de eerste dieptemijn voor Hill 60

Het Britse leger brengt op 17 februari 1915 zijn allereerste dieptemijn tot ontploffing, op de plek die nu bekend staat als Hill 60. Eigenlijk is dit niet eens een echte heuvel, maar is die gevormd door mensenhanden : door de ophoping van aarde die uitgegraven werd tijdens de aanleg van aanpalende spoorwegbedding.

Hill 60 is een zeer fel bevochten plek. Bij de aanvang van de oorlog beztten de Fransen de heuvel, maar nog in december van hetzelfde jaar veroveren de Duitsers de plek. De Britse dieptemijn verjaagt hen niet meteen. Dat gebeurt pas op 17 april 1915. Nauwelijks enkele weken later verdrijven de Duitsers hen met behulp van gifgas. Ze beheersen de strategische belangrijke heuvel tot 7 juni 1917.

De volgende paar jaren blijft de strijd hier ondergronds woeden. De donkere tunnels in de kleigrond werden een naamloos graf voor zovelen. Zoals Toerisme Ieper op zijn webstek schrijft :”Hill 60 is een begraafplaats zonder stenen”.

Toeristische tip : de site van Hill 60 (Zwarteleenstraat, Zillebeke) is vrij toegankelijk. In dit oorspronkelijk oorlogslandschap bemerkt je nog steeds de kraters die ontstonden door de ontploffing van dieptemijnen en ander oorlogstuig.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds.

Hill 60 te Zillebeke

Hill 60 te Zillebeke

Britten en Fransen vallen aan nabij Reims

Na weken van voorbereidend trommelvuur beginnen Britse en Franse troepen op 16 februari 1915 in de buurt van Reims (Champagnestreek) aan de zogenaamde winterslag. In totaal trekken twintig geallieerde divisies op tegen de Duitsers die hier in de minderheid zijn. Toch kunnen ze een doorbraak verhinderen omdat de aanvallen plaatsvinden in een relatief smal gebied. Bovendien beschikken de Duitsers over een zeer uitgebreide en degelijke verdediging, met een netwerk aan loopgraven en versterkingen.

Een van de redenen om deze aanval nu te laten doorgaan, is dat de geallieerden hun Russische bondgenoot willen ontlasten, die het in het oosten zeer zwaar te verduren heeft tegen de Duitse troepen.

Op 20 maart 1915 worden de gevechten gestaakt. Alleen al de Fransen tellen bijna een kwart miljoen doden, gewonden en krijgsgevangenen.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

De tekening komt uit de stripreeks “moeder oorlog” (album “tweede aanklacht) van Kris & Maël.

MoederOorlog_2eaanklacht_01

Gaston Le Roy heeft heimwee naar Wetteren

Op 14 februari 1915 noteert Gaston Le Roy het volgende in zijn dagboek :

Het is al een maand geleden sinds ik Wetteren verliet… De dagen kruipen voorbij. Het heimwee naar huis besluipt mij. Kon ik maar terugkeren ! Maar daar kan ik niet aan denken. Had ik maar naar hen geluisterd, had ik alles rijpelijk overwogen, dan zou ik hier niet onder de militaire dwang gebukt moeten gaan. Dan zou ik nu niet naar hun pijpen moeten dansen. Ik schik me in mijn lot en gehoorzaam uit noodzaak.

De inwoners van de streek zijn guller en vriendelijker dan in de vijandig gezinde steden. Ook de officieren kunnen we over ’t algemeen best verdragen.

Op het moment dat Gaston dit schrijft, is hij in militaire opleiding in Bréhal, Normandië.

bron : André Gysel, Gaston Le Roy – dagboek, uitgeverij Lannoo

Wetteren - kerkstraat

Wetteren – kerkstraat

Veurne slaat carnaval en vasten over

Zou iemand in Veurne carnaval vieren, vraagt Jozef Gesquière zich af. In zijn dagboek noteert hij op 13 februari 1915 het volgende :

In de Zuidstraat weerklinken plots de schreeuwerige tonen van een harmonica. Carnavalvierders ? Och kom, wie zal er nu in deze omstandigheden aan dergelijke zotternijen denken ? Ze zouden ten andere één dag te vroeg zijn. En toch, die harmonica ?

Daar komen ze inderdaad de Markt overgestapt of liever gedanst, plisplassende door de immer striemende regen, vier Franse mariniers, zingende en springende, nat van buiten en waarschijnlijk ook van binnen. Ze schijnen het aan hun hart niet te laten komen dat het zo’n ellendig weer is en zo’n ellendige tijd vooral.

