de slag bij Dujaila

EdwardOpotikiMousleyEdward Mousley is een Nieuw-Zeelander, en luitenant bij de Britse artillerie. Hij is eerst in Brits-Indië gestationeerd vooraleer hij wordt toegevoegd aan de Britse troepenmacht die in Mesopotamië (Irak) naar Bagdad wil oprukken. De Britten worden echter voor Bagdad nabij Ctesiphon tegengehouden en zien zich genoodzaakt om terug te trekken. om niet van hun bevoorradingslijnen te worden afgesneden. Maar op de terugweg wordt dit Britse expeditieleger omsingeld in Kut-el-Amara. Daar zit Mousley sinds december 1915 met de rest van dit leger gevangen. Een ander Brits leger is op weg om hen uit hun omsingeling te bevrijden.

Op 8 maart 1916 wordt Mousley wakker van schoten in de buurt. Hij kijkt naar buiten. De ochtend breekt aan. Eerst denkt hij dat het de eigen artillerie in Kut-el-Amara is. Daarna denkt hij dat het de Ottomaanse artillerie is die het Britse ontzettingsleger bombardeert, het leger dat zich volgens de laatste rapporten op een kleine dertig kilometer afstand bevindt, aan de noordzijde van de Tigris. Toch klimt hij op het dak en begint te speuren. Dan ziet hij flitsen in de verte. het zijn de stukken van het ontzettingsleger die de Ottomaanse linies bij Dujaila bestoken, aan de zuidzijde van de rivier. Dat is maar twaalf, dertien kilometer verderop. Het ontzettingsleger is de rivier blijkbaar stiekem overgestoken en is na een mars in het donker begonnen aan een doorbraakpoging.

De opwinding onder de ingeslotenen is enorm. Als het daglicht sterker wordt, kunnen ze zien hoe Ottomaanse eenheden in ijltempo naar het bedreigde punt marcheren. Mousley weet dat er plannen zijn om het ontzettingsleger te ondersteunen door een uitval te doen, of naar het noorden, of naar het zuiden, afhankelijk van de kant van de rivier waarlangs het zou komen. Hij hoort echter geen orders om de plannen ook uit te voeren. Rond negen uur ziet hij lange rijen hoofden die zich door de Ottomaanse loopgraven bewegen, allemaal naar het zuidoosten. Ondertussen wordt het bulderen heviger, terwijl Ottomaanse eenheden naar Dujaila blijven stromen.

Dan wordt het volkomen stil. Aan de horizon zijn geen flitsen meer te zien. Mousley denkt dat de stilte komt doordat de Britse infanterie haar aanvalsdoel heeft bereikt en dat er man-tegen-man-gevechten met glimmende wapens bezig zijn.

De stilte houdt aan. nervositeit verspreidt zich onder de omsingelden. Wat is er gebeurd ? Waarom wachten ze met de uitval ? De uren verstrijken. Er gebeurt niets. De kanonnen rondom Dujaila blijven zwijgen. Het wordt avond. Alles is stil.

bron : Peter Englund, de schoonheid en het verdriet van de oorlog, Spectrum

battle-of-dujaila-8-march-1916

Ottomaanse soldaten voor Dujaila

 

artillerieduel in Ploegsteert

10 februari 1916 : in de voorbije dagen is er in Ploegsteert, waar Winston Churchill commandant is, duchtig heen en weer geschoten door de Duitse en Britse artillerie. De latere Britse premier noteert daarover onder meer :

De treffers die de kerk van Ploegsteert raken, zorgen voor enorme stofwolken waarin het poeder van de verpulverde rode bakstenen zich vrolijk mengt met de rook veroorzaakt door het artillerievuur. Shrapnels suizen door de straat en raken ook drie van onze mannen die er op wandel waren. De dood slaat toe.

Tijdens de laatste twee dagen van onze rustperiode verloor ika cht manschappen, dat wil zeggen meer dan tijdens de zes voorgaande dagen aan het front. Ik beschik nu over minder dan zeshonderd mannen, in plaats van de aanvankelijke duizend. Er zijn veel bataljons zoals het onze…

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

brit-artillery-attack

 

De laatste uren van de L19

De zeppelin L19 is op 31 januari 1916 samen met acht andere zeppelins naar Engeland gevlogen om te bombarderen. Na het bombardement is de L19 op de terugweg naar Duitsland maar de zeppelin heeft motorproblemen. Boven het Nederlandse Ameland wordt het luchtschip onder vuur genomen door Nederlandse militairen. Hierdoor verliest de zeppelin gas en verliest hoogte. In de nacht van 1 op 2 februari 1916 maakt de zeppelin een noodlanding in de noordzee.

