Een Russische pandoering

Op 9 juni 1916 is het Broesilov offensief al enige dagen aan de gang. Dit offensief werd nauwgezet voorbereid door generaal Alexei Broesilov (detail daarover lees je hier). De eerste stad die het Oostenrijks-Hongaarse leger moet prijsgeven, is Lutsk. de Kaiserliche-und-Königliche Armee had ook geen offensief aan het oostrfont verwacht en is volop bezig met de Strafexpedition tegen de Italianen. Het Russische offensief komt ongelegen en totaal onverwacht.

erzherzog-josef-ferdinand

Jozef Ferdinand

Het is zo onverwacht dat de Oostenrijkse stafchef, Conrad von Hötzendorf, op een verjaardagsfeestje is bij aartshertog Jozef Ferdinand in het kasteel van Teschen. Als de Russen aanvallen op 4 juni 1916, geraken die rapporten wel tot bij von Hötzendorf, maar die schat de situatie niet ernstig in en wil de aartshertog en zijn gemalin niet beledigen door het feestje voortijdig te verlaten.

Het is maar de vraag of zijn vertrek de situatie nog had kunnen redden. De Russen zijn bijzonder goed voorbereid en hebben de loopgraven van hun vijanden goed in kaart gebracht. Een bijzonder krachtig bombardement jaagt de Oostenrijks-Hongaarse soldaten in hun schuilkelders. Terwijl ze daarin blijven, nadert de Russische infanterie de loopgraven en wacht tot hun vijanden met de handen omhoog eruit komen. Vooral de etnische Slaven zien ertegen op hun Slavische broeders te bekampen voor Oostenrijk-Hongarije en geven zich graag over. Achter de eerste linies zijn er nauwelijks reserves en dus kunnen de Russen gemakkelijk oprukken. Het Oostenrijks-Hongaarse 4e leger wordt gedecimeerd waardoor het 7e leger zich ook verplicht ziet om terug te trekken. Tot slot moet ook het 1e leger zijn eerste linies verlaten onder Russische druk.

Op 6 juni 1916 hebben de Russen al een gat gemaakt van 32 kilometer in de frontlinies van het Oostenrijks-Hongaarse leger. Op 8 juni schiet er van de 110.000 soldaten van het 4e leger nog maar 18.000 over. Volgens sommigen zijn 60% van de verliezen te wijten aan desertie. Over een lengte van 400 kilometer, van de Pripjat-moerassen tot aan de Karpaten, is het Oostenrijks-Hongaarse leger op de vlucht.

Conrad von Hötzendorf gaat op 8 juni 1916 naar Berlijn om Falkenhayn om hulp te vragen. Na een hevige discussie stemt Falkenhayn toe in Duitse versterkingen op voorwaarde dat de Oostenrijks-Hongaarse legers aan het oostfront onder Duits bevel komen. De Oostenrijkse stafchef heeft geen andere keuze dan te aanvaarden.

Op 9 juni 1916 is de 2e fase van het Broesilov offensief gepland. Generaal Alexei Evert moet dan zijn deel van het werk doen. Maar Evert stelt uit omdat hij nog niet klaar is. Die vertraging zal zijn effect niet missen op het Russische offensief. Niettemin wordt het Broesilov offensief beschouwd als een van de grootste overwinningen van de geallieerden en het begin van het einde van Oostenrijk-Hongarije als militaire grootmacht.

Taalkundig toemaatje : Het woord pandoering (in de betekenis van een flink pak slaag) is afgeleid van het woord pandoer, een soldaat uit bepaalde eenheden van het Oostenrijkse keizerlijke leger. Het woord is afkomstig uit het Hongaars. 

bron : Michael Neiberg & David Jordan, the eastern front 1914-1920, amber books

BroesilovOffensief_OostenrijkseKrijgsgevangenen.jpg

Oostenrijks-Hongaarse soldaten verdwijnen in Russische krijgsgevangenschap

 

Aanloop naar de slag bij Jutland

Op 31 mei en 1 juni 1916 wordt de grootste zeeslag van de grote oorlog uitgevochten, bekend onder de namen slag bij Jutland (Britten) en slag voor het Skagerrak (Duitsers). Hoewel Groot-Brittannië en Duitsland beide over een grote zeemacht beschikken, worden er slechts twee grote zeeslagen uitgevochten. De andere, slag bij Doggersbank, vond plaats op 24 januari 1915.

