Tilburger Courant telt de Belgische vluchtelingen

Het uitbreken van de eerste wereldoorlog leidde tot een grote vluchtelingenstroom naar het neutrale Nederland. In hoofdzaak ging het om burgers, maar er waren ook flink wat Belgische militaire en zelfs wat Duitse. Naar schatting een miljoen vluchtelingen bevonden zich tijdens de oorlog korte of langere tijd in Nederland, dat toen zelf maar zes miljoen inwoners telde.

Tilburger Courant meldt op 22 juni 1915 dat er zich volgens ambtelijke tellingen, in het begin van deze maand 16.500 Belgische vluchtelingen in de provincie Noord-Brabant bevinden. De meesten verblijven in Breda (2636), Bergen-op-Zoom (2578), Roosendaal (2000), Tilburg (1335) en Ossendrecht (536)

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Vluchtelingenmonument Enschede

Vluchtelingenmonument Enschede

Jeroom Leuridan ziet de miserie van de vluchtelingen

In zijn dagboek heeft Jeroom Leuridan het over de vele ongelukkigen. Op 18 februari 1915 noteert hij :

Veel ongelukkigen zijn er nu, rampzalige lieden, die zonder dak noch onderkomen moeten leven aan vreemde haard en die de harde broodkorst toegereikt moeten worden door vreemde hand. Bijna dagelijks zie ik dingen die mij stil in het hart verheugen, ofwel – en dit wellicht wel meer – mijn gemoed vol doen komen. Ik spreek van de behandeling van de schamele bannelingen, die uit erf en goed worden verjaagd.

De oorlog wijst helklaar uit wie leeft voor edele werken, wie voor zelfzuchtig winstbejag en eigen genot. Roerende voorbeelden van grootmoedige naastenliefde heb ik gezien evenals afkeerwekkende daden van laaghartige baatzucht. Eén voorbeeld maar : rijke boeren zonden arme zwervers, ’s avonds, na een gure winterdag, zonder één enkele snede brood van hun hoeve weg, terwijl hun arme schuurdorser de schamele, afgetobde bannelingen in zijn nederige hutje opnam en met hen zijn harde brok brood deelde.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Jeroom Leuridan behoorde tot het 23e linieregiment, waartoe vanaf 1916 ook Martinus Evers zou behoren.

Het schilderij hieronder is van Eugeen van Mieghem en heet “vluchtelingen bij molen”.

EugeenVanMieghem_VluchtelingenBijMolen

een Nederlands meisje oorlogsslachtoffer in 1917

Af en toe zijn er periodes dat er wat minder te vinden is over het Ijzerfront. januari 1917 is zo’n periode. En dan kom je weer bij iets nieuws uit. Een bericht over een meisje van 6 aangevallen en vermoord in Nederland door een Belgische militair. Die militair was geïnterneerd in een vluchtelingenkamp waar ook Belgische militairen werden geïnterneerd. Het kamp lag in Harderwijk en dat is een behoorlijk eind van de grens. Harderwijk ligt even noordelijk als Amsterdam en nog iets noordelijker als Utrecht. Om een idee te geven : Google maps geeft aan dat de afstand Antwerpen – Harderwijk met de wagen ongeveer 2 uur is. Naar Belgische normen is dat een heel eind. Antwerpenaren spreken geregeld van “het verre Limburg” en da’s maar één uur rijden.

Nederland was neutraal in de eerste wereldoorlog, maar heeft dus toch ook zijn oorlogsslachtoffers gekend. Woutje Van de Velde, een meisje van 6 jaar, is er daar één van. Aangevallen door een geïnterneerde Belgische militair die daar niet was geweest als de oorlog er niet was geweest. Maar hij was er dus wel en zijn broek vol goesting ook. Woutje Van de Velde moest het bekopen. Na de oorlog betaalde de Belgische regering het graf van Woutje Van de Velde. Het graf is een jonge boom halfweg afgezaagd. Wie meer wil weten over dit verhaal en het verhaal van de Belgische vluchtelingen, kan terecht op http://www.harderwiek.nl/woutje-van-de-velde/

grafzerk Woutje Van de velde

grafzerk Woutje Van de velde