tiende slag aan de Isonzo

De chef van de Italiaanse staf, generaal Luigi Cadorna, begint op 12 mei 1917 ten slotte de uitgestelde tiende slag aan de Isonzo in noordoost-Italië. Aanvankelijk moest het offensief samenvallen met twee Frans-Britse aanvallen op het westfront halverwege april, maar het werd vertraagd door een rommelige planning en een gebrek aan organisatie.

De tiende slag aan de Isonzo duurt zeventien dagen, waarbij de Italianen geen noemenswaardige vooruitgang boeken wegens het bergachtige terrein en het koppige Oostenrijks-Hongaars verzet. Ongeveer 160.000 Italianen worden gedood, gewond of gevangengenomen, terwijl er aan Oostenrijks-Hongaarse kant 75.000 slachtoffers vallen. Ondanks het uitblijven van succes aan het Isonzo-front besluit Cadorna zijn pogingen voort te zetten.

bron : Ian Westwell, 1914-1918 – de eerste wereldoorlog dag na dag, Deltas

Italian_heavy_gun

Italiaans zwaar kanon

het begin van de Sixtus affaire

De Italiaanse prinsen Sixtus (28) en Xavier Bourbon-Parme (25) nemen bij het begin van de oorlog dienst in het Belgische leger. Hoewel hun zus Zita met de Oostenrijkse kroonprins Karel getrouwd is, kiezen deze francofiele broers onmiddellijk de zijde van de Entente. Ze worden officieel bij de artillerie van hun tante, de Belgische koningin Elisabeth.

In mei 1916 komt de Franse president Raymond Poincaré hen in Wulpen het Franse oorlogskruis opspelden. Op de foto hieronder poseren de twee met hun decoratie omgeven door 2 Franse officieren.

Begin 1917 vragen ze een maand verlof om enkele zakelijke belangen in Italië en Zwitserland te regelen. Ze blijven een half jaar weg. Als koning Albert verneemt dat hun schoonbroer Karel, intussen keizer van Oostenrijk-Hongarije geworden, het duo gebruikt voor geheime vredesonderhandelingen, laat hij hen weten dat dit hem helemaal niet bevalt. Desondanks mogen de twee na hun mislukte vredespoging naar het Belgische leger terugkeren.

bron : Daniël Vanacker, België in de grote oorlog, Roularta books

prinselijkeneven

Strafexpedition

Oostenrijk-Hongarije heeft nog een rekening te vereffenen met Italië. Oorspronkelijk was Italië een bondgenoot, maar het verklaarde zich neutraal toen de oorlog uitbrak in 1914 en koos daarna de zijde van de geallieerden in 1915.In eerste instantie beperkt Oostenrijk-Hongarije zich tot defensieve acties. Maar op 15 mei 1916 lanceert het Königliche und Kaiserliche Armee (K.u.K.) voor het eerst een offensief aan het Italiaanse front, meer bepaald in de Trentinostreek. De Italianen worden verrast. De langgeplande aanval wordt geopend over een 32 kilometer lang front. Ondanks het bergachtige terrein boekt het Oostenrijks-Hongaarse leger vooruitgang, vooral dankzij hun gespecialiseerde bergtrorpen. Het Oostenrijks-Hongaarse 11e en 3e leger, onder aartshertog Eugène, doorbreken in de volgende dagen de linies van generaal Roberto Brusati’s leger. Op 20 mei 1916 beveelt de Italiaanse opperbevelhebber, generaal Luigi Cadorna, zijn mannen van het 1e leger te vechten tot de dood.

Dit offensief staat ook bekend als de Strafexpedition of als de slag bij Assiago.

bronnen
Ian Westwell, 1914-1918, de eerste wereldoorlog dag na dag, Deltas
https://nl.wikipedia.org/wiki/Slag_bij_Asiago

LudwigKoch_Vergeltung

 

de vijfde slag aan de Isonzo

Nu de strijd om Verdun zeer zwaar wordt voor het Franse leger, zoekt generaal Joffre steun bij de bondgenoten om elders ook offensieven te starten. Dat moet voorkomen dat de Duitsers teveel soldaten naar Verdun kunnen sturen. De Italianen starten daarom een vijfde offensief bij de Isonzo-rivier. Het offensief start op 9 maart 1916 en is vooral gericht op de inname van de stad Gorizia. De Italianen zijn echter te snel in de aanval gegaan en hun gebrek aan manschappen en vooral artillerie weegt door tijdens de slag. Door het aanhoudende slechte weer ziet generaal Cadorna zich genoodzaakt om op 17 maart 1916 het offensief te stoppen. Het zal duren tot augustus 1916 voor er terug een slag aan de Isonzo zal plaatsvinden.