In al de missen wordt op 14 februari 1915 afgekondigd dat, gezien de droevige omstandigheden, iedereen ontslagen wordt van het vasten en zelfs van het vlees derven op vrijdag. In Veurne is van “maskeren” zoals gebruikelijk op carnaval, natuurlijk geen sprake. Het weer leent er zich dan ook niet toe. De hele dag is het geen weer om een hond door te jagen, en ook geen carnavalszot.

Zuidstraat in Veurne

Zuidstraat in Veurne

Commander Samson slaat toe

Charles Rumney Samson

Charles Rumney Samson

Britse vliegtuigen voeren op 12 februari 1915 een aanval uit op steden langs de Belgische kust. Tot op deze dag is dit een van de grootste luchtaanvallen uit de nog jonge militaire luchtvaartgeschiedenis.

Onder leiding van Wing Commander Charles Rumney Samson bombarderen 34 vliegtuigen Oostende, Blankenberge en Zeebrugge. De Britten richten zich vooral op stations en spoorlijnen die dienstig zijn voor de aanvoer van Duitse manschappen, voedsel en munitie. Veel aandacht is er ook voor de haven van Zeebrugge, een belangrijke basis van Duitse duikboten. De aanval wordt omschreven als zeer succesvol : de Britten verloren manschappen noch toestellen.

Hieronder staat een overzicht van het gebied waarin Wing Commander C.R. Samson zijn piloten liet opereren.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

CR_SamsonsOperations

Joris Lannoo meldt zich als oorlogsvrijwilliger in Calais

Joris Lannoo (van de gelijknamige uitgeverij) biedt zich op 11 februari 1915 in het recruteringsbureau in Calais aan als “volontaire pour la durée de la guerre”. Na de medische keuring begint hij aan een treinreis van 2 dagen naar Octeville, nabij Cherbourg, in een verre uithoek van Normandië. Die eerste tien dagen in Octeville worden voor Joris de tien eenzaamste dagen van de ganse oorlog.

Hij heeft er dan al een hele omzwerving op zitten. En 1914 was voor de familie Lannoo niet goed begonnen : op 12 januari 1914 overlijdt Jozef Lannoo, vader van Joris en eigenaar van een drukkerij in de Ieperstraat in Tielt. Op 4 augustus 1914 vallen de Duitsers België binnen. De frontlijn nadert Tielt en op dinsdag 13 oktober 1914 verlaat de laatste trein het station van Tielt alvorens de Duitsers binnenvallen.  Op die trein zitten acht oud-leerlingen van het Sint-Jozefscollege. Onder hen bevindt zich ook Joris Lannoo. Laat in de avond van 13 oktober komt de groep aan in Adinkerke-De Panne. De groep verspreidt zich en Joris Lannoo vindt met 2 kameraden een onderkomen in Ruminghem in Frans-Vlaanderen. Daar blijven ze tot begin februari ieder zijn eigen weg gaat. Louis De Brabandere verdwijnt als het ware spoorloos. Joris Impe maakt de overtocht naar Folkestone en werkt mee aan de krant “De Stem uit België”. Joris Lannoo meldt zich in Calais als oorlogsvrijwilliger.

Op de foto hieronder staan de drie kameraden, van links naar rechts : Louis De Brabandere, Joris Lannoo met rouwband (voor zijn overleden vader), Joris Impe.

bron : Romain Van Landschoot, Een Vlaamse viking aan het front, uitgeverij Lannoo

Lannoo_Ruminghem_1915

Begin van de 2e slag aan de Mazurische meren

Aan het oostfront start op 7 februari 1915 een winterveldslag die gekend zal zijn onder de naam “tweede slag aan de Mazurische meren. Hindenburg wou met deze veldslag de Russen een nederlaag toebrengen en hen zo uit de oorlog stoten. Daarna kon de overwinning aan het wetsfront gezocht worden.

Generaal von Below start op 7 februari midden in een sneeuwstorm met een verrassingsaanval op de Russische linies. Hij rukt in totaal zo’n 112 kilometer op. Op 14 februari staan de Duitsers in Lyck (nu Elk in Polen). Op 21 februari hebben ze een Russisch legerkorps omsingeld bij het bos van Augustow. Dit korps geeft zich over. Maar de Russen brengen versterkingen aan en ze stoppen daarmee het Duitse offensief.

