de Szent Istvan zinkt

Het slagschip S.M.S Szent Istvan van de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie gaat op 10 juni 1918 ten onder tijdens haar eerste belangrijke opdracht.

De bouw ervan in Rijeka (Kroatië) liep vertraging op door het uitbreken van de eerste wereldoorlog, maar het schip wordt dan toch opgeleverd in december 1915. Het grootste deel van haar bestaan ligt de SMS Szent Istvan aan de kade in Pula (Kroatië). Ze vaart alleen af en toe uit voor schietoefeningen.

Op 9 juni 1918 vertrekt het schip dan toch voor een belangrijke opdracht : een aanval op de geallieerde zeeblokkade in de straat van Otranto, tussen Korfoe en Brindisi. Onderweg naar of van dat doel beschieten twee Italiaanse torpedomotorboten de Szent Istvan, die kapseist en vervolgens zinkt. Alle 89 bemanningsleden brengen het er levend van af.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

SzentIstvan_1918

Unternehmen Gneisenau

De Duitse legerleiding heeft haar plannen voor het lenteoffensief, de Kaiserschlacht, ingedeeld in vier fasen. Op 9 juni 1918 begint de vierde fase, codenaam Gneisenau. De Duitsers beginnen de aanval over een front van 35 kilometer breed in de regio rond Montdidier en Noyon, ongeveer 20 kilometer ten noorden van het bos van Compiègne. De Fransen zijn op de hoogte van de Duitse plannen omdat ze hun gecodeerde berichten kunnen ontcijferen.

De Duitse artillerie beschiet de Franse troepen met gifgasgranaten omdat het gas daarvan lang blijft hangen in de dalen van het heuvelachtige landschap. Aanvankelijk boeken de Duitsers terreinwinst maar de Fransen drijven hen terug.

De door de Duitsers zo verhoopte doorbraak richting Parijs komt er niet. En zal er ook niet meer komen.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

DuitseOffensieven_1918

beschuldigd van defaitisme

Gaston Leroy zit enkele weken met een beschuldiging in zijn maag.

16 mei 1918 : Ik moet bij de commandant op het rapport komen en daar word ik door de luitenant en de korporaal van de verkenners ervan beschuldigd op patrouille te zijn geweest met de gedachte me over te geven en door woorden de mannen tot overgave te hebben aangespoord. Als bewijzen brengen ze naar voren : ons gesprek voor en mijn stoutmoedige houding tijdens de patrouille. Terwijl ik ondervraagd word, onderzoekt de eerste chef mijn ransel in de bunker en trekt een adjudant naar het kantonnement om mijn “vaderlanderke” te onderzoeken.
Waarvan word ik beschuldigd ? Van verraad ! Voor de krijgsraad ! Ik zal gestraft worden : niet om te vrank of onoplettend te zijn maar omdat ik flamingant ben.

17 mei 1918 : na de beschuldiging van gisteren heb ik voorgoed adieu gezegd aan de dienst van de verkenners. Zoals vroeger ben ik weer granaatwerper in de compagnie.

23 mei 1918 : Daar ik er niets meer over hoorde, dacht ik acht dagen na de laffe beschuldiging dat men de zaak zo zou laten bij gebrek aan een ernstige reden om me te straffen. Maar nee, nogmaals wordt mijn inboedel onderzocht in aanwezigheid van een officier.

6 juni 1918 : De beschuldiging aan mijn adres duikt opnieuw op. Acht dagen gevangenis om de bevelen van de luitenant niet te hebben uitgevoerd. Hij heeft niets bevolen, dus kon ik niet weigeren. Ik vraag om bij de kolonel op het rapport te komen.

7 juni 1918 : Verhoor bij kolonel De Bruyne die weigert de onderzoekscommissie opnieuw bijeen te roepen.

9 juni 1918 : Verhoor bij de bevelhebber van de 8e infanteriedivisie, kolonel Dejuffroy. Ik vraag vruchteloos voor de krijgsraad te mogen verschijnen. Kolonel Dejuffroy bedreigde me zelfs nog met acht dagen gevangenis als ik doorging met ‘zonder reden” over mijn straf te klagen.

Krijgsraad_1918

 

gevechten om het bos van Belleau

Geallieerde soldaten, vooral Amerikaanse, zetten op 6 juni 1918 een gezamelijke aanval op om de Duitsers te verdrijven uit het bos van Belleau, een bosgebied van ruim een vierkante kilometer groot op zowat 8 kilometer van Château-Thierry bij de Marne.

Amerikaanse mariniers van de 2e divisie beginnen de aanval over open terrein in de richting van het bos, van waaruit Duitse stellingen hen zwaar beschieten. Op het einde van deze eerste dag van de slag om het bos van Belleau tellen de Amerikanen ongeveer duizend slachtoffers, terwijl de Duitsers nog stevig in het bos zitten.