De Duitsers willen de zeeblokkade van hun land doorbreken, maar de Britten zijn op de hoogte van een gedeelte van hun plannen. Daardoor verschijnt de Home Fleet met een grotere vloot dan verwacht en valt zij aan vooraleer de onderzeeërs van de Hochseeflotte op hun posities zijn.

Bovendien zijnde Britse schepen talrijker dan de Duitse : 28 slagschepen tegen 22, 9 slagkruisers tegen 5 enzovoort. Het Britse geschut is van een zwaarder kaliber, maar de Duitse schepen zijn beter gepantserd en hebben nauwkeuriger apparatuur voor afstandsmeting.

Meer informatie over deze slag is te lezen op deze pagina.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Jutland_Skagerrak_1916.jpg

 

De Eiffeltoren bekeken vanuit Duitse linies

Herbert Sulzbach heeft de paasdagen van 1916 in Frankfurt-am-Main kunnen doorbrengen. Hij bezoekt familie en gaat met vrienden op café om de oorlog te vergeten. Maar ook thuis is de oorlog erg aanwezig : hij verneemt er dat de bediende Berthold die voor zijn familie jarenlang heeft gewerkt, in Verdun is omgekomen. Uit zijn laatste brief bleek al dat Berthold ervan uitging dat hij niet levend van het front zou terugkeren.

Eenmaal terug in de linies begeeft Sulzbach zich naar Noyon, meer bepaald de Mont Saint-Siméon. Daar heeft hij begin mei 1916 een heel bijzonder zicht op Parijs.

Tegen de avond gingen we terug via de Mont Saint-Siméon : een observatiepost daar heeft je een heel mooi zicht tot ver in het vijandelijke hinterland. Onze sector nabij Noyon en de sector in Piémont zijn de meest vooruitgeschoven posities die het Duitse leger in handen heeft. En dus liggen ze ook het dichtste bij Parijs. Als ik nu zeg dat ik door de telescoop keek en de Eiffeltoren zag, dan begrijpen de lezers misschien – of misschien ook niet – hoe ik me voelde als ik dit beeld zag : Parijs in zicht ! En toch nog te ver om ernaar te reiken, ook al waren onze legers binnen de laatste tien kilometers van Parijs aan het begin van september 1914.

Guillaume_Apollinaire_Calligramme

 

Achtung ! Lebensgefahr !

Den draad, de elektrische afscheiding op de grens tussen België en Nederland, is bedoeld om de doorgang van mensen en goederen in beide richtingen onmogelijk te maken : Belgische vluchtelingen of smokkelaars, Duitse deserteurs, spionnen die uit Groot-Brittannië kwamen en via Nederland naar het oorlogsgebied willen.

Soms is er ook een echte ongeluksvogel bij de slachtoffers van deze hoogspanningsdraad : neem nu reservist Heinrich Metser, uit het infanteriebataljon Neuss. In de buurt van Castelré (niet ver van Baarle-Hertog) wil hij gewoon een konijntje (eveneens een slachtoffer) van tussen de draad halen. Het wordt niet eens zijn galgenmaal maar zijn onmiddellijke dood.

dodendraad03

Brutale bloedprocessie in Brugge

Als het geen oorlog was, zou in Brugge op 8 mei 1916 de Heilig Bloedprocessie plaatsvinden. Naar verluidt had admiraal Ludwig von Schröder gezegd : “De Bruggelingen zullen dit jaar een feest hebben van het Heilig Bloed dat ze nog lang zullen onthouden.” Hij zou daarmee gedoeld hebben op de drie terechtstellingen die ‘s namiddags doorgingen.

Julius Delaplace, Julius De Sloovere en Charles Titeca worden alle drie geëxecuteerd omwille van spionage. Net voor  de aanvang van de terechtstelling excuseert de commandant van het executiepeloton zich bij de verplicht aanwezige Brugse burgerlijke autoriteiten :”Het is droevig voor u als voor ons.”.

FusillesdeBruges

laatste patrouille van Arthur Metz

ub-13-metzOberleutnant zur See Arthur Metz verlaat met de UB-13 Zeebrugge op 23 april 1916. Metz heeft de opdracht om gedurende een week de scheepvaart ter hoogte van Southwold aan te vallen. Na zijn vertrek raakt de Duitse admiraliteit elk spoor van UB-13 bijster. Vermoedelijk is de duikboot een dag na het vertrek in een Brits mijnenveld geraakt.