bronnen :
http://www.firstworldwar.com/battles/isonzo5.htm
http://www.fotoshootwo100.com/article.php?id=277

battles-of-isonzo.jpg

 

bestorming van monte Santa Lucia

Aan de andere kant van het dal roffelt het afsluitende trommelvuur op “de twee zusters” : witte ontploffingswolken omkransen de beboste hellingen van de Monte Santa Lucia en de Monte Santa Maria. Ergens in een loopgraaf in het dal wacht de 7e compagnie op het bevel om weg te stormen. Maar Vincenzo D’Aquila is er niet bij. Met onverwachte hulp van zijn compagniechef is het hem gelukt een betrekking te vinden waar hij niet het risico loopt te doden of gedood te worden : als stafassistent – met zijn Amerikaanse achtergrond beheerst hij namelijk een nieuwe kunst : typen op een schrijfmachine.

Het artillerievuur houdt op. De laatste graantje doorklieven de koele lucht, suizen op “de twee zusters” omlaag. De witte rook verspreidt zich in de wind. Het wordt stil. Het blijft een hele tijd stil. Dan is er in de voorste Italiaanse loopgraven beweging te zien. Ketens van mannen in grijsgroen uniform die een eind uit elkaar lopen, begeven zich in de richting van de steile berghellingen. Een van deze groepen met klimmende, klauterende, kruipende, springende mannen is D’Aquila’s compagnie, de zevende. Het gaat langzaam. Vanaf een afstand gezien doen hun houding en manier van bewegen denken aan mensen die iets zoeken. Dan klinkt het holle getik van Oostenrijkse mitrailleurs. Een voor een openen ze het vuur vanaf onzichtbare verschansingen ergens boven op de beboste toppen – nee, het is de Italiaanse artillerie niet gelukt om hun het zwijgen op te leggen, ondanks het dagenlang vuren.

Tegen het einde van de dag hoort D’Aquila een gesprek dat over de veldtelefoon wordt gevoerd. Een kapitein van een compagnie bergjagers belt, smeekt om zijn mensen niet nog meer aanvallen te laten uitvoeren. Vijftien keer hebben zijn elitesoldaten de berghelling bestormd, en vijftien keer zijn ze teruggeslagen. Van de tweehonderdvijftig man zijn er nu nog amper vijfentwintig over. De bevelvoerder zegt nee, vraagt degene die de hoorn vasthoudt om de kapitein te herinneren aan de eed die hij heeft afgelegd aan de Kroon en Italië. De compagnie bergjagers valt een laatste keer aan. Ook die aanval mislukt. De kapitein behoort niet tot de overlevenden. Het gerucht gaat dat hij zich het leven heeft benomen.

Op 30 oktober 1915 moet D’Aquila op zijn schrijfmachine een order in het net typen, waarin vermeldt wordt dat de aanvallen voorlopig worden gestaakt. Wat naderhand de derde slag bij Isonzo is gaat heten, loopt ten einde. Niet een van de aanvalsdoelen is beëindigd. Een paar dagen later wordt Allerheiligen met extra aandacht in het Italiaanse leger gevierd. D’Aquila komt er na verloop van tijd achter dat een van de mannen die tijdens de mislukte aanval zijn gesneuveld, zijn goede vriend Frank is.

bronnen

Peter Englund, de schoonheid en het verdriet van de oorlog, Spectrum

dagboeken van de grote oorlog Duitse versie http://www.14-tagebuecher.de/page/de/timeline/vincenzo-d-aquila/

dagboeken van de grote oorlog Franse versie http://www.14-des-armes-et-des-mots.fr/page/fr/timeline/vincenzo-d-aquila/

Op zwart-wit foto’s zie je geen verschil tussen de Franse en de Italiaanse uniformen. Daarom plaats ik hieronder een afbeelding in kleur die een idee geeft van de Italiaanse soldaten van de Groote Oorlog. 

uit Domenica del Corriere

uit Domenica del Corriere

Bittere gevechten nabij Podgora

Vanaf 18 juli 1915 woedt de tweede slag om de Isonzo in alle hevigheid. De Italianen willen nog steeds deze grensrivier oversteken met als eerste doel de Oostenrijks-Hongaarse stad Gorizia (Gorica in het Sloveens). Het Oostenrijks-Hongaarse leger probeert daarbij zo lang mogelijk in defensieve bolwerken volt te houden.

Carabinieri tijdens de slag om Podgora

Carabinieri tijdens de slag om Podgora

Een van de gevechten die in de legende is getreden, is de slag om de Podgora. Deze naam verwijst naar de berg nabij een stadje met dezelfde naam. Op 19 juli 1915 vechten de Italiaanse carabinieri daar hevig voor de controle van deze berg en het bijbehorende stadje. Oorspronkelijk traden de carabinieri vooral op als militaire politie maar ze werden ook ingezet tijdens veldslagen. Hun inzet is zo bewonderenswaardig dat de Italiaanse schilder Achille Beltrame een schilderij aan deze slag heeft gewijd.

