De Lusitania : Duitse drift of Britse provocatie ?

De ondergang van de Lusitania is altijd omgeven geweest met controversen. De Britten claimden dat kapitein Schwieger zijn twee torpedo’s had afgeschoten – vandaar de twee explosies – maar de Duitsers hebben altijd volgehouden dat de tweede explosie het gevolg was van ontploffende munitie. Dit zou betekenen dat er oorlogsmateriaal vervoerd werd met een “neutraal” schip. Later is uit geheime Britse documenten vast komen te staan dat deze Duitse claim inderdaad juist was.

Het torpederen van de Lusitania kwam zeer goed uit voor oorlogszuchtige Amerikanen die zich aan de zijde van de Britten wilden scharen. Dit werd door de Duitsers net zo ervaren, want zij hadden ook wat vragen te stellen. Waarom lapte kapitein Turner alle bevelen aan zijn laars en begon hij langzamer te varen ? Waarom zigzagde hij niet zoals was voorgeschreven door de rederij ? Turner stelde dat hij zigzaggen een verspilling van tijd vond. Waarom voer Turner midden op zee en niet zoveel mogelijk langs de kust, zoals voorgeschreven ? Waarom werd de Lusitania niet door de Britse admiraliteit gewaarschuwd voor de incidenten die de U-20 eerder had veroorzaakt in de Ierse zee ? De Duitsers dachten de antwoorden wel te weten. : de Lusitania is opgeofferd om Amerika bij de oorlog te betrekken. Een claim dat het schip ook Canadese militairen vervoerde, bleek achteraf geheel en al ongegrond te zijn.

Hoe dan ook, het zinken van de Lusitania was een propagandistische ramp voor Duitsland, hoewel president Wilson vooralsnog een neutrale koers bleef varen.

Wie nog meer wil nalezen over de mysteries rond de Lusitania, vindt leesvoer onder bronnen. Een recent werk van Gérard Piouffre, behandelt de laatste reis van de Lusitania en de diplomatieke gevolgen ervan. Een korte inhoud van dit boek vind je onder bronnen (URL begint met “guerre et conflits” voor Franse bespreking of met “france24.com” voor een Engelse bespreking)

TorpillageLusitania

bronnen

Roel Tanja, een korte geschiedenis van de eerste wereldoorlog, BBNC uitgevers

https://foolscrow.wordpress.com/2014/05/07/sinking-the-lusitania-an-act-of-mass-murder-by-the-banksters/

http://www.centenarynews.com/article?id=1616

http://www.theguardian.com/world/2014/may/01/lusitania-salvage-warning-munitions-1982

http://guerres-et-conflits.over-blog.com/2015/03/lusitania.html

http://www.france24.com/en/20150507-100-year-anniversary-sinking-lusitania-usa-britain-germany-first-world-war

Britse heldenmoed nabij Ieper

John Lynn is een van de velen die recht hebben op een plaatsje in het grote heldenboek van deze oorlog. Helaas voor hen geen standbeelden : die zijn weggelegd voor koningen en generaals, die meestal ver achter het front vertoeven.

Op 2 mei 1915 hervat het Duitse leger zijn aanvallen in de buurt van Ieper, onder meer op de stellingen van het 2e bataljon van de Lancashire Fuseliers nabij Shell Trap Farm, in de buurt van het gehucht Wieltje in de Ieperse deelgemeente Sint-Jan.

De Duitsers trekken op achter een wolk van chloorgas die in de richting van de Britten drijft. Aan een van de Britse mitrailleurs staat John Lynn. Hij blijft vuren door de gaswolk omdat hij daarachter de vijand weet en heeft geen tijd om zijn gasmasker op te zetten. Wanneer de gaswolk zo dicht is dat het zicht nul wordt, klimt John op de borstwering van zijn schuilplaats om een beter overzicht te hebben. Zo slaagt hij erin de tegenstrever terug te dringen.