Britse rapporten bevestigen de Duitse vermoedens. Op 24 april 1916 zijn de Britten begonnen met een groot mijnenveld te leggen 18 mijl ten noorden van de Belgische kust. Daarmee willen ze het Belgische zeegebied zo goed mogelijk afsluiten voor U-boten. Die dag worden er ook verschillende ontploffingen gehoord in de netten. UB-10 is erin terechtgekomen en heeft bij verschillende pogingen om vrij te komen, mijnen tot ontploffing gebracht. Na acht uur spartelen kan UB-10 zichzelf bevrijden en veilig de basis te raken.
UB-13 heeft minder geluk. Ze raakt de ankerkabel van de drifter Gleaner of the Sea ter hoogte van de Thorntonbank. Door maneuvers om vrij te komen komt de duikboot in contact met een mijn in de sleep van het konvooi waarna die ontploft. Een patrouillerend watervliegtuig merkt wat er gaande is en werpt een bom op de plaats waar wrakstukken en olie aan de oppervlakte komen. Het wrak van de UB-13 blijft onontdekt tot de vroege jaren negentig van de vorige eeuw.

bron : Tomas Termote, oorlog onder water, Davidsfonds

 

Britse nederlaag bij Kut el Amara

Het Brits-Indiase garnizoen onder leiding van sir Charles Townshend, dat sedert 7 december 1915 belegerd wordt in Kut el Amara, geeft zich op 29 april 1916 over aan de Ottomaanse belegeraars. In de geschiedenisboeken staan deze gevechten genoteerd als de eerste slag om Kut.

Tijdens de eerste dagen van de belegering kon de Britse cavalerie ontsnappen maar daarna werd de omknelling steviger georganiseerd door de oude Duitse generaal baron von der Goltz, die de Ottomaanse troepen aanvoert samen met Khalil Pasha. Er wordt een bevrijdingsleger gestuurd van 30.000 soldaten onder leiding van generaal George Gorringe. Begin april neemt hij Fallahiyeh in ten koste van 2.000 soldaten. Daags erna valt hij Sannaiyat aan zonder het te kunnen veroveren. Gorringe richt zich nu op de andere oever van de Tigris en verovert op 15 april 1916 Bait Asia. Een Turkse tegenaanval kost hem 1.600 soldaten. Over alle gevechten heen verliest Gorringe 23.000 soldaten.

In de loop van april 1916 maken de Britten nog een primeur mee : ze werden bevoorraad vanuit de lucht. Het is voor het eerst in de geschiedenis dat die techniek wordt toegepast. De situatie wordt zo penibel dat de Britse overheid zelfs in het geheim probeert om haar troepen vrij te krijgen met een afkoopsom, maar de Ottomanen weigeren. Dat is voor Townshend het sein om zich onvoorwaardelijk over te geven. Generaal Gorringe wordt vervangen door sir Frederick Maude. Het Britse garnizoen van Kut el Amara gaat in gevangenschap en velen zullen sterven zonder hun vaderland terug te zien.

KutElAmara_Overgave.jpg

BMW opgestart als bedrijf

BMW opgestart als bedrijf

De Groote Oorlog zorgt ongetwijfeld voor heel wat technische vernieuwingen. Een van die vernieuwingen is het vliegtuig dat sterk gemoderniseerd wordt in vergelijking met wat men voor de oorlog kende.De vraag naar oorlogsvliegtuigen zorgt voor de oprichting van een bedrijf dat we nu nog kennen : Bayerische Motoren Werke of BMW.

De voorgeschiedenis van BMW begint in oktober 1913 als Karl Friedrich Rapp de Rapp-Motorenwerke opstart in een voormalige fietsenfabriek nabij München. Rapp-Motorenwerke is een dochtermaatschappij van Flugwerk, een vliegtuigenbouwer.

In 1916 heeft Rapp een contract afgesloten met Pruisen en Oostenrijk-Hongarije om 25 grote V12 vliegtuigmotoren te bouwen. Omdat Rapp problemen ondervindt met de betrouwbaarheid van de motoren, zoekt hij hulp bij de fabriek van Gustav Otto. Beide ondernemingen, Gustav Flugmaschinefabrik en Rapp-Motorenwerke fusioneren dan tot Bayerische Flugzeug-Werke. Daarmee is het technisch succes verzekerd.

