de Breslau zinkt

De lichte kruiser Breslau, die deel uitmaakt van de Duitse Middellandse Zeedivisie, loopt op 19 januari 1918 bij het eiland Imbros op een Brits mijnenveld en zinkt met ruim driehonderd manschappen aan boord. De Breslau was op weg naar het eiland Lemnos om daar de geallieerde basis Mudros onder vuur te nemen.

Eerder was de Breslau actief in de Zwarte Zee waar het meerdere Russische handelsschepen tot zinken bracht. Zowel in de Middellandse Zee als in de Zwarte Zee opereerde de Breslau meestal samen met de slagkruiser Goeben.

In 1914 had Duitsland beide schepen ter beschikking gesteld van het toen nog neutrale Ottomaanse Rijk, weliswaar met behoud van de Duitse bemanning aan boord. Dit gebaar maakte zo’n indruk dat het land zich schaarde aan de zijde van Duitsland.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

De tekening hieronder is een schilderij van de Duitser Willy Stöwer die de Breslau samen met de Goeben afbeeldt.

WillyStoewer_Breslau

de houthakkers van Orne

De Belgische militaire overheid zendt een tiental Vlaamsgezinde frontsoldaten naar het Normandische plaatsje Orne. Als straf voor hun idealen moeten ze er maandenlang bomen omhakken voor het Belgische leger en voor lokale bosontginners, samen met dienstweigeraars en gevangen Duitsers. Ze gaan de geschiedenis in als “de houthakkers van Orne”.

Het Belgische leger beschouwt deze zware arbeid als een administratieve regel waartegen geen beroep mogelijk is.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Houthakkers-strafcompnie-aan-de-Orne-3

sneeuwoproer in Groningen

In de Nederlandse stad Groningen breekt op 17 januari 1918 het zogenaamde sneeuwoproer uit. Net als elders is er ook hier tijdens de eerste wereldoorlog veel werkloosheid. Na de hevige sneeuwval wil wethouder van Gemeentewerken Hieronymus Sissingh slechts driehonderd sneeuwruimers inhuren, alhoewel er zich zowat duizend werklozen met een sneeuwschop aanmelden op de gemeentewerf.

Na wat duwen, slaan en trekken kan de wethouder ervandoor met wat builen en een beschadigde hoed.

bron :
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
http://onbestorvenweduwe.blogspot.be/2009/01/17-januari-sneeuwoproer-1918.html

sneeuwoproer_1918

Een van de talloze gesneuvelden

Rond 17u in de namiddag van 16 januari 1918 sneuvelt Celestinus Decan bij Diksmuide, soldaat 2e klas bij het 3e Jagers te Voet. Deze eenvoudige soldaat, nauwelijks 21 jaar oud en afkomstig uit Nieuwkapelle, is een van de tallozen wiens jonge leven afgeknakt wordt tijdens deze vreselijke oorlog.

Op zijn doodsprentje lezen we deze troostende woorden :

Genegen en onderdanige zoon, verstandige medeburger, aangenaam en gedienstig in zijnen omgang, van iedereen geacht en bemind, voorbeeldig kristen, onberispelijke legerman, overtuigde vaderlander, zoo zal zijne nagedachtenis in zegen blijven onder zijne oude strijdmakkers en onder al dezen die hem gekend hebben.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

CelestinusDecan_19180116

schildwacht op de vlucht

Een Duitse schildwacht klimt op 15 januari 1918 in Zeeuws-Vlaanderen over de grens, gooit zijn geweer weg en geeft zich over aan de Nederlanders. Ze brengen hem naar het wat verder gelegen Oostburg en vervolgens naar een interneringskamp voor Duitse soldaten.

De jongeman is afkomstig uit de Elzas, het Duits-Frans grensgebied, en kan het niet langer uithouden in het Duitse leger. De legerdienst werd hem te tergend : zijn vader vecht immers in het Franse leger.

Aan de grens ontdekt de Duitse wachtcommandant dat zijn schildwacht is gevlucht. Hij is razend op de andere soldaten :”Jullie haddem hem moeten doodschieten.”.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Koewacht_1918

de bewaarengel van Lenin

Op 14 januari 1918 vind de eerste aanslag plaats van in totaal tien aanslagen op het leven van Vladimir Lenin. Na een groet aan een detachement van het Eerste Socialistische Leger brengt zijn chauffeur Lenin terug naar het Smolny-paleis in Petrograd. De auto, met daarin ook Lenins zus Maria en de Zwitserse communist Fritz Platten, vordert slechts moeizaam ten gevolge van de dikke mist en de besneeuwde wegen. Bij de brug over de rivier Fontanka slaan er kogels in. De Zwitser drukt snel het hoofd van Lenin omlaag en redt zo zijn leven.