Eerst helpt hij nog zijn kameraden, maar dan valt hijzelf neer, zwaar aangetast door het chloorgas. In de loop van de volgende uren, op 3 mei 1915 sterft hij. Hij zal postuum het Victoria Cross krijgen.

Toeristische tip : Op Grootebeek British Cemetery (Vlamertingseweg, Reningelst) staat een gedenksteen ter nagedachtenis van John Lynn.

De oorlogskalender van het Davidsfonds vermeldt dat John Lynn geen standbeeld heeft. Dat klopt, maar de Britten zijn hun held niet vergeten. In “The War Illustrated” wordt er een tekening aan zijn actie gewijd. En John Lynn heeft een eigen wikipediapagina.

John Lynn in

John Lynn in “The War Illustrated”

bronnen

oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

http://en.wikipedia.org/wiki/John_Lynn

Landing in Gallipoli

Eindelijk begint het tot de Britse kabinetsleden door te dringen dat de tactiek van de marinebombardementen op de forten bij de Dardanellen nooit tot een overwinning zal leiden. De laatste poging daartoe op 18 maart 1915 (lees meer daarover op deze pagina) was jammerlijk mislukt. Maar in plaats van het hele avontuur af te blazen, kiest men ervoor om het nu met grondtroepen te proberen. Lord Horiatio Kitchener, de minister van Oorlog, duidt zijn voormalige protégé sir Ian Hamilton aan om de troepen te leiden. Leden van het Griekse verzet gaven aan dat voor een verovering vah Gallipoli, het zuidelijke Europese schiereiland bij de Dardanellen, zo’n 150.000 mannen nodig zijn. Maar Kitchener vindt dat het ook wel met de helft van dat aantal kan.

GallipoliLanding01

De verdediging van Gallipoli wordt geleid door de Duitser Otto Liman von Sanders. Hij is bang dat een gebrek aan munitie en manschappen – hij heeft slechts 20.000 man tot zijn beschikking – wel eens een geslaagde invasie zou kunnen betekenen. Zijn vrees is ongegrond want Hamilton erft een gedesorganiseerde troepenmacht – de aangewezen Australische en Nieuw-Zeelandse militairen zijn zo groen als gras – en er is nauwelijks iets aan inlichtingenzerk gedaan. Het kost de Britten dan ook vijf weken om tot een invasie te komen, en Liman heeft alle tijd gehad om zijn voorbereidingen te treffen.

De landingen op 25 april 1915 vinden uiteindelijke plaats bij Kaap Helles, op het zuidelijkste puntje, en 15 km verderop bij Ari Burnu (ofwel de “Anzac”-inham). Bij Kaap Helles gaat prompt veel mis, vooral door het wanbeheer van generaal Aylmer Gould Hunter-Weston. Van de vijf landingspunten worden er drie veroverd. Om volstrekt onduidelijke redenen kiest Hunter-Weston ervoor om zich in te graven en niet op te trekken; waarschijnlijk omdat Hamilton daar geen duidelijke bevelen toe heeft gegeven. Bij de Anzac-inham gaat de populaire commandant William Birdwood wel direct verder het land in en hij weet bijna de hoogvlakte van Gallipoli te bereiken.

Gallipoli

Maar een resolute verdediging door Turkse reservisten, onder leiding van kolonel Mustafa Kemal Pasha, drukt Birdwoods mannen weer terug. Mustafa Kemal Pasha zal later grote roem verwerven als Kemal Atatürk, de vader van de Turkse staat.  Er vinden nog drie succesvolle afleidingslandingen plaats, zodat Liman von Sanders in eerste instantie geen idee heeft waar hij zijn mannen heen moet sturen. Maar dat wordt binnen enkele dagen duidelijk en hij kan zijn troepen concentreren waar het nodig is. Het blijkt echter niet genoeg te zijn om de Britten weer in zee te kunnen drijven. Ook hier ontstaat een loopgravenoorlog.