FranzJosephPopp

Franz-Josef Popp

Maar bij ieder technisch succes hoort ook een zakelijk succes. Dat deel van het succesverhaal danken we aan de Oostenrijkse ingenieur Franz-Josef Popp. Hij sluit de contracten af met de militairen en verandert de naam van het bedrijf op 7 maart 1916 in Bayerische Motoren Werke GmbH.

Het ronde logo van BMW zoals we het vandaag nog kennen, zou verwijzen naar de cirkel die getekend wordt door de draaiende propeller van een vliegtuig.

 

 

bronnen :
Het gratis treinkrantje Metro vermeldde de 100e verjaardag van BMW.
De details vond ik terug op http://www.bmwdrives.com/bmw-history.php

 

Duits expressionisme in de rouw

Franz Marc (München 8 februari 1880-Verdun 4 maart 1916) sneuvelt tijdens een verkenning te paard nabij Verdun. Daarmee verliest het Duits expressionisme een van zijn schilders.

Franz Marc wordt in 1900 student aan de Münchener Kunstakademie. De ontmoeting met August Macke in 1910 zorgt ervoor dat hij lid wordt van de Neue Künstlervereinigung München. In 1911 ontmoet hij Wassily Kandinsky met wie hij Der Blaue Reiter opricht.

In 1914 bij het uitbreken van de oorlog meldt hij zich als vrijwilliger. Hij wordt aan het werk gezet als camoufleur. Bedoeling is dat hij camouflagedoeken maakt waaronder de Duitse artillerie kan schuilen om aan het zicht van verkenningsvliegtuigen en -ballonnen onttrokken te worden. Franz Marc laat zich daarbij inspireren door Kandinsky. Over zijn werk schrijft hij in een brief het volgende :

Ik bevond me op een grote hooizolder (een hele mooie atelier) en ik schilderde negen “Kandinsky’s” op tentcanvas. Dit proces heeft een zeer nuttig doel : artillerieposities onzichtbaar maken voor verkenningsvliegtuigen en luchtfotografie door hen te bedekken met zeildoeken beschilderd in pointillistische stijl en in lijn met de kleuren van natuurlijke camouflage (..). Het schilderen moet ervoor zorgen dat onze aanwezigheid voldoende wazig en vervormd is zodat het onherkenbaar wordt. De divisie gaat ons een vliegtuig geven om te experimenteren met luchtfotografie om te zien hoe het eruit ziet vanuit de lucht. Ik ben echt nieuwsgierig om te zien wat het effect is van een Kandinsky bekeken vanaf 2000 meter hoogte

bronnen
http://www.verdun-meuse.fr/index.php?qs=fr/ressources/dessin-du-mois—mai-2012—franz-marc
http://roadstothegreatwar-ww1.blogspot.be/2016/01/franz-marc-kandinsky-and-camouflage.html

FranzMarc

 

Herbert Sulzbach hoort de Duitse artillerie van Verdun

In zijn dagboek vermeldt Herbert Sulzbach dat hij in de buurt van Plémont zit. Volgens google maps is dit op een kleine 100 kilometer van Verdun. Het geeft een idee van de kracht van het artilleriebombardement als je het volgende leest.

Op 23 februari 1916 begint er een enorm lawaai van artillerievuur ver weg ten zuiden van ons. Dit was het trommelvuur aan het begin van ons offensief van Verdun.

Op 25 februari krijgen we het bericht dat verschillende dorpen rond Verdun door onze troepen zijn ingenomen, een hoop militair materieel is veroverd en onze frontlijn is dichter bij Verdun.

Ander interessant nieuws is dat er voortdurend nieuwe luchtschepen worden gebouwd in de Zeppelinfabrieken in Friedrichshafen en dat we ondertussen over meer dan 100 zeppelins beschikken. Ook het nieuws over Verdun is goed : één fort is ingenomen en de Woëvrelinie is doorbroken.

Op 27 februari word ik gepromoveerd tot Unteroffizier. Nabij Verdun houdt het gerommel nooit op. Er ligt wat sneeuw op de grond, maar het voelt desondanks al een beetje als lente aan.

bron : Herbert Sulzbach, with the German guns, Pen & Sword military

Verdun_DuitseArtillerie