Charles Fryatt krijgt ruzie in fort Lapin

Het brits koopvaardijschip SS Brussels, op weg van Rotterdam naar Groot-Brittannië, wordt op 23 juni 1916 voor de Belgische kust aangehouden door een Duitse torpedoboot en vervolgens naar Zeebrugge geleid. Tot hier lijkt dit een banaal oorlogsincident.

De kapitein van de Brussels, Charles Fryatt, heeft met zijn schip al eerder problemen gehad met de Duitse marine. Op 28 april 1916 wordt zijn schip aangehouden door de Duitse onderzeeër U-33. De kapitein tracht de duikboot te rammen, maar die kan, weliswaar beschadigd, ontsnappen dor vliegensvlug te duiken.

Dat weten de Duitsers niet op het moment dat ze hem tot Zeebrugge meevoeren. Integendeel, de sfeer is zeer hartelijk. Kapitein Fryatt wordt uitgenodigd om met de Duitse U-bootofficieren mee te dineren in hun officierenmess in fort Lapin. De sfeer slaat helemaal om als de Duitsers de medaille in de gaten krijgen die Fryatt van de Britse regering ontving voor zijn rampoging van de U-33. Hij wordt gearresteerd en door een Duitse krijgsraad ter door veroordeeld. Op 28 juli 1916 volt de terechtstelling van kapitein Charles Fryatt.

Fort Lapin bestaat nog steeds en is momenteel een aperobar onder de naam salon Lapin.

bronnen :
oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds
Tomas Termote, oorlog onder water, Davidsfonds

CaptainFryatt_SS_Brussels.jpg

 

Hooge ondertunneld

De manschappen van de 175 Tunneling Company krijgen de opdracht om in Hooge (Zillebeke) een tunnel te graven om de Duitse stellingen en het kasteel Hooge op te blazen.

Eerst komt er een verticale tunnel van 7,5 meter diep, vandaar gaat het horizontaal verder, meerdere honderden meters. Telkens zijn er twee mensen aan het werk in de bekiste tunnel : de ene graaft, de andere doet het uitgegraven zand in zakjes die dan naar de oppervlakte worden gehesen met een katrol. Voor de verlichting zijn er kaarsen terwijl een blaasbalg voor de ventilatie zorgt.

Soldaat George Clayton kijkt op een afstand van 250 meter toe hoe men de tunnel opblaats :”Ik zag hoe de aarde omhoog kwam en hoe de grond schudde. Het maakte een dof, ploffend geluid, net als een aardbeving, en er ontstond een gat zo groot als een steengroeve”.

Toeristische tip : Hooge Crater, Meensegweg 467, ZIllebeke

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

TunnelingCompany

Arabische opstand start in Mekka

De sjarif van Mekka is Hoessein bin Ali, lid van een familie die een rechtstreekse afstammeling van de profeet claimt, de Hasjemieten. Hoessein slaagt erin om de eerste twee jaren van de oorlog neutraal te blijven. Zoals alle neutralen wordt hij bestookt met voorstellen en aanbiedingen van de oorlogvoerenden. De Turkse regering durft hem niet tot medewerking dwingen maar ze betaalt hem daar gewoon voor. Ook de Britten ontdekken het potentieel van de neutrale Hoessein. Ze betalen hem ook maar hebben nog iets meer in de aanbieding : een politieke toekomst zonder de Turken. Hoessein krijgt daarvan de schriftelijke bevestiging in een aantal brieven van Henry MacMahon, de Britse hoge commissaris in Egypte. Hoessein legt samen met MacMahon de grenzen vast van een toekomstige Arabisch rijk, van Egypte tot Perzië waarvan hij de kalief zal worden.

Sharif_Hussein_Bin_AliWanneer Djemal Pasja lucht lijkt te krijgen van Hoesseins plannen, laat de sjarif de opstand beginnen. Hij lost persoonlijk het eerste schot. In de vroege ochtend van 10 juni 1916 richt hij vanuit een raam in zijn eigen huis het geweer op een gebouwtje van het Turkse leger. Hoessein heeft een primitief legertje van nomaden bij mekaar gekocht. De krijgers hebben alleen oude geweren, dolken en zwaarden. Maar dat volstaat om de eerste dagen door te komen. Op 13 juni 1916 zijn de Turken al uit Mekka verdreven.

