Ontmoedigende confrontatie met Amerikaanse krijgsgevangenen

Pal Kelemen, een Hongaarse militair in het Oostenrijks-Hongaarse leger, hoort bij de legereenheid die naar Aarlen is gezonden om de Duitse troepenmacht te steunen als een symbolisch gebaar van samenwerking en dankbaarheid. Zijn pogingen tot contact met de plaatselijke bevolking lopen op niets uit ook niet als hij hen uitleg dat hij geen Duitser is maar een Hongaar.

Op 6 augustus 1918 ziet hij voor het eerst Amerikaanse krijgsgevangenen. Hun aanblik demoraliseert hem : tegen deze soldaten zijn het leger waartoe hij behoort, niet bestand. In zijn dagboek noteert hij :

Hun verbluffend goede lichamelijke gesteldheid, de uitgelezen kwaliteit van hun uniformen, het dikke leer van hun laarzen, riemen en dergelijke, hun zelfverzekerde blikken ondanks hun gevangenschap, doet me beseffen wat vier jaar oorlog met onze soldaten gedaan heeft.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

2D8CAC5D-7C6E-47A3-B57A-FA8F267CA527

 

Elliot Springs in actie boven Oostende

Elliot Springs, een van de meest succesvolle Amerikaanse gevechtspiloten, begeleidt op 3 augustus 1918 met zijn eskadron een aantal bombardementsvliegtuigen op weg naar Brugge. In de buurt van Oostende proberen drie Duitse Fokkers de formatie langs boven aan te vallen. Elliot Springs schiet er een neer en drijft de andere twee op de vlucht. 

Elliott_White_Springs_1918.pngVoor een ietwat gelijkaardige actie, bijna drie weken later in Bapaume (Frankrijk), ontvangt hij het Distinguished Flying Cross. Alleen zijn de aanvallers hier met zijn vijven, waarvan Springs er twee neerhaalt. Gebrek aan munitie dwingt hem te landen maar hij stijgt weer op en haalt nog een derde vijandelijk toestel neer.
Na de oorlog verwerft Elliot Springs bekendheid als schrijver. Zijn eerste boek Warbirds, gebaseerd op oorlogsgebeurtenissen, is meteen een succes. 

Bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds 

 

heimwee aan het Ijzerfront

We staan er niet meer bij stil met onze smartphones en sociale media, maar tijdens de oorlog hoorden heel wat Belgische soldaten niets meer van hun familie. Het grootste deel van België was bezet en het was slechts een minderheid van de Belgische soldaten die nog familie had in het vrije België of in Frankrijk of Engeland. De meesten konden slechts dromen van een brief af en toe. Daarom zocht men naar oorlogsmeters, vrouwen die een deel van hun vrije tijd besteedden aan correspondentie met soldaten.

Een Vlaams soldaat aan het Ijzerfront schrijft in een brief begin augustus 1918 aan zijn oorlogsmeter.

Ja, ik voel me soms wel alleen, zo ver van allen en alles. Ik kan soms over de borstwering van onze eerstelinieloopgraaf kijken naar het lieve land ginder, waar ’s morgens de zon opgaat.

O, ik zou dat graag weer eens zien : mijn land, mijn dorp, mijn huisje, mijn raampje met het vredig gezicht van mijn lieve moeder, weer eens horen de vermanende stem van vader en het lachen van de kleine zusjes. ’t Is zo heel ver dit alles.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

GroteOorlog_20180801

Duitsers zoeken dwangarbeiders

In de loop van de nacht van 29 op 30 juli 1918 halen Duitse soldaten landbouwer Frans Cleemput uit zijn woning aan de Moorselbaan in Aalst en sluiten hem op in de Kommandatur. Terwijl men hem op 11 augustus 1918 naar de trein richting Duitsland brengt, tracht hij te ontsnappen op het Stationsplein. Een bewaker schiet hem ter plaatse dood.

Eerder in juli 1918 proberen de Duitsers ook elders mensen op te pakken om voor hen te werken, bijvoorbeeld in munitiefabrieken. In sommige dorpen van de provincie Luxemburg wordt bijna de volledige mannelijke bevolking gedeporteerd. In Gent zijn de Duitsers op zoek naar jonge arbeidskrachten. Ze houden daarvoor razzia’s in cafes en op trams.

De tekening hieronder is van de Nederlandse cartoonist Louis Raemaekers.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

LouisRaemaekers_Dwangarbeiders

 

Lissewege zwaar gebombardeerd

In ’n Lissewehaerke, een frontblaadje voor Lisseweegse soldaten, staat te lezen dat rond 29 juli 1918 Britse vliegers het centrum van hun dorp bombardeerden. Een van die bommen komt terecht op de kerktoren, waar een draadloze telegraaf staat. Tal van Duitse soldaten die in het dorp gestationeerd zijn, laten het leven.

Naar verluidt was het bombardement van Lissewege ernstig. Daarom vluchten de meeste dorpelingen naar Knokke of Hoeke. Hun kleding, meubelen en dieren nemen ze mee. Een andere bron vermeldt 5 september 1918 als dag van het bombardement.