bron : Roel Tanja, een korte geschiedenis van de eerste wereldoorlog, BBNC uitgevers

Lanoe Hawker bombardeert het vliegveld van Gontrode

LanoeHawkerOmdat het Duitse leger steeds veelvuldiger gebruik maakt van zeppelins tijdens nachtelijke bombardementen, onder meer op Noord-Frankrijk en Groot-Brittanie, besluiten de geallieerden tot tegenacties. Op 18 april 1915 bombardeert luitenant Lanoe Hawker de hangars van de zeppelins op het vliegveld van Gontrode. Terwijl Hawker onderweg is, bemerken andere toestellen van zijn eskadron de grote aanwezigheid van rollend materieel in het station van Wervik.

Lanoe Hawker is al sinds oktober 1914 gestationeerd in Frankrijk. Zijn bombardement op Gontrode waarbij hij zeer laag vliegt om bommen te laten vallen op het vliegveld, levert hem een medaille op. Tijdens de 2e slag om Ieper raakt hij gewond aan de voet maar hij staat erop verder te vliegen. Zijn kameraden dragen in die periode hem van de barak naar zijn vliegtuig. In juni 1915 krijgt hij voor een geslaagde aanval op 3 Duitse vliegtuigen het Victoria Cross. Hawker wordt majoor in 1916. Op 23 november 1916 raakt hij slaags met Manfred von Richthofen, beter bekend als de rode baron. Het kost Hawker zijn leven.

bronnen

oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

http://en.wikipedia.org/wiki/Lanoe_Hawker

Turken slaan Britten en Fransen terug bij Gallipoli

Bij een mislukte Britse aanval op de Dardanellen slagen achttien geallieerde schepen, waaronder ook drie Franse, er op 18 maart 1915 niet in om de Turkse vlooteenheid te verdrijven. Ze moeten zich terugtrekken, met achterlating van drie gezonken scherpen (waaronder de Franse Bouvet), terwijl drie andere behoorlijk beschadigd zijn. Blijkbaar hielden de geallieerden, onder leiding van viceadmiraal John de Robeck, geen of te weinig rekening met de aanwezigheid van mijnen in de relatief smalle zee-engte. Er waren dan ook nauwelijks mijnenvegers bij de geallieerde vloot. Voor de Turken is 18 maart 1915 dan ook een grote overwinning. Wie zich daarvan wil overtuigen, moet eens googelen op 18 mart 1915 Çanakkale (Turkse naam voor Gallipoli).

Turkse artillerie actief nabij Gallipoli

Turkse artillerie actief nabij Gallipoli

de aanval op Neuve-Chapelle

JosephJoffre

Joseph Joffre

sir John French

sir John French

Het plan van de Franse opperbevelhebber Joffre is om het stadje Aubers te veroveren en zodoende extra druk uit te oefenen op de Duitse verdediging rond Lille. Daarom stemt sir John French, commandant van de British Expeditionary Force (BEF), in om Neuve-Chapelle te veroveren, dat een kleine uitstulping vormt dat in de weg zit. Het Britse 1e leger van 40.000 man, onder bevel van Douglas Haig, zal de aanval uitvoeren. Op 10 maart 1915 wordt er eerst een barrage aan kanonnenvuur afgeleverd van 35 minuten; in deze tijdsspanne worden meer granaten gebruikt dan in de hele Boerenoorlog – en die duurde 15 jaar. De Britten, waaronder veel Indiërs, breken door een Duitse linie die over een breedte van 3 km wordt gevormd door één enkele divisie van kroonprins Rupprechts 6e leger. Binnen vier uur is het dorp Neuve-Chapelle veroverd.