De Britten doen vervolgens wat ze beloofd hebben. Een schip van de Royal Navy komt kanonnen leveren. De aanval op Jeddah voeren de Britten en de krijgers van Hoessein samen uit. De stad wordt vanop zee gebombardeerd door de Engelse kruisers Hardinge en Fox, en valt zonder hoge kosten in Hoesseins handen. Het legertje neemt nog twee havensteden in maar dan verliest de revolte haar elan. De Turkse overmacht in Medina is te groot. De Turken kunnen Medina ook blijvend bevoorraden en versterken doordat het via een spoorlijn verbonden is met Damascus.

bron : Knack Historia 1916

 

slag om Mount Sorrel

Het Duitse leger zet op 2 juni 1916 een offensief in dat de geschiedenis ingaat als de slag om Mount Sorrel. Voor aanvang van de slag hebben de Duitsers de nabije Hill 60 reeds in handen. De strijd is fel, de Canadezen verdedigen zich moedig, maar ze kunnen niet beletten dat ook Hill 62 in Duitse handen valt op 6 juni. Minder dan een week later gaan de Canadezen in de tegenaanval en heroveren Hill 62 en de iets zuidelijker gelegen Mount Sorrel.

Beide zijden kennen zware verliezen, maar een belangrijk pluspunt voor de Canadezen van Mount Sorrel is de aanstelling van de Brit Julian Byng als nieuwe bevelhebber. Hij zal het wat ordeloze maar moedige Canadese leger omvormen tot een geduchte, moderne strijdkracht.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

MountSorrel1916

Aanloop naar de slag bij Jutland

Op 31 mei en 1 juni 1916 wordt de grootste zeeslag van de grote oorlog uitgevochten, bekend onder de namen slag bij Jutland (Britten) en slag voor het Skagerrak (Duitsers). Hoewel Groot-Brittannië en Duitsland beide over een grote zeemacht beschikken, worden er slechts twee grote zeeslagen uitgevochten. De andere, slag bij Doggersbank, vond plaats op 24 januari 1915.

De Duitsers willen de zeeblokkade van hun land doorbreken, maar de Britten zijn op de hoogte van een gedeelte van hun plannen. Daardoor verschijnt de Home Fleet met een grotere vloot dan verwacht en valt zij aan vooraleer de onderzeeërs van de Hochseeflotte op hun posities zijn.

Bovendien zijnde Britse schepen talrijker dan de Duitse : 28 slagschepen tegen 22, 9 slagkruisers tegen 5 enzovoort. Het Britse geschut is van een zwaarder kaliber, maar de Duitse schepen zijn beter gepantserd en hebben nauwkeuriger apparatuur voor afstandsmeting.

Meer informatie over deze slag is te lezen op deze pagina.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Jutland_Skagerrak_1916.jpg

 

Sykes en Picot verdelen Midden-Oosten

In het geheime Sykes-Picotverdrag afgesloten op 9 mei 1916 spreken Britten en Fransen af hoe ze het naoorlogse Midden-Oosten onder elkaar zullen verdelen. Het Ottomaanse rijk zou daarvan het grootste slachtoffer moeten worden. Twee andere grote mogendheden, Rusland en Italië, gaan akkoord met het verdrag, dat genoemd is naar de twee voornaamste onderhandelaars : Mark Sykes en Georges Picot.

De Britten zouden het gebied aan het noorden van de Perzische Golf krijgen, de wijde regio om Basra. Voor de Fransen was er het kustgebied van Noord-Syrië en Libanon, met onder meer de steden Beiroet en Damascus. Het tussenliggende binnenland wordt verdeeld in invloedssferen : de Bijbelse regio zou onder internationaal bestuur komen. Voor een derde grote partij is er geen plaats, dus ook niet voor de Ottomanen.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

A-Line-in-the-Sand-01

Britse nederlaag bij Kut el Amara

Het Brits-Indiase garnizoen onder leiding van sir Charles Townshend, dat sedert 7 december 1915 belegerd wordt in Kut el Amara, geeft zich op 29 april 1916 over aan de Ottomaanse belegeraars. In de geschiedenisboeken staan deze gevechten genoteerd als de eerste slag om Kut.

Tijdens de eerste dagen van de belegering kon de Britse cavalerie ontsnappen maar daarna werd de omknelling steviger georganiseerd door de oude Duitse generaal baron von der Goltz, die de Ottomaanse troepen aanvoert samen met Khalil Pasha. Er wordt een bevrijdingsleger gestuurd van 30.000 soldaten onder leiding van generaal George Gorringe. Begin april neemt hij Fallahiyeh in ten koste van 2.000 soldaten. Daags erna valt hij Sannaiyat aan zonder het te kunnen veroveren. Gorringe richt zich nu op de andere oever van de Tigris en verovert op 15 april 1916 Bait Asia. Een Turkse tegenaanval kost hem 1.600 soldaten. Over alle gevechten heen verliest Gorringe 23.000 soldaten.