De volgende ochtend vindt een Britse vissersboot, de King Stephen, de drijvende zeppelin. De Duitse kapitein Odo Loewe vraagt aan de Britse kapitein William Martin om hem en zijn bemanning te redden. De Brit weigert en zal later verklaren dat zijn bemanning van 9 ongewapende vissers onmogelijk De Duitse soldaten aan boord kon nemen zonder het gevaar te lopen overmeesterd te worden. Een andere verklaring voor de weigering kan zijn dat de vissersboot aan het vissen was in een zone waar dit niet toegelaten was en dat William Martin wou vermijden dat dit zo aan het licht kwam. En dus vaart de King Stephen weer weg en wordt de Duitse bemanning aan haar lot overgelaten.

De Duitsers verdwijnen samen met de L19 in het water, echter niet zonder een aantal brieven voor hun familie in een fles te hebben gestoken. Deze fles zal in augustus 1916 in Zweden gevonden worden. De tekst van de brieven vind je op de Duitstalige website die bij bronnen vermeld wordt.
Kapitein William Martin vindt begrip bij de Engelse bevolking voor zijn houding maar eveneens onbegrip en afkeuring. Martin besluit niet meer te gaan vissen en sterft op 24 februari 1917 op de leeftijd van 45 jaar. De King Stephen wordt niet meer als vissersboot gebruikt maar de Engelse Navy slaat het schip aan en gebruiken het als Q-schip, een koopvaardijschip dat zwaar bewapend is om Duitse duikboten in de val te lokken. Op 25 April 1916 brengen Duitse schepen de King Stephen tot zinken tijdens het bombardement van Yarmouth en Lowestoft.

bronnen
http://www.zeppelin-museum.dk/D/german/historie/l-19/l-19.html
https://en.wikipedia.org/wiki/LZ_54_(L_19)
http://www.wrecksite.eu/wreck.aspx?189362

(c) North East Lincolnshire Museum Service; Supplied by The Public Catalogue Foundation

(c) North East Lincolnshire Museum Service; Supplied by The Public Catalogue Foundation

Executies in Hasselt

De lokale Davidsfondsverantwoordelijke meldt in het oorlogsdagboek van zijn vereniging wat er op 25 januari 1916 gebeurt in Hasselt.

Claes_Pierre_Joseph

Pieter-Jozef Claes

Twee Belgische soldaten worden in Hasselt in ’t gevang gezet, ter dood veroordeeld, doodgeschoten op 25 januari en begraven op het kerkhof van Kuringen, waar hun graf zeer druk bezocht wordt.

De ene soldaat was 17 jaar oud, Paulus-Lodewijk Mertens, de andere was Pieter-Jozef Claes, in Schaarbeek geboren op 8 mei 1877.

Over bovenstaande feit vinden we diverse webpagina’s terug. De datum van executie durft wel eens verschillen. Wat wel overeenkomt, is het feit dat deze soldaten de opdracht hadden gekregen om vanuit Nederland België te bereiken en daar te spioneren of sabotagedaden uit te voeren.

bronnen
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
het stadsmus – pdf
http://hasel.be/hasselaren/historische-figuren-en-families/claes-pierre-1887-1915

 

 

Klik om toegang te krijgen tot pub_keik046.pdf

Klik om toegang te krijgen tot pub_keik046.pdf

Klik om toegang te krijgen tot pub_keik046.pdf

Russen testen Duitse linies

Florence Farmborough is een Britse vrouw die als verpleegster dienst heeft genomen in het Russische leger. Na 10 dagen verlof in Moskou komt ze terug aan in de eerste linies. Florence is niet de enige die in een goed humeur is. Het moreel van de troepen is enigszins hersteld na de lange terugtocht van de afgelopen zomer en herfst. Het Russische leger heeft nu zo’n twee miljoen mannen aan het front staan en bijna ieder van hen heeft een eigen geweer wat als buitengewoon goed wordt beschouwd.

Op 16 januari 1916 gaan de Russen een versterkte verkenningsaanval uitvoeren, gericht op een belangrijk gedeelte van de Duitse verdedigingslinie. Veel van de mannen die zullen aanvallen, zijn kersverse rekruten, enthousiaste jongemannen die zich vrijwillig hebben aangemeld om de voorhoede te vormen. Ze hebben speciale uitrusting gekregen in de vorm van sneeuwkleding met een witte buitenstof.