Rupprecht zendt direct reserves naar Neuve-Chapelle, die op 12 maart 1915 een tegenaanval uitvoeren. De Britten houden stand, maar van enig oprukken richting Aubers is geen sprake meer. Ook krijgen de Engelsen  veel last van bevoorradings- en communicatieproblemen. Alles bij elkaar zal het Britse leger na de slag (13 maart) 2 vierkante km hebben veroverd, ten koste van 11.200 slachtoffers (onder wie 4.200 Indieërs). De Duitsers lijden eenzelfde aantal verliezen en er worden bovendien 1.200 Duitse krijgsgevangenen gemaakt door de Britten. Het hoofddoel, Aubers, wordt nooit gehaald. Van de 1.000 man die een poging daartoe waagden, komt er niemand terug. De Fransen geven de schuld aan het weinige (!) granaatvuur dat van tevoren is afgeschoten.

bron : Roel Tanja, een korte geschiedenis van de eerste wereldoorlog, BBNC uitgevers

James Beadle - slag bij Neuve-Chapelle

James Beadle – slag bij Neuve-Chapelle

het dagboek van Herbert Sulzbach

Herbert Sulzbach - with the German guns

Herbert Sulzbach – with the German guns

Ik heb de voorbije week het dagboek van Herbert Sulzbach ontvangen. Gedurende mijn dagelijkse treinrit naar het werk heb ik het dagboek al gelezen tot 1916. Het is meeslepend en boeiend geschreven. Over Herbert Sulzbach heb ik al eerder op deze blog geschreven, want het is een boeiende persoonlijkheid. Hij droeg het Duits uniform in de eerste wereldoorlog en een Brits uniform tijdens de tweede wereldoorlog. Gezien zijn joodse afkomst was er voor hem geen plaats meer in nazi-Duitsland vanaf de jaren dertig. Meer informatie over Herbert Sulzbach vind je op https://martinusevers.org/2014/11/13/herbert-sulzbach-duitser-in-de-eerste-en-brit-in-de-tweede-wereldoorlog/

Wie interesse heeft in dagboeken van soldaten van de Groote Oorlog, zal zeker zijn gading vinden in het dagboek van Herbert Sulzbach. Ik heb gezocht naar een Duits exemplaar, maar heb dat jammer genoeg niet gevonden. Via amazon heb ik dan een Engelstalige versie in huis gehaald. Ik zal geregeld een fragment van dit dagboek vertalen en op deze blog zetten.

Britse hulp voor de Russen via de Dardanellen

In januari 1915 krijgen de Britten een Russisch verzoek om een geallieerde operatie tegen Turkije om de druk in de Kaukasus te verlichten. Zonder die hulp zien de Russen zich gedwongen troepen van het oostfront naar de Kaukasus te sturen. En daarmee zouden mogelijk Duitse troepen van het oostfront vrijkomen voor het westfront.

Winston Churchill als first Lord van de admiraliteit, heeft het idee opgevat om de via de Dardanellen een aanvoerroute tussen de westelijke geallieerden en Rusland veilig te stellen. Hij vraagt admiraal Sackville Carden om het plan uit te werken. Bedoeling is om met een aantal oudere schepen de Turkse forten langs deze zeestraat aan te vallen en uit te schakelen. Tevens moet er gedacht worden aan mijnen vegen, want sinds oktober 1914 is deze zeestraat door de Ottomanen verboden voor geallieerde schepen.

De campagne op de Dardanellen start dus als een louter marineoperatie. Maar in de loop van 1915 zou het uitgroeien tot veel meer en leiden tot een invasie van het Gallipoli schiereiland.

In januari en februari 1915 gebeurt het volgende :

13 januari : de Britse oorlogsraad besluit dat de Admiraliteit een marine-expeditie moet voorbereiden in februari om het schiereiland Gallipoli te bombarderen en in te nemen. Einddoel van deze expeditieis de inname van Constantinopel.

15 januari : de Franse duikboot Saphir zinkt in de Dardanellen nabij de stad Çannakale. De bemanning geraakt nog aan land maar kapitein Fournier gaat met zijn duikboot ten onder.