In de loop van de volgende drie weken zal het bos van Belleau meermaals in andere handen komen, maar bij het einde van deze slag, op 26 juni 1918, is het terrein Amerikaans gebied. Uitgedrukt in mensenlevens en leed betalen ze daarvoor een hoge prijs : tienduizend doden, gewonden en vermisten.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

De tekening hieronder is van de Amerikaan Georges Scott. Het bos van Belleau is voor de Fransen “le bois de Belleau” en voor de Amerikanen “Belleau wood”.

Scott_Belleau_Wood

Uit het dagboek van Joris Van Severen

5 juni 1918 

Van 1u30 tot 3u ’s morgens zijn we buiten hevig gebombardeerd op al onze voorposten. Ik ben vol slijk besmeurd door het openspringen van de obussen rond mij. De dood weer in de ogen gezien. Dan aanval op mijn vooruitgeschoven schildwachten. Ze pakken er drie mee.

Later met de majoor op ronde vinden we twee Duitsers, onder wie een klein jong ventje van 18 jaar, blootsvoets, en dat er amper 16 uitziet, mooie, klare, zuivere blauwe ogen, lichtblond haar. Twee lompe dwaze ruweriken van onze soldaten waren er wild op los gesprongen en ‘ ventje meende dat zijn laatste uur daar was. Nooit heb ik zo heel en al een mens zien rillen en beven en smeken om leven, nooit zo diep in de menselijke schamelheid gekeken. Ik heb me echt moeten weerhouden om het jongetje niet te omarmen. Ik voel me zo spontaan en edelzuiver zijn broeder in all echtheid. Dwaze, lelijke, afschuwelijke oorlog. Prachtige, serene emotie, een der schoonste in mijn leven.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

JongeDuitseKrijgsgevangenen_191807

Fransen in de tegenaanval

3 juni 1918 : René Arnaud schrikt wakker. Duitse 7,7 cm granaten slaan om hem heen in. Korte, hoge knallen. Hij en de rest van de compagnie verlaten haastig het bosje waar ze de nacht hebben doorgebracht. Ze rennen naar wat huizen die minder dan honderd meter verderop liggen.  In een kelder vindt hij de commandant van het bataljon dat deze sector in handen heeft. Arnaud legt de situatie uit aan de majoor in de kelder, dat hij en zijn compagnie verdwaald zijn en dat hij zijn compagnie ter beschikking stelt.

Majoor, de Duitser valt aan met pantserwagens.
Verdomme, roept de majoor uit, we moeten meteen weg. Trouwens, kapitein, nu jullie hier toch zijn, ga in de tegenaanval !
Maar… in welke richting, kon commandant ?
Tegenaanval, recht voor u !
Oui, mon commandant.

Binnen een paar minuten heeft Arnauds compagnie twee linies opgesteld met twintig meter tussenruimte. Dan vertrekken ze. De compagnie stormt naar voren, iedereen zoekt dekking, wacht, gaat verder, werpt zich opnieuw op de grond. Bij de derde stormloop ziet hij dat er twee kerels uiterst links niet meegaan maar blijven liggen. Ze liggen dus onder vuur. “Neer, mannen, neer !” Iedereen stopt. Arnaud speurt het gebied voor hen af. Verderop onder een boom ziet hij de kubusachtige vorm van een Duitse pantserwagen. Die lijkt echter geen aanstalten te maken in beweging te komen. Arnaud besluit dat het zo genoeg is.

Een onervaren officier die net aan het front was gekomen, zou waarschijnlijk hebben aangenomen dat hij moest doorgaan met de opmars en zou zo het merendeel van zijn mannen voor niets hebben zien sneuvelen. Maar in 1918 hadden we genoeg ervaring met de realiteit van het slagveld om op tijd te stoppen. De Amerikanen, die net de gevechtslinie in de buurt waren binnengetrokken bij Château Thierry, hadden deze ervaring om verklaarbare redenen niet en we weten allemaal wat voor enorme verliezen ze hebben geleden in de weinige maanden dat ze actief waren.

De tekening hieronder komt uit de stripreeks “Aio, Zitelli”.

bron : Peter Englund, de schoonheid en het verdriet van de oorlog, Spectrum

AioZitelli_19180603

 

Duitse luchtmacht boven Parijs

Nu de Duitsers Parijs naderen, willen ze de druk op de burgerbevolking opvoeren. Op 2 juni 1918 om 0u08 gaat het alarm af in Parijs. Talrijke vliegtuigen vallen stad en omgeving aan maar ze worden levendig door de luchtafweer beschoten. Alle verdedigingsmiddelen worden in werking gesteld. De vliegtuigen gooien bommen uit, maar er vallen slechts enkele gewonden. Om 2 uur is het alarm voorbij,

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

De tekening hieronder van een Duits vliegtuig boven de Eiffeltoren komt uit de stripreeks “de piloot met de Edelweiss”.

DuitsVliegtuigBovenParijs