In de loop van april 1916 maken de Britten nog een primeur mee : ze werden bevoorraad vanuit de lucht. Het is voor het eerst in de geschiedenis dat die techniek wordt toegepast. De situatie wordt zo penibel dat de Britse overheid zelfs in het geheim probeert om haar troepen vrij te krijgen met een afkoopsom, maar de Ottomanen weigeren. Dat is voor Townshend het sein om zich onvoorwaardelijk over te geven. Generaal Gorringe wordt vervangen door sir Frederick Maude. Het Britse garnizoen van Kut el Amara gaat in gevangenschap en velen zullen sterven zonder hun vaderland terug te zien.

KutElAmara_Overgave.jpg

Louise de Bettignies in Siegburg

Wekelijks steekt Louise de Bettignies de grens over tussen België en Nederland om rapporten naar de Engelse inlichtingendienst te brengen. De Duitse contraspionage weet haar te pakken in oktober 1915. Op 19 april 1916 wordt ze ter dood veroordeeld. In die periode is er fel internationaal protest tegen de terechtstelling van Edith Cavell en wellicht daardoor wordt haar straf omgezet in levenslange dwangarbeid.

Op 21 april 1916 wordt de Bettignies in Siegburg opgesloten. In Frankrijk geniet ze reeds grote bekendheid en ze krijgt van generaal Joffre een eervolle vermelding van het Franse leger. De behandeling in de gevangenis is slecht, ze loopt een pleuritis op die verwaarloosd wordt en sterft op 27 september 1918.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

LouisedeBettignies02

Korporaal Ware sneuvelt

SidneyWilliamWareKorporaal Sidney William Ware, een militair in hart en nieren, overlijdt op 16 april 1916 in Mesopotamië (Irak). In 1911 vervoegde hij het Britse leger in India, bij het begin van de oorlog moest hij naar Frankrijk en later vocht hij in Mesopotamië.

Tien dagen voor zijn dood verdient hij het Victoria Cross, de hoogste Britse militaire onderscheiding. Hij is een van de weinige niet-gewonde militairen in zijn eenheid en draagt een gewonde medesoldaat naar een veiligere plek 200 meter verderop. De volgende twee uur draagt hij de ene na de andere gewonde soldaat uit de vuurlinie naar een beschutte omgeving.

Vier dagen later wordt hij zelf zwaargewond en naar het hospitaal gebracht waar hij overlijdt.

bron : oorlogskalender 2014-2018, Davidsfonds

Paarden opgeofferd in Kut el amara

In Kut el amara zijn de omsingelde Britten allang zowel trekpaarden als muilezels aan het slachten, maar ze hebben de rijdieren welbewust gespaard. Nu gaat dat niet langer. Er lijkt weer een poging tot ontzet te zijn gestrand. Er is een order gekomen om de laatste paarden af te maken, zodat ze als voedsel kunnen dienen voor het ingesloten en bijna verhongerende garnizoen.

Luitenant Edward Mousley plukt vers gras. Daarna gaat hij naar de plaats waar de paarden staan opgesteld. Zijn paard Don Juan herkent zijn eigenaar natuurlijk en begroet hem enthousiast, zoals hij dat het dier heeft geleerd. Mousley geeft hem het gras te eten.

Daarna begint de slacht. Een onderofficier schiet de paarden af. Geknal. Een voor een zakken de grote, zware dierenlichamen in elkaar. Bloed vloeit. Mousley kijkt eerst toe, ziet dat ook de paarden trillend volgen wat er gebeurt, terwijl ze hun beurt afwachten. Don Juan stampt net als de andere onrustig, maar verder is hij volkomen stil. Als het bijna zover is, kan Mousley niet langer toekijken. In plaats daarvan vraagt hij de onderofficier met het geweer om nauwkeurig te richten en het hem te zeggen als alles achter de rug is. Daarna kust hij het dier op de wang en vertrekt. Hij ziet nog hoe het paard zich omdraait en hem nakijkt.
Dan klinkt er nog een knal.

Het avondeten bestaat die avond uit het hart en de nieren van Don Juan. Deze delen van het paard zijn altijd gereserveerd voor de eigenaar. Mousley heeft ook Don Juans zwarte staart gekregen. Het is uiteraard een vreemd gevoel, maar hij vindt het niet verkeerd. Hij schrijft in zijn dagboek :”Ik weet zeker dat hij het liefst had gehad dat ik het deed, en niet iemand anders.”.

bron : Peter Englund, de schoonheid en het verdriet van de oorlog, Spectrum

Photo: David Appleby - DreamWorks II Distribution Co., LLC. (Do NOT COPY even with credits)