Florence ziet dat de artsen nerveus zijn. Wie weet hoe de Duitsers op zo’n verrassingsaanval zullen reageren. Het front is nog rustig en stil. Om 2 uur ’s nachts ontvangt de divisiechef een rapport per telegram. De eerste poging om het Duitse prikkeldraad open te knippen hebben ze moeten staken maar er wordt een nieuwe poging ondernomen.

Om vier uur ’s nachts wordt de stilte verbroken door een eenstemmig grommend gebulder van artilleriegeschut, mitrailleurs en geweren. Nu is de aanval geopend. Het gedonder gaat door. Nog een telefonisch rapport. De verkenners zijn tijdens hun werkzaamheden ontdekt en liggen nu zwaar onder vuur. De doorbraak is mislukt.

Dan beginnen de gewonden te komen. Twee kleuren domineren het schouwspel : wit en rood. Het bloed steekt fel af op de nieuwe sneeuwkleding van de soldaten.

bron : Peter Englund, de schoonheid en het verdriet van de oorlog, Spectrum

Schneehemden

 

 

 

 

de slag van Hana

Voor de Britten begint de tijd nu echt wel te dringen. De poging om naar Bagdad op te rukken is mislukt en de soldaten van generaal sir Charles Townshend zijn op hun terugtocht omsingeld in Kut-el-Amara (Mesopotamië / Irak) door Ottomaanse troepen. Andere Britse troepen zijn op weg om hun omsingelde kameraden te ontzetten. Op 16 januari 1916 verneemt generaal Fenton Aylmer, aanvoerder van de Britse versterkingstroepen op weg naar Kut-el-Amara, van bevelhebber van de omsingelde troepen, generaal Townshend, dat hij maar voor twee of drie weken rantsoenen heeft.

Op 21 januari 1916 komt het tot een treffen tussen Ottomaanse troepen en de Britse ontzettingsmacht van generaal Aylmer. De Turken houden de Britten op weg naar het belegerde garnizoen van Kut-el-Amara tegen in de slag van Hanna. Op dezelfde dag valt het belegerde garnizoen terug op de helft van zijn rantsoen, hoewel de ontdekking van een onbekende gerstopslagplaats de situatie enigszins verlicht. In de volgende weken voeren de Britten meer troepen aan en plannen ze een hernieuwde versterkingsoperatie die begint op 7 maart 1916.

bron : Ian Westwell, 1914-1918 – de eerste wereldoorlog dag na dag, Deltas

British_Troops_Marching_in_Mesopotamia

 

Luchtgevecht boven Houthulst

EustaceGrenfellKapitein Eustace Grenfell vliegt in de namiddag van 17 januari 1916 met zijn jachtvliegtuig boven Houthulst wanneer hij twee Duitse Fokkers ontwaart. Al snel slaagt hij erin om een eerste toestel neer te halen. Hij beschiet ook de tweede Fokker die uiteindelijke een noodlanding moet maken op een akker.

Nog is het luchtgevecht niet voorbij, want er duikt een Duitse Albatros op. Grenfell drijft dit toestel in de richting van het bos van Houthulst, totdat hij dicht genoeg kan komen om te vuren. Wellicht treft hij ook dit Duitse vliegtuig : hij ziet het dalen in de richting van het bos, maar verliest het dan uit het oog.

bron
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

 

Churchill in Ploegsteert

Na zijn gedwongen ontslag in 1915 als First Lord of the Admiralty, zeg maar minister van Marine, zei Winston Churchill de politiek vaarwel, althans tijdelijk. Hij hoopte op een hoge functie bij het leger, maar moest aan de slag als bataljonscommandant, met de graad van eerste luitenant.

Winston Churchill krijgt vanaf 4 januari 1916 de leiding over het 6e bataljon van de Royal Scots Fuseliers in Ploegsteert. Periodes van dienst aan de frontlinie en van rust enkele kilometers daarvandaan wisselen elkaar af. Zelfs aan het front schrijft Churchill regelmatig brieven aan zijn vrouw. Hij lijkt het moeilijk te hebben met het gastronomische niveau van de frontkeuken, want hij vraagt haar om hem wat lekkers te sturen : grote stukken cornedbeef, stiltonkaas, ham, sardines, gedroogd fruit… En hij voegt eraan toe :”Bezorg me de rekening, want je moet dit niet met huishoudgeld betalen.”.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Churchill bij de Royal Scots Fuseliers

Churchill bij de Royal Scots Fuseliers

Engels kerstverlof voor dokter Lievens

In het dagboek van dokter Lievens lezen we over zijn verlof in Engeland tijdens de kerstdagen van 1915.