De tekening hieronder is van de Duitse soldaat-kunstenaar Otto Dix, getiteld “bombardement van lens”

OttoDix_BombardementdeLens

drama in Halle

In de nacht van 19 op 20 juli 1918 wil een Engels vliegtuig het station van Halle bombarderen, maar dat loopt uit op een dramatische misser. In plaats van op het station, waar heel wat Duitse soldaten zijn op weg naar het front, komen een of meerdere bommen terecht op een woonhuis in de Statiestraat. Resultaat : alle vijf kinderen uit één gezin komen om. Hun ouders overleven het bombardement maar zijn in één klap hun kroost kwijt.

bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
http://pajottenland-zennevallei.kindereninbezetgebied.be/objecten/20-juli-1918-een-ware-ramp 

Halle_19180720

 

stakende rechters in Brugge

Stakende rechters, het is niet alledaags en al helemaal niet tijdens een oorlog. Toch gebeurt het op 18 juli 1918 in Brugge en elders. Voorzitters van beroepshoven hebben enkele kopstukken van het Vlaamse activisme aangehouden en dat zint de Duitsers helemaal niet. Bij wijze van weerwraak deporteren zij die voorzitters naar Duitsland. Zulks laten de rechters dan weer niet over hun kant gaan en zij grijpen naar het stakingswapen. Advocaten staken eveneens mee.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

BRUGGE

stormachtige 11 juli voor Gaston Le Roy

Op 11 juli 1918 noteert Gaston le Roy het volgende in zijn dagboek :

Blauwvoet_1918Vlamingen, herdenk de Guldensporenslag ! Vliegt de Blauwvoet ! Storm op zee ! Het leven in de loopgraven nodigt niet uit tot uitbundig vreugdebetoon. Graag had ik mijn bunker met groen en veldbloemen versierd. Helaas, het weer is zo guur, de wind stormachtig dat ik maar liever binnenblijf. Rond ons kaarsje zongen we en spraken we over de helden die Vlaanderen zullen redden van de Franse dwingelandij. Naar verluidt zullen de Duitsers vannacht aanvallen. Dan moet ik in tweede lijn blijven als afgevaardigde. Welke reen zou daarachter schuilen? Ben ik onbetrouwbaar ?

bron : André Gysel, Gaston Le Roy – dagboek van een Vlaamse oorlogsvrijwilliger, Lannoo

de stamvader van het Belang van Limburg

In Tongeren overlijdt op 2 juli 1918 Nicolaas Theelen, uitgever-journalist van wat later Het belang van Limburg zal worden.

In 1879 publiceert hij in Bilzen het eerste nummer van het Vlaamsgezinde en katholieke Het Algemeen Belang der Provincie Limburg. Als landmeter bij het kadaster werkt hij voor de Belgische overheid en die blijkt niet gelukkig met deze Vlaamsgezinde uitgave. Nicolaas Theelen wordt overgeplaatst naar Torhout. De job van landmeter licht hem niet echt en hij geeft er de brui aan. In 1880 woont hij weer in Limburg, in Tongeren en zet hij de uitgave van Het Algemeen belang voort.

Na de oorlog neemt zijn zoon Frans Theelen de zaak in handen : hij begint in Hasselt met de uitgave van Het Belang van Limburg.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

NicolaasTheelen

 

het einde van de UC-11

Hoewel UC-11 een redelijk hoog nummer heeft bij de mijnenleggers van de UC-1-klasse, vaart ze toch als eerste mijnenlegger de haven van Zeebrugge binnen. UC-11 voert in bijna drie jaar oorlog 81 succesvolle operaties uit en doet 25 schepen zinken.

Op 24 juni 1918 vetrekt de UC-11 op haar 82e missie. Ze staat onder bevel van Oberleutnant zur See Kurt Utke. Hij heeft de U-boot pas een week tevoren overgenomen van zijn collega Werne Lange, die ziek geworden is. Utke heeft dan al een lange carrière achter de rug. Hij heeft gediend in een Matrosenregiment in Vlaanderen en heeft gevochten in de loopgraven nabij Ieper. In 1916 neemt hij deel aan de slag van Jutland. In 1917 biedt hij zich aan als vrijwilliger voor U-bootdienst.

Op 24 juni om 17u zet Kurt Utke koers vanuit Zeebrugge naar Harwich. De volgende dag om 9u komt de UC-11 aan de oppervlakte om de scheepvaartroutes te bestuderen. Rond 9u45 treft een zware mijnontploffing het achterschip van de UC-11 en ze vergaat onmiddellijk. Utke bevindt zich alleen in de toren en de bracht van de ontploffing werpt hem van de ene zijde naar de andere, waarbij hij even het bewustzijn verliest. Het opstijgende water maakt hem wakker en hij probeert het torenluik te openen. Hij glipt erdoor en kan in een grote luchtbel aan de oppervlakte komen. Hij zwemt zo hard hij kan met het getij mee om niet ondergetrokken te worden door zijn natte kleren. Hij kan zich uiteindelijk vasthouden aan een boei. Utke heeft geluk want na een half uur arriveert de reddingsboot Patrick. Hij is uitgeput en in shock maar verkeert in een goede gezondheid. Later wordt hij ondervraagd en gaat in Britse gevangenschap voor de rest van de oorlog.

bron : Tomas Termote, oorlog onder water, Davidsfonds

UC11_Besatzung

bemanning van de UC-11 / datum onbekend