Vandaag draagt de berg Podgora de naam Monte del Calvario en het stadje het Piedimonte del Calvario. De Slovenen spreken nog steeds van Podgora, niet ver verwarren met de Kroatische plaats Podgora in Dalmatie.

bronnen

http://home.mweb.co.za/re/redcap/carahist.htm

http://www.worldwar1.com/itafront/ison1915.htm

https://it.wikipedia.org/wiki/Monte_Calvario_(Gorizia)

Italie verklaart de oorlog aan Oostenrijk-Hongarije

De Italianen zijn bij het uitbreken van de oorlog hun Triple Alliantie-verdrag met Duitsland en Oostenrijk-Hongarije, dat stamde uit 1872, niet nagekomen. Premier Antonio Salandra vreest dat zijn voormalige bondgenoten Italië zullen aanvallen en gaat daarom op zoek naar nieuwe partners. Het overleg met de geallieerden levert op 26 april 1915 het geheime verdrag van Londen op. De Italianen hebben hard onderhandeld, ze willen als beloning grote territoriale concessies verwerven. En die komen er ook : Italië zal na de oorlog Trentino, Zuid-Tirol, Istrië, Gorizia en een aantal kleine eilandjes verwerven. Dalmatië, Fiume en Albanië, die ook op het Italiaanse verlanglijstje staan evenals een aantal koloniale gebieden in Afrika en Azië, worden ervan afgevoerd, en dit tot frustratie van de Italiaanse nationalisten die zich bedrogen voelen. Wel wordt er neteen een lening van 50 miljoen Engelse ponden verstrekt, dit helpt om de pijn wat te verlichten. Op 23 mei 1915 verklaart Italië de oorlog aan Oostenrijk-Hongarije (en niet aan Duitsland). Het grote probleem van deze toezeggingen door de Engelsen en Fransen, blijkt pas na de oorlog : een aantal van de toegezegde territoria valt dan niet meer onder het Oostenrijks gezag, maar onder dat van de nieuw gevormde Balkanstaten. Zo komt Italië er uiteindelijke slechter vanaf dan gedacht, en dit wordt uitgebuit door fascistische oproerkraaiers. Begin 1915 bezit de Italiaanse generaal Luigi Cadorna vier legers, met in totaal 25 infanterie- en 4 cavaleriedivisies. Wel is het wapentuig erg mager, ze bezitten slechts 120 zware en middelzware kanonnen en zo’n 700 machinegeweren. Dit weerhoudt Italië er niet van om zich volledig in de oorlog te storten.

bron : Roel Tanja, een korte geschiedenis van de eerste wereldoorlog, BBNC uitgever

corriere19150524

het Garibaldilegioen vecht in de Argonne.

De familienaam Garibaldi doet de meesten denken aan Giuseppe Garibaldi (Nice 1807 – Caprera 1882),  de leider van de Italiaanse roodhemden die vochten voor de eenmaking van Italië. Zijn kleinzoon Giuseppe Garibaldi II, ook wel Peppino Garibaldi genaamd,  is uit hetzelfde avontuurlijke hout gesneden en vecht in Mexico aan de zijde van Pancho Villa en in de eerste balkanoorlog. Bij het uitbreken van de eerste wereldoorlog biedt hij samen met zijn broers hun diensten aan Frankrijk aan. Hij krijgt de leiding van een regiment in het Franse vreemdelingenlegioen op te richten. De officiële naam is het “4e Régiment de marche du 1er étranger”, maar iedereen sprak van het légion Garibaldi.

Op 26 december 1914 sneuvelt een broer van Peppino, Bruno Garibaldi in de Argonne. Bruno wordt naar Rome overgebracht om daar begraven te worden. Nog voor de begrafenis krijgen de Italianen te horen dat ook Costante Garibaldi gesneuveld is op 5 januari 1915. De broers Garibaldi staan op onderstaande foto waarbij vermeld wordt wie de 2 gesneuvelden zijn.

Gebroeders Garibaldi in dienst van Frankrijk

Gebroeders Garibaldi in dienst van Frankrijk

Beide broers hebben een herdenkingsplaats gekregen in Parijs op de Square Garibaldi.

De beide broers vermeld op de Square Garibaldi

De beide broers vermeld op de Square Garibaldi

bronnen

http://nl.wikipedia.org/wiki/Giuseppe_Garibaldi

http://en.wikipedia.org/wiki/Garibaldi_Legion_%28French_Foreign_Legion%29

http://www.hambo.org/kingscanterbury/view_man.php?id=162