23-12-1915
Overzet CalaisFolkestone met de cargo. Het is slecht weer en buitengewoon nevelig. We doen er zeven uur over. Ik word niet zeeziek. Ik kom aan in Londen omstreek 19u30 en vind Jozef Ide in het Empire Hotel. Hij ziet er heel goed uit. Hij ziet er heel goed uit en is heel tevreden met zijn situatie.

24-12-1915
Ik vertrek naar Coventry, naar Clément de Mont, Dalton Road 8. Hij woont er in een mooi knus huisje. De ontvangst is allerhartelijkst. Ik laat me fotograferen.

25-12-1915
Ik woon de goed gezongen hoogmis bij. Heel de kerk is versierd met hulst en maretak. ’s Avonds dineren we bij meneer Wheeler, 10 Grosvenor Road. Er wordt een prachtige kalkoen opgediend, maar die is opgevuld met gember, worsten, spek en Brusselse kool. Als dessert volgt de traditionele plumpudding. Tot slot drinken we nog een port. Daarna volgen gezelschapsspelen en een concert. Ik heb me heel goed geamuseerd.

26-12-1915
Ik denk veel aan mijn gezin. Nooit eerder wenste ik zo vurig om bij vrouw en kinderen te zijn. Ontbijt bij mevrouw Archer, waarna de jonge heer me met de auto laat kennismaken met de omgeving van Coventry, Stratford-on-Avon, het land van Shakespeare, en het domein van Lord Lee. Prachtige eikenbomen. Ontelbare herten. Om 17 uur drinken we thee bij mevrouw Blythe , the Belmont, Saint Patrick’s road. ’s Avonds ben ik bij meneer Hayward, South Hurst Rochester Road.

27-12-1915
Terugkeer naar Londen. Van harte dank ik de heer Clement en zijn vrouw die zo uitermate vriendelijk zijn geweest voor mij.

bronnen
André Gysel, dokter Lievens – dagboek van een arts, Lannoo
foto komt uit http://the-lothians.blogspot.be/2014_08_01_archive.html

BelgianSoldiers_LondonStation1915

Belgische soldaten wachten in een Londens station alvorens verder te reizen

evacuatie van Gallipoli

Op het schiereiland Gallipoli komen de Britten geen centimeter verder dan hun drie bruggenhoofden : Anzac-inham, Baai van Suvla en Kaap Helles. Bevelhebber sir Ian Hamilton vraagt nog om een extra 95.000 mannen, lord Kitchener wilt niet verder gaan dan 25.000. Een gezamenlijke actie in heel Zuid-Europa, voorgesteld door Salonika-bevelhebber Sarrail, wordt afgewezen door de Franse generaal Joseph Joffre die zich wilt concentreren op het westelijke front. Ondertussen begint Hamilton zich steeds onmogelijker te gedragen : vooral de Autralische journalist Keith Murdoch maakt hier uitgebreid melding van. De druppel die de emmer doet overlopen, is de bewering van Hamilton dat bij een eventuele evacuatie het percentage slachtoffers 50% zou bedragen. Hamilton wordt afgelost door sir Charles Monro.

Monro gaat meteen op tournee en zijn advies is duidelijk : evacueren. Lord Kitchener, die nog steeds niet overtuigd is, komt nu zelf kijken en is het al snel alsnog met Monro eens. Vanaf 10 december 1915 begint men de 105.000 militairen en 300 kanonnen uit de Anzac-inham en de Baai van Suvla terug te trekken. De ontruiming van Kaap Helles (35.000 soldaten) wordt voltooid op 9 januari 1916.

Winston Churchill, de geestelijke vader van de hele operatie, noteert in zijn dagboek over Monro :”Hij kwam, hij zag en hij evacueerde.”. Het aantal slachtoffers dat uiteindelijk valt bij de diverse acties, is iets lager dan Hamilton had voorspeld, namelijk drie. Het is verreweg de succesvolste operatie uit de hele Gallipoli-campagne.

Bij de Gallipoli-campagne vallen alles bij elkaar 252.000 Britse slachtoffers (op een totaal van 480.000), waarvan 48.000 dodelijke. Bij de Turken is een vergelijkbaar aantal slachtoffers te betreuren.

bron : Roel Tanja, een korte geschiedenis van de eerste wereldoorlog, BBNC uitgevers

Gallipoli_December1915