Crash te Cadzand

Boven Zeebrugge treft op 15 september 1918 Duits geschut een vliegtuig bestuurd door kapitein W.R. Harrison in de olietank. Enkele minuten later is het toestel boven het grondgebied van het neutrale Nederland en daar zou het veilig moeten zijn. Nederlandse militairen beschieten op hun beurt het Britse vliegtuig. Tijdens de noodlanding bij Cadzand gaat de DH-9 over de kop maar de bemanning overleeft.

Ondanks de klap is het in Duinkerke opgestegen vliegtuig niet verloren. De Nederlanders interneren het, zoals ze vaak doen met toestellen van oorlogvoerende landen die op Nederlands grondgebied terechtkomen : het toestel wordt hersteld en ingeschakeld bij de Nederlandse luchtvaartactiviteiten.

bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
http://www.cadzandgeschiedenis.nl/images1900-heden/1914fabriek.html

Havilland_DH9_Cadzand_1918

 

 

Heimwee naar Gent

Raoul Snoeck verlangt hoe langer hoe meer naar zijn geboortestad Gent. Maar na meer dan 4 jaar aan het front heeft hij nog altijd vechtlust om de vijand van de vaderlandse bodem te verdrijven.

8 september 1918 : Ik verlang ernaar om weldra naar Gent terug te keren. De hunker naar mijn geliefde stad wordt steeds sterker naarmate de hindernissen die me van haar scheiden, zich opstapelen en de duur van mijn ballingschap langer wordt. Vanuit mijn observatiepost domineer ik het ganse slagveld. ’s Nachts betrek ik met Xantipe, Van Nuffel en adjudant Wauters een stevig gebouwde Duitse schans. Ik droom van een verrekijker die voldoende sterk is om me het Belfort, de massieve toren van Sint-Baafs en andere vertrouwde monumenten te laten bekijken. Wat een verbeelding ! Ga ik ze nog in werkelijkheid terugzien. Chi lo sa ? , wie weet, zou mijn Italiaanse marraine zeggen.

12 september 1918 : Ik zou wel een beetje willen vertellen wat er is gebeurd maar de tijd ontbreekt me. We zijn overwerkt en ik begrijp niet hoe onze mannen nog weerstaan aan de vermoeidheid. Het is middag en we moeten opnieuw aanvallen om twee uur. We hebben allemaal zin om de vijand een ferme oplawaai te geven. Weg ermee !

bron : Raoul Snoeck, in de modderbrij van de Ijzervallei, uit het Frans vertaald door André Gysel, Snoeck-Ducaju & zoon

RaoulSnoeck_191809

Raoul Snoeck 1918

 

slag van Saint-Mihiel

Amerikaanse en Franse troepen, onder leiding van generaal John Pershing, vechten vanaf 12 september 1918 de slag van Saint-Mihiel uit met de hoop door de Duitse linies te breken en de stad Metz te veroveren. Ofwel is de aanval goed getimed ofwel hebben de Amerikanen wat geluk : net nu zijn de Duitsers bezig met een terugtrekkingsmanoeuvre, zodat hun artillerie niet in stelling is. In ieder geval staat de generaal erom bekend dat hij zijn aanvallen minutieus voorbereid. Een belangrijke factor in het Amerikaanse succes is de aanwezigheid van hun commandanten in de frontlinies, terwijl ze bij andere geallieerde legers vaak hun bevelen van achteraan geven. Het succesvolle Amerikaanse optreden dwingt respect af bij de Fransen.

Generaal Pershing vindt de opmars voldoende en laat zijn troepen niet vechten om de versterkte stad Metz. Hij spaart zijn troepen voor het Argonne-Maas-offensief dat eind september aanvangt.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

SlagSaintMihiel_19180911

Een trofee voor de Oostenrijkse U-27

Onderzeeërs brengen hun prooien niet altijd tot zinken. Op 11 september 1918 neemt de SM U-27, een duikboot van de Oostenrijks-Hongaarse marine, het Franse zeilschip Antoinette op sleeptouw. Als een soort trofee wordt de vangst naar de haven van Beiroet gebracht.

In de loop van haar carrière behaalt deze onderzeeër 34 overwinningen en wordt daarmee de succesvolste van de Oostenrijks-Hongaarse marine. Op het einde van de oorlog ligt de SM U-27 in de haven van Pula (inmiddels Kroatië). Bij wijze van vergoeding voor geleden oorlogsschade moet het schip in 1919 afgestaan worden aan de Italianen. Blijkbaar zijn de Italianen niet erg tevreden met dit geschenk want reeds in 1920 wordt de onderzeeër veroordeeld tot de ontmanteling.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

KUK_Uboot

de denkende soldaat van Merkem

Bij een aanval op 9 september 1918 ’s morgens vroeg in Merkem hoort student-vrijwilliger Armand Van Eecke bij de eerste groep, die de Duitse prikkeldraad-versperringen moet doorknippen voor de manschappen die volgen. Tijdens die operatie treft een Duitse kogel hem dodelijk.

ArmandVanEecke_19180909

Enige tijd na de oorlog koopt zijn familie een lapje grond om er een standbeeld te plaatsen voor hem. Grond en standbeeld worden betaald door de Van Eeckes. Het beeld , volgens een portret van Armand Van Eecke, toont een soldaat die nadenkt over de zin en betekenis van de oorlog. Jarenlang onderhoudt de familie het standbeeld en het perkje, tot alles in 1982 overgedragen wordt aan de gemeente Houthulst. Het standbeeld van Armand Van Eecke staat op de Iepersesteenweg in Merkem, tussen de huisnummers 51A en 53, ruim een kilometer buiten de dorpskern.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Britten weer in Zillebeke

Gedurende een groot deel van de oorlog is Zillebeke in Britse handen, maar toch kent het dorp vier maanden Duitse bezetting. Tijdens een groot Duits offensief eind april 1918 moeten de Britten zich terugtrekken. Op 8 september 1918 heroveren de Britse en Commonwealth troepen Zillebeke en ze zullen het niet meer afstaan.

