatvuur.

William Barber vocht op diverse fronten sinds september 1915 vooraleer hij drie dagen geleden bij deze tunnel aan de slag moest : Loos, aan de Somme en bij Ieper.

Toeristische tip : Railway Dugout Burial Ground (Transport Farm) , Komenseweg, Ieper ter hoogte van Zillebeekvijver. Hier liggen 2463 doden begraven, op vier na allemaal uit het Britse Gemenebest.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Tunnelvuur01