Verder naar het zuiden hebben de Russen meer succes en ze kunnen de vesting van Przemysl innemen. Het Oostenrijks-Hongaars leger leidt daarbij zware verliezen. Het zal dus nog even duren voor het Russisch leger aan de oorlog verzaakt.

Onderstaande foto geeft een positie weer van een Duitse artilleriebatterij tijdens deze slag. Het mag duidelijk zijn dat het een stevige winter was.

D

D

bronnen

http://nl.wikipedia.org/wiki/Tweede_slag_bij_de_Mazurische_meren

https://ersterweltkrieg.bundesarchiv.de/digitales-bildarchiv

Jeroom Leuridan betreurt het bombardement van Reninge

Jeroom Leuridan is er het hart van in dat de kerk van Reninge zwaar getroffen is door de Duitse houwitsers.Hij noteert op 7 februari 1915 het volgende in zijn dagboek.

Iedere dag ga ik kijken achter onze hoeve, of de zware gotische toren er nog oprijst tussen de bomen van het platte landschap. Ik zie nog steeds zijn vage omtrent in de grijs-grauwe winternevel, maar weldra zal de lieve gotische tempel, in zeestijl gebouwd naar het model van de Duitse hallekerken, in puin storten, te midden van de vernielde of doorschoten huizen van het jammerlijk geteisterde dorp.

Ik wil woorden, scherp als schichten, venijnig als slangenbeten, om nog eens mijn verontwaardiging te vertolken. Ik vind er geen ! Niets dat er striemt en snijdt als mijn opgejaagd gemoed het verlangt. Ik zwijg, maar neen, voor eens gebruik ik het scledwoord dat ik reeds zo dikwijls hoorde :”Sales boches !”. Om zulke mannen te noemen kan men geen eerlijke woorden gebruiken.

Bron : oorlogskalender 2014 – 2018, Davidsfonds

Jeroom Leuridan behoorde tot het 23e linieregiment, waartoe vanaf 1916 ook Martinus Evers zou behoren. En Jeroom kreeg jammer genoeg gelijk. In 1916 was de kerk onherkenbaar zoals deze foto bewijst.

 

kerk van Reninge in 1916

kerk van Reninge in 1916

2 Engelsen terechtgesteld wegens desertie

Omwille van desertie stelt het Britse leger op 6 februari 1915 de soldaten Andrew Evans en Joseph Byers terecht, behorend tot de 1st Royal Scots Fusiliers. Beiden rusten op Loker Churchyard.
Andrew Evans, 41 jaar, gaf bij zijn verhoor voor de militaire rechtbank toe dat hij veertien dagen lang dronken was na Kerstmis. Tijdens de executie sterft hij bij de eerste kogelregen. De andere soldaat, een jongeling geregistreerd onder de naam Joseph Byers, is pas dood na de derde reeks kogels. Maar er is meer aan de hand.

Volgens onderzoek van Julian Putkowski (universiteit van Londen) is het niet Joseph Byers die begraven ligt in Loker. De echte Joseph Byers zou die dag gewoon naar school geweest zijn in Dumfries (Schotland). Het gebeurde wel meer dat te jonge kandidaat-soldaten een oudere leeftijd opgaven, maar of dit oorlogsslachtoffer ook een valse identiteit opgaf, is wellicht niet meer te achterhalen.

Toeristische tip : Loker Churchyard, Dikkebusstraat, Loker. Op dit oorlogskerkhof aan beide zijden van de plaatselijke kerk rusten 215 oorlogsslachtoffers : 184 Britten en 31 Canadezen.

Loker - de weg naar Ieper

Loker – de weg naar Ieper

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Duitse soldaten rusten uit in Leopoldkazerne in Gent

Zowat achthonderd soldaten trekken in Gent door de straat waarin Virginie Loveling woont. Ze observeert hen nauwkeurig en noteert op 5 februari 1915 het volgende :

In ’t grijs, meest allen met een groene pinhelm op. Ze zijn zwaar geladen met wapens, ransels, opgerolde pakken, met keteltjes of metalen kokers op hun rug. Hun houding is gebogen, bij meest allen zinkt het hoofd naar de grond…

Een sleept met zijn been; hij kan de vlugge pas van de overigen bezwaarlijk bijhouden. Een drietal hinken, strompelen, dreigen te vallen. Ze trekken in de richting van de Leopoldkazerne, nu in Wilhelmskazerne herdoopt. Later verneem ik dat ze van het front komen en hier een rutspauze nemen.

Op onderstaande foto zie je Duitse soldaten staan  voor de Leopoldkazerne.

Gent - Leopoldkazerne

Gent – Leopoldkazerne