6 februari : Twee Britse marinebataljons worden naar de Egeïsche kust gestuurd om aan land te gaan en Turkse kanonnen te vernietigen.

16 februari : weer worden er twee marinebataljons gestuurd met als doel Turkse kanonnen op te sporen en te vernietigen.

19 februari : Britse oorlogsschepen beginnen de Turkse forten langs de Dardanellen te bombarderen. De schade blijft beperkt.

25 februari : Opnieuw Brits bombardement vanaf zee op de Turkse forten langs de zeestraat.

26 februari : de Britse schepen “Vengeance”, “Dublin” en “Basilik” bombarderen de Turkse forten aan de ingang van de Dardanellen. Franse en Britse mariniers gaan om 14u30 aan land in Kum Kale om de Turkse forten aan te vallen. Nadat ze 3 kanonnen vernietigd hebben, keren ze terug aan boord.

Gallipoli Map

bronnen

http://www.anzacsite.gov.au/5environment/timelines/100-events-gallipoli-campaign/january-february-1915.html#january-3

http://www.france-histoire-esperance.com/chroniques-des-dardanelles-1915-2015-2/

Andy Wiest, de geschiedenis van de eerste wereldoorlog, Deltas

Edith Appleton vraagt sokken voor de Tommies

KnittingForTommyIn een brief aan haar moeder schrijft zuster Edith Appleton op 23 februari 1915 over het tekort aan sokken bij de verzorging van soldaten :

De gebreide sokken waren snel opgebruikt door de Tommies (Britse soldaten). Onze dienst is zoiets al een bodemloze put voor sokken, hemden en pyjama’s. Soms gebruiken we meer dan vijftig paar sokken in een dag.

De gewonde militairen die hier binnengebracht worden, zijn meestal doordrenkt van nvocht door hun verblijf in de loopgraven. Al hun kleding moet gewisseld worden. Zou je voor de verandering sokken zonder hiel kunnen zenden; losjes gebreid. Ze zijn zo nuttig bij bevroren voeten : we doen ze hen aan boven kussenvulling.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Wie de oorspronkelijke brief wil lezen, kan daarvoor terecht op deze webpagina : http://www.edithappleton.org.uk/EarlyLetters/Letter19150223_transcript.pdf

Edith Appleton

Edith Appleton

Edith Appleton (1877, 1958) heeft tijdens de oorlog een dagboek bijgehouden. De Groote Oorlog begon voor haar toen ze op 10 oktober 1914 in Oostende aankwam. Volgens een website aan haar gewijd is de brief van 23 februari 1915 geschreven in Hazebrouck, Frans-Vlaanderen.

Voor haar moed en toewijding kreeg ze meerdere medailles waaronder de “military OBE”, het “Royal Red Cross” en ook een Belgische Koningin-Elisabeth-medaille.

meer informatie over Edit Appleton

http://anurseatthefront.org.uk/about-edie/

https://twitter.com/ediesdiaries

http://www.illustratedfirstworldwar.com/first-world-war-series-sister-edith-appleton/

Commander Samson slaat toe

Charles Rumney Samson

Charles Rumney Samson

Britse vliegtuigen voeren op 12 februari 1915 een aanval uit op steden langs de Belgische kust. Tot op deze dag is dit een van de grootste luchtaanvallen uit de nog jonge militaire luchtvaartgeschiedenis.

Onder leiding van Wing Commander Charles Rumney Samson bombarderen 34 vliegtuigen Oostende, Blankenberge en Zeebrugge. De Britten richten zich vooral op stations en spoorlijnen die dienstig zijn voor de aanvoer van Duitse manschappen, voedsel en munitie. Veel aandacht is er ook voor de haven van Zeebrugge, een belangrijke basis van Duitse duikboten. De aanval wordt omschreven als zeer succesvol : de Britten verloren manschappen noch toestellen.

Hieronder staat een overzicht van het gebied waarin Wing Commander C.R. Samson zijn piloten liet opereren.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

CR_SamsonsOperations