Wie precies de aanslag pleegde, wordt nooit echt duidelijk. Zowel de lokale politie als leden van het Witte Leger worden in dat verband genoemd. Alhoewel het feit van de aanslag publiek wordt gemaakt, volgt er niet veel officiële aandacht : anderen moesten het maar eens in hun hoofd halen een aanslag te plegen op de leider.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Lenin_FritzPlatten

Fritz Platten staat uiterst rechts op de foto

brand in het kasteel van Elverdinge

In het kasteel van Elverdinge ontstaat op 13 januari 1918 brand wellicht door onvoorzichtigheid van Britse koks. Het kasteel is nochtans een geschikt doelwit voor vijandelijke beschietingen, want zowel Britse als Franse troepen huisvesten hier hoofdkwartieren voor verschillende eenheden. Na de oorlog wordt het kasteel heropgebouwd.

Elverdinge ligt een paar kilometer achter het front en is daarmee een geschikte locatie als draaischijf voor Britse en Franse troepen. Soldaten rusten hier, smalspoortreintjes brengen voedsel en munitie naar het front, er zijn medische posten… Diverse dorpelingen houden een winkeltje open en verkopen voedsel, drank en andere goederen aan de militairen.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

ELVERDINGE         " Le Chateau Anno 1914-1918 "

 

veroordeeld wegens moord

In het klooster van de Blauwe Zusters in Veurne spreekt de krijgsraad van het Belgische leger op 12 januari 1918 de doodstraf uit over de 26-jarige wachtmeester-foerier Emiel Ferfaille. Hij is schuldig aan de moord op zijn 20-jarige vriendin Rachel Ryckewaert. Omdat het niet gaat over een militair misdrijf, maar een misdrijf van gemeen recht zal de dodstraf niet uitgevoerd worden met de kogel maar dor onthoofding.

De terechtstelling gaat afhankelijk van de bron door op 26 maart of 27 maart 1918 in de gevangenis van Veurne, net terwijl de Duitsers de stad bombarderen. Omdat België niet meer over een eigen guillotine beschikt, moet er tijdelijk een ingevoerd worden uit Frankrijk.

Het is vor het laatst dat in België een doodstraf wordt uitgevoerd voor een gewoon misdrijf. Na de tweede wereldoorlog zijn er nog wel executies van oorlogsmisdadigers.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

EmielFerfaille_1918

Emiel Ferfaille

 

 

op wacht bij Grande Garde Vicogne

Dokter Lievens noteert in zijn dagboek.

11-1-1918 : Ik vertrek naar Grande Garde Vicogne. De wegen zijn in een echte modderpoel herschapen. Bij elke stap kleeft een nieuw pak klei aan de schoenen. Menig zwaar beladen soldaat glijdt uit en valt. In de duisternis komen we vuil, zwaar, grof en geheel gesteld om te lijden bij Viconia aan. Ik tref er een nieuwe heel vochtige Poste Sanitaire aan. net als we aankomen beginnen de Duitsers de passerelle te beschieten met mitrailleurs, zo hevig dat de hele compagnie zich plat moet neerwerpen. Na vijf minuten houdt het vuren op en kunnen onze mannen verder.

Viconia was vier jaar lang in Duitse handen. Dokter Lievens bedoelt ofwel de Grote wacht Oud-Stuivekenskerke of wel de Grote Wacht Reigersvliet. Beiden liggen in vogelvlucht ongeveer 1 kilometer van Viconia.

12-1-1918 : Met commandant Van Loo maak ik in de donkere nacht een volledige ronde van de voorposten. Juist voor de puinen van de hofstede tegen p.a. zijn we nog eens in een kogeltuil van machinegeweren gekomen, die vlak voor ons op de afgebrokkelde muren knetterend en vuurspattend uiteenvloog. Onze ronde is uiterst vermoeiend in de kleiachtige modder of over glibberige brugjes. Plots loopt commandant Van Loo tegen me aan en vliegt halsoverkop in het vuile water. Doodmoe leg ik me om 2 uur op mijn strozak.

bron : André Gysel, dokter Lievens – dagboek van een arts, Lannoo

OudStuyvekenskerke_voorpost

dood van een smokkelaar

De Nederlander J.G. Imhof noteert in zijn mobilisatieherinneringen 1914-1919 het volgende op 10 januari 1918

Daar staan we dan op deze grauwe morgen onder de sombere toren bij het lijk van de smokkelaar. De stoet formeert zich en gaat op weg – vier ongewapende soldaten als dragers van de baar, twee marechaussees en ikzelf, omgord met klewang (zwaard) en revolver. Nu zijn we bij het huisje, waarvan de blinden voor de ramen half gesloten zijn. Een man doet huilend open – dan dragen de soldaten de baar in de kamer waar het doodsbed staat. Als het zeildoek wordt weggenomen, snikt de man het uit :”O God, is dat mijn broer !”. Handenwringend staat hij tegen de deurpost geleund. “Ach meneer, was hij maar thuis gebleven, dan was er niets gebeurd”. Op deze logica weet ik niets te antwoorden, wel weet ik : wie smokkelt moet er de dood voor over hebben.

bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
http://wereldoorlog1418.nl/ooggetuigen-eerste-wereldoorlog/imhof-smokkelaars.html

smokkel_lvw_afb_10