Een aantal gesneuvelden van deze gevechten rust nu op Birr Cross Roads Cemetery. Op dit militaire kerkhof rusten 833 militairen uit de Britse Commonewealth. Meer dan 40% onder hen kon niet geïdentificeerd worden.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Zillebeke_EngelseLoopgraven_1918

dodendans aan het Ijzerfront

Op 29 augustus 1918 noteert Raoul Snoeck het volgende in zijn dagboek :

Wat ik de laatste dagen meemaakte, overtreft alles in wreedheid van wat ik tot nog toe heb ervaren. Toen de oorlog begon, waren we mensen, stilaan werden we soldaten, maar de Duitsers hebben van ons moordenaars gemaakt. Oorlog is geen pretje. Onze jongens zijn ten aanval gestormd met bijlen van de Genie. Van de Duitsers die ze meebrachten, bleef slechts gehakt over : rompen, armen en benen. Ze stonden in bewondering voor een vormloze massa mensenvlees. Ze grimlachten want ze hadden zich gewroken.

Nooit zal mijn pen kunnen beschrijven welke ijselijke verschrikkingen ik gezien heb. Wie niet aan deze homerische worsteling deelnam, kan zich geen idee vormen van de waarheid. De oorlog is afschuwelijk. Waarom zou men de oorlog menselijker maken ? Wie hem te wreed vindt, moet hem afschaffen. De vijand voert oorlog op een verfoeilijke manier, wij betalen hem met gelijke munt terug.

Sinds verscheidene weken en maanden moorden we zonder ophouden. Ik heb hopen levenloze onherkenbaren wezens gezien. Enkele uren voordien waren dat nog levenden de konden nadenken en beminnen. In deze wrede oorlog heb ik afgrijselijke dingen meegemaakt.

bron : Raoul Snoeck, In de modderbrij van de Ijzervallei, uit het Frans vertaald door André Gysel, Snoeck – Ducaju & Zoon

De tekening hieronder is van de Duitse kunstenaar Otto Dix die zelf ook aan het front gevochten heeft. De titel is “Totentanz”.

OttoDix_Totentanz

 

Rode terreur in Rusland

Officieel gaat de Rode terreur op 5 september 1918 van start doordat de Cheka (de dienst voor staatsveiligheid van de bolsjewieken) een decreet daaromtrent uitvaardigt. Deze Rode terreur is een grootschalige actie om contrarevolutionairen uit te schakelen, in theorie iedereen die hoorde tot de leidende klasse onder het vorige bewind.

Deze grootschalige repressie betekent ook een soort van weerwraak omwille van de mislukte moordaanslag op Lenin op 30 augustus 1918. Herstellend van de aanslag geeft hij de opdracht om “in het geheim en dringend voorbereidingen te treffen voor terreur”.

De Rode terreur neemt allerlei vormen aan : executies, afschuwelijke martelingen, slachtpartijen, moorden, goelags… Schattingen van het aantal slachtoffers lopen uiteen van vele tienduizenden tot een miljoen.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

De schilderij hieronder is van Ivan Vladimirov, getiteld “in de kelders van de Cheka”.

IvanVladimirov_InTheBasementOfTheCheka

 

Belgische aanval op Ramskapelle

Ook het Belgisch leger publiceert regelmatig mededelingen. Het Wekelijksch Legerbericht van 3 september 1918 dekt de periode 24-30 augustus 1918.

Tijdens de nacht van 22 op 23 augustus liet een aanval ten oosten van Ramskapelle ons toe gevangenen te nemen. In de nacht van 26 op 27 augustus vielen onze troepen aan op een front 3 kilometer ten noorden en ten zuiden van de spoorweg van Langemark en drongen in de vijandelijke stelling. Niettegenstaande de hardnekkige weerstand en een tegenaanval van de vijand werden al onze objectieven bereikt en behouden. Wij brachten de vijand hevige verliezen toe en brachten 90 weerbare gevangenen terug, machinegeweren, bommenwerpers en materiaal. Enkele vijandelijke pogingen rond Langemark, Weidendrift en Klippe werden gestuit.

Gewone artilleriebedrijvigheid op heel het front, vooral in de streek van Nieuwpoort. Bommengevecht rond Diksmuide.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

BelgischeSoldaten_1918

griep op zee

Het Nieuw-Zeelandse troepenschip Tahiti is onderweg naar Europa wanneer de Spaanse griep toeslaat. Een van de soldaten aan boord die de ziekte overleeft, houdt een dagboek bij. Op 2 september 1918 is het schip bijna twee maanden onderweg.

Een mooie dag, de zee spiegelt als glas. Er treedt somberheid in wanneer ons verteld wordt dat er weer drie doden zijn. Om 11 u worden vier mensen begraven. De kolonel verzorgde de uitvaartdienst die erg ontroerend was. In de namiddag zijn er weer twee begrafenissen en er is ondertussen nog iemand overleden. Ook op de andere schepen van de vloot was men bezig met begrafenissen.

Een van de doden is de klarinettist van de muziekband op ons schip : wat een muzikant was hij ! Het vreemde aan de ziekte is dat grote sterke mannen er het ergst aan toe zijn, terwijl zij ook als eersten sterven.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Burial_